nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
DE NIEUWE VEREFFENINGSPROCEDURE
 
Op 26 juni 2006 werd de wet van 2 juni 2006 tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De wet is in werking getreden op 6 juli 2006.

Deze nieuwe wet beoogt de verbetering van de vereffeningsprocedure van de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid . Het betreft de vennootschap onder firma (VOF), de gewone commanditaire vennootschap (Comm. V.), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA), de coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (CVOA), de naamloze vennootschap (NV), de commanditaire vennootschap op aandelen (Comm. VA) en het economisch samenwerkingsverband (E.S.V.), de Europese vennootschap (SE) en de landbouwvennootschap (LV).

De wet is onder meer ingegeven door de bekommernis van de wetgever om meer controle over de vereffeningsprocedure mogelijk te maken, met het oog op een grotere bescherming van de schuldeisers.

De wet bevat een aantal opvallende nieuwigheden:

De rechterlijke homologatie van de benoeming van de vereffenaar;

Het verbod voor bepaalde personen om als vereffenaar op te treden;

Actiemogelijkheden voor belanghebbende derden;

De neerlegging van een omstandige staat over de toestand van de vereffening;

De aanlegging van een vereffeningsdossier;

Het rechterlijk toezicht bij de afsluiting van de vereffening.

1. De homologatie van de benoeming van de vereffenaar
 
Het nieuwe artikel 184 W. Venn. voorziet nog steeds dat de algemene vergadering de wijze van vereffening bepaalt, tenzij de statuten een andere regeling zouden bevatten.

Nieuw is echter dat de vereffenaar pas in functie treedt nadat de rechtbank van koophandel is overgegaan tot de bevestiging (homologatie) van de benoeming. Deze bevestiging komt er pas nadat de rechtbank van koophandel heeft nagegaan of de vereffenaar alle "waarborgen van rechtschapenheid" kan bieden. Dit criterium wordt niet nader omschreven in de wet zodat de invulling ervan wellicht het voorwerp zal uitmaken van discussies voor de rechtbanken.

Indien de rechtbank van koophandel deze bevestiging weigert, dan kan zij, al dan niet op voorstel van de algemene vergadering, zelf een alternatieve vereffenaar benoemen.

De rechtbank van koophandel verkrijgt voortaan bijgevolg een verstrekkende bevoegdheid. De vraag stelt zich of dit in de praktijk niet eerder een formaliteit zal worden aangezien van de rechter verwacht wordt om reeds binnen 24 uur uitspraak te doen. De wet bevat echter geen sanctie voor het overschrijden van deze termijn.

Niettemin is deze bevestiging door de rechtbank uitermate belangrijk aangezien de wet voorziet dat de notariële akte houdende ontbinding en vereffening, waarin de vereffenaars worden benoemd, enkel ter griffie kan worden neergelegd (en dus tegenwerpelijk is aan derden) indien zij is vergezeld van een afschrift van de bevestiging van de benoeming van de vereffenaar.

Tussen de beslissing tot ontbinding van de vennootschap, waarbij de algemene vergadering één of meerdere vereffenaars aanstelt, en de uiteindelijke bevestiging van hun mandaat, kunnen de vereffenaars wel al bepaalde handelingen stellen.

De rechtbank van koophandel beschikt echter over de mogelijkheid om dergelijke handelingen retroactief te bevestigen, dan wel nietig te verklaren, indien ze "kennelijk in strijd zijn met de rechten van derden". Dit extra recht van controle voor de rechtbank van koophandel vloeit voort uit de bezorgdheid van de wetgever om een extra bescherming te bieden voor de schuldeisers.

De vraag tot bevestiging van het mandaat als vereffenaar wordt gericht aan de rechtbank van koophandel van het arrondissement waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd. Dit dient te gebeuren via een éénzijdig verzoekschrift in de zin van artikel 1025 Ger. W. dat ondertekend wordt door het "bevoegde orgaan" van de vennootschap, of door een advocaat. Het is aangewezen om in de ontbindingsakte zelf één of meerdere bestuurders, dan wel één of meerdere vereffenaars aan te duiden als orgaan, bevoegd voor de ondertekening en de neerlegging van het verzoekschrift.

Bij dit verzoekschrift moet een boekhoudkundige staat van activa en passiva worden gevoegd.

Om de zogenaamde "waarborgen voor rechtschapenheid" te rechtvaardigen, is het aangewezen ook op dit vlak de nodige stukken te voegen. Het kan hierbij onder meer gaan om een CV van de betrokken kandidaat, een kopie van een attest van goed gedrag en zeden, een verklaring op eer waaruit blijkt dat de kandidaat-vereffenaar nooit is veroordeeld voor de misdrijven die in artikel 184, §1, 3de en 4de lid W.Venn. worden opgesomd, dat hij/zij niet failliet is verklaard zonder rehabilitatie, e.d.m (cfr. infra, punt 2).

2. Het verbod voor bepaalde personen om als vereffenaar op te treden
 

Daarnaast voorziet de nieuwe wet voortaan in een opsomming van de personen die niet in aanmerking komen voor de uitoefening van een mandaat als vereffenaar artikel 189bis W.Venn.

Het gaat om de volgende personen:

Veroordeelden voor bepaalde misdrijven:

faillissementsmisdrijven (artt. 489-490bis Sw.);


diefstal, valsheid, knevelarij, oplichting, misbruik van vertrouwen;

enige bewaarder, voogd, bestuurder of rekenplichtige die niet tijdig rekening en verantwoording heeft gedaan en niet tijdig heeft afgerekend;

Gefailleerden, die niet in aanmerking komen voor rehabilitatie;

Personen veroordeeld met een gevangenisstraf (zelfs met uitstel) voor de strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 1 van het Koninklijk Besluit nr. 22 van 24 oktober 1934, of voor een inbreuk op de boekhoudwet (of de uitvoeringsbesluiten ervan) en/of de fiscale wetgeving.

Voor deze twee laatste categorieën kan evenwel een uitzondering worden gemaakt, mits een bijzondere homologatie door de rechtbank.

3. Actiemogelijkheden voor belanghebbende derden
 
Waar belanghebbenden (schuldeisers, Openbaar Ministerie,...) vroeger in de kou bleven staan, verkrijgen zij thans een aantal vorderingmogelijkheden.

Op voorwaarde dat zij een voldoende belang kunnen aantonen, kunnen zij onder meer de rechtbank van koophandel verzoeken om tot homologatie van het mandaat van de reeds aangestelde vereffenaars over te gaan. Te denken valt aan schuldeisers of minderheidsaandeelhouders die er belang bij kunnen hebben dat de door de vereffenaar gestelde handelingen effectief tegenwerpelijk zijn aan andere schuldeisers.

Daarnaast kunnen belanghebbenden de vereffenaar die niet overgaat tot de neerlegging van de omstandige staat van de toestand van de vereffening of van het plan van de activa die kunnen worden verdeeld onder de schuldeisers bij de afsluiting van de vereffening te laten vervangen via een verzoek gericht aan de rechtbank van koophandel. Dit recht vloeit voort uit het feit dat schuldeisers zich moeten kunnen weren tegen te lang aanslepende vereffeningsprocedures.

4. De (omstandige) staat over de toestand van de vereffening
 

Om een grotere controle op de vereffeningsprocedure mogelijk te maken, en de transparantie ervan te bevorderen, dienen de vereffenaars na het verloop van de zesde en de twaalfde maand van het eerste vereffeningsjaar, een omstandige staat van de toestand van de vereffening aan de griffie van de rechtbank van koophandel over te maken (nieuwe artikel 189bis W.Venn.).

De bedoelde staat vermeldt onder meer de ontvangsten, de uitkeringen en de uitgaven en geeft aan wat nog dient te worden vereffend. Deze staat wordt bij het vereffeningsdossier gevoegd, dat wordt bijgehouden ter griffie.

Vanaf het tweede jaar van de vereffening dient deze omstandige staat slechts eens per jaar aan de griffie te worden overgemaakt.

Om de rechten van schuldeisers en andere betrokken maximaal te garanderen zal de
omstandige staat kosteloos ter inzage liggen op de griffie van de bevoegde rechtbank van koophandel (zie artikel 195bis W.Venn.).

5. Het vereffeningsdossier
 
Voortaan zal op de griffie van de rechtbank van Koophandel van het arrondissement waar de maatschappelijke zetel van de vennootschap is gevestigd, voor elke vennootschap in vereffening een bijzonder vereffeningsdossier worden bijgehouden.

Naast de stukken die voorheen reeds in het gewone vennootschapsdossier (artikel 67 W.Venn.: uittreksel van de oprichtingsakte, de uittreksels van PV's van benoeming of ontslag van bestuurders) werden bijgehouden, omvat dit dossier voortaan ook alle stukken die eigen zijn aan de procedure van de vereffening:

Een afschrift van het verslag van de staat van activa en passiva (zoals bedoeld in artikel 181, § 1 W.Venn.);

Het afschrift van de vereffeningsstaat (189bis W. Venn.);

De lijst van homologaties (of "bevestigingen") door de rechtbank van koophandel

Het vereffeningsdossier kan door elke belanghebbende op kosteloze wijze worden ingekeken.

6. Het rechterlijk toezicht bij de afsluiting van de vereffening
 
Naast de bevoegdheid tot homologatie en de mogelijkheid om bepaalde handelingen van de vereffenaar achteraf met retroactieve kracht te bevestigen, dan wel nietig te verklaren, heeft de wet tot slot ook een derde verregaande bevoegdheid aan de rechtbank van koophandel toegekend.

Elke vereffenaar dient bij de afsluiting van de vereffening een plan voor de verdeling van de activa onder de verschillende schuldeisers, voor akkoord aan de rechtbank van koophandel voor te leggen.

De rechter kan zelfs van de vereffenaar alle inlichtingen vorderen om hem toe te laten de geldigheid van dit plan na te gaan of nader te onderzoeken.

7. Overgangsmaatregelen
 

De vereffenaars dienen volgens de nieuwe wet, binnen het jaar waarin de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, "de nodige maatregelen te nemen om zich te schikken naar de bepalingen ervan".

Dit lijkt er op te wijzen dat een vereffenaar, die reeds sedert de periode vóór de inwerkingtreding van de wet in een vereffeningsprocedure actief is:

 op het einde van het eerste jaar na de publicatie van de wet, een eerste "omstandige staat van de vereffening" zal dienen op te stellen en door te zenden naar de griffie van de bevoegde rechtbank van koophandel;

binnen het jaar na publicatie van de wet de door de wet voorgeschreven stukken zal dienen neer te leggen op het voortaan door de griffie van de rechtbank van koophandel bijgehouden vereffeningsdossier;

bij afsluiting van de vereffeningsprocedure een staat over de verdeling van de activa onder de schuldeisers zal dienen neer te leggen.

Het lijkt ons niet verenigbaar met de niet-retroactieve werking van de wet dat vereffenaars die reeds vóór de inwerkingtreding van de wet werden aangesteld, hun mandaat alsnog zouden dienen te laten homologeren door de bevoegde rechtbank van koophandel.

Gelet op de niet-retroactiviteit van de wet, zullen ook de handelingen die de vereffenaar reeds vóór de inwerkingtreding van de wet heeft gesteld, niet nogmaals door de rechtbank van koophandel dienen te worden gehomologeerd.

Wel lijkt het zo dat vereffenaars die reeds vóór de inwerkingtreding van de wet werden benoemd, het voorwerp kunnen uitmaken van een verzoek tot vervanging, op het initiatief van één of meerdere belanghebbenden.

De wet is echter niet bepaald duidelijk op dit vlak zodat dit voer voor discussie kan worden.

8. Besluit
 
De vereffeningsprocedure voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid wordt grondig gewijzigd door deze nieuwe wet.

Een vereffenaar kan voortaan pas effectief aan de slag na de homologatie van zijn mandaat door de bevoegde rechtbank van koophandel. Die homologatie kan er slechts komen indien de kandidaat-vereffenaar niet voorkomt in de lijst van uitsluitingen én voor zover de rechtbank oordeelt dat de kandidaat-vereffenaar voldoende "waarborgen voor rechtschapenheid" biedt.

De vereffenaar zal voortaan in de zesde en de twaalfde maand van het eerste vereffeningsjaar, en vanaf het tweede jaar eens per jaar, een omstandige staat van activa en passiva moeten neerleggen ter griffie van de bevoegde rechtbank.

Op het einde van de vereffeningsprocedure dient hij een zogenaamd plan voor de verdeling van de activa onder de verschillende schuldeisers voor akkoord aan de bevoegde rechtbank voor te leggen.

Belanghebbende derden krijgen actiemogelijkheden nu zij de rechtbank van koophandel kunnen vragen om een homologatie van een vereffenaar en zelfs om de vervanging van de vereffenaar kunnen verzoeken.

In aanvulling van het reeds bestaande vennootschapsdossier, wordt voortaan ook een specifiek vereffeningsdossier bijgehouden.

Tot slot heeft de wet voorzien in een overgangsregeling die stof tot discussie zal bieden met betrekking tot de al dan niet retro-actieve werking van de wet.

Tom VANRAES (tvr@dvvc.be)


 



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lire la suite
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....lire la suite
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....lire la suite
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....lire la suite
 
site web par webalive