nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
NIEUWSBRIEF ARBEIDSRECHT: NAAR EEN WETTELIJKE REGELING ROND HET SCHOLINGSBEDING
 
In het kader van het Generatiepact werd er tussen de regering en de sociale partners afgesproken dat er een wettelijke regeling zou komen voor het zgn. scholingsbeding. Dergelijk beding beschermt een werkgever die zijn werknemer een dure opleiding laat volgen tegen het voortijdig wegkopen van zijn werknemer, eens de vorming gevolgd.

Nu ligt er vanwege de regering een wetsontwerp klaar dat de komende maanden door het parlement zal worden behandeld.

Waar gaat het wetsontwerp over ?

Het wetsontwerp heeft tot doel om in de Arbeidsovereenkomstenwet een nieuw artikel 22bis in te voegen. Dit nieuwe artikel zou een scholingsbeding als volgt omschrijven: 'Onder scholingsbeding wordt verstaan het beding waarbij de werknemer, die gedurende de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een vorming volgt op kosten van de werkgever, zich ertoe verbindt om aan deze laatste een gedeelte van de vormingskosten terug te betalen ingeval hij de onderneming verlaat voor het einde van de overeengekomen periode'.

Een dergelijk beding kan niet worden afgesloten wanneer de werknemer een bruto jaarwedde verdient lager dan 27.597 Eur, de opleiding geen 80 uren duurt of niet een bepaalde minimumkost heeft (rond de 1200 EUR).

Voorts moet het beding schriftelijk worden vastgelegd ten laatste op het ogenblik dat de opleiding een aanvang neemt. Het geschrift moet ook een aantal elementen bevatten, zoals: 1) details over de vorming, 2) de kost van de vorming, 3) de periode gedurende hetwelk het scholingsbeding van toepassing is (wel maximum 3 jaar); 4) het terug te betalen bedrag door de werknemer die vroegtijdig het bedrijf verlaat (het moet degressief zijn, in de volgende zin: 80% van de kost terug te betalen bij vertrek gedurende het eerste jaar, 50% het tweede jaar; 20% het derde jaar).

Dit beding heeft geen uitwerking tijdens de proefperiode, wanneer de werkgever de tewerkstelling beëindigt zonder dringende reden of wanneer de werknemer de tewerkstelling beëindigt met een dringende reden. Een gelijkaardige bepaling geldt voor een niet-concurrentiebeding.

Het belang van opleiding

Het is duidelijk dat dit wetsontwerp kadert in de aandacht die de regering besteedt aan opleiding binnen de bedrijfswereld. Het scholingsbeding kan daarbij een werkgever over de streek trekken om te investeren in zijn personeel en aldus het menselijk kapitaal van zijn bedrijf te verhogen. Dat een werkgever geen zin heeft om werknemers te sponsoren bij het volgen van een opleiding als hij het risico loopt dat deze werknemers, eens de opleiding achter de rug, naar een concurrent lopen, is best te verstaan.

Het is ook belangrijk erop te wijzen dat de meeste rechtspraak de geldigheid van een scholingsbeding aanvaardt, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, voorwaarden gelijkaardig aan deze die nu overigens in het wetsontwerp vervat zitten. Kortom, op zich wordt wat de rechtspraak reeds toeliet in een wet gegoten. Uiteraard biedt een wet meer rechtszekerheid dan een jurisprudentiële constructie.

Eén kleine opmerking is dat er in de tekst niet wordt verduidelijkt of enkel externe opleidingen in aanmerking komen voor het scholingsbeding of ook interne opleidingen gegeven door het bedrijf zelf. De meeste rechtspraak aanvaardt enkel externe opleidingen om gemaakte opleidingskosten aan te tonen.

Vanaf wanneer ?

Deze teksten liggen momenteel bij de Nationale Arbeidsraad (NAR) voor advies. Eens dit advies geleverd, is het te verwachten dat de behandeling van dit wetsontwerp snel  kan gebeuren. Uiteraard valt het nooit uit te sluiten dat tijdens de behandeling van het ontwerp in het parlement nog een aantal zaken worden aangepast, maar de ervaring leert dat de essentie meestal overeind blijft. Wordt dus vervolgd...

Dylan CASAER
Advocaat Balie Brussel



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lire la suite
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lire la suite
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lire la suite
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lire la suite
 
site web par webalive