nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Advocaten   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
FISCALE REGULARISATIE
 

Opnieuw de laatste kans voor de berouwvolle belastingplichtige?
 
Gezien belastingontduiking in België lange tijd als een nationale sport werd beschouwd, viel het te verwachten dat één jaar van fiscale amnestie (2004) ontoereikend zou zijn om alle fiscale zondaars over de streep te trekken . Het moet ook gezegd worden dat het toepassingsgebied van de toenmalige EBA-regeling eerder beperkt was, zodat vele belastingplichtigen ongewild uit de amnestie-boot vielen. Deze laatsten waren aangewezen om te blijven zitten op hun 'zwarte' fondsen of om op individuele basis te gaan onderhandelen met lokale taxatiediensten (de zgn. spontane regularisaties). Niettegenstaande hiervoor geen wettelijk kader voorzien was, bleek dit in de praktijk zeer goed te werken. Amper twee jaar na de eerste fiscale amnestie, heeft de federale wetgever dan ook beslist om de mogelijkheid van “fiscale regularisatie” bij wet te regelen. Net als bij de EBA-regeling, kan men opnieuw maar één keer gebruik maken van deze mogelijkheid tot fiscale regularisatie. En zoals alles in het leven, is ook de kostprijs hiervan duurder geworden.

Wie komt in aanmerking?

Degene die wenst gebruik te maken van de fiscale regularisatie, dient een regularisatie-aangifte in te dienen bij het nog op te richten Contactpunt Regularisatie bij de FOD Financiën - Dienst voor Voorafgaande Beslissingen (voorheen de zgn. 'rulingcommissie'). Het valt te verwachten dat het Contactpunt begin maart 2006 zal worden opgericht. Zowel natuurlijke personen (zowel rijksinwoners als niet-inwoners) als vennootschappen komen in aanmerking voor de nieuwe regeling. Rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen (zoals een VZW) kunnen geen regularisatie-aangifte indienen.

U kunt zich eveneens laten vertegenwoordigen door een zgn. 'gemachtigde'. De gemachtigde moet wel iemand zijn die valt onder het preventieve luik van de witwaswet van 11 januari 1993. Dit zijn meer bepaald personen of ondernemingen die meldingplicht hebben aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Wie zijn dit onder meer: banken, beursvennootschappen, vastgoedmakelaars, verzekeringsondernemingen, notarissen, gerechtsdeurwaarders, revisoren, accountants en advocaten. Advocaten zijn enige categorie die vrijgesteld zijn van meldingsplicht wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen ten aanzien van de witwaswetgeving en zijn dan ook de meest geschikte gesprekspartner voor regularisatieverrichtingen. In tegenstelling tot bij de EBA-regeling moet bovendien worden opgemerkt dat banken ditmaal veel minder betrokken zijn bij de fiscale regularisatie, vermits zij niet langer wettelijk dienen tussen te komen bij de indiening van de regularisatie-aangifte. Uiteraard zullen de banken bij voortduur een gezonde interesse vertonen om uw geregulariseerde gelden te aanvaarden en te beleggen. Hiertoe zal wel vereist zijn dat U een regularisatie-attest kunt voorleggen.

Welke inkomsten komen in aanmerking?

Alle inkomsten die in het verleden ten onrechte niet in een fiscale aangifte zijn opgenomen, komen in de regel in aanmerking voor fiscale regularisatie. De wet maakt daarbij een onderscheid tussen drie categorieën inkomsten, nl. de “overige inkomsten”, de beroepsinkomsten en de BTW-handelingen.

De 'overige inkomsten' zijn deze waarvan de aangever aantoont dat zij in het jaar waarin ze werden behaald of verkregen, geen beroepsinkomsten zijn. Deze categorie wordt dus negatief gedefinieerd. Het is de aangever die moet aantonen dat het gaat om andere inkomsten dan beroepsinkomsten. Hij zal hiertoe de nodige bewijsstukken als bijlage bij de regularisatie-aangifte moeten toevoegen. Deze categorie omvat dus hoofdzakelijk roerende inkomsten (zoals niet-aangegeven interesten en dividenden), onroerende inkomsten (zoals niet-aangegeven buitenlands onroerend goed) en diverse inkomsten. Enkel natuurlijke personen kunnen bedragen regulariseren in de categorie 'overige inkomsten'. Voor vennootschappen zijn immers alle inkomsten beroepsinkomsten.

Alle andere inkomsten zijn te regulariseren als beroepsinkomsten.

Tenslotte kan men ook BTW-handelingen gaan regulariseren. De regulariseerbare BTW-handelingen zijn gedefinieerd met verwijzing naar artikel 51 van het W.B.T.W., dat de schuldenaar van de BTW aanwijst.

Vele belastingplichtigen zullen zich terecht afvragen of zgn. 'zwarte' nalatenschappen eveneens geregulariseerd kunnen worden. Successierechten zijn immers een gewestelijke belasting, terwijl de fiscale regularisatie een federale maatregel is. Wellicht zullen 'zwarte' nalatenschappen eveneens geregulariseerd kunnen worden, hoewel een officieel standpunt van de Gewesten de rechtszekerheid ten goede zou komen.  Ons standpunt is gebaseerd op de volgende vaststellingen:

1) Volgens de wettekst kunnen “sommen, waarden en inkomsten” geregulariseerd worden. Deze omschrijving laat vermoeden dat het toepassingsgebied van de fiscale regularisatie ruimer kan zijn dan de inkomstenbelastingen. Uit de Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 27 december 2005 blijkt duidelijk dat het de intentie is van de wetgever om de fiscale regularisatie toe te laten voor ontdoken successierechten.
2) Volgens de Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 zijn de Gewesten enkel bevoegd voor de aanslagvoet, heffingsgrondslag en de vrijstellingen inzake successierechten, terwijl de Federale overheid bevoegd is gebleven voor de dienst van de successierecht, hetgeen de berekening van de successierechten, de controle van de belastinggrondslag en de belastingen, de inning en invordering en de strafrechtelijke sancties van de inbreuken omvat. Vermits onder de fiscale regularisatie de normaal verschuldigde successierechten zullen moeten worden betaald (als regularisatie-heffing), kan geargumenteerd worden dat de fiscale regularisatie op het vlak van successierechten inderdaad tot de federale bevoegdheid behoort, mits zij de ontvangsten van de geregulariseerde nalatenschappen doorstorten aan de Gewesten;
3) De wet op de fiscale regularisatie voorziet strafrechtelijke immuniteit voor inbreuken op de bepalingen van het Wetboek van Successierechten. Conceptueel dient de immuniteit dan ook op fiscaal vlak door te werken.
 

Welke zijn de uitsluitingen?

De wet voorziet enkele uitsluitingen, nl. gevallen waarin geen fiscale regularisatie mogelijk is. Het betreft:

1) Inkomsten die voortkomen uit een witwasmisdrijf of een onderliggend misdrijf bedoeld in artikel 3 van de witwaswet van 11 januari 1993, zoals mensenhandel, wapenhandel, drugshandel, terrorisme. In dezelfde lijst staan evenwel ook minder zware vergrijpen, zoals inkomsten uit oplichting, misbruik van vertrouwen en misbruik van vennootschapsgoederen. Wanneer een bedrijfsleider van vennootschap 'zwarte' inkomsten behaalt, legt hij noodzakelijkerwijze een valse jaarrekening neer. Hierdoor maakt de vennootschap zich schuldig aan oplichting, waardoor ze in de regel uitgesloten zou moeten zijn van de fiscale regularisatie. Dit rijmt natuurlijk niet met de intentie van de wetgever om ook vennootschappen te laten genieten van de mogelijkheid tot fiscale regularisatie. In de Memorie van Toelichting verduidelijkt de wetgever dan deze uitsluiting niet strikt zal worden toegepast, wanneer er geen andere benadeelden dan de fiscus zijn. Beter ware natuurlijk geweest dat de inkomsten uit oplichting, misbruik van vertrouwen, misbruik van vennootschapsgoederen en uit misdrijven die verband houden met de staat van faillissement niet onder de uitsluitingen vermeld stonden.
2) Indien de aangever vóór de indiening van zijn regularisatie-aangifte in kennis is gesteld van 'lopende' en 'specifieke' onderzoeksdaden door de fiscus of een sociale inspectiedienst, kan geen regularisatie-aangifte worden ingediend.  Het moet uiteraard om een hangend fraude-onderzoek gaan, welke specifiek gericht is op handelingen die te maken hebben met niet-aangegeven inkomsten, sommen of waarden. Algemene vragenlijsten of afgesloten onderzoeken kunnen de belastingplichtige niet verhinderen om een regularisatie-aangifte in te dienen. Het is op zijn minst eigenaardig te noemen dat een onderzoek geleid door de sociale inspectie de belastingplichtige uitsluit van de mogelijkheid tot fiscale regularisatie, terwijl de wet geen enkele immuniteit inzake sociale bijdragen voorziet. Integendeel, wanneer de aangever beroepsinkomsten wenst te regulariseren, zal het bijna een automatisme zijn dat de sociale bijdragen zullen worden nagevorderd, met alle verhogingen en nalatigheidsinteresten vandien. Men zal in de praktijk al niet te vlug geneigd zijn om beroepsinkomsten te regulariseren, vermits de normale progressieve (lees : hoge) tarieven zullen worden toegepast en zeker niet wanneer men nog een penalisatie op het vlak van sociale bijdragen kan verwachten. Het is dan ook een gemiste kans voor de overheid om geen sociaalrechtelijke immuniteit aan te bieden, die de fiscale regularisatie toch hoofdzakelijk uit budgettaire overwegingen heeft ingevoerd.
3) Indien de belastingplichtige reeds een regularisatie-aangifte heeft ingediend in het verleden, zal hij eveneens worden uitgesloten van de fiscale regularisatie. U kunt dus slechts éénmaal in uw leven genieten van het systeem van fiscale regularisatie. Wees dan ook zeker dat U alle frauduleuze inkomsten, sommen of waarden aangeeft, vermits de overheid maar éénmaal de spons over uw zonden wenst te vegen (mits betaling van de regularisatie-heffing uiteraard);
4) De strafrechtelijke immuniteit geldt niet indien voorafgaand aan het indienen van een regularisatie-aangifte een opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek hangende is, waarbij de belastingplichtige, die van de fiscale regularisatieprocedure gebruik wil maken, betrokken is. Dit is een verraderlijke bepaling, vermits de betrokkene niet altijd zelf op de hoogte zal zijn van het bestaan van een strafonderzoek (dat immers in België geheim is). De fiscale immuniteit zou in dergelijk geval wel blijven gelden.
 

Hoeveel bedraagt de heffing?

Het uitgangspunt van de wet is dat de normaal verschuldigde belastingdruk betaald dient te worden. De fiscale regularisatie is in dit opzicht duurder dan de EBA-regeling, waar een forfaitair tarief van 6 of 9% gold.

1° voor de "overige inkomsten" is de heffing gelijk aan het normale belastingtarief dat op deze inkomsten van toepassing is, op voorwaarde dat de aangifte vóór 30 juni 2006 wordt ingediend. Voor interesten bijvoorbeeld bedraagt de roerende voorheffing vandaag 15%. De verschuldigde heffing bij niet-aangegeven interesten zal dan ook 15% bedragen. Dit normale belastingtarief wordt ten titel van boete verhoogd met 5% (dus 15% + 5% = 20%) indien de regularisatie-aangifte na 30 juni 2006, maar uiterlijk op 31 december 2006 wordt ingediend, en met 10% (dus 15% + 10% = 25%) indien de aangifte wordt ingediend vanaf 1 januari 2007. Haast en spoed is dus voor éénmaal wel goed! De overheid wil de belastingplichtige dus stimuleren om zo snel mogelijk gebruik te maken van de fiscale regularisatie, maar uitsluitend voor wat de 'overige inkomsten' betreft. Bij andere categorieën is deze progressieve boete immers niet voorzien. Het is niet geheel duidelijk of het tarief op datum van de aangifte of het tarief op datum van de fiscale inbreuk zal worden toegepast, hoewel de geest van de wet laat vermoeden dat het eerder dit laatste tarief zal zijn.
2° voor de 'beroepsinkomsten' geldt het normaal belastingtarief zoals van toepassing voor het belastbaar tijdperk waarin de inkomsten werden behaald of verkregen, waarbij uitdrukkelijk gesteld wordt dat de heffing in voorkomend geval wordt verhoogd met de aanvullende crisisbelasting of de toepasselijke aanvullende gemeentebelasting;
3° 'BTW-handelingen' worden onderworpen aan het tarief dat van toepassing was op de geregulariseerde verrichting in het jaar waarin de verrichting heeft plaatsgevonden.
 

In de regel is de heffing alles omvattend en kunnen geen afzonderlijke belastingverhogingen of nalatigheidsinteresten meer worden opgelegd, hoewel deze veronderstelling niet zonder meer kan worden doorgetrokken op het vlak van BTW, vermits de loop van nalatigheidsinteresten aldaar van rechtswege loopt.

Hoe verloopt de procedure?

De belastingplichtige of zijn gemachtigde moet een regularisatie-aangifte indienen bij het Contactpunt Regularisaties. De aangifte dient de naam en adres van de aangever (en zijn gemachtigde) te vermelden, alsook de aard en het bedrag van de te regulariseren bedragen. Binnen de 30 dagen zal het Contactpunt de aangever schriftelijk in kennis stellen van enerzijds de ontvankelijkheid van zijn aangifte en anderzijds van het bedrag van de verschuldigde heffing. De betalingstermijn voor de heffing bedraagt 15 dagen volgend op de verzendingsdatum van die brief. Na ontvangst van betaling krijgt de aangever zijn regularisatie-attest, waarin de aangegeven bedragen en de betaalde heffing vermeld staan.

Een lijst van uitgereikte regularisatie-attesten wordt om de zes maanden meegedeeld aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking. In het kader van de EBA-regeling was deze Cel wettelijk gelast met de controle van de authenticiteit van de uitgereikte attesten. Ditmaal is dit niet het geval. Dit doet ons vermoeden dat de Cel hoofdzakelijk zal nagaan of er geen sprake kan zijn van witwasmisdrijf of een onderliggend misdrijf bedoeld in artikel 3 van de witwaswet van 11 januari 1993 (supra), in welk geval de aangever uitgesloten is van de fiscale regularisatie en zich bloot stelt aan strafrechtelijke gevolgen.

Wat houdt de fiscale en strafrechtelijke immuniteit in?

De regularisatie-aangifte heeft tot gevolg dat de aangegeven inkomsten niet meer voor een tweede maal kunnen onderworpen worden aan belastingen. De informatie (met betrekking tot de 'overige inkomsten') die aan het Contactpunt wordt meegedeeld, valt onder het beroepsgeheim van de ambtenaren die deze gegevens niet mogen uitwisselen met andere diensten van Financiën. Uitzondering wordt gemaakt voor de regularisatie van beroepsinkomsten en BTW-handelingen, waarvan een kopie van het attest wordt bezorgd aan de lokale taxatiediensten. Als men in het verleden 'zwarte' beroepsinkomsten heeft behaald, dan zal uw lokale inspecteur hiervan op de hoogte zijn, hetgeen natuurlijk weinig goeds voorspelt voor uw toekomstige fiscale controles...

De regularisatie-aangifte leidt ook tot immuniteit op strafrechtelijk vlak voor de gepleegde inbreuken op de fiscale wetboeken en voor artikel 505 van het Strafwetboek, dat handelt over de vermogensvoordelen uit (o.m.) fiscale misdrijven. De strafrechtelijke immuniteit mocht iets ruimer geformuleerd worden, vermits bijvoorbeeld vennootschappen ook strafrechtelijk gesanctioneerd kunnen worden bij inbreuken op de wetgeving op de boekhouding (bijv. bij neerlegging van valse jaarrekeningen, hetgeen bij 'zwarte' omzet per definitie het geval zal zijn).

Wanneer treedt de fiscale amnestie in werking?

De Programmawet van 27 december 2005 (B.S. 30 december 2005) voorziet geen bijzondere inwerkingtredingsbepalingen voor de nieuwe fiscale regularisatie: de nieuwe regeling is bijgevolg van toepassing vanaf de tiende dag volgend op de publicatie in het Staatsblad, d.w.z. vanaf 9 januari 2006. Er zijn evenwel (op het ogenblik van het schrijven van deze bijdrage) nog geen uitvoeringsbesluiten voor handen. Er bestaat wel reeds een ontwerp-Koninklijk Besluit, dat de oprichting van het Contactpunt Regularisaties in het leven roept, alsook de modellen van aangifte en attest vastlegt. Het valt dan ook te verwachten dat alles begin maart geregeld zal zijn, zodat de fiscale regularisaties kunnen aanvangen.
 
In tegenstelling tot bij de EBA-regeling, is er geen eindpunt voor de fiscale regularisatie voorzien. Het is dus een permanent systeem, met dien verstande dat de belastingplichtige er slechts éénmaal nuttig gebruik kan van maken.

Betekent dit het einde van de 'spontane' regularisatie?

De 'spontane' regularisatie is de regularisatie die gebeurt buiten elk wettelijk kader. Het is een fundamenteel recht van de belastingplichtige om spontaan niet-aangegeven inkomsten uit het verleden vooralsnog aan te geven aan de fiscus, die hierop doorgaans met de nodige goodwill reageert. Dit recht blijft onverminderd bestaan na de invoering van de 'fiscale' regularisatie. Dit houdt evenwel in dat de belastingplichtige of zijn advocaat zal moeten onderhandelen met lokale inspecteur over het aantal aanslagjaren dat moet worden rechtgezet, het tarief van de belastingverhoging en de verschuldigdheid van nalatigheidsinteresten. Bij een spontane regularisatie heeft men weliswaar geen enkele zekerheid op strafrechtelijk vlak, maar in de praktijk is m.i. het nog nooit voorgekomen dat een belastingplichtige die spontaan zijn berouw heeft getoond, nadien zich nogmaals moest verantwoorden voor de strafrechter.

Didier VAN LAERE
Fiscaal advocaat aan de Brusselse Balie.



17-10-17 Tax on securities and trading accounts
On 29 September, the federal government adopted a bill of law that introduces a tax on securities and trading accounts.....lees meer
 
14-10-17 Fiscus versoepelt recht op aftrek btw
In een Circulaire van 12 oktober 2017 kondigt de fiscus aan zich voor de BTW-aftrek te schikken naar het “substance-over-form”-principe, zoals ingesteld door het Europees Hof. ....lees meer
 
13-10-17 Fiscale visitatie omvat geen algemeen huiszoekingsrecht...
… zo blijkt uit een recent arrest van het Grondwettelijk Hof, uitgesproken op 12 oktober 2017 (nr. 116/2017). ....lees meer
 
09-10-17 Kaaimantaks: achterpoortjes gaan dicht
Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting maakte o.m. ook een “versterking” van de kaaimantaks deel uit van het zomerakkoord van de regering. ....lees meer
 
website door webalive