nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
BELASTINGPLICHTIGE BIJT IN HET ZAND
 
Gemeentebelasting op tweede verblijven
 
Eind vorig jaar hebben wij U bericht over het feit dat de Brugse rechtbank van oordeel was dat de gemeentebelasting van Middelkerke op tweede verblijven onwettig was. Niettegenstaande deze vorm van gemeentebelasting doorgaans beperkt blijft tot enkele honderden Euro's per belastingplichtige, vreesde men voor een enorme budgettaire impact op de gemeentefinanciën in het algemeen. Ongeveer 178 Vlaamse gemeenten (waaronder nagenoeg elke kustgemeente) zien immers een handige bron van inkomsten in de tweede verblijven op hun grondgebied. Naar aanleiding van het gunstig vonnis en de bijkomende aandacht in de pers gingen de belastingplichtigen met een tweede verblijf dan ook massaal in bezwaar voor de nog niet-verjaarde aanslagjaren. Gezien het Brugse vonnis de gemeentefinanciën op zijn minst aan het wankelen bracht, was het dan ook weinig verwonderlijk dat de kustgemeente Middelkerke beroep aantekende tegen de Brugse uitspraak.

De Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge had de belasting op tweede verblijven van de kustgemeente Middelkerke op tweede verblijven onwettig bevonden. De rechtbank oordeelde dat de belasting op tweede verblijven zoals die werd geheven door Middelkerke niet in overeenstemming was met artikel 464 van het Wetboek inkomstenbelasting. Volgens artikel zijn de gemeenten “niet gemachtigd tot het heffen van opcentiemen op de personenbelasting, op de vennootschapsbelasting, op de rechtspersonenbelasting en op de belasting van niet-inwoners of van gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van die belastingen (...).”

Het hele geschil draait rond de juiste interpretatie en draagwijdte van de geciteerde bepaling. Volgens deze bepaling is elke belasting die de grondslag of het bedrag van een inkomstenbelasting als belastbaar feit, als berekeningsbasis of zelfs als basis voor de toekenningen van vrijstellingen of verminderingen zou gebruiken, een verboden gelijkaardige belasting.

De rechtbank te Brugge oordeelde dat de belasting op tweede verblijven van de gemeente Middelkerke inderdaad onder deze laatste omschrijving valt. De eigenaar van een tweede onroerend goed heeft immers al inkomstenbelastingen op de ontvangen huurinkomsten of op het kadastraal inkomen (ingeval van eigen gebruik) betaald. De gemeente kan hierop dus niet nog eens extra belastingen heffen.

In een bijdrage in het tijdschrift Cash (9 december 2004) hebben we erop gewezen dat één zwaluw de lente nog niet maakte en dat de gemeente Middelkerke in beroep was gegaan tegen dit vonnis. Dit is zeer begrijpelijk als men weet wat voor een financiële aderlating dit vonnis voor de gemeente Middelkerke en de overige gemeenten te land had kunnen worden.

Een beroep is echter nooit zonder risico. Bij hervorming van het vonnis, worden de gevolgen ongedaan gemaakt, maar bij een bevestiging van het vonnis door een hogere rechtbank kunnen de gevolgen iets verder reiken.

De belastingheffende gemeentes zouden zich dan kunnen verwachten aan een stortvloed van bezwaren en procedures voor de rechtbank voor de nog niet-verjaarde aanslagjaren, met gigantische teruggaven tot gevolg (ongeveer 36 miljoen Euro per jaar). Ook voor andere soortgelijke gemeentebelastingen kan een dergelijk vonnis van belang zijn. Hoewel in België aan arresten van een Hof van Beroep vaak geen precedentwerking wordt toebedeeld, is het moreel gezag van een arrest van een Hof van Beroep in deze materie niet te onderschatten.

Wij brengen even de belangrijkste feiten van het geschil in herinnering.

Een vennootschap verhuurde een appartement uit haar patrimonium. Voor het aanslagjaar 2002 ontving zij een aanslagbiljet van 558 €, waaronder een milieuheffing van 50€ en 508€ aan “belasting  op tweede verblijven”. Het door haar ingestelde bezwaar bij het College van Burgemeester een Schepenen werd afgewezen en de vennootschap trok naar de rechtbank.

Zoals gezegd werd de aanslag vernietigd door de rechtbank te Brugge wegens schending van het voornoemde artikel 464 W.I.B. 92. De vennootschap wordt als eigenaar immers reeds belast in de inkomstenbelasting, meer bepaald wordt het netto onroerend inkomen reeds belast in de vennootschapsbelasting. De belasting op tweede verblijven van de gemeente Middelkerke kan worden aangemerkt als een verboden gelijkaardige belastingen op de grondslag of op het bedrag van de vennootschapsbelasting.

De gemeente Middelkerke trok daarop naar Hof van Beroep te Gent.

Daar stelde zij dat de belasting op tweede verblijven een andere grondslag heeft dan de inkomstenbelastingen. Het Hof van Beroep te Gent (27 september 2005) volgt de stelling van de gemeente Middelkerke en veegt de zienswijze van de rechtbank te Brugge van tafel. De kustgemeentes kunnen opnieuw op haar beide oren slapen: de belasting op tweede verblijven schendt artikel 464 van het Wetboek Inkomstenbelasting niet.

Het Hof motiveert haar zienswijze door te verwijzen naar de oorspronkelijke doelstelling van de wetgever bij de invoering van artikel 464 van het Wetboek Inkomstenbelasting, nl. beletten dat de gemeente concurrende heffingen zouden instellen. De wetgever heeft een verbod willen instellen op gemeentelijke belastingen die zich fiscaal technisch zouden enten op de inkomstenbelastingen. Provinciale of gemeentelijke belastingen die gestoeld zijn op wezenlijke componenten die rechtstreeks de grondslag van de inkomstenbelastingen bepalen, zijn inderdaad uit den boze. De belasting op tweede verblijven in Middelkerke is echter een forfaitaire belasting die niet gestoeld is op de belastbare grondslag in de inkomstenbelasting. De gemeente heeft bovendien geen enkele informatie nodig van de centrale overheid, maar kan op autonome basis de gemeentebelasting heffen. Ze is dus niet strijdig met artikel 464 W.I.B. 92.

In de mate dat de belasting op tweede verblijven als een autonome, forfaitaire belasting kan worden aangemerkt die niets te maken heeft met de wezenlijke bestanddelen die de grondslag vormen voor de inkomstenbelasting, lijkt de juridische strijd definitief beslecht. Niet alle gemeentebelastingen voldoen evenwel aan deze omschrijving, zodat wellicht het laatste woord nog niet gezegd is.

De uitspraak van het Gentse Hof van Beroep brengt de gemeentefinanciën misschien niet in evenwicht, maar ze wankelt voorlopig toch niet meer.

Didier VAN LAERE, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN.



03-01-17 Nieuwe rapporteringsverplichtingen over verrekenprijzen voor multinationals
Het wordt moeilijker voor multinationals om winsten te versluizen naar landen waar die niet of laag belast worden.....lees meer
 
02-01-17 Voordeel gratis woning of herkwalificatie huurinkomen: berekenen van dag tot dag
Voor bedrijfsleiders die een gratis woonst ter beschikking gesteld krijgen van hun vennootschap, of die een eigen onroerend goed verhuren aan hun vennootschap, gelden specifieke fiscale regels.....lees meer
 
01-01-17 Lagere BTW voor publieke fietsen in steden
De verhuur van publieke fietsen (“deelfietsen” van bijvoorbeeld Villo! in Brussel en Velo in Antwerpen) is vanaf 1 januari 2017 onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6%.....lees meer
 
20-12-16 DE EERBIED VAN DE FISCUS VOOR HET PRIVELEVEN EN HET EHRM…
De jongste jaren neemt de inmenging van de overheid in het privéleven toe. De fiscus kijkt mee over de schouders....lees meer
 
website door webalive