nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Weet wat U schenkt
 
De meeste bedrijfsleiders van familiale KMO's worden vroeg of laat geconfronteerd met de problematiek van de opvolging. Wie zal het uit de kluiten gewassen bedrijf verder zetten na de pensionering van de bedrijfsleider? Wanneer de bedrijfsleider naast het bedrijf ook nog eens een kroostrijk gezin leidt, worden de problemen er niet eenvoudiger op. De bedrijfsleider plaatst al zijn kinderen op voet van gelijkheid en wil dan ook de economische gelijkheid tussen hen respecteren, terwijl niet alle kinderen even geschikt of geïnteresseerd lijken om het roer van het familiaal bedrijf over te nemen. In het belang van het bedrijf duidt hij best het bekwaamste kind aan als opvolger. Of dat ook in het belang van zijn gezinsgeluk is, is een andere vraag. De andere kinderen mogen zich immers niet financieel benadeeld voelen. Zoals het een goede bedrijfsleider betaamt, zal hij noch het vennootschapsbelang noch het gezinsbelang verwaarlozen. Beide oogmerken zijn immers niet zo onverzoenbaar als ze op het eerste gezicht lijken.

Plan A : U doet niets
 
U zal het misschien niet geloven, maar dit is - weliswaar geheel ten onrechte - nog steeds een populaire techniek bij menig Belgisch bedrijfsleider. U herkent dit type bedrijfsleider aan de hand van de volgende kenmerken : hij leidt een rendabel bedrijf en ziet dan ook geen heil in verandering, hij denkt luidop dat het bedrijf niet zonder hem kan terwijl het andersom is, zijn kinderen staan officieel op de payroll van zijn bedrijf maar je treft ze zelden aan op de werkvloer, zijn aversie voor geneesheren sterkt zijn groeiend vermoeden dat hij zijn bedrijf eeuwig zelf zal blijven leiden, bij het horen van het woord 'opvolging' vertoont hij verdacht veel uiterlijke eigenschappen van een struisvogel en tenslotte bij diens overlijden zijn de kinderen bijzonder verbouwereerd omdat er niets geregeld is en er successierechten moeten worden betaald.

Voor het bedrijf beginnen dan pas de problemen. De kinderen hebben immers alle aandelen geërfd. Ofwel achten ze zich allen bekwaam om het bedrijf verder te leiden en staat het bedrijf binnen de kortste keren op zijn kop, ofwel zien ze in dat het bedrijf best geleid wordt door hun ene broer, die al jaren in het bedrijf werkt, en zijn ze dan ook bereid om hun aandelenparticipatie aan hem over te dragen tegen een prijs waarmee je een klein derdewereld land gedurende een achttal maanden van zowel voldoende voedsel als elektriciteit kan voorzien. De gedoodverfde opvolger dient in zulk scenario zodanig zware financiële engagementen aan te gaan, dat meteen ook de toekomstige rentabiliteit van het bedrijf wordt verhypothekeerd. Plan A is geen echt plan.

Plan B : U verkoopt uw bedrijf
 
U kent uw gezin als geen ander en meent dat het in ieders belang is dat het bedrijf wordt verkocht bij uw pensionering. In de mate dat het een verkoop aan een economisch onafhankelijke derde betreft, is de gerealiseerde meerwaarde in hoofde van een natuurlijke persoon bij een overdracht van aandelen in de regel vrijgesteld van inkomstenbelastingen. De verkoopprijs van het bedrijf is vervolgens veel eenvoudiger uit te geven of te verdelen onder uw kinderen dan het bedrijf zelf. Of de kinderen het geld erven dan wel gekregen hebben tijdens het leven van de ouders, geen van de kinderen kan zich financieel benadeeld voelen.

Plan C : U vervreemdt de aandelen onder voorbehoud van vruchtgebruik
 
Bij gebrek aan bewijs over het eeuwig leven besluit U dan toch maar om tijdig na te denken over de toekomst en de opvolging van het bedrijf. De bedrijfsleider die op dat ogenblik moet vaststellen dat hij eigenlijk geen geïnteresseerde kandidaten in zijn gezin aantreft, verwijzen we naar plan B en hoeft dan ook niet verder te lezen. De bedrijfsleider die gezegend is met een bekwame opvolger, moet ervoor zorgen dat deze laatste het bedrijf ongehinderd verder kan leiden, terwijl de andere kinderen financieel niet benadeeld worden. Hiervoor bestaan enkele technieken.

Eén daarvan is de schenking van de aandelen van de familiale onderneming aan het meest bekwame kind met voorbehoud van vruchtgebruik voor de ouders. Zodoende kunnen de ouders nog steeds het stemrecht uitoefenen op de algemene vergadering van aandeelhouders (in de mate dat de statuten dit recht toekennen aan de vruchtgebruiker) en kunnen zij bij voortduur de vruchten, zijnde de dividenden van de familiale ondernemingen opstrijken. De ouders zijn dus als vruchtgebruiker levenslang beschermd. Maar ook de begunstigde verdient bescherming tegen zijn broers of zussen. Men moet immers vermijden dat de opvolger achteraf (i.e. na het overlijden van beide ouders) niet geconfronteerd wordt met vorderingen tot inkorting in natura vanwege zijn broers of zussen, zodat deze laatsten vooralsnog eigenaar kunnen worden van de aandelen van de familiale vennootschap die destijds aan de opvolger waren toebedeeld.

Dit kan door de aandelen te vervreemden onder voorbehoud van vruchtgebruik aan het bekwaamste kind en de andere kinderen te laten in stemmen met deze vervreemding. Onder vervreemding kan zowel een verkoop als een schenking worden verstaan. Hoe werkt deze regeling nu ?

Artikel 918, eerste lid Burgerlijk Wetboek (B.W.) bepaalt dat vervreemdingen aan erfgenamen in de rechte lijn met voorbehoud van vruchtgebruik worden vermoed in werkelijkheid schenkingen te zijn. Indien een erflater aan een erfgerechtigde in rechte lijn een goed vervreemdt met voorbehoud van vruchtgebruik, dan moet deze schenking voor de waarde in volle eigendom (men houdt dus geen rekening met het feit dat de schenking bezwaard is met vruchtgebruik) worden aangerekend op het beschikbaar deel. Het beschikbaar deel is het deel waarover de erflater vrij kan beschikken (i.t.t. de reserve). Het overschot - d.w.z. wanneer de schenking het beschikbaar deel overschrijdt - is aan inkorting onderworpen.

De aanrekening op het beschikbaar deel veronderstelt dat de ouders een bepaald kind meer dan zijn reservatair erfdeel hebben willen geven: het houdt een bevoordeling in ten aanzien van de andere reservataire erfgenamen. Wanneer de schenking wordt aangerekend op het beschikbaar deel, vermoedt men dat het een schenking buiten erfdeel betreft die dus vrijgesteld is van inbreng bij overlijden van de schenker. Dit laatste is een vermoeden in het voordeel van de begiftigde-reservataire erfgenaam. Door de rechtsleer wordt echter meer en meer aanvaard dat dit een weerlegbaar vermoeden zou zijn, waardoor de schenker vooralsnog zou kunnen bepalen dat de vervreemding geschiedt als voorschot op erfdeel (zodat er geen sprake is van bevoordeling). Het verdient dan ook aanbeveling om duidelijk te bepalen dat de schenking als voorschot op erfdeel (gelijkheid tussen erfgenamen) of als 'buiten deel' (ongelijkheid tussen reservataire erfgenamen) moet worden aangemerkt.

Het probleem voor de begiftigde van de aandelen van de familiale vennootschap zit hem in de vrees voor de inkorting vanwege zijn broers of zussen. De inkorting gebeurt in de regel in natura: dit impliceert dat het teveel geschonkene (of de aantasting van de reserve) in natura moet worden teruggegeven. In bepaalde gevallen wordt daadwerkelijke teruggaaf van de geschonken goederen vervangen door de inkorting in waarde, dwz. door de betaling van een som geld (i.e. de tegenwaarde van het teveel geschonkene). Deze uitzondering wordt in de regel enkel toegestaan indien de begiftigde van de schenking een erfgerechtigde is en de erfgoederen zodoende toch in de familie blijven. Men neemt aan dat de schenking die wordt gedaan overeenkomstig artikel 918 BW. - zo er inkorting plaatsheeft - wordt ingekort in waarde (evenwel van de volle eigendom). Op deze manier kan men al verhinderen dat de opvolger (die intussen al jaren het bedrijf leidt) na het overlijden van de ouders de aandelen van de familiale vennootschap gedeeltelijk moet teruggeven aan zijn broers of zussen. Het ergste wat hem kan overkomen is de betaling van een opleg (in waarde) aan zijn broers of zussen, in de mate dat het beschikbaar deel zou zijn overschreden.

Ook bij een vervreemding onder voorbehoud van vruchtgebruik als voorschot op erfdeel, blijft de techniek van artikel 918 B.W. interessant. Dergelijke clausule heeft dan immers tot gevolg dat het geschonken goed, zonder dat de gelijkheid van de erfgenamen wordt doorbroken, definitief aan de begiftigde wordt toebedeeld, daar de begiftigde de schenking in waarde kan inbrengen (voor zover de andere erfgenamen niet met de schenking hebben ingestemd tenminste).

Plan D : U laat uw kinderen akkoord gaan met plan C
 
De ouders kunnen evenwel nog een stap verder gaan, indien zij de overige kinderen zover krijgen dat ze instemmen met de schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik aan het bekwame kind. Op grond van het tweede lid van artikel 918 BW. kunnen de toerekening en de inkorting niet meer gevorderd worden door de erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent en die in de vervreemding hebben toegestemd. Deze toestemming komt er volgens het Hof van Cassatie op neer dat aan erfgerechtigden die met de schenking instemden, de mogelijkheid wordt ontnomen om nog aanrekening van die schenkingen te vragen op het beschikbaar deel om ze eventueel te doen inkorten.

De medeondertekening heeft alleen tot effect dat de instemmende erfgerechtigden ten aanzien van die schenking afstand doen van hun recht aanrekening en inkorting te vorderen. Normaliter kan tijdens het leven van de schenkers niet verzaakt worden aan het recht om de inkorting te vorderen. Een en ander betekent dat duidelijk en zonder twijfel moet vaststaan dat de andere reservatairen aan hun medeondertekening deze draagwijdte hebben willen geven.

Sommigen zijn van oordeel dat de toestemming van de andere erfgenamen er in feite op neerkomt dat de vervreemding ten opzichte van de toestemmende reservataire erfgenamen definitief als ten bezwarende titel wordt erkend. Dit geldt ook, maar op een fictieve wijze, voor instemmingen met de openlijke schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik. In een dergelijk scenario impliceert de instemming dat de reservataire erfgenamen ermee akkoord gaan de schenking fictief als een vervreemding ten bezwarende titel aan te merken, zodat de vervreemde goederen niet tot de fictieve massa behoren en ontsnappen aan elke vordering tot inbreng of inkorting.

Wat er ook van zij : de instemming zoals voorzien door het tweede lid van artikel 918 B.W. komt er in ieder geval wel op neer dat het vervreemde goed het vermogen van de ouder(s) op definitieve wijze heeft verlaten en het bij de latere vereffening-verdeling van de nalatenschap geenszins nog ter sprake komt. Zij houdt dus een afstand van recht in, zodat ze niet vermoed wordt, maar klaar en duidelijk moet gebeurd zijn en met kennis van zaken. Dit betekent onder meer dat alleen meerderjarige bekwame erfgerechtigden dergelijke afstand rechtsgeldig kunnen doen. De voogd kan een dergelijke afstand niet in plaats van de minderjarige doen (Brussel 13 april 1972, Pas., 1972, 130).

Gevolg van deze afstand is echter wel dat men aanneemt dat de begiftigde nooit geen schenking heeft ontvangen. Hij kan voor het overige dus delen in de nalatenschap zonder dat de schenking hem zal worden aangerekend. De overige erfgenamen moeten zich hiervan dus zeer zeker bewust zijn. Het zal dan ook geen sinecure zijn om de anderen te laten instemmen. Veel hangt af van de manier waarop de zaken voorgesteld worden. Wanneer de ouders aan hun drie kinderen bijvoorbeeld een gelijke som geld schenken en vervolgens de aandelen onder voorbehoud van vruchtgebruik verkopen aan één kind (die hiervoor de geschonken geldsom aanwendt) met instemming van de andere kinderen, dan behoren de aandelen definitief aan het ene kind toe. De gekochte aandelen kunnen niet meer het voorwerp uitmaken van een vordering tot inkorting.

De kans is reëel dat de waarde van familiale aandelen op het ogenblik van het overlijden van de erflater aanzienlijk zal zijn gestegen. Aangezien echter alle reservataire erfgenamen uitdrukkelijk afstand hebben gedaan van het recht om inbreng en inkorting te vorderen, hebben zij niet meer het recht om op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap van de erflater inbreng te eisen van de aandelen (tegen de op dat ogenblik geldende waarde ervan) en is een eventuele waardestijging van het bedrijf (grotendeels dankzij de inspanningen van de opvolger) zonder invloed op de nalatenschap. En dat was de bedoeling van Plan D.

Tekst van artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek :
 
“De waarde in volle eigendom van de goederen die aan een van de erfgerechtigden in de rechte lijn vervreemd zijn, hetzij met last van een lijfrente, hetzij met afstand van het kapitaal, of met voorbehoud van het vruchtgebruik, wordt toegerekend op het beschikbaar gedeelte; en het overschot, indien er een is, wordt in de massa ingebracht.
 
Deze toerekening en deze inbreng kunnen niet worden gevorderd door de erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent en die in deze vervreemdingen hebben toegestemd, noch in enig geval door de erfgerechtigden in de zijlijn.”

Voorbehoud van vruchtgebruik is noodzakelijk
 
Enkel de vervreemdingen met voorbehoud van vruchtgebruik vallen onder het toepassingsgebied van artikel 918 van het Burgerlijk Wetboek. Schenkingen en handgiften in volle eigendom zijn niet vrijgesteld van inbreng op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap van de erflater. Indien tengevolge van deze schenkingen en handgiften het beschikbaar deel zou zijn overschreden (en dus de reserve zou zijn aangetast), kunnen deze schenkingen en handgiften in volle eigendom op het ogenblik van het overlijden van de erflater wel het voorwerp van een minnelijke of gerechtelijke vordering tot inkorting uitmaken, ongeacht eventuele instemming van andere erfgenamen bij de initiële schenking of handgift.

Didier VAN LAERE, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN.



10-07-17 Kilometervergoeding gaat eindelijk weer omhoog
De fiscaal aanvaarde kilometervergoeding is op 1 juli gestegen tot 0,3460 euro. De stijging komt na twee opeenvolgende jaren van daling als gevolg van de dalende brandstofprijzen.....read more
 
09-07-17 Buitenlandse spaarboekjes niet langer gediscrimineerd?
Tot enkele jaren geleden was de vrijstelling voor interest op spaarboekjes (voor de eerste schijf van 1.880 euro aan rente) voorbehouden aan Belgische spaarboekjes.....read more
 
03-07-17 Fiscus wordt strenger voor relatiegeschenken
De fiscus heeft zijn standpunt over het BTW-regime van relatiegeschenken geactualiseerd.....read more
 
02-07-17 Maximaal vier eetfestijnen per jaar om geld in te zamelen
De fiscus legt een limiet op aan het aantal evenementen waarmee een VZW of culturele instelling geld kan inzamelen zonder aan BTW onderworpen te worden.....read more
 
website by webalive