nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Advocaten   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
SCHIJNZELFSTANDIGHEID
 
De voorbije jaren werden verschillende belangwekkende arresten uitgesproken door het Hof van Cassatie inzake schijnzelfstandigheid. Deze arresten verlenen meer gewicht aan de kwalificatie die partijen zelf aan hun samenwerking geven, hetzij een zelfstandige samenwerking (aanneming, consultancy, ..) , hetzij een arbeidsrelatie. Het Hof stelde in opeenvolgende arresten dat wanneer de feitelijke elementen niet onverenigbaar zijn met de door partijen gekozen samenwerkingsvorm (meestal een aannemingsovereenkomst), de keuze van de partijen primeert.

Ook al ligt deze rechtspraak wel in de lijn van eerdere arresten, toch verlenen  deze arresten duidelijk meer gewicht aan de door partijen gekozen kwalificatie. Ook de arbeidsrechtbanken en -hoven volgden deze wending in de Cassatie-rechtspraak.

Door de aanzienlijke besparing die vooral inzake sociale zekerheid (voor een zelfstandige bedragen de sociale zekerheidsbijdragen maximaal 12.602,48 EUR per jaar) wordt gerealiseerd door het inruilen van een werknemersstatuut voor het statuut van zelfstandige, zijn de bevoegde overheidsdiensten erg beducht voor schijnzelfstandigen. Bovendien, in de mate dat de opdrachtgever hierdoor werkgeversbijdragen inzake sociale zekerheid kan uitsparen, is er vaak sprake van een win-win-situatie. Daar tegenover staat dan wel de minder uitgebreide sociale dekking die geboden wordt door het zelfstandigenstatuut, maar dat weegt niet steeds op tegen de besparing die kan gerealiseerd worden.

Daarenboven blijkt uit een verslag van het Rekenhof (verslag van mei 2004) dat de specifieke procedure die voorzien is op het ogenblik dat een werknemer zijn activiteiten voor dezelfde werkgever/opdrachtgever omzet naar een zelfstandige activiteit, niet volledig sluitend is. Tussen de lijnen door van dit verslag valt te lezen dat de bevoegde diensten slechts het topje van de ijsberg ontdekken.

Reeds geruime tijd is er sprake van een wetgevend initiatief vanuit de regering om de schijnzelfstandigheid af te blokken. Uit recente berichten blijkt echter dat deze plannen nog niet begraven zijn, maar integendeel, er achter de schermen nog wordt gewerkt aan een wettelijke regeling. Wij konden bepaalde teksten inkijken en gaan kort op een aantal krachtlijnen in.

Eigenlijk gaan de teksten terug op een model ter beoordeling van het al of niet zelfstandig statuut dat in 1999 op vraag van de middenstandsorganisatie Unizo werd uitgewerkt door een aantal universiteitsprofessoren. Deze formule omvatte 12 criteria die geregeld door de rechtspraak werden gebruikt om de samenwerkingsvorm te beoordelen.

In de teksten die nu besproken worden, wordt dit geheel nog wat verfijnd. Er wordt benadrukt dat in de eerste plaats de partijen zelf vrij de aard van hun samenwerking bepalen en dat bepaalde elementen (zoals de titel van de overeenkomst, de wijze waarop men gekend is bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, de sociale zekerheid, fiscus en BTW) van geen tel zijn.

Er wordt de ruimte voorzien voor bepaalde sectoren om specifieke criteria op te stellen, zodat er kan rekening gehouden worden met eigenheden van bepaalde sectoren. Daarnaast gelden ook algemene criteria die van toepassing zullen zijn op alle sectoren. Het betreft de volgende criteria: de wil der partijen, de vrijheid om de werktijd te organiseren, de vrijheid om het werk te organiseren en de mogelijkheid om hiërarchische controle uit te oefenen. Het valt echter niet uit te sluiten dat deze lijst van criteria nog zal worden aangevuld of gewijzigd. In de ontwerp-teksten is ook sprake van een rulingcommissie, die bij betwistingen over het statuut adviserend kan optreden en waar de kandidaat-zelfstandige zelf een soort zelfstandigheidsverklaring van zou kunnen verkrijgen. Iets gelijkaardig bestaat in België reeds voor de kunstenaars (de Commissie Kunstenaars die werd opgericht binnen de schoot van de RSVZ, de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van Zelfstandigen).

Het valt zeker te verwachten dat in dit dossier de volgende maanden nog druk zal overlegd worden, zo blijkt alvast uit de antwoorden van verschillende ministers op parlementaire vragen. Indien U wenst, houden wij U zeker op de hoogte van het verdere verloop.

Dylan CASAER, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



03-10-18 Melden aan UBO-register pas tegen 31 maart 2019
Alle vennootschappen – ook de kleine – moeten nu hun grote aandeelhouders (minstens 25%) melden aan het zogenaamde UBO-register. UBO staat voor “ultimate beneficial owner”, dus de uiteindelijk begunstigde(n) achter een vennootschap.....lees meer
 
03-10-18 Fiscale stimulans voor ombouw van winkel tot woning
De Vlaamse regering wil de leegstand van winkels in stadscentra bestrijden door vijf jaar lang een vrijstelling van onroerende voorheffing toe te staan als een winkelpand omgebouwd wordt tot een woning.....lees meer
 
24-09-18 Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector
De bestaande vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid wordt vanaf dit jaar uitgebreid tot de bouwsector. De voorwaarden zijn soepeler dan in de bestaande maatregel maar het vrijstellingspercentage ligt ook lager. ....lees meer
 
24-09-18 5 nieuwigheden over de maatschap in het kader van vermogensplanning
De maatschap zonder rechtspersoonlijkheid met een burgerrechtelijk doel (voorheen de burgerlijke vennootschap) wordt sinds jaar en dag gebruikt in het kader van vermogensplanning.....lees meer
 
website door webalive