nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
BTW-PROCEDURE - Schending van de rechten van verdediging
 
Het is onrechtvaardig een geldboete op te leggen wanneer een belastingplichtige de stukken bedoeld in artikel 60 W.B.T.W. niet kan voorleggen nu een gewezen zaakvoerder deze weigert af te geven. Dit is zeker het geval nu de gewezen zaakvoerder de stukken toch heeft overhandigd zonder dat de belastingplichtige hiervan op de hoogte was. Bovendien oordeelt de rechtbank dat een dwangbevel dat enkel gesteund is op gegevens die de fiscus heeft verkregen van een gewezen zaakvoerder, nietig is wanneer die gegevens niet vooraf aan de belastingplichtige werden voorgelegd. Dit maakt een schending van de rechten van verdediging uit  (Rb. Bergen 21 juni 2005).

Een vennootschap ontslaat op een buitengewone algemene vergadering haar zaakvoerder. Op diezelfde algemene vergadering beslissen de aandelenhouders de maatschappelijke zetel te verplaatsen. Die was tot dan gevestigd op het adres van de ontslagen zaakvoerder. De betrokken zaakvoerder verwerkt zijn ontslag moeilijk en weigert stukken van de vennootschap, waaronder de boekhouding, af te geven. Er ontstaat een discussie die uitmondt in een gerechtelijke procedure.

In het begin van het daaropvolgende jaar start de B.T.W.-administratie een onderzoek naar de activiteiten van de vennootschap. De ambtenaren begeven zich in eerste instantie naar de woonplaats van de ontslagen zaakvoerder die hen wijst op de beslissingen van de buitengewone algemene vergadering. Toch overhandigt de gewezen zaakvoerder de boekhoudkundige stukken die hij in zijn bezit heeft.

Wat later zetten de ambtenaren hun onderzoek verder op de nieuwe zetel van de vennootschap. In toepassing van artikel 61 W.B.T.W. vragen de ambtenaren de in artikel 60 W.B.T.W. bedoelde stukken voor te leggen. De vennootschap kan die stukken niet voorleggen. Zij verwijst naar de hangende gerechtelijke procedure tegen de ontslagen zaakvoerder. Voor de fiscus volstaat deze uitleg niet. Via een dwangbevel vordert de administratie een geldboete in van 2.478,94 EUR wegens een inbreuk op de artikelen 60 en 61 W.B.T.W.

Daarnaast vaardigt de B.T.W.-administratie een tweede dwangbevel uit waarin zij de B.T.W.-aftrek verwerpt. In dit dwangbevel wijst de fiscus op de tegenstrijdigheid tussen de stukken overhandigd door de gewezen zaakvoerder enerzijds en de door de vennootschap ingediende aangifte. Bijkomend wordt een geldboete opgelegd.

De feiten geschetst in het vonnis maken niet duidelijk of de belastingplichtige vóór het uitvaardigen van het tweede dwangbevel op de hoogte was dat de fiscus wel degelijk kennis had van de stukken. In ieder geval heeft de vennootschap de door de gewezen zaakvoerder overhandigde stukken niet kunnen inkijken tijdens de administratieve fase. De vennootschap vecht de inhoud van beide dwangbevelen aan voor de rechtbank.

De rechtbank is niet mals voor de fiscus.
 
Vooreerst oordeelt de rechter dat de fiscus perfect op de hoogte was van het conflict gerezen tussen de vennootschap en haar gewezen zaakvoerder. De fiscus wist dat de gewezen zaakvoerder de stukken onder zich hield. De belastingplichtige bevond zich in de onmogelijkheid om de stukken ter inzage voor te leggen.

Bovendien werden de gevraagde stukken wel degelijk ter inzage voorgelegd weliswaar niet door de belastingplichtige zelf maar door een derde (i.e. de gewezen zaakvoerder). De geldboete is volgens de rechtbank dan ook niet gerechtvaardigd.

Maar de rechtbank gaat nog verder: ook het tweede dwangbevel is nietig. In dit dwangbevel gaat de fiscus over tot het verwerpen van de B.T.W.-aftrek. De stukken overhandigd door de gewezen zaakvoerder zouden deze beslissing verantwoorden.

De rechtbank stelt vooreerst vast dat de door de gewezen zaakvoerder overhandigde stukken door de administratie vooraf niet werden voorgelegd aan de belastingplichtige. Bovendien blijkt uit een vonnis van de Rechtbank van Koophandel te Charleroi dat de discussie over de afgifte van de boekhoudkundige stukken ten tijde van het uitvaardigen van het dwangbevel nog steeds niet was beslecht.

Aangezien de vennootschap geen kennis had van de door de gewezen zaakvoerder overhandigde stukken, had de fiscus de verplichting om de belastingplichtige vóór het uitvaardigen van het dwangbevel uit te nodigen om kennis te nemen van de door een derde overhandigde stukken. Door dit niet te doen heeft de fiscus volgens de rechtbank de rechten van verdediging van de belastingplichtige geschonden.

Hoewel het de rechtbank niet met zoveel woorden stelt, is het duidelijk dat in huidige zaak de gewezen zaakvoerder allerminst de bevoegdheid had de boekhoudkundige stukken over te maken aan de fiscus. De fiscus heeft de documenten bijgevolg door verklikking verkregen. De vraag stelt zich concreet in een dergelijke situatie de B.T.W.-administratie verplicht is de belastingplichtige vooraf, i.e. vóór het uitvaardigen van een dwangbevel, op de hoogte moet brengen van gegevens die hij door verklikking van een derde heeft verkregen.

Inzake directe belastingen hebben gegevens afkomstig van derden hoogstens het karakter van te verifiëren gegevens. Deze gegevens dienen vooraf aan de belastingplichtige worden voorgelegd zodat deze zich tegen de uitlatingen van derden kan verdedigen (Antwerpen 17 juni 2003, Fisc. Koer. 2003, 603, Antwerpen 14 maart 1994, F.J.F. No 94/117).

Inzake B.T.W. bestaat geen verplicht te doorlopen administratieve procedure. De fiscus kan meteen een dwangbevel uitvaardigen zonder dat hij verplicht is de belastingplichtige vooraf van de wijzigingen op de hoogte te brengen.

De verdienste van het besproken vonnis bestaat erin dat rechtbank haar ethische overwegingen juridisch heeft ingekleed door een beroep te doen op het rechtsbeginsel van het recht van verdediging. Het is inderdaad onaanvaardbaar dat een belastingplichtige geconfronteerd wordt met informatie waartegen hij zich niet heeft kunnen verweren en die door de administratie werd ingewonnen als gevolg van handelingen die onverenigbaar zijn met de algemene rechtsbeginselen. Het standpunt van de rechtbank ligt in de lijn van oudere cassatierechtspraak terzake (cf. Cass. 7 juni 1960, Pas. 1960, I, 1153 en Cass. 13 mei 1986, F.J.F. No 86/144).

Leo DE BROECK en Jo ROSELETH, advocaten bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN.



08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....read more
 
07-08-17 Oldtimer pas vanaf 30 jaar
Samen met de ‘vergroening’ van de verkeersbelasting voor lichte vrachtwagens heeft de Vlaamse regering ook het fiscale statuut van oldtimers aangepast.....read more
 
06-08-17 Vier maanden extra voor fiscale bemiddeling
De fiscale bemiddelingsdienst biedt een extra mogelijkheid om een geschil met de fiscus in der minne te regelen.....read more
 
01-08-17 Fiscale regularisatie: formulieren voor ‘onsplitsbare bedragen’ in Staatsblad verschenen (BS 31/7/2017)
Op 23 mei 2017 werd zoals wij al eerder meedeelden een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
website by webalive