nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Advocaten   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
BELOON UZELF MET EEN MAANDELIJKS DIVIDEND
 
Vele Belgische managers oefenen hun activiteiten uit via een managementvennootschap. Door de hoge tarieven in de personenbelastingen is het gebruik van een managementvennootschap bij de hogere kaderleden in ons land bijzonder populair. Werken via een vennootschap kan inderdaad sociaalrechtelijke en fiscale voordelen opleveren, maar meestal worden niet alle vergoedingstechnieken ten volle benut. Een van deze mogelijkheden betreft de uitkering van voorschotten op dividenden, welke de manager-aandeelhouder toelaat om op eender welk ogenblik geld uit zijn vennootschap te halen, waarvan hij netto een hoger bedrag zal overhouden dan bij de toekenning van een 'gewoon' salaris.

In de praktijk stelt men dikwijls vast dat het gebruik van een (management)vennootschap niet echt geoptimaliseerd wordt. Door gebrek aan tijd en kennis wordt het nut van de vennootschap meer dan eens herleid tot een doorgeefluik : in vele gevallen wordt de vergoeding van de manager gestort aan zijn vennootschap, die op haar beurt een lagere bezoldiging uitkeert aan de manager zelf. Op deze manier spaart men het positief verschil in de vennootschap: men bouwt reserves op. Het voordeel hiervan ligt in het feit dat de tarieven in de vennootschapsbelasting (33%) lager zijn dan de hoogste tarieven in de personenbelastingen (50%). Een bijkomend voordeel van deze lagere persoonlijke bezoldiging is de besparing op sociale bijdragen voor zelfstandigen. Over alles wat men in de vennootschap laat 'hangen', dient men geen persoonlijke sociale bijdragen te betalen. Op zich is hier niks mis mee, maar bedrijfsleiders die centen uit hun vennootschap wensen te halen, zijn niet beperkt tot de opname van een bezoldiging.

De beslissing tot uitkering van een dividend is één van de alternatieven. In plaats van de winst in de vennootschap trachten te drukken door zichzelf hoge bezoldigingen (die zelf aan hoge tarieven belast worden) toe te kennen, kan het fiscaal opportuun zijn om de winst in de vennootschap hoog te houden en gedeeltelijk te gaan leven van dividenden, al dan niet gecombineerd met een bezoldiging.

Het jaarlijks dividend
 
Bij dividenden gaat men er van uit dat ze in principe maar éénmaal per jaar kunnen worden uitgekeerd, in de mate dat de vennootschap winst heeft gemaakt.

De algemene vergadering van aandeelhouders kan bij de goedkeuring van de jaarrekening beslissen wat er met de gerealiseerde winst van het voorbije boekjaar dient te gebeuren. Deze kan gereserveerd worden, aangewend worden om de verliezen van de vennootschap aan te zuiveren of uitgekeerd worden aan de aandeelhouder(s). Op deze “uitkeringen” dient de uitkerende vennootschap een roerende voorheffing in te houden die naargelang het geval 25% of 15% bedraagt (zie kader). Vennootschappen die opgericht zijn na 1994 en waarvan het maatschappelijk kapitaal in geld is volstort, kunnen veelal genieten van het tarief van 15% bij een dividenduitkering.

Vooral uitkeringen gedaan tegen het verlaagd tarief van roerende voorheffing van 15% zijn fiscaal zéér interessant, zeker wanneer deze gecombineerd kunnen worden met het zgn. verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting (van 24,25% tot 34,5%).

Dividenden maken immers deel uit van de winst van de vennootschap, hetgeen betekent dat ze eerst onderworpen worden aan de vennootschapsbelastingen alvorens ze kunnen worden uitgekeerd. Hoe lager het tarief in de vennootschapsbelasting, hoe hoger dus het uitkeerbaar dividend. Tot 25.000 Euro winst wordt een vennootschap, die kan genieten van het verlaagd opklimmend tarief (zie kader), belast tegen het voordeligste tarief van 24,25%. In deze hypothese kan er dus van 75,75% van de belastbare winst als dividenden worden uitgekeerd. Ter gelegenheid van de uitkering dient er nog roerende voorheffing te worden ingehouden. In de hypothese dat de vennootschap voldoet aan de voorwaarden voor de verlaagde roerende voorheffing (zie kader) betekent dit dat het uitkeerbaar dividend met 15% roerende voorheffing moet worden verminderd, hetgeen in dit voorbeeld een netto dividend van meer dan 64% betekent.

Als men weet dat men van een gewone bezoldiging na (para-)fiscale druk nauwelijks de helft overhoudt, dan is de keuze vlug gemaakt. Uiteraard heeft de fiscale wetgever de deur niet wagewijd opengezet : een vennootschap kan maar van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting genieten, in de mate dat ze niet meer dan 13% van haar gestort kapitaal uitkeert aan haar aandeelhouder(s). Een naamloze vennootschap met een maatschappelijk kapitaal van bijvoorbeeld 61.500 Euro mag dus jaarlijks maximaal 7.995 Euro aan dividenden uitkeren, indien ze bij voortduur wenst te genieten van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. 

Naarmate de belastbare winst van de vennootschap stijgt, daalt evenwel het (financieel) belang om te voldoen aan het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting. In de schijf van 25.000 tot 90.000 Euro betaalt men reeds 31% vennootschapsbelasting, hetgeen in de buurt komt van het normale tarief van 33% (zie het cijfervoorbeeld). Maar zelfs wanneer de vennootschap onderworpen is aan het normale tarief van 33%, blijft het fiscaal voordeliger om dividenden op te strijken in plaats van bezoldigingen vanuit uw vennootschap.

In de mate dat de vennootschap de roerende voorheffing heeft ingehouden en doorgestort aan de Schatkist, dient de genieter deze dividenden bovendien niet te vermelden op zijn aangifte in de personenbelastingen. Dit impliceert dan weer dat de genieter geen gemeentebelastingen betaalt op de ontvangen dividenden (vermits ze niet verrekend worden op zijn aanslagbiljet).

Tenslotte is het mooi meegenomen dat dividenden vanuit uw eigen vennootschap niet worden aangemerkt als beroepsinkomsten voor sociaalrechtelijke doeleinden, zodat hierop geen sociale bijdragen voor zelfstandigen verschuldigd zijn.

Eén van de grote nadelen van een dividenduitkering lijkt de tijdstipbeperking, nl. de datum van de jaarlijkse algemene vergadering. Niettegenstaande geduld een mooie deugd is, geniet de onmiddellijke verloning nog steeds de algemene voorkeur. Deze behoefte lijkt op het eerste gezicht niet te stroken met de techniek van dividenduitkeringen. Ons Wetboek van Vennootschappen voorziet evenwel onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid tot toekenning van interimdividenden, zodat de ongeduldige aandeelhouders niet telkens hoeven te wachten tot aan de datum van jaarvergadering.

Het interimdividend
 
Onder strikte voorwaarden is het toegelaten dat de Raad van Bestuur van een vennootschap op een ander tijdstip dan de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders kan beslissen om dividenden uit te keren. Dit noemt men het zogenaamde interimdividend. Het gebruik van interimdividenden is evenwel onder meer onderworpen aan de volgende voorwaarden :

- De uitkering van een interimdividend is enkel voorbehouden aan de naamloze vennootschap en de commanditaire vennootschap op aandelen;
- De statuten moeten de toekenning van interimdividenden uitdrukkelijk toelaten;
- Een toekenning van een interimdividend is slechts mogelijk ten vroegste zes maanden na het afsluiten van het voorgaande boekjaar en nadat de hierop betrekking hebbende jaarrekening is goedgekeurd;
- Interimdividenden kunnen slechts worden toegekend uit de winst van het lopende boekjaar, vermeerderd met de overgedragen winsten en verminderd met de overgedragen verliezen, waarbij er rekening moet worden gehouden met verplichte dotaties aan wettelijk of statutaire reserves. Een uitkering uit de beschikbare reserves is verboden (in tegenstelling tot tussentijdse dividenden - zie hieronder);
- Indien de toegekende interimdividenden uiteindelijk meer bedragen dan het door de algemene vergadering vastgestelde jaardividend, dan moet het teveel betaalde dividend worden beschouwd als een voorschot op het eventuele dividend van het volgende boekjaar. Het interimdividend is dus steeds definitief verworven. Het is geen voorwaardelijke betaling.

Tal van formaliteiten maken dat het niet steeds evident is om over te gaan tot de toekenning van een interimdividend. Een andere oplossing kan erin bestaan om een bijzondere algemene vergadering bijeen te roepen die kan beslissen om de reeds gereserveerde winsten (niet de lopende winsten) geheel of gedeeltelijk uit te keren. Dit noemt men het zgn. tussentijds dividend.

Het tussentijds dividend
 
Onder het begrip “tussentijds dividend” wordt verstaan een dividend dat niet door de jaarvergadering wordt goedgekeurd maar door een bijzondere algemene vergadering op een datum die niet samenvalt met de statutair voorziene datum voor de goedkeuring van de jaarrekening.

De beslissing inzake winstbestemming hangt naar Belgisch recht nauw samen met de goedkeuring van de jaarrekening. Lange tijd was het niet geheel zeker of de vennootschap buiten de regeling van het interimdividend om ook nog eens tussentijds kon overgaan tot de toekenning van dividenden aan haar aandeelhouder(s) en zodoende kon afwijken van een goedgekeurde jaarrekening en de daarin opgenomen winstbestemming.

Het Hof van Cassatie heeft deze discussie beslecht in een arrest van 23 januari 2003 door te stellen dat een bijzondere algemene vergadering op elk ogenblik van het boekjaar kan beslissen om aan de aandeelhouders een dividend uit te keren dat aan de beschikbare reserves wordt onttrokken, zonder daarbij de spelregels van het interimdividend te moeten volgen.

De winst die overgedragen of gereserveerd wordt door de jaarvergadering kan op een later tijdstip het voorwerp uitmaken van een tussentijdse dividendenuitkering in de mate dat deze winst niet door overgedragen verliezen wordt teniet gedaan, noch wettelijk of statutair onuitkeerbaar zou zijn. De bijzondere algemene vergadering kan nooit overgaan tot de uitkering van winsten van het lopende boekjaar. Dit is enkel mogelijk via de toekenning van interimdividenden.

Gezien vele managementvennootschappen de vorm hebben van een éénpersoons-bvba, is de bijeenroeping van een bijzondere algemene vergadering een kleine moeite. Voor de bedrijfsleiders die nog drukker bezet zijn dan de mobiele toiletten tijdens Marktrock en zelfs hiervoor geen tijd kan vrijmaken, rest nog één mogelijkheid welke compleet formaliteitloos is, nl. de opneming van voorschotten.

Voorschotten via de rekening-courant
 
De meest eenvoudige manier om 'de facto' van een gespreide betaling van dividenden te genieten, is de opneming van voorschotten via de rekening-courant. Dit kan op twee manieren :

a) men neemt maandelijkse voorschotten op de te verwachten dividenden, welke in de vennootschap geboekt worden op debet rekening-courant (vordering op aandeelhouder). Op het ogenblik van de jaarvergadering compenseert men de stand van debet rekening-courant met het bedrag van de uitgekeerde dividenden;
b) men neemt het eerste jaar geen voorschotten op de te verwachten dividenden, maar wacht tot op de daadwerkelijke beslissing tot uitkering van dividenden door de algemene vergadering der aandeelhouders. De vennootschap boekt het netto bedrag (na inhouding van roerende voorheffing) op credit rekening-courant (schuld aan aandeelhouder). De begunstigde neemt elke maand 1/12 op van zijn schuldvordering op de vennootschap. Op het openstaand saldo van de rekening-courant kan de begunstigde bovendien nog een interest vragen.

Variaties op hetzelfde thema met tussentijdse dividenden zijn ook mogelijk. Het spreekt voor zich dat geen enkele bezoldigingstechniek heiligmakend is, maar een vennootschap enkel en alleen gebruiken om zichzelf een bezoldiging toe te kennen is gewoonweg zonde. Men doet er goed aan om een mix te maken die uw netto beschikbaar inkomen zonder al te veel moeite kunnen verhogen. Eén van de bestanddelen die in deze mix zeker aanwezig moet zijn, is de toekenning van dividenden.

Wanneer geniet de vennootschap van de verlaagde roerende voorheffing van 15% ?
 
- de aandelen moeten vanaf hun uitgifte ofwel op naam zijn ofwel in België in open bewaargeving gegeven;
- de aandelen dienen te zijn uitgegeven vanaf 1 januari 1994;
- ter vertegenwoordiging van maatschappelijk kapitaal;
- dat overeenstemt met inbrengen in geld (dus geen inbrengen in natura).

Wanneer geniet de vennootschap van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelastingen ?
 
1° De vennootschap mag geen aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50% van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. Om te bepalen of de grens van 50% overschreden is, worden de aandelen, die ten minste 75% vertegenwoordigen van het gestorte kapitaal van de vennootschap die de aandelen heeft uitgegeven, niet in aanmerking genomen ;
   2° De aandelen die het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen moeten voor ten minste de helft in het bezit zijn van één of meer natuurlijke personen;
   3° De vennootschap mag geen dividenden uitkeren welke hoger zijn dan 13% van het gestorte kapitaal bij het begin van het belastbare tijdperk;
   4° De vennootschap moet aan ten minste één van haar bedrijfsleiders een bezoldiging van 30.000 EURO hebben toegekend of een bezoldiging die gelijk is aan of hoger is dan het belastbare inkomen van de vennootschap, wanneer die bezoldiging minder bedraagt dan 30.000 EURO;
   5° De vennootschap maakt geen deel uit van een groep waartoe een coördinatiecentrum behoort als vermeld in het koninklijk besluit nr. 187 van 30 december 1982 betreffende de oprichting van coördinatiecentra ;

De tarieven in de vennootschapsbelasting
 
Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 33%.

Wanneer de belastbare winst niet meer dan 322.500 EUR bedraagt, wordt de belasting evenwel als volgt vastgesteld (zgn. verlaagd opklimmend tarief):

    1° op de schijf van 0 tot 25.000 EUR : 24,25%;
    2° op de schijf van 25.000 EUR tot 90.000 EUR : 31%;
    3° op de schijf van 90.000 EUR tot 322.500 EUR : 34,5%.

Cijfervoorbeeld
 
De vennootschap heeft een belastbare winst van 50.000 Euro. In de eerste kolom geniet de vennootschap van het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelastingen en in de tweede kolom is de vennootschap onderworpen aan het normale tarief van 33,99% (inclusief aanvullende crisisbijdrage).
                                                     Verlaagd tarief   Normaal tarief
Belastbare winst vennootschap                 50.000             50.000
Vennootschapsbelastingen                      -14.291           -16.995
Vatbaar voor dividenduitkering                 35.709             33.005
Roerende voorheffing (15%)                    -5.356              -4.951
Netto beschikbaar                                   30.353             28.054
Netto beschikbaar in percentages                61%                56%

Didier VAN LAERE, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN.



20-11-17 Conforme factuur is geen voorwaarde voor BTW-aftrek
De fiscus vond ooit dat fouten op de factuur een voldoende reden zijn om de BTW-aftrek te verwerpen.....lees meer
 
18-11-17 Lager KMO-tarief, maar niet noodzakelijk voor huidige KMO’s
De regering is het eens geworden over alle details van de hervorming van de vennootschapsbelasting....lees meer
 
17-11-17 Privégebruik van computer of smartphone wordt minder zwaar belast
De fiscus houdt rekening met de realiteit dat elektronica de laatste jaren heel wat goedkoper geworden is. ....lees meer
 
03-11-17 Ook managementvennootschap mag winst maken
De fiscus staat vaak wantrouwig tegenover de oprichting van een managementvennootschap. In een recent geval dacht de fiscus daar alle reden toe te hebben.....lees meer
 
website door webalive