nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Vernietiging retroactieve werking roerende voorheffing op liquidatie- en inkoopboni. Heeft de fiscus een stok achter de deur?
 
De roerende voorheffing op inkoop- en liquidatieboni is eind 2002 ingevoerd met terugwerkende kracht tot begin 2002. Het Arbitragehof heeft die terugwerkende kracht vernietigd in de RV maar niet in de personenbelasting. Daar maakt de fiscus nu gebruik van om de liquidatieheffing alsnog toe te passen. Hij denkt daarvoor, op basis van de bijzondere aanslagtermijn, 12 maanden te hebben vanaf het moment dat beslist is over het bezwaarschrift tegen de aanslag in de roerende voorheffing (Circ. AOIF nr. 20/2005, 4 mei 2005, Ci.RH.231/566.182).

Terugwerkende kracht vernietigd
 
Ongeveer een jaar geleden vernietigde het Arbitragehof de terugwerkende kracht van de zgn. liquidatieheffing (art. 32 §1 eerste lid Wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, zie ook Fisc. Act. 2004, 25/1).

Die bepaling stelde een inkomstenbelasting en roerende voorheffing in van 10 % verschuldigd op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2002 en voor zover, als het gaat om de ontbinding van het maatschappelijk vermogen van een vennootschap, de vereffening niet is/was afgesloten vóór 25 maart 2002.

... maar niet inzake PB
 
Op 23 juni 2003 vernietigde het Arbitragehof dat artikel in zoverre het ook de vereffenings- en verkrijgingsuitkeringen die waren toegekend of betaalbaar  gesteld vóór 1 januari 2003, aan de roerende voorheffing onderwierp. De wetgever had volgens het Arbitragehof immers geen enkele serieuze verantwoording gegeven voor de retroactieve werking van die voorheffing. Inzake de inkomstenbelasting daarentegen, mocht de wetgever, aldus het Arbitragehof, de belasting op liquidatie- en inkoopboni geldig in werking laten treden op 1 januari 2002. De reden: het feit waarop de inkomstenbelasting betrekking heeft, het jaarinkomen van 2003, is pas definitief voltrokken op het einde van het belastbaar tijdperk (in dit geval 31 december 2002).

Maar inzake inkomstenbelasting mag wijziging op 31 december 2002 nog gelden voor heel 2002
 
De voorwaarden voor belastingheffing in de inkomstenbelasting kunnen dus niet worden beschouwd als zijnde definitief vastgelegd vóór het einde van het jaar (zie ook Fisc. Act. 2003, 43/7 en 1999, 42/3).

Automatische heropening bezwaartermijn
 
De vernietiging had een automatische heropening van de bezwaartermijn voor gevolg: krachtens artikel 18 van de Wet op het Arbitragehof opent een vernietigingsarrest een nieuwe bezwaartermijn van zes maand vanaf de bekendmaking van het arrest in het Staatsblad (19 juli 2004).

Fiscus betaalde RV probleemloos terug
 
De getroffen belastingplichtigen dienden massaal bezwaar in. Tot grote verwondering betaalde de Administratie gezwind de ingehouden roerende voorheffing van 10% terug.

De reden daarvoor is nu duidelijk geworden. De Administratie dacht namelijk nog een stok achter de deur te hebben. Zoals gezegd gold de vernietiging van de terugwerkende kracht enkel voor de roerende voorheffing.

Na één jaar nu circulaire
 
In een nieuwe circulaire van 4 mei 2005 (nr. CI.RH.231/566.182) stelt de Administratie nu, één jaar later en nadat zij al vele bezwaren betreffende de roerende voorheffing heeft ingewilligd, haar plannen voor om de misgelopen liquidatie- en inkoopboni van 2002 alsnog in de personenbelasting te belasten. Merk overigens op dat een aanslag in de personenbelasting wegens de gemeentelijke opcentiemen duurder uitkomt dan de roerende voorheffing.

Ook verkrijger mocht bezwaar indienen
 
In die circulaire zet de Administratie haar werkwijze minutieus uiteen. Eerst geeft zij ruiterlijk toe dat zowel de verkrijger als de schuldenaar van de liquidatie- en inkoopboni een bezwaarschrift mochten indienen tegen de aanslag in de RV. Zij stelt ook dat de terugbetalingen zullen gebeuren op het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin de beslissing tot terugbetaling is genomen. Er zullen ook moratoriumintresten worden toegekend.

... om nu in PB te belasten
 
Maar dan komt het. De Administratie onderstreept dat het Arbitragehof enkel de terugwerkende kracht van de roerende voorheffing heeft vernietigd en niet die van de personenbelasting. Daaruit volgt, aldus de Administratie, dat de liquidatie- en inkoopboni van 2002 in de personenbelasting niet kunnen worden vrijgesteld  van de aangifte in de personenbelasting.

Fiscus roept art. 358, § 1, 4° WIB 1992 in
 
De concrete inning van de misgelopen liquidatie- en inkoopboni van 2002 zal volgens de circulaire gebeuren in alle gevallen waarin een bezwaarschrift werd ingediend en de RV terugbetaald wordt, door de toepassing van de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, § 1, 4° van het WIB 1992. Dat wetsartikel laat de Administratie toe alsnog een aanslag te vestigen wanneer "bewijskrachtige gegevens uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens". De aanslag moet dan volgen binnen 12 maanden vanaf de datum waarop de Administratie kennis krijgt van die "bewijskrachtige gegevens". Volgens de circulaire is die aanvangsdatum, de datum van de "beslissing over het bezwaarschrift".

Artikel 358 betreft niet-aangegeven inkomsten ...maar er was geen aangifteplicht in de PB
 
De Administratie gaat wellicht uit van een verkeerde rechtsopvatting. Gelet op artikel 313 van het WIB 1992 kan er voor 2002 geen sprake zijn geweest van een aangifteplicht. Het ging immers om inkomsten waarop op grond van een wettelijke bepaling geen roerende voorheffing verschuldigd was (art. 264 2° WIB 1992). Artikel 313 van het WIB 1992 stelt uitdrukkelijk dat in de personenbelasting geen aangifte moet gebeuren van roerende inkomsten waarvoor een roerende voorheffing is gekweten, of die "krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen van de roerende voorheffing zijn vrijgesteld". Dat laatste bleef gedurende het inkomstenjaar 2002 van toepassing aangezien het Arbitragehof de retroactiviteit van de hervormingswet van 24 december 2002 vernietigd had. Er bestond dan ook geen aangifteplicht voor de in 2002 ontvangen liquidatie- en inkoopboni.

... omdat er vrijstelling van RV was na vernietiging
 
Ingevolge het vernietigingsarrest van het Arbitragehof zijn de in 2002 toegekende of betaalde liquidatie- of inkoopboni krachtens de wet (art. 264 WIB 1992) van de roerende voorheffing vrijgesteld. Zij moesten dan ook niet worden aangegeven in het aanslagjaar 2003.

De bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, 4° van het WIB 1992 lijkt ons dan ook niet direct een stok achter de deur te zijn.

Aanvangsdatum bijzondere aanslagtermijn?
 
Daarenboven kan men zich nog vragen stellen over de in de circulaire voorgestelde aanvangsdatum. Volgens de wet begint de bijzondere aanslagtermijn van artikel 358, 4° te lopen vanaf het moment dat de Administratie kennis krijgt van bewijskrachtige gegevens die uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de Administratie kennis krijgt van die gegevens. Door in de circulaire te stellen dat die aanvangsdatum de datum is waarop de beslissing over het bezwaarschrift valt, lijkt de Administratie zich tegelijk rechter en partij te maken, wat natuurlijk onmogelijk is. Het lijkt daarentegen sterk verdedigbaar dat de publicatie van het vernietigingsarrest in het Belgisch Staatsblad van 19 juli 2004 het moment was waarop de Administratie er kennis van kreeg dat belastbare inkomsten niet waren aangegeven. Het artikel 358, 4° WIB92 is immers zo ruim opgesteld dat alle gegevens waarvan de Administratie kennis krijgt, als bewijskrachtige gegevens kunnen worden gebruikt (Comm. IB. nr. 358/32). Hier zal de Administratie moeilijk kunnen stellen dat zij pas kennis nam van het vernietigingsarrest van het Arbitragehof op het moment van een directoriale beslissing. Zoals iedere belastingplichtige wordt ook van de Administratie verwacht dat zij het Belgisch Staatsblad dagelijks doorneemt. Bij de publicatie van het vernietigingsarrest mocht dus worden aangenomen dat de Administratie daadwerkelijk wist dat er een heleboel belastingplichtigen waren die in onderhavig geval enkel de bevrijdende roerende voorheffing hadden betaald en dus géén aangifte hadden gedaan in de PB. Vanaf dat ogenblik dient de belasting binnen de twaalf maanden te worden gevestigd.

Heeft fiscus nog maar tijd tot 19 juli 2005?
 
De termijn van twaalf maanden is in die optiek bijna verstreken. De Administratie kijkt bijgevolg tegen de onmogelijke taak aan om op enkele weken tijd een massa aanslagen te vestigen.

Principe van belastbaarheid in PB blijft
 
Dat standpunt alleen zal echter niet zaligmakend zijn in een belastinggeschil. Het blijft namelijk een feit dat de in 2002 toegekende of betaalde liquidatie- of inkoopboni belastbaar zijn in de personenbelasting. Of men ze nu moest aangeven of niet op grond van artikel 313 van het WIB 1992 doet daar niet aan af. Een vrijstelling van aangifte betekent immers niet noodzakelijk een niet-belastbaarheid. In ieder geval lijkt artikel 358, 4° van het WIB 1992 niet de meest aangewezen methode om de misgelopen belasting op de in 2002 toegekende of betaalde liquidatie- of inkoopboni alsnog te kunnen innen. Het blijft echter afwachten tot de eerste vonnissen en arresten om te zien hoe creatief de fiscus zal wezen. Wie een hond wil slaan, vindt allicht altijd een stok.

Philippe MISSOUL, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN.



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....read more
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....read more
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....read more
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....read more
 
website by webalive