nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
De Programmawet van 11 juli 2005 omvat onder meer de invoering van de effectisering van de fiscale vordering van de Staat en van een minimum van belastbare winst of baten voor ondernemingen of beoefenaars van een vrij beroep die  niet of niet tijdig een aangifte hebben ingediend.
15/07/2005 - Het Belgisch Staatsblad publiceerde op 12 juli 2005 een programmawet die fiscale beschikkingen bevat omtrent enerzijds de effectisering van de fiscale vorderingen van de Staat en anderzijds het minimum van belastbare winst of baten voor ondernemingen of beoefenaars van een vrij beroep die  niet of niet tijdig een aangifte hebben ingediend.

Concreet worden de volgende artikels gewijzigd door deze Programmawet : art. 143 en 342 W.I.B. 1991, art. 44 W.B.T.W.; art. 83/3 en 83/4 W. Succ.

De regels die voormelde overdracht van de fiscale vordering en voormeld minimum van belastbare winst of baten voor ondernemingen of beoefenaars van een vrij beroep die  niet of niet tijdig een aangifte hebben ingediend beheersen, worden hierna weergegeven.

1. De effectisering van de fiscale vorderingen van de Staat wordt door artikel 43 van de programmawet toegelaten.
Dit artikel bepaalt het volgende:

Ҥ 1. De Staat kan, met het oog op effectisering, de fiscale vorderingen inzake inkomstenbelastingen, die zijn opgenomen in een kohier, dat uitvoerbaar is verklaard, alsmede de vervallen en nog te vervallen interesten, overdragen. Niettegenstaande deze overdracht, blijft de Staat bevoegd om over te gaan tot de vestiging en de invordering van de belasting, overeenkomstig titel VII van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992, zijn uitvoeringsbesluiten, alsmede alle andere verdragsbepalingen en wettelijke en reglementaire bepalingen die de invordering van de belastingen mogelijk maken of waarborgen.

§ 2. De Staat wordt geacht, bij het stellen van alle handelingen en alle verrichtingen strekkende tot de vestiging en de invordering van de belasting, de schuldeiser van de overgedragen schuldvorderingen te zijn.

De overdracht blijft zonder gevolgen wat betreft de fiscale aard van de schuldvordering, en de rechten en verplichtingen van de Staat, die de vestiging en invordering van de belastingen mogelijk maken of waarborgen, met inbegrip van de prerogatieven van de Staat en de bestaande en nog te vestigen zekerheden, waarborgen, voorrechten en hypotheken. De overdracht blijft zonder gevolgen wat betreft de rechten en verplichtingen van de schuldenaren.

§ 3. De overdracht ontneemt aan de Staat en elke persoon die in welke hoedanigheid ook tussenkomt in de toepassing van de belastingwetten, niet het persoonlijk en rechtstreeks belang dat wettelijk vereist is om in rechte op te treden, als eiser of als verweerder voor welke gerechtelijke instantie ook, in elk huidig en toekomstig geschil betreffende één of meer overgedragen schuldvorderingen.

§ 4. De schuldvorderingen worden op onherroepelijke wijze en ten bezwarende titel overgedragen, bij wijze van verkoop.

De ingevorderde bedragen die het totaal van de bedragen verschuldigd door de overnemer aan de inschrijvers op de effecten uitgegeven in het kader van de effectisering en de kosten van de effectiseringsverrichting overschrijden, komen toe aan de Staat.

§ 5. De artikelen 1692 en 1699 tot en met 1701 van het Burgerlijk Wetboek, en artikel 5 van de hypotheekwet van 16 december 1851 zijn niet van toepassing op de overdracht door de Staat van de fiscale vorderingen met het oog op effectisering.

§ 6. De overdracht wordt verwezenlijkt op een wijze die waarborgt dat de gegevens meegedeeld aan de overnemer om de effectisering van de fiscale vorderingen mogelijk te maken, door die overnemer niet in verband kunnen worden gebracht met een bepaalde of bepaalbare persoon.”

2.  Het minimum van belastbare winst of baten.
De Programmawet voorziet in art. 41 tevens in de de invoering van een derde paragraaf in artikel 342 van het WIB die als volgt luidt:

" §3. Bij niet-aangifte of bij laattijdige overlegging van de aangifte, zijn de belastbare minima die door de Koning in uitvoering van § 2 zijn vastgesteld, eveneens van toepassing op elke onderneming en beoefenaar van een vrij beroep."

Tot aan de Programmawet hadden de belastbare minima zoals voorzien in §2 van artikel 342 slechts betrekking op buitenlandse ondernemingen in België. Deze belastbare minima worden  dus uitgebreid tot alle ondernemingen en beoefenaars van een vrij beroep die hun aangifte niet of niet tijdig hebben ingediend. Belangrijk daarbij op te merken is dat dit minimum van toepassing is vanaf het aanslagjaar 2005 bij  niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte na de tiende dag volgend op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.



02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lire la suite
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lire la suite
 
25-11-19 Vereffende vennootschap: fiscus kan nieuwe aanslag vestigen op naam van vereffenaar
Als de fiscus een aanslag vestigt op naam van een vereffende vennootschap, is die aanslag eigenlijk ongeldig. Tot nu toe had de fiscus weinig mogelijkheden om dat recht te zetten. Maar de wet is nu aangepast om de fiscus de kans te bieden alsnog een geldige aanslag te vestigen.....lire la suite
 
12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lire la suite
 
site web par webalive