nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Betaal zelf uw investeringen - Belastingaftrek voor risicokapitaal
12/07/2005 - Reeds lang breekt de wetgever zich het hoofd over een elegante oplossing voor het probleem dat investeringen met vreemd vermogen of kredieten voor een onderneming dikwijls fiscaal gunstiger uitkomt dan investeringen met eigen middelen te bekostigen. Wanneer voor een investering een externe financiering wordt aangegaan, zijn de betaalde interesten immers een fiscaal aftrekbare kost voor de onderneming. Wordt de investering daarentegen met eigen middelen betaald, dan stond daar tot voor kort nagenoeg geen afdoende compensatie of stimulans tegenover. In navolging van de zgn. investeringsreserve, welke uitsluitend geldt voor KMO's, moet ook de kersverse belastingaftrek voor risicokapitaal daar nu verandering in brengen. Volgens Verhofstadt een wereldprimeur...

De voorloper : de investeringsreserve
In vergelijking met andere ondernemingen hebben kleine KMO's moeilijker toegang tot kredieten en liggen de financieringskosten voor investeringen dikwijls hoger. Om zgn. autofinanciering (of investeren met eigen centen) in KMO's aan te moedigen, heeft de wetgever sinds aanslagjaar 2004 de investeringsreserve ingevoerd. De maatregel houdt in dat KMO's hun winsten gedeeltelijk kunnen vrijstellen door de aanleg van een investeringsreserve, die vervolgens op korte termijn moet aangewend worden om een effectieve investering te verwezenlijken.

In vergelijking met andere ondernemingen hebben kleine KMO's moeilijker toegang tot kredieten en liggen de financieringskosten voor investeringen dikwijls hoger. Om zgn. autofinanciering (of investeren met eigen centen) in KMO's aan te moedigen, heeft de wetgever sinds aanslagjaar 2004 de investeringsreserve ingevoerd. De maatregel houdt in dat KMO's hun winsten gedeeltelijk kunnen vrijstellen door de aanleg van een investeringsreserve, die vervolgens op korte termijn moet aangewend worden om een effectieve investering te verwezenlijken.

In een notendop komt de investeringreserve er op neer dat KMO's de helft van hun (gecorrigeerde) gereserveerde winst belastingvrij kunnen houden met een plafond van 18.750 Euro. Dit klinkt eenvoudig, maar voor de correcte berekening van deze vrijstelling dient men minstens een aantal jaren hogere wiskunde te hebben gevolgd. De vennootschap moet vervolgens - binnen een termijn van drie jaar die  aanvangt op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd en ten laatste bij haar ontbinding - een bedrag gelijk aan de investeringsreserve investeren in bepaalde afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa. Vergeet men dit te doen, dan wordt de investeringsreserve als belastbare winst beschouwd. Hetzelfde probleem doet zich voor bij de vervreemding van de investering binnen de drie jaar na de aankoop.

Wat velen niet weten bij de investeringsreserve, is dat de vrijstelling uiteindelijk slechts een 'uitstel' van belastingen is. De vrijstelling geldt slechts zolang de zogenaamde onaantastbaarheidsvoorwaarde wordt nageleefd: dit betekent dat de investeringsreserve op een afzonderlijke rekening van het passief moet geboekt worden en niet mag worden uitgekeerd. Welnu, ten laatste bij de vereffening van de vennootschap wordt het volledig vermogen uitgekeerd aan de aandeelhouders en dus ook het bedrag van de investeringsreserve, waardoor dit laatste belastbaar wordt en toegevoegd wordt aan het fiscaal resultaat van de vennootschap.

Terecht werd de complexiteit van deze investeringsreserve dikwijls gehekeld, die bovendien om één of andere obscure reden enkel geldt voor KMO's. De behoefte aan een algemene stimulans voor 'alle' vennootschappen om het eigen vermogen op te krikken en de eigen middelen aan te wenden voor investeringen bleef bestaan.

De wereldprimeur : de belastingaftrek op risicokapitaal
De wetgever heeft op 22 juni jl. de Wet tot invoering van een belastingaftrek op risicokapitaal goedgekeurd, welke in werking treedt vanaf aanslagjaar 2007. Deze belastingaftrek, welke ook wel eens de “notionele interestaftrek” wordt genoemd, houdt in dat de belastbare grondslag van de vennootschap mag worden verminderd met een bedrag gelijk aan de fictieve rentabiliteit van het eigen vermogen, berekend op een OLO-rentevoet op 10 jaar (lineaire obligatie) met een absoluut maximum van 6,5%. Men neemt telkens het gemiddelde rentevoet van het voorlaatste jaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Voor aanslagjaar 2007 zal men dus de gemiddelde OLO-rentevoet van het jaar 2005 gebruiken. Deze bedraagt op vandaag 3,50%. In concreto betekent dit dat de belastbare winst in beginsel ten belope van 3,50% van het eigen vermogen kan worden vrijgesteld van vennootschapsbelastingen. Dit bedrag is gedurende 7 jaar overdraagbaar in de mate dat er onvoldoende winst was.

Het eigen vermogen van een vennootschap bestaat in de regel uit het kapitaal, de uitgiftepremies, de herwaarderingsmeerwaarden, de reserves, de overgedragen winst of verlies en de kapitaalsubsidies. Om de belastingaftrek te berekenen, neemt men telkens het (gecorrigeerd) eigen vermogen zoals dat bestond op het einde van het vorig boekjaar.

Ook deze maatregel beoogt de huidige discriminatie tussen de fiscale behandeling van een financiering met vreemd vermogen (de betaalde interesten zijn momenteel immers aftrekbaar van de belastbare basis) en financiering met eigen vermogen af te schaffen. De zgn. “autofinanciering” van de ondernemingen moet hierdoor worden gestimuleerd. Als klap op de vuurpijl wordt de kapitaalinbreng ook nog eens aangemoedigd door het inbrengrecht vanaf 1 januari 2006 op nul te brengen (met uitzondering voor de inbreng van onroerende goederen welke worden aangewend voor bewoning). Dit betekent dat elke inbreng in het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap zal genieten van een vrijstelling van inbrengrecht (dat voorheen 0,5% bedroeg). Dit duidt erop dat het de Belgische regering menens is om (opnieuw) investeringen in Belgische bedrijven aan te trekken. Men heeft op het eerste gezicht dan ook geen excuus meer om de investeringen niet uit eigen portemonnee te betalen : over de verhoging van het maatschappelijk kapitaal van een vennootschap is vooreerst geen inbrengrecht meer verschuldigd en vervolgens wordt de fiscale winst ten belope van een bepaald percentage van het (gecorrigeerd) eigen vermogen vrijgesteld. Mooier kan het niet, ware het niet dat er een waslijst uitzonderingen voorzien zijn.

De belastingaftrek is in principe gelijk zijn aan een bepaald percentage van het 'eigen vermogen'. Maar op dat eigen vermogen zullen om uiteenlopende redenen een aantal correcties moeten worden toegepast, die de belastingaftrek stukken minder attractief maakt.

Dit zal o.m. het geval zijn voor de 'eigen aandelen' die de vennootschap aanhoudt, en voor de 'financiële vaste activa die uit deelnemingen in en andere aandelen bestaan'. Ook zullen er verminderingen dienen te gebeuren wanneer de vennootschap activa in bezit heeft die louter als 'belegging' gehouden worden en die niet bestemd zijn om periodiek belastbare inkomsten voort te brengen. Hetzelfde geldt wanneer zij materiële vaste activa zou aanhouden die op onredelijke wijze de beroepsbehoeften zouden overtreffen. Tenslotte dient het eigen vermogen verminderd te worden met de boekwaarde van de onroerende goederen waarvan de bedrijfsleider of zijn gezin het gebruik heeft. Het is op heden onduidelijk of het al dan niet gedeeltelijk beroepsmatig gebruik van een woning een (pro rata) effect heeft op het bedrag van de vermindering van het eigen vermogen.

Uiteindelijk blijkt de regering in het kader van deze belastingaftrek niet meegaander te zijn dan de gemiddelde flik op oudejaarsavond. Gezien de gemiddelde KMO dikwijls aandelen en/of een onroerend goed op de actiefzijde van zijn balans staan heeft, mist de maatregel gedeeltelijk zijn doel en laat ze de initiële discriminatie met externe financiering dan ook onverminderd bestaan. Voor deze uitsluitingen doet men er nog steeds goed aan een externe financiering aan te gaan, vermits de hierop verschuldigde interesten bij voortduur wel fiscaal aftrekbaar blijven. Dit leidt ertoe dat zgn. autofinanciering voor deze activa ontmoedigd wordt en dat de Schatkist uiteindelijk (door de aftrek van de werkelijke betaalde interesten) haar verhoopte meer-ontvangsten vooralsnog misloopt.

Holdingvennootschappen kunnen overwegen om hun (buitenlandse) dochtervennootschappen gedeeltelijk om te zetten in vorderingen alvorens de maatregel van de notionele interestaftrek (dus vóór aanslagjaar 2007) in werking treedt. Dit kan door de dochtervennootschap(pen) een kapitaalvermindering en/of een dividenduitkering te laten uitvoeren, waarbij er geen liquiditeiten verschoven worden maar waarbij de holding een vordering boekt op de dochtervennootschap en de boekwaarde van haar financieel vast actief correlatief aanpast. Zodoende verkleint de fiscale netto waarde van het financieel vast actief dat in mindering moet worden gebracht van het eigen vermogen van de holdingvennootschap.

De notionele interestaftrek is niet beperkt tot KMO's, maar geldt voor 'alle' vennootschappen. KMO's hebben evenwel de keuze tussen de (complexe) investeringsreserve en de notionele interestaftrek, die voor KMO's steeds 0,5% hoger zal zijn dan de notionele interestaftrek voor 'andere' vennootschappen. Op vandaag zou de aftrek dus voor KMO's 4% (3,5% + 0,5%) bedragen. Een mooi extraatje voor KMO's die reeds een stevig eigen vermogen hebben opgebouwd. Startende KMO's die geen andere keuze hebben dan beroep te doen op kredieten voor hun operationele werking, hebben evenwel weinig boodschap aan de notionele interestaftrek.

Wanneer een KMO opteert voor de investeringsreserve, dan geldt deze keuze meteen voor de volgende twee boekjaren en kan ze gedurende deze periode niet genieten van de notionele interestaftrek. Beide systemen zullen dus niet cumuleerbaar zijn. Deze regels (dus ook de gevolgen van de keuze voor de investeringsreserve) treden evenwel maar in werking vanaf aanslagjaar 2007, dus voor de aanslagjaren 2005 en 2006 kan de vennootschap nog ongestoord een vrijgestelde investeringsreserve aanleggen.

Wellicht zullen de meeste KMO's nadien voor de notionele interestaftrek verkiezen, vermits een investeringsreserve later ooit belast zal worden, terwijl de notionele intrestaftrek een permanente, jaarlijkse besparing betekent. Bovendien genieten KMO's van een extra renteaftrek van 0,5% bovenop de gebruikelijke aftrek. Tenslotte geldt er bij de investeringsreserve een investeringsverplichting, terwijl deze finaliteit niet bestaat bij de notionele interestaftrek.

De compenserende maatregelen : voor wat, hoort wat
De federale regering schat de budgettaire impact van de maatregel 'notionele interestaftrek' op 560 miljoen Euro. Naar goede gewoonte dienen er bij invoering van nieuwe fiscale steunmaatregelen dikwijls voorheen gedane concessies opnieuw te worden prijsgegeven. Deze keer is het niet anders. De invoering van de belastingaftrek betekent meteen het einde van de gewone investeringsaftrek en van het belastingkrediet. Initieel was er in het voorontwerp zelfs sprake van de opdoeking van de investeringsreserve, maar dit blijft vooralsnog overeind met dien verstande dat er wel geen cumulatie mogelijk is.

Om overlappingen te vermijden, wordt voor investeringen vanaf aanslagjaar 2007 de gewone investeringsaftrek voor vennootschappen afgeschaft. Binnenlandse vennootschappen die onderworpen zijn aan het verlaagd opklimmend tarief in de vennootschapsbelasting kunnen uit hoofde van een hele reeks nieuwe investeringen een extra aftrek krijgen van 3% op de aanschaffingswaarde. De investeringsaftrek wordt zelfs toegestaan wanneer voor de investering een krediet wordt aangegaan, die nog eens fiscaal aftrekbare interesten oplevert. Dit behoort weldra tot het verleden voor de vennootschappen. Ook de gespreide investeringsaftrek verdwijnt. Indien de vennootschap op de eerste dag van het belastbaar tijdperk van de investering minder dan 20 werknemers in dienst heeft, dan krijgt ze voor haar investeringen 10,5% extra aftrek. De investeringsaftrek wordt dan wel gespreid a rato van de afschrijvingen die elk boekjaar werden geboekt. De verhoogde investeringsaftrek (voor octrooien, onderzoek & ontwikkeling, rationeler energieverbruik en beveiliging) blijft evenwel bestaan, maar had sowieso al een veel beperkter toepassingsgebied.

Tenslotte verdwijnt ook het belastingkrediet, dat nog maar sinds 1999 bestaat. Een KMOkan bij een kapitaalverhoging met contant geld een belastingkrediet krijgen. Die extra aftrek bedraagt 7,5% van het in geld gestort kapitaal, met een maximum van 19.850 Euro. Die aftrek verdwijnt met ingang van het aanslagjaar 2007. Dat is logisch, anders zou men voor hetzelfde kapitaal (als bestanddeel van het eigen vermogen) tweemaal een aftrek kunnen genieten. Deze stimulans blijft nog tot aanslagjaar 2007 onverkort bestaan. Een verstandig bedrijfsleider zal dan ook overwegen om nog dit jaar een kapitaalverhoging door te voeren, welke recht zal geven op een belastingkrediet en die vanaf aanslagjaar 2007 bovendien in aanmerking zal worden genomen voor de berekening van de notionele interestaftrek. De enige (relatief beperkte) keerzijde aan de medaille is dat het inbrengrecht van 0,5% dit jaar nog niet op nul wordt gezet, zodat dit bij een eventuele kapitaalverhoging tijdens 2005 verschuldigd blijft. Vennootschappen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar kunnen zich niet veroorloven om met de kapitaalverhoging te wachten tot na 1 januari 2006 (i.e. datum waarop het inbrengrecht op nul wordt gezet), vermits ze zich dan in aanslagjaar 2007 bevinden. En vanaf dat ogenblik kan het belastingkrediet niet meer worden toegepast. Het zou zonde zijn om een belastingkrediet van 7,5% te mislopen om een minimale besparing van 0,5% inbrengrecht te realiseren.

Het terugverdien-effect ingevolge de compenserende maatregelen wordt door regering slechts op 57 miljoen Euro geschat. Wat lijkt op een budgettaire catastrofe, moet evenwel op macro-economisch vlak de investeringen doen aanzwengelen en dient ons imago op te poetsen bij buitenlandse investeerders na de aangekondigde afschaffing van de coördinatiecentra.

Is mijn bedrijf een KMO ?
Met KMO's bedoelt men de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid die voor het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden, tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt :

- jaargemiddelde van het personeelsbestand : 50;
- jaaromzet, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde : 7.300.000 EUR;
- balanstotaal : 3.650.000 EUR;

Verplichte correcties op het eigen vermogen
De belastingaftrek is in principe gelijk zijn aan een bepaald percentage van het 'eigen vermogen'. Het bedrag van het eigen vermogen moet evenwel vooraf worden verminderd met de (fiscale netto of boek)waarde van de volgende bestanddelen :

- eigen aandelen;
- financiële vaste activa;
- aandelen van zgn. DBI-beleggingsvennootschappen;
- herwaarderingsmeerwaarden;
- kapitaalsubsidies;
- kosten van activa die op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen (vb.: pleziervaartuig, Rolls Royce);
- bestanddelen die als belegging worden gehouden en die door hun aard niet bestemd zijn om een periodiek inkomen voort te brengen (vb.: goud, kunstvoorwerpen, enz.);
- onroerende goederen of andere zakelijke rechten m.b.t. dergelijke goederen waarvan de bedrijfsleider, zijn echtgenote of zijn kinderen het gebruik hebben

Wie zijn uitgesloten van de notionele interestaftrek ?
- KMO's die opteren voor de vrijgestelde investeringsreserve (tijdelijke uitsluiting)
- Erkende coördinatiecentra;
- De vestigingen in een reconversiezone;
- De beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal (BEVEK), met vast kapitaal (BEVAK) of in schuldvorderingen (VBS)
- De coöperatieve participatievennootschappen
- De zeescheepvaartvennootschappen onderworpen aan tonnage-taks

Didier VAN LAERE, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



07-04-17 Tax shelter film: Corsan-gedupeerden kunnen rekenen op begrip van fiscus
Wie het tax shelter-voordeel aan zijn neus voorbij ziet gaan omdat de productiemaatschappij niet aan zijn verplichtingen voldoet en dus niet aan de nodige attesten geraakt, zal in de meeste gevallen de fiscale schade kunnen beperken.....lire la suite
 
06-04-17 Betalingen aan belastingparadijzen: ruimere aangifteplicht voor betalingen vanaf 14 juli 2016
Samen met de aangifte vennootschapsbelasting moet ook aangifte gedaan worden van alle betalingen die men tijdens het belastbaar tijdperk gedaan heeft aan een “belastingparadijs” (als de drempel van 100.000 euro aan dergelijke betalingen overschreden wordt). ....lire la suite
 
05-04-17 Fiscale cijfers voor 2017 (II)
Omdat verschillende geïndexeerde bedragen dit jaar pas laat gepubliceerd zijn, volgt hieronder een aanvulling op ons eerste overzicht van de fiscale cijfers voor 2017 (zie ons artikel “Fiscale cijfers voor 2017”). ....lire la suite
 
21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....lire la suite
 
site web par webalive