nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Gemeentebelastingen - Belasting op bedeling reclamedrukwerk niet verboden
 
17/02/2005 - De jongste tijd staat de gemeentelijke belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk fel ter discussie. Na het arrest van de Raad van State van 24 juni 2004, een vonnis van de rechtbank van Leuven van 25 juni 2004 (besproken in Fisc. Act. 2004, 36/5) en een van de rechtbank van Antwerpen (22 november 2004, 04582605) was het op 24 december 2004 de beurt aan de rechtbank van eerste aanleg te Brussel om zich erover uit te spreken. Het ging over de gemeentebelasting van Hoeilaart op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken. Net als in die andere recente rechtspraak krijgt de gemeente gelijk (Rb. Brussel 24 december 2004, 04582521).

Vestiging van een octrooi?

Zoals de Raad van State en de rechtbank van eerste aanleg van Brussel en Antwerpen al eerder geoordeeld hebben, verwerpt ook de Brusselse rechter het argument van de belastingplichtige dat een belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk een verboden octrooi invoert.

De Raad van State heeft een octrooi gedefinieerd als «een indirecte verbruiksbelasting die geheven wordt op het product dat verbruikt wordt en die aldus gevoegd wordt bij de prijs ervan, alvorens het product uiteindelijk bij de verbruiker terechtkomt". Volgens de Raad van State «bestaat het kenmerk van een octrooi erin dat het op het product zelf geheven wordt» (arrest nr. 85.563 van 23 februari 2000, NV Carmeuse t. Fosses-la-Ville).

Het Hof van Cassatie definieert een octrooi als «een indirecte belasting op een voorwerp van plaatselijke consumptie om te voorzien in de algemene behoeften van de plaatselijke overheid die het invoert» (Cass. 10 november 1994, AJT 1994-95, 433).

Geen goed, wel dienst belast

De Brusselse rechtbank stelt nu, net zoals de Raad van State in zijn arrest van 24 juni 2004 en de Leuvense en Antwerpse rechtbank, vast dat de belasting wordt gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met een handelskarakter. De belasting drukt volgens de rechtbank bijgevolg niet op een goed maar wel op een dienst, namelijk de kosteloze bedeling van reclamedrukwerk.

Omdat, volgens de rechtbank, het belastingreglement niet de drukwerken zelf treft, maar de verspreiding ervan, vestigt het geenzins een octrooi.

De rechtbank verwerpt daarmee uitdrukkelijk de andersluidende zienswijze van het hof van beroep van Luik (Luik 8 februari 2002, FJF 2002, 356), dat in een soortgelijk geval wel tot het bestaan van een verboden octrooi besloot. De belastingplichtige riep volgens de rechtbank ten onrechte in dat het Luikse arrest nadien bevestigd is door het Hof van Cassatie in zijn arrest van 12 september 2003 (FJF nr. 2004/29). Volgens de rechtbank heeft het Hof van Cassatie zich over die kwestie niet ten gronde uitgesproken (zie ook Fisc. Act. 2004, 36/5). Het cassatiemiddel in verband met het al dan niet verboden karakter van het belastingreglement op de verspreiding van reclamedrukwerk wees het hof immers af als niet voldoende nauwkeurig.

Beperking van de vrijheid van handel en industrie?

De belastingplichtige wierp ook de schending van de vrijheid van handel en industrie op, die wordt gehuldigd in het Decreet d’Allarde. De rechtbank antwoordt daarop dat het Decreet d’Allarde geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de overheid om belastingen te heffen op de economische en handelsactiviteiten (R.v.St. 14 maart 2000, nr. 85.916).

De Brusselse rechtbank stelt trouwens in concreto vast dat het belastingreglement helemaal geen belemmering of verhindering betekende voor de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk met handelskarakter.

Schending van het gelijkheidsbeginsel?

Volgens de rechtbank schendt een belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk ook het gelijkheidsbeginsel niet. Tot hetzelfde besluit waren ook de Raad van State en de Leuvense rechtbank gekomen.

Er wordt, zoals de belastingplichtige stelt, een onderscheid gemaakt tussen geadresseerd en niet-geadresseerd drukwerk. Maar dat onderscheid is volgens de rechtbank gesteund op een objectief criterium. Er is namelijk een objectief verschil tussen ongeadresseerd drukwerk met handelskarakter en geadresseerde dagbladen. De rechtbank verwijst daarbij naar het Arbitragehof, dat verwees naar de rol die de dagbladpers in een democratische maatschappij speelt en de noodzaak om het pluralisme in de opiniepers te handhaven, en besloot dat om die reden de zorg om de lasten die op de pers drukken niet te verzwaren, verantwoordt dat zij gunstiger wordt behandeld dan andere publicaties (zoals huis-aan-huis-bladen) (Arbitragehof 2 februari 1995, nr. 6/95). Van een schending van het gelijkheidsbeginsel is dus geen sprake.

Confiscatie van maatschappelijk kapitaal?

Volgens de belastingplichtige hield de belasting op de verspreiding van reclamedrukwerk ten slotte een quasi-onteigening in, in de zin van artikel 1 van het eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM.

Maar de rechtbank vindt dat het heffen van een gemeentebelasting enkel een eigendomsbeperkende maatregel uitmaakt en geen eigendomsontneming in de zin van dat artikel 1. Van een schending van het EVRM kan dan ook geen sprake zijn.

Conclusie

De belastingplichtige kreeg van de rechtbank dus over de hele lijn ongelijk. Er was noch sprake van een verboden octrooi, noch van een schending van het gelijkheidsbeginsel, noch van een miskenning van het decreet d’Allarde. Met die uitspraak schaart de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zich achter de rechtspraak van de Raad van State van 24 juni 2004 en achter van die van de rechtbanken van eerste aanleg van Leuven en Antwerpen.

Philippe MISSOUL, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN




02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lees meer
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lees meer
 
25-11-19 Vereffende vennootschap: fiscus kan nieuwe aanslag vestigen op naam van vereffenaar
Als de fiscus een aanslag vestigt op naam van een vereffende vennootschap, is die aanslag eigenlijk ongeldig. Tot nu toe had de fiscus weinig mogelijkheden om dat recht te zetten. Maar de wet is nu aangepast om de fiscus de kans te bieden alsnog een geldige aanslag te vestigen.....lees meer
 
12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
website door webalive