nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
SAMENVATTING RECHTSPRAAK - 2 November 2004
02/11/2004 - Hierna vindt U een samenvatting van rechtspraak omtrent strafbepalingen (belastingverhoging), beroepsinkomen (stopzettingsmeerwaarden), onderzoek en controle (bezoek van beroepslokalen), buitencontractuele aansprakelijkheid en de grondslag van de belasting (vrijgestelde meerwaarde op aandelen) .

{artikel 444 W.I.B.1992}
Belastingverhoging 200% - strafrechtelijk van aard – toetsing rechtbank – bewijs van fout

Een feitelijk gescheiden echtgenote legt klacht met burgerlijke partijstelling neer bij de onderzoeksrechter omdat haar echtgenoot (paardenhandelaar) een paard heeft verkocht tegen een merkelijk hoger bedrag dan werkelijk aangegeven (verduistering van huwelijksactiva). De fiscus krijgt kennis van het lopende strafdossier en gaat over tot een aanvullende taxatie met een belastingverhoging van 200%. De vrouw vecht deze belastingverhoging aan. De Hasseltse rechtbank besluit dat de belastingverhoging een strafrechtelijk karakter heeft. De belastingverhoging wordt vervolgens getoetst aan de voorwaarden van artikel 6 E.V.R.M. (vermoeden van onschuld). De evenredigheid tussen de inbreuk en de opgelegde sanctie wordt nagegaan. De fiscus toont volgens de rechtbank niet aan dat de vrouw een fout treft bij het opstellen van de (valse) factuur m.b.t. de verkoop van het paard noch bij de inning van het bedrag zelf. Enkel de man werd strafrechtelijk veroordeeld. De aanslag wordt door de rechtbank dan ook niet aan de vrouw tegenstelbaar verklaard in de mate dat de aanslag aan de fiscus het recht geeft om over te gaan tot invordering van de belastingverhoging (Rb. Hasselt, 2 juli 2004).

{artikel 28 eerste lid 1° W.I.B.1992 en 171 W.I.B.1992}
Stopzettingsmeerwaarden - verkoop verzekeringsportefeuille omwille van financieel wanbeleid – geen gedwongen stopzetting

Een zelfstandig verzekeringsagent verkoopt zijn verzekeringsportefeuille aan een verzekeringsmaatschappij. Hij meent dat de stopzettingsmeerwaarde een gedwongen karakter heeft nu hij de volledige afkoopwaarde aanwendt voor de aanzuivering van de achterstallen en openstaande rekeningen. Dus is de stopzettingsmeerwaarde volgens de belastingplichtige belastbaar aan 16,5% en niet aan 33%. Ook de overnemende verzekeringsmaatschappij bevestigt dat de overdracht mee beïnvloed is door financieel wanbeheer van het agentschap. De fiscus en de Hasseltse rechtbank gaan niet akkoord. De belastingplichtige heeft op vrijwillige basis een regeling getroffen met de verzekeringsmaatschappij en zijn portefeuille tegen vergoeding overgedragen. Het feit dat deze verzekeringsmaatschappij niet met hem verder wenst te werken als zelfstandig verzekeringsagent omwille van zijn financieel wanbeleid doet niets af aan het feit dat hij op vrijwillige wijze zijn verzekeringsportefeuille heeft overgedragen. Dat de volledige opbrengst van de overdracht werd aangewend ter aanzuivering van achterstallen en openstaande rekeningen is volgens de rechtbank niet dienend. De stopzettingsmeerwaarde is volgens de rechtbank dus belastbaar aan 33% (Rb. Hasselt, 1 september 2004).

{artikel 319 W.I.B.1992}
Bewijs bezit aanstellingsbrief op ogenblik van het bezoek van de beroepslokalen - onrechtmatig verkregen bewijs

De opsporingsdiensten van de directe belastingen voeren een onverwachte controle uit in een herberg. Zij ontdekken 6 notitieboekjes waarin op gedetailleerde wijze de behaalde omzetten voor de inkomstenjaren 1994 en 1995 worden uiteengezet. Op basis van deze gegevens en gelet op de afwezigheid van enige aangifte, ontvangen de uitbaters een ambtshalve aanslag. De belastingplichtigen voeren aan dat de aanslag willekeurig is nu deze gevestigd is op basis van notitieboekjes die niet op rechtsgeldige wijze in het bezit is gekomen van de administratie. Uit geen enkel gegeven in het dossier zou blijken dat de vaststellingen gestoeld zijn op een gewettigde tussenkomst in toepassing van artikel 319 W.I.B.1992. De fiscus bewijs niet dat de ambtenaren tijdens het onderzoek ter plaatse in het bezit waren van een aanstellingsbrief. Ook blijkt nergens dat de ambtenaren zich gelegitimeerd hebben. Evenmin is duidelijk waar de notitieboekjes werden aangetroffen (in de privé-lokalen dan wel in de beroepslokalen). Het aanbod van de fiscus dat de opsporingsambtenaren zich ter zitting zouden komen legitimeren is volgens de rechtbank niet dienend, nu artikel 319 W.I.B.1992 vereist dat zij zich op het ogenblik van het bezoek legitimeren en hun aanstellingsbrief voorleggen. Volgens de rechtbank is het bezoek van de fiscus op grond van artikel 319 W.I.B.1992 ongeldig, alsook de tijdens dit bezoek ingezamelde vaststellingen. De aanslagen die werden gevestigd op basis van dit onwettig verkregen bewijs dienen derhalve vernietigd te worden (Rb. Hasselt, 16 juni 2004).

{Artikel 1382 B.W.}
Definitieve aanslag – ongrondwettelijk verklaarde regel – onverschuldigde betaling – buitencontractuele aansprakelijkheid

Naar aanleiding van een arrest van het Arbitragehof wijzigt de wetgever met ingang van aanslagjaar 1999 het belastingstelsel van de vergoedingen voor arbeidsongevallen of beroepsziekten (Wet van 19 juli 2000, B.S. 4 augustus 2000). De vergoedingen die met toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving worden gestort tot herstel van een blijvende ongeschiktheid, zonder dat er voor het slachtoffer een inkomstenderving is, worden voortaan vrijgesteld (artikel 34 § 1 W.I.B.1992). Een belastingplichtige die zich in deze situatie bevond voor het aanslagjaar 1998, vordert voor de betaalde belasting terug omdat dit een onverschuldigde betaling zou zijn (artikel 1235 lid 1 B.W. en 1376 B.W.). De rechtbank stelt vast dat aan de voorwaarden van de onverschuldigde betaling niet is voldaan. Een ‘onverschuldigde betaling’ vereist enerzijds een betaling en anderzijds het onverschuldigd karakter van deze betaling. Een betaling is onverschuldigd wanneer zij zonder oorzaak is. De oorzaak van betaling is de gevestigde aanslag. De aanslag kan in casu niet meer nietig verklaard worden omdat het bezwaarschrift waarbij de nietigverklaring gevorderd wordt, laattijdig is. De rechtbank stelt wel vast dat de belastingplichtige een vergoeding vordert voor de ten onrechte betaalde belasting om redenen dat de aanslag werd gevestigd op basis van een ongrondwettelijke bepaling. De rechtbank heropent ambtshalve de debatten teneinde partijen toe te laten na te kijken of de vordering niet ressorteert onder de buitencontractuele aansprakelijkheid van artikel 1382 B.W. (Rb. Hasselt, 8 september 2004).

{artikel 192 W.I.B.1992}
Vrijgestelde meerwaarde – brutobedrag – aangerekende commissie

Een vennootschap verkoopt een pakket aandelen en realiseert een omvangrijke meerwaarde. Het volledige bedrag van de gerealiseerde meerwaarde wordt vrijgesteld in toepassing van artikel 192 W.I.B.1992. De fiscus heeft geen probleem met de vrijstelling op zich maar wel met het bedrag van de vrijgestelde meerwaarde. De vennootschap heeft immers een bemiddelingscommissie voor de verkoop van de aandelen betaald. Dit bedrag dient in mindering gebracht te worden van de vrijgestelde meerwaarde. Volgens de fiscus is enkel de economisch gerealiseerde meerwaarde vrijgesteld, zijnde de verkoopswaarde verminderd met de aankoopwaarde en de verkoopskosten. De rechtbank volgt deze stelling niet. Vooreerst oordeelt de rechtbank dat artikel 43 W.I.B.1992 duidelijk is : de meerwaarde is het positieve verschil tussen de ontvangen vergoeding of verkoopwaarde bij vervreemding van het goed en de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen. De duidelijk wettekst bepaalt niet dat de verkoopwaarde moet verminderd worden met de bijkomende verkoopkosten zoals commissielonen. De bewering van de fiscus dat het in aanmerking nemen van de brutomeerwaarde voor de vrijstelling van artikel 192 W.I.B.1992 zou leiden tot een dubbele aftrek van de verkoopskosten, nl. als beroepskosten en als vrijgestelde meerwaarde, is volgens de rechtbank niet ter zake nu de verrekening van beroepskosten uitsluitend in het kader van artikel 49 W.I.B.1992 moet beoordeeld worden. De rechtbank vindt ook steun in de boekhoudwetgeving. De betwiste aanslag wordt bijgevolg vernietigd (Rb. Hasselt, 8 september 2004).

Leo DE BROECK en Jo ROSELETH, advocaten bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



03-01-17 Nieuwe rapporteringsverplichtingen over verrekenprijzen voor multinationals
Het wordt moeilijker voor multinationals om winsten te versluizen naar landen waar die niet of laag belast worden.....lire la suite
 
02-01-17 Voordeel gratis woning of herkwalificatie huurinkomen: berekenen van dag tot dag
Voor bedrijfsleiders die een gratis woonst ter beschikking gesteld krijgen van hun vennootschap, of die een eigen onroerend goed verhuren aan hun vennootschap, gelden specifieke fiscale regels.....lire la suite
 
01-01-17 Lagere BTW voor publieke fietsen in steden
De verhuur van publieke fietsen (“deelfietsen” van bijvoorbeeld Villo! in Brussel en Velo in Antwerpen) is vanaf 1 januari 2017 onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief van 6%.....lire la suite
 
20-12-16 DE EERBIED VAN DE FISCUS VOOR HET PRIVELEVEN EN HET EHRM…
De jongste jaren neemt de inmenging van de overheid in het privéleven toe. De fiscus kijkt mee over de schouders....lire la suite
 
site web par webalive