nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Eenmalige bevrijdende aangifte en successierechten
29/10/2004 - Eén van de meest prangende vragen betreft het lot van de 'zwarte' nalatenschap in het Vlaamse Gewest : kunnen de erfgenamen genieten van fiscale immuniteit indien zij hiervoor een EBA indienen? Volgens de EBA-Wet kan elke natuurlijke persoon die sommen, kapitalen of roerende waarden niet heeft aangegeven in een België verplichte (fiscale) aangifte of waarop de in België verschuldigde belasting niet werd gegeven, een EBA indienen. Een erfgenaam van een "zwarte" nalatenschap, valt dus op het eerste gezicht in het toepassingsgebied van de EBA-Wet. Of deze wet uitwerking zal hebben ten aanzien van de ontdoken successierechten in het Vlaamse Gewest is een andere vraag…

Volgens het Vlaamse regeerakkoord zal de Vlaamse Regering GEEN ontwerp van decreet houdende invoering van een Vlaamse Eenmalig Bevrijdende aangifte inzake gewestelijke belastingen ter goedkeuring aan het Vlaams parlement voorleggen. De Vlaamse Regering neemt blijkbaar wel "akte van de gevolgen van de aanvaarding door de vorige Vlaamse regering van een deel van de opbrengst van de federale EBA in het overlegcomité dd. 22 september 2003". Dit is een typisch Vlaams compromis welke wellicht te wijten is aan het feit dat de grootste oppositiepartij in de Federale regering thans de lakens uitdeelt in de Vlaamse Regering.

Opdat de fiscale amnestie zowel voor de federale als gewestelijke belastingen zou gelden, hadden de federale overheid en de drie Gewestregeringen ervoor gekozen om bilaterale samenwerkingsakkoorden te sluiten. In deze akkoorden zijn de Gewesten overeengekomen dat de aangifte en de betaling van de éénmalige bijdrage van 6% of 9% een bevrijdend effect zouden hebben ten aanzien van alle gewestelijke belastingen en in het bijzonder ten aanzien van de ontdoken successierechten. Deze samenwerkingsakkoorden krijgen evenwel pas uitwerking nadat zij instemming hebben verkregen bij Decreet, hetgeen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest intussen gebeurd is. De Vlaamse Regering neemt alleen akte, zoals dat dan heet...

De vraag rijst nu of en in welke mate een EBA uitwerking zal hebben voor ontdoken Vlaamse successierechten.

Zwarte nalatenschappen die met zekerheid genieten van de fiscale amnestie.

Aan Brusselse en Waalse zijde zijn de samenwerkingsakkoorden met de federale overheid geformaliseerd in de Decreten van respectievelijk 13 en 27 mei 2004, zodat alle "zwarte" nalatenschappen die in het verleden zijn opengevallen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of van het Waals Gewest met zekerheid kunnen genieten van de fiscale amnestie, in de mate vanzelfsprekend dat er een éénmalige bevrijdende aangifte wordt ingediend. Ter verduidelijking, een nalatenschap valt open op de laatste woonplaats van de erflater. De woonplaats van de erfgenamen speelt dus geen enkele rol! In de praktijk denken de erfgenamen van een "zwarte" nalatenschap wel eens dat hun woonplaats de determinerende factor is voor het toepasselijk stelsel van successierechten.

Niettegenstaande het gebrek aan decretale basis aan Vlaamse zijde, kunnen bepaalde "zwarte" nalatenschappen die in het Vlaamse Gewest zijn opengevallen vooralsnog met zekerheid genieten van de fiscale amnestie, nl. de fiscaal verjaarde "zwarte" nalatenschappen. De verjaringstermijn inzake successierechten bedraagt in de regel 10 jaar te rekenen vanaf het verstrijken van de aangiftetermijn (en dus niet vanaf de datum van het overlijden!). Wanneer het overlijden in België plaatsvond, bedraagt de aangiftetermijn 5 maanden. Dit impliceert dat men met een gerust geweten een EBA voor een Vlaamse "zwarte" nalatenschap kan indienen, wanneer op de datum van indiening van de EBA het overlijden meer dan 10 jaar en 5 maanden geleden heeft plaatsgevonden. Als men wacht tot de laatste nuttige datum (nl. 31 december 2004) voor de indiening van een EBA, dan komen alle "zwarte" nalatenschappen van sterfgevallen die dateren van vóór 30 juli 1994 met zekerheid in aanmerking voor de fiscale amnestie.

Zwarte nalatenschappen die genieten van fiscale amnestie op grond van gedoogbeleid.

Nalatenschappen die in het Vlaamse Gewest zijn opengevallen na 31 juli 1994, zijn nog niet fiscaal verjaard en in de regel nog vatbaar voor een naheffing van de successierechten. Bij gebreke aan een Vlaams Decreet bestaat er dus geen juridische zekerheid over de uitwerking van een EBA uit hoofde van een dergelijke "zwarte" nalatenschap op het vlak van de successierechten. De Vlaamse regering heeft enkel te kennen gegeven een gedoogbeleid te zullen voeren, hoewel bij de wettelijkheid hiervan ernstige vraagtekens kunnen worden gezet. Deze vraagtekens vallen grotendeels weg wanneer de fiscale amnestie impliciet zou worden erkend in het volgend Vlaams begrotingsdecreet (infra).

Een gedoogbeleid is natuurlijk wel beter dan een manifeste weigering om mee te werken aan de fiscale amnestie op gewestelijk niveau, maar overtuigt niet echt om de belastingplichtige te overhalen om een EBA in te dienen. Is de medewerking van de Gewesten wel noodzakelijk ? En hoe gewestelijk zijn de successierechten eigenlijk ?

In 1980 heeft de tweede fase van de Staatshervorming geleid tot de creatie van de Gemeenschappen en de Gewesten, die een hele reeks materiële bevoegdheden toegewezen kregen. Om deze bevoegdheden te kunnen uitoefenen, hadden de Deelstaten vanzelfsprekend financiële middelen nodig : zij halen deze middelen enerzijds uit de hen grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie (die hen toelaat om de inwoners te belasten) en anderzijds uit het financieringsstelsel zoals vastgelegd door de federale wetgever.

Dit is meteen het criterium van onderscheid tussen de eigenlijke Gewestbelastingen, die zijn de belastingen die de Gewesten autonoom kunnen heffen op basis van de Grondwet (zoals de Vlaamse leegstandsheffing), en de oneigenlijke Gewestbelastingen, die in feite federale of rijksbelastingen zijn, maar waarvan de opbrengst met de Bijzondere Financieringswet geheel of gedeeltelijk aan de Gewesten wordt toebedeeld en waarbij de Gewesten in een aantal gevallen ook nog over enige normatieve bevoegdheid beschikken.

De successierechten behoren tot de laatste categorie, nl. de oneigenlijke Gewestbelastingen. Dit is een belasting die afgeleid is van de federale belastingsbevoegdheid. De gewestelijke bevoegdheden m.b.t. de successierechten worden immers niet rechtstreeks uit de Grondwet geput, maar bestaan uitsluitend bij gratie van de federale wetgever (lees: de Bijzondere Financieringswet). Zelfs wanneer de Gewesten over de successierechten evenveel zeggenschap zouden krijgen als over de hun échte, autonome belastingen, dan nog betreft het een oneigenlijke gewestbelasting wegens haar federaal origine. Het kan zelfs niet worden uitgesloten dat de federale wetgever ooit zou overgaan tot wijziging of opheffing van deze Bijzondere Financieringswet, die o.m. de opbrengsten van de successierechten aan de Gewesten toebedeelt. In voorkomend geval zou de federale belastingsbevoegdheid met betrekking tot de successierechten geheel of ten dele komen te herleven.

Wanneer in de EBA wordt gezegd dat de aangegeven sommen, kapitalen of roerende waarden na betaling van de éénmalige bijdrage (van 6 of 9%) geacht worden "onweerlegbaar en definitief bevrijd te zijn van alle belastingen (…)", dan zijn de meeste commentatoren het eens dat dit enkel kan gelden voor de federale belastingen en niet voor de gewestbelastingen. Deze interpretatie stemt overeen met het advies van de Raad van State bij het voorontwerp van de EBA-Wet. Los daarvan, verdient het overigens aanbeveling een wet te interpreteren in haar meest grondwettelijke zin, dus in casu alsof er geen bevoegdheidsoverschrijding door de federale wetgever is gebeurd. Welnu, er kan worden geargumenteerd dat de successierechten in wezen een federale belasting blijven, waarvan de opbrengst door de Bijzondere Financieringswet volledig aan de Gewesten wordt toebedeeld. In beginsel zou de EBA-Wet dus ook van toepassing kunnen zijn op de oneigenlijke Gewestbelastingen, vermits deze belastingen afgeleid zijn van de federale belastingsbevoegdheid, maar niet op de échte, autonome belastingen van de Gewesten. Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat deze perikelen omtrent de bevoegdheidsverdeling thans het voorwerp uitmaken van een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend bij het Arbitragehof, die deze discussie nog moet beslechten.

Opdat de fiscale amnestie haar volle uitwerking zou krijgen ten aanzien van de successierechten, dient de federale wetgever evenwel rekening te houden met de normatieve bevoegdheden die aan de Gewesten zijn toegekend. Aanvankelijk waren de Gewesten enkel bevoegd om het tarief als de vrijstellingen te wijzigen. Sinds de zgn. Lambermont-akkoorden (met ingang van 1 januari 2002) is de bevoegdheid om de heffingsgrondslag inzake successierechten te wijzigen aan het lijstje van exclusieve bevoegdheden van de Gewesten toegevoegd. Hier zou het schoentje wel eens kunnen wringen.

Er wordt doorgaans aangenomen dat de fiscale amnestie een "vrijstelling" van (o.m.) de successierechten zou inhouden, hetgeen nu precies tot één van de normatieve bevoegdheden van de Gewesten behoort. Zolang het Vlaams Gewest terzake geen decreet uitvaardigt dat de toepassing van de EBA-Wet uitbreidt tot de successierechten, gaat men ervan uit dat de EBA geen (formeel-juridische) uitwerking zou hebben ten aanzien van de successierechten, onafgezien van de praktische waarde van het aangekondigde gedoogbeleid door de Vlaamse regering.

Niet iedereen is het erover eens dat de EBA-Wet een "vrijstelling" inhoudt. Er kunnen inderdaad elementen uit de Memorie van Toelichting en de bespreking in de Kamercommissie gehaald worden die een andere interpretatie toelaten. Zo viel in de Memorie van Toelichting te lezen : "De eenmalige bevrijdende aangifte is geen maatregel van fiscale amnestie. Het is een voor de Schatkist herstellende maatregel". Vermits er in het kader van de EBA een bijdrage van 6 of 9% moet worden betaald, kan bovendien bezwaarlijk worden volgehouden dat het een échte vrijstelling betreft. De tarieven van 6 of 9% zouden overigens gebaseerd zijn op een gemiddelde van de ontdoken belastingen (dus inclusief de ontdoken successierechten). In artikel 1ter van de Bijzondere Financieringswet wordt overigens bepaald dat de Gewesten bij de uitoefening van hun oneigenlijke fiscale bevoegdheden dubbele belasting dienen te vermijden : wanneer een belastingplichtige reeds een federale bijdrage van 6 of 9% betaalt op een "zwarte" nalatenschap, dan zou men kunnen pogen te argumenteren dat de Gewesten moeten vermijden dat de belastingplichtige nogmaals gewestbelastingen moet betalen op dezelfde belastbare materie.

Het feit dat de EBA-Wet ook de oneigenlijke gewestbelastingen zou viseren, zet kracht bij de door sommige commentatoren ontwikkelde stelling dat EBA-Wet een "afzien van de inning" zou betreffen, waarvoor de federale wetgever wel nog bevoegd is. De inning van de successierechten is immers een praktische administratieve dienstverlening die de federale overheid verstrekt aan de Gewesten. Onder die dienst verstaat men de materiële berekening van de verschuldigde belasting, de controle van de belastinggrondslag en van de belasting, de inning en de invordering. Het Vlaamse Gewest heeft nog niet beslist om zelf zorg te dragen voor de dienst van de inning van de successierechten, zodat de praktische inning van de Vlaamse successierechten nog steeds een federale bevoegdheid is. In deze hypothese zou de federale wetgever dan ook rechtsgeldig kunnen beslissen om "af te zien van de inning van de successierechten" in het kader van de EBA-Wet. Deze theorie staat of valt met het feit of de EBA-Wet ook de oneigenlijke gewestbelastingen viseert. Immers, indien het toepassingsgebied van de EBA-Wet de successierechten niet zou viseren, dan kan de federale overheid "überhaupt" niet beslissen om af te zien van de inning.

De theorie van het "afzien van de inning" heeft immers enkel zin, wanneer de EBA-Wet zou verwijzen naar alle federale belastingen en naar alle van de federale belastingsbevoegdheid afgeleide belastingen, zoals de successierechten. Wanneer het Arbitragehof van oordeel zou zijn dat de EBA-Wet enkel de zuiver federale belastingen betreft, dan kan de federale wetgever nooit rechtsgeldig "afzien van de inning" van de successierechten, vermits deze belasting die niet onder het toepassingsgebied van de EBA-Wet zou vallen.

Zwarte nalatenschappen die met zekerheid genieten van de strafrechtelijke amnestie.

Alle "zwarte" nalatenschappen die via een EBA worden aangegeven, genieten van de strafrechtelijke amnestie, ongeacht in welk Gewest ze zijn opengevallen. Uit artikel 7 van de EBA-Wet blijkt duidelijk dat alle personen die zich schuldig hebben gemaakt aan de misdrijven bedoeld in de artikelen 133 en 133bis van het Wetboek der Successierechten of aan misdrijven omschreven in artikel 505 van het Strafwetboek (de zgn. verruimde heling), vrijgesteld blijven van strafvervolging. Deze immuniteit is met zekerheid verworven.

Hoewel het bestaan van een decreet aan Vlaamse zijde natuurlijk meer rechtszekerheid zou bieden, blijft het wellicht opportuun om een EBA in te dienen. Enerzijds verwerft de EBA-indiener dus volledige strafrechtelijke immuniteit, ook voor de overtredingen uit het Wetboek van Successierechten, en anderzijds kan hij aan Vlaamse zijde een gedoogbeleid verwachten. Zoals reeds vermeld, zal dit gedoogbeleid bekrachtigd worden in het volgend Vlaams Begrotingsdecreet. Bovendien mag men niet uit het oog verliezen dat de EBA-indiener mettertijd volledige rechtszekerheid over de fiscale immuniteit zal verkrijgen, met name naarmate de verjaringstermijn inzake successierechten verstrijkt. Deze klok tikt alsmaar verder, terwijl de strafrechtelijke immuniteit inmiddels reeds verworven is door de indiening van een EBA.

Het omgekeerde is niet waar : wanneer er geen EBA zou worden ingediend, dan zal op een bepaald ogenblik de successierechtelijke verjaringstermijn wel verstreken zijn, maar blijven de strafrechtelijke risico’s van heling en witwassen onverminderd bestaan. Iemand die na het jaar van fiscale amnestie betrapt zou worden, zal bovendien op weinig begrip kunnen rekenen, in tegenstelling tot iemand die wel berouw heeft getoond voor zijn (fiscale) zonden uit het verleden.

Een decretale tussenkomst aan Vlaamse zijde ware natuurlijk wenselijk, maar eenieder dient er zich rekenschap van te geven dat het weerhouden van elke onvolmaaktheid in de EBA-Wet als excuus om zijn vermogen in het buitenland te blijven verbergen, voor de toekomst ernstige gevolgen kan hebben...

Actueel standpunt van de Vlaamse regering.

Een afzonderlijk Vlaams decreet die de EBA-Wet bekrachtigt komt er dus niet. In het volgend begrotingsdecreet van de Vlaamse overheid zou het gedoogbeleid evenwel een officiëler tintje zou krijgen : het Vlaams Gewest zou een (toegewezen) deel van de opbrengst van de fiscale amnestie opnemen in de ontvangsten van haar begroting uit hoofde van het gevoerde gedoogbeleid. Hiermee stemt de Vlaamse overheid impliciet in met de fiscale amnestie op Vlaams niveau. De Vlaamse overheid kan immers enkel een deel van de opbrengst van de EBA-wet opstrijken in ruil voor de ontdoken successierechten die ze heeft misgelopen omwille van de fiscale amnestie.

Deze tussenoplossing biedt het voordeel dat de burger de gevolgen van de indiening een EBA op het vlak van de successierechten concreter kan inschatten, zonder dat de Vlaamse christen-democraten, die zich altijd verzet hebben tegen de fiscale amnestie, gezichtsverlies hoeven te lijden. De opname in het begrotingsdecreet heeft dan ook als belangrijkste verdienste dat de belastingplichtigen meer juridische zekerheid verwerft dat de EBA eveneens een "gedoogde" vrijstelling van de ontdoken successierechten aan Vlaamse zijde behelst.



Didier VAN LAERE, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



18-09-17 Aanslag geheime commissielonen: Grondwettelijk Hof perkt ontsnappingsroute in
In principe volstaat het nu om de verkrijger van een “geheim commissieloon” tijdig te identificeren om aan de aanslag geheime commissielonen te ontsnappen. ....lire la suite
 
08-09-17 Nieuwe Omzettingstabellen vruchtgebruik gepubliceerd
Men weet dat onze wetgever in 2014 eindelijk werk heeft gemaakt van de wijze waarop het erfelijke vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote gewaardeerd moet worden, indien de omzetting wordt gevraagd en de partijen (echtgenoot-vruchtgebruiker versus kinderen-blote eigenaars) daarover geen akkoord kunnen vinden.....lire la suite
 
01-09-17 Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:....lire la suite
 
08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....lire la suite
 
site web par webalive