nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Eenmalig bevrijdende aangifte - Fiscale amnestie en Vlaamse successierechten na de Vlaamse regeringsverklaring : wie gedoogt wat ?
24/09/2004 - Overeenkomstig het regeerakkoord van juli 2004 zal de Vlaamse regering "geen ontwerp van decreet houdende invoering van een Vlaamse eenmalige bevrijdende aangifte inzake gewestelijke belastingen ter goedkeuring aan het Vlaams parlement voorleggen". De regering neemt wel "akte van de gevolgen van de aanvaarding door de vorige Vlaamse regering van een deel van de opbrengst van de federale EBA in het overlegcomité dd. 22 september 2003". Met die cryptische woorden is, na de verkiezingen, een punt gezet achter de vragen naar de houding van de Vlaamse regering. Hoe moeten we die regeringsverklaring begrijpen en situeren ?

Eind vorig jaar hebben de federale overheid en de drie gewestregeringen in het overlegcomité gepoogd de fiscale amnestie ook voor de gewestelijke belastingen te laten gelden door samenwerkingsakkoorden te sluiten. Er werd overeengekomen, zonder dat daar toen in Vlaanderen een parlementaire meerderheid voor was, dat de betaling van de eenmalige bijdrage van 6 % of 9 % een bevrijdend effect zou hebben ten aanzien van alle gewestelijke belastingen en in het bijzonder van de ontdoken successierechten. Zo'n samenwerkingsakkoorden hebben echter pas gevolg nadat zij instemming hebben verkregen bij decreet (art. 92bis § 1 Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervoming der instellingen, B.S. 15 augustus 1980). In Brussel en Wallonië is dat geen punt meer. Want op 13 en 27 mei 2004 hebben resp. het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een ordonnantie en het Waals Gewest een decreet goedgekeurd dat het voordeel van de EBA uitbreidt tot hun gewestbelastingen (B.S. 23 en 25 juni 2004).

Gedoogbeleid
In Vlaanderen ligt de kwestie moeilijker. Volgens het Vlaamse regeerakkoord zal er geen decreet komen om het samenwerkingsakkoord te bekrachtigen of om de EBA ook op de Vlaamse successierechten van toepassing te maken ! Blijkens de hoger geciteerde tweede passage uit het regeerakkoord neemt de Vlaamse regering echter een passieve houding aan ten aanzien van een federale EBA. De vraag rijst nu of en in welke mate een EBA daarmee ook uitwerking zal hebben voor ontdoken Vlaamse successierechten.

Gewestbevoegdheid ...
Een federale wet kan geen vrijstelling creëren van gewestelijke belastingen. Die bevoegdheid komt enkel aan de gewestelijke wetgever toe (M.v.T., Parl. St. Kamer 2003-04, nr. 353/1, 25). Krachtens artikel 4, § 1 van de Bijzondere Wet van 16 januari 1989 zijn immers enkel de gewesten bevoegd om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen te wijzigen van de belastingen die genoemd zijn in artikel 3, eerste lid, 1 ° tot 4° – waaronder het successierecht – en 6° tot 9° van die wet. De meeste doctrine deelt die mening (o.m. L. DE BROECK, D. VAN LAERE en B. COOPMAN, Welcome Black. Praktische gids voor fiscale amnestie, Standaard Uitgeverij, 2004, 24 e.v.; K. JANSSENS, "EBA voor successierechten : geen bescherming maar ook geen extra risico", Fisc. Act. 2004, 10/1 en G. GOYVAERTS, "Kritische beschouwingen bij een aantal aspecten van de EBA-wet", T.F.R. 2004, (407) 426). En herhaalde malen heeft ook de Raad van State dat bevestigd in zijn twee adviezen bij de EBA-wet (Parl. St. Kamer, nr. 353/1, 24-26 en nr. 353/8, 4-6; alle aangehaald en toegelicht in B. Coopman, Fiscale Amnestie. Wet houdende invoering van een eenmalige bevrijdende aangifte, Mechelen, Kluwer, 2004, 162-166). Het eerste advies was trouwens ook de aanleiding voor de federale Minister van Financiën om in oktober 2003 (bijna) alle verwijzingen naar de successierechten in het ontwerp van EBA-wet te laten schrappen, voorwaar niet onbelangrijk.

... of is fiscale amnestie alleen inningsmaatregel ?
Sommige commentatoren hebben voorzichtig geopperd dat er voor de successierechten misschien geen vrijstelling en dus ook geen Vlaams decreet nodig zouden zijn (V. DAUGINET en I. BOLLINGH (eds.), De eenmalige bevrijdende aangifte, Kalmthout, Biblo, 2004, 135 e.v.). De belastingen waarvoor een EBA is gedaan blijven – volgens die theorie – als het ware verschuldigd maar ze worden door artikel 3 van de EBA-wet vermoed onweerlegbaar en definitief voldaan te zijn, zodat ze niet meer kunnen worden "geïnd". Daarom zou kunnen worden verdedigd dat artikel 3 van de EBA-wet een inningsmaatregel betreft die behoort tot de groep van proceduremaatregelen. Ook de Raad van State heeft zich laten ontvallen dat wordt afgezien van de inning van bepaalde belastingen (Parl. St. Kamer 2003-04, nr. 353/1, 25 – n.b. : het komt ons persoonlijk niet voor dat de Raad van State daarover duidelijk uitspraak zou hebben gedaan; integendeel lezen we her en der in zijn adviezen dat een tussenkomst van de gewestwetgever noodzakelijk is opdat de EBA voor de gewestelijke belastingen uitwerking zou hebben). De inning van de successierechten is een praktische administratieve dienstverlening die de federale overheid verstrekt aan de gewesten (art. 5 § 3 Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, BS 17 januari 1989.). Onder die dienst verstaat men de materiële berekening van de verschuldigde belasting, de controle van de belastinggrondslag en van de belasting, de inning en de invordering (Parl. St. Kamer 2000-01, 1183/1, 64). Het Vlaamse Gewest heeft nog niet beslist om zelf zorg te dragen voor de dienst van de inning van de successierechten. De gewestregering moet zo’n beslissing notificeren aan de federale regering. Het gewest staat dan vanaf het tweede begrotingsjaar volgend op die notificatie in voor de dienst van de betrokken belastingen. Maar voor successierechten is dat nog niet gebeurd. Zodoende is de praktische inning van de Vlaamse successierechten nog steeds een federale bevoegdheid. De federale Staat verzorgt die dienst van de belasting volgens de door hem vastgestelde procedureregels (art. 5 § 3 Bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, BS 17 januari 1989). En onder die regels zou dus, nog steeds in dezelfde redenering, artikel 3 van de EBA-wet ressorteren. Op voorwaarde dat de techniek die de federale wetgever in artikel 3 van de EBA-wet hanteert, kan worden aangemerkt als een regel die verband houdt met de dienst van de inning van de belasting, zou de federale wetgever dus zijn bevoegdheid in verband met de successierechten niet overschreden hebben en bijgevolg zouden de successierechten ook zonder samenwerkingsakkoord of decreet onder het toepassingsgebied van de EBA kunnen vallen.

Als dat waar is, kan de federale minister dan ingevolge artikel 3 van de EBA-wet afzien van de inning van de successierechten voor wie een EBA indient. Spitsvondig is het alleszins. En blijkbaar heeft ook de Vlaamse regering in het regeerakkoord bedoeld te verwijzen naar een dergelijk gedoogbeleid van de federale Minister van Financiën waartegen ze zich niet actief wil verzetten.

De slagkracht van zo’n "afstand van de inning" door de federale Minister van Financiën staat of valt met de interpretatie van het begrip "alle belastingen" in artikel 3, eerste lid van de EBA-wet. Als dat begrip niet meer verwijst naar de successierechten na de aanpassingen van het voorontwerp van wet wegens de kritiek van de Raad van State, is de stelling vruchteloos aangezien de federale Minister van Financiën dan volstrekt zonder wettelijke basis zou opereren als hij zou afzien van de inning van successierechten.

Verwijst EBA-Wet nog naar alle belastingen ?
Misschien is er buiten de waard gerekend. In juni diende een volksvertegenwoordiger een annulatieberoep tot vernietiging van de EBA-wet in bij het Arbitragehof. Hij haalt niet alleen de discriminatie van de eerlijke belastingbetaler als ongrondwettig aan maar vindt ook dat de federale wetgever de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling tussen het federale niveau en de gewesten geschonden heeft. Want enkele opmerkingen van de Raad van State zijn niet gevolgd (zie Fisc. Act. 2004, 27/3), zo onder meer dat de EBA-wet in zijn artikel 2 (en dus ook 3) nog steeds verwijst naar alle Belgische belastingen en dus impliciet nog altijd naar de successierechten. De Raad van State had inderdaad woordelijk in zijn laatste advies gezegd dat in artikel 2 nog steeds op te algemene wijze verwezen is naar "(...) die sommen, kapitalen of roerende waarden... die niet... in een in België wettelijk verplichte... aangifte werden vermeld of waarop de in België verschuldigde belasting niet werd geheven". Welnu, de aangifte in de successierechten is een «in België wettelijk verplichte aangifte» en de successierechten zijn een "in België verschuldigde belasting". De wijziging die in artikel 2, § 2 was aangebracht, betekende dus, steeds volgens de Raad van State, niet dat het ontwerp niet langer afbreuk deed aan de bevoegdheid van de gewesten. Eenzelfde opmerking kan natuurlijk gelden voor het begrip «alle belastingen» in artikel 3. Die vraag is nu dus voorgelegd aan het Arbitragehof.

Het Arbitragehof staat daarmee ongewild voor een verscheurende keuze. Ofwel oordeelt het Arbitragehof dat de interpretatie van de term "belasting" in artikel 2 en 3 van de EBA-wet de successierechten niet meer omvat. Pro die stelling kan worden aangehaald dat na het eerste advies van de Raad van State de regering iedere expliciete verwijzing naar de successierechten heeft laten vallen zodat ook het begrip belastingen om contextuele redenen niet meer hoeft te verwijzen naar die gewestelijke belasting. Overigens verdient het aanbeveling een wet te interpreteren in de meest grondwettelijke zin, dus alsof er geen bevoegdheidsoverschrijding is. Ofwel is het Arbitragehof van mening dat de term "belasting" toch nog steeds verwijst naar de successierechten, wat dan een bevoegdheidsoverschrijding door de federale wetgever zou blootleggen. Het hof kan dan de EBA-wet vernietigen, eventueel voor zover naar successierechten verwezen wordt.

Arbitragehof sluit dat denkspoor uit
Opmerkelijk is dat in beide gevallen de theorie van de "inningsmaatregel" geen resultaat meer zal hebben. Als het Arbitragehof vindt dat de artikelen 2 en 3 van de EBA-wet niet meer verwijzen naar de successierechten, is heel de stelling vruchteloos aangezien de federale Minister van Financiën dan volstrekt zonder wettelijke basis zou opereren. In het andere geval bestaat de EBA-wet geheel of ten dele niet meer voor de successierechten. De "passieve houding" van de Vlaamse regering zal daaraan niets kunnen verhelpen. Tot spijt van wie het benijdt.

Betekent dat dan dat er geen redenen zijn om toch een EBA voor ontdoken Vlaamse successierechten te doen ? Toch niet. Lapidair uitgedrukt is het grootste nadeel dat aan een EBA verbonden is, dat je er 6 % of 9 % van het geregulariseerde kapitaal bij inschiet. Wie een EBA-aangifte zou doen, loopt geen bijkomend risico dat hij alsnog successierechten moet betalen. Want in één opzicht is de federale amnestieregeling wel van toepassing op successierechten : de EBA-aangifte mag nooit als aanwijzing gebruikt worden voor een onderzoek naar ontdoken successierechten (art. 5 EBA-wet; Welcome Black, 104 en K. Janssens, l.c., 2). De EBA-wet biedt bovendien misschien geen fiscale maar wel strafrechtelijke immuniteit op het vlak van successierechten (art. 7 EBA-wet; K. Janssens, l.c., 3.). En dat zal waarschijnlijk een van de voornaamste redenen zijn waarom wij vermoeden dat de meeste bankiers er weinig problemen mee zullen hebben om de restanten van een vroegere nalatenschap die met een EBA wordt geregulariseerd, te repatriëren uit het buitenland. Vraag maar na en probeer dat maar eens zonder EBA.

Bart COOPMAN en Philippe MISSOUL, advocaten bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lire la suite
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....lire la suite
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....lire la suite
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....lire la suite
 
site web par webalive