nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Rechterlijke toetsing van fiscale boetes: cassatie teruggefloten door Straatsburg
04/06/2004 - Noot onder een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omtrent de draagwijdte van de rechterlijke toetsing op fiscale boetes (B. COOPMAN, "Rechterlijke toetsing van fiscale boetes: cassatie teruggefloten door Straatsbrug", noot onder Hof Mensenrechten arrest Silvester's Horeca Service/België van 4 maart 2004, T.F.R. juni 2004).

Het Hof van Cassatie wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens terechtgewezen in een fiscale aangelegenheid. Het komt niet al te vaak voor. Inzonderheid omdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens artikel 6 EVRM niet kan controleren in fiscale aangelegenheden die niet als “burgerlijk” kunnen worden beschouwd. Het Hof van Cassatie was nochtans de goede richting ingeslagen. Onder impuls van onder meer het arrest Bendenoun van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (E.H.R.M. Bendenoun t ./ Frankrijk, serie A, nr. 284), aanvaardde ons Hof van Cassatie sedert de arresten van 5 februari 1999 en 25 mei 1999 dat in het fiscale recht wanneer er zware boetes in geding zijn, de waarborgen van een eerlijk proces van artikel 6 E.V.R.M. van toepassing zijn, ook wanneer er van strafvervolging stricto sensu geen sprake is (Cass. 5 februari 1999, Arr. Cass. 1999, nr. 67 en 68, 142 e.v.; T.F.R. 1999, p. 375 en 381, met bespreking door M. MAUS, “Kanttekeningen rond de fiscaal-administratieve sancties en de fiscale geschillenprocedure in het licht van art. 6 E.V.R.M.”, T.F.R. 1999, 332;Cass. 25 mei 1999, Arr. Cass. 1999, nr. 307, 719).Thans blijkt echter dat het Hof van Cassatie een van de waarborgen van artikel 6 E.V.R.M. verkeerd heeft geïnterpreteerd in zijn arrest van 5 februari 1999.

Even situeren. In artikel 6 E.V.R.M. ligt het recht besloten op een doelmatige rechterlijke controle, met “volle rechtsmacht”, op hoge administratieve boetes. Alles draait om de vraag wat onder die volle rechtsmacht moet worden begrepen. Dat de wettigheid van de boete en de realiteit van de feiten die tot de beboeting aanleiding hebben gegeven, voor rechterlijke controle vatbaar zijn, is op geen enkel forum nog een punt van discussie. De vraag is alleen hoever de rechterlijke bevoegdheid reikt om de evenredigheid van een sanctie te beoordelen. Daarover bestond niet echt duidelijkheid (Zie ook J. PUT en K. LEUS, "Rechtshandhaving door administratieve sancties in het recht", R.W. 2001-02, (1195) 1202-1206). Al te bondig samengevat, vond het Hof van Cassatie dat een loutere opportuniteitscontrole niet mogelijk is, terwijl in een bepaalde interpretatie van de rechtspraak van het Arbitragehof, ook deze controle niet uitgesloten was.

Dat de loutere opportuniteit van een fiscale boete in het rechterlijk oordeel moet worden betrokken, volgt niet rechtstreeks uit artikel 6 E.V.R.M. (Zie B. COOPMAN, “E.V.R.M. en BUPO-Verdrag : charters van de belastingplichtige ?”, T.F.R. 1995, (272) 282; zie ook conclusie van advocaat-generaal Goeminne bij Cass. 5 februari 1999, l.c., 147). De interne wetgever is in principe dan ook vrij om de exacte reikwijdte van de rechterlijke controle af te lijnen, zolang hij natuurlijk daarmee het recht op toegang tot de rechter niet te zeer beknot. In de Belgische wetten wordt daarover echter het stilzwijgen bewaard. De vraag rijst welke de reikwijdte is van de controlebevoegdheid van de rechter als in de wetgeving op dat punt geen directieven zijn opgenomen.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het geannoteerde arrest op een zeer kordate manier het Hof van Cassatie teruggefloten waar het Hof in de zaak Silvester’s Horeca Service, een arrest van het Hof van Beroep te Brussel niet had verbroken dat had beslist dat de rechters alleen de wettigheid van de boete mochten nagaan, zonder bevoegd te zijn om de opportuniteit ervan te beoordelen of een gedeeltelijke of volledige kwijtschelding toe te staan (Randnr. 28 van het geannoteerde arrest van het EHRM). De overweging van het Hof van Cassatie dat de belastingplichtige niet kan worden ontheven van zijn verplichtingen om redenen van opportuniteit of billijkheid, stoot op de expliciete kritiek van het Europees Hof.

Het Hof voor de Rechten van de Mens wijst er weliswaar op dat er sedert 1999, vooral onder impuls van de rechtspraak van het Arbitragehof, een andere wind waait in dit land, maar Silvester’s Horeca Service had daar nog niet van kunnen profiteren. Het Europees Hof stelt dan ook dat het arrest van 5 februari 1999 strijdig was met artikel 6 E.V.R.M. Het Hof doet naar ons aanvoelen géén uitspraak over de verenigbaarheid van de làtere Belgische rechtspraak met artikel 6 E.V.R.M.!

De mist is derhalve nog niet helemaal opgetrokken. De krijtlijnen worden echter scherper.

Het Europees Hof heeft zeer duidelijk het dictum van het Hof van Cassatie dat motieven van billijkheid en opportuniteit niet mogen meespelen in een rechterlijke beoordeling, bekritiseerd. Hetzelfde geldt voor de onmogelijkheid voor de rechter om een gehele of gedeeltelijke kwijtschelding te verlenen.

Of daarmee ook de stelling is afgestraft van het Hof van Cassatie dat een “loutere opportuniteitscontrole” niet mogelijk is, is echter in de huidige stand van de rechtspraak, een te verregaande deductie.

Het Hof van Cassatie heeft al aanvaard in het arrest van 24 januari 2002 dat wanneer een boete disproportioneel is, ze mag worden verminderd of kwijtgescholden (Twee ervan zijn gepubliceerd in T.F.R. 2002, 765 e.v., met noot B. COOPMAN en K. LAMMENS, “Zwijgrecht, mildering van boetes, redelijke termijn : naar een concrete invulling van de “mensenrechten van belastingplichtigen”; een derde is onuitgegeven maar te consulteren op www.cass.be). De rechtbanken mogen, dixit het Hof van Cassatie, inzonderheid nagaan of de boete de wettelijke bepalingen en de algemene beginselen respecteert, met inbegrip van het evenredigheidsbeginsel. Ze moeten hierbij rekening houden met de zwaarte van de inbreuk, de hoogte van de reeds opgelegde sancties en de wijze waarop in gelijkaardige gevallen geoordeeld werd. Het Hof laat uitdrukkelijk een evenredigheidstoets toe, zodat op basis hiervan de rechter toch reeds een vrij ruime bevoegdheid heeft om een administratieve geldboete met repressief karakter te beoordelen en eventueel te verminderen.

Het Hof van Cassatie maakte echter in een van de arresten van 2002 de volgende overweging : het toetsingsrecht van de rechter houdt niet in dat hij om loutere redenen van opportuniteit en tegen wettelijke regels in, boeten kan kwijtschelden of verminderen. Ons lijkt deze laatste overweging niet helemaal conform te zijn met de interpretatie voorgestaan door het Europees Hof. Met dit dictum leunt het Hof immers nog al te zeer aan bij de door het Europees Hof veroordeelde interpretatie in het arrest van 5 februari 1999.

Vergeet in dit verband ook niet dat in arresten van het Arbitragehof dd. 24 januari 1999, 17 maart 1999, 7 december 1999 en 12 juni 2002 in essentie is beslist dat de hoven en rechtbanken alles mogen controleren wat ook onder de bevoegdheid van de belastingadministratie valt. Het is weliswaar volgens het Arbitragehof aan de wetgever om te oordelen of het aangewezen is om de administratie en de rechter te dwingen tot gestrengheid wanneer bepaalde overtredingen inzonderheid het algemeen belang schaden (Cf. B. COOPMAN, “Tot zevenmaal zeventig maal. Vergiffenis met mondjesmaat voor mateloze boetes.”, noot onder Arbitragehof 12 juni 2002 en Rb. Antwerpen 18 juni 2003, T.F.R. 2004, (133) 134). Maar indien de wetgever van oordeel is dat de administratie de mogelijkheid moet hebben om de omvang van de sanctie te moduleren, dan mag niets van wat onder de beoordeling van de administratie valt aan de controle van de rechter kunnen ontsnappen. De B.T.W.-administratie had onder de oude fiscale procedure voldoende mogelijkheid om de hoogte van de boeten vrij te bepalen. En ook na de hervorming van de fiscale procedure in 1999 blijft deze bevoegdheid bestaan op grond van het Regentsbesluit van 18 maart 1831. Uit de vorengeciteerde rechtspraak van het Arbitragehof volgt dus op het eerste gezicht dat de Hoven en Rechtbanken eveneens met een zelfde volheid van bevoegdheid moeten kunnen oordelen over fiscale boetes, en dus om welbepaalde redenen (e.g. verzachtende omstandigheden zoals spontane regularisatie, financiële omstandigheden, eerdere strafrechtelijke veroordeling voor dezelfde feiten, etc. …) een boete kunnen aanpassen. Vanuit een andere invalshoek bekeken : het feit dat het bestuur over bijzondere bevoegdheden beschikt - bijvoorbeeld het moduleren van de omvang van de sanctie of het geven van een waarschuwing in de plaats van een boete - impliceert dat het al dan niet correcte gebruik van die bevoegdheden door de rechter efficiënt moet kunnen worden gecontroleerd (K. LEUS, J. PUT en D. CUYPERS, “Rechtshandhaving door sancties in het recht”, R.W. 2001-2002, (1195), 1203).

Uit al deze rechtspraak en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kunnen wij concluderen dat de Belgische hoven en rechtbanken hoge fiscale boetes op hun “evenredigheid” kunnen controleren op grond van een aantal omstandigheden en overwegingen. De billijkheid en de beoordeling van de zwaarte van de sanctie kunnen bij die afweging benevens andere factoren mee in rekening worden gebracht. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft immers beslist dat zulks in ieder geval niet mag worden uitgesloten en ook de rechtspraak van het Arbitragehof die refereert naar de bevoegdheden van de belastingadministratie, neigt tot hetzelfde besluit.

Alleen de “loutere” opportuniteitsbeslissing is niet mogelijk. Het zou overigens strijdig zijn met het verbod in de grondwet om fiscale privileges te verlenen (Art. 172, eerste lid G.W.) en met het verbod van willekeur (dit is eigenlijk een beginsel van behoorlijk bestuur dat onrechtstreeks ook in acht moet worden genomen door de rechterlijke macht, minstens om de gelijke behandeling van de rechtsonderhorigen te verzekeren) dat alléén om redenen van opportuniteit en zonder afweging van alle voorhanden zijnde elementen een boetevermindering - door wie ook - wordt toegestaan. Het onderscheid blijft natuurlijk subtiel. Of een beslissing “louter” om opportuniteitsredenen is genomen dan wel na een grondige afweging van allerhande objectieve factoren, is een intentieproces en zal alleen uit de neergeschreven motivering van de uitspraak van de hoven en rechtbanken kunnen blijken.

De onderneming Silvester’s Horeca Service die naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is getrokken, zou kunnen overwegen om voor haar eigen geval deze afweging aan de hand van de factoren van haar casus, te laten overdoen. Het lijkt ons niet uitgesloten dat Silvester’s Horeca Service een verzoek tot herroeping van gewijsde kan indienen aangezien er na het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens “tussen dezelfde partijen, handelend in dezelfde hoedanigheid, onverenigbare beslissingen zijn gewezen over hetzelfde onderwerp en op dezelfde grond”’ (Art. 1133, 3° Ger. W.). Dan kan de onderneming mogelijk meer genoegdoening bekomen dan de schamele 5.000 EUR die haar billijkheidshalve door het Europees Hof als schadevergoeding zijn toegekend voor het verlies van de kans op een eerlijk proces (Randnr. 38 van het geannoteerde arrest).

Bart COOPMAN, advocaat bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN



17-10-17 Tax on securities and trading accounts
On 29 September, the federal government adopted a bill of law that introduces a tax on securities and trading accounts.....lire la suite
 
14-10-17 Fiscus versoepelt recht op aftrek btw
In een Circulaire van 12 oktober 2017 kondigt de fiscus aan zich voor de BTW-aftrek te schikken naar het “substance-over-form”-principe, zoals ingesteld door het Europees Hof. ....lire la suite
 
13-10-17 Fiscale visitatie omvat geen algemeen huiszoekingsrecht...
… zo blijkt uit een recent arrest van het Grondwettelijk Hof, uitgesproken op 12 oktober 2017 (nr. 116/2017). ....lire la suite
 
09-10-17 Kaaimantaks: achterpoortjes gaan dicht
Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting maakte o.m. ook een “versterking” van de kaaimantaks deel uit van het zomerakkoord van de regering. ....lire la suite
 
site web par webalive