nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
SAMENVATTING RECHTSPRAAK - 18 MEI 2004
18/05/2004 - Hierna vindt U een samenvatting van rechtspraak omtrent beroepsinkomsten (abnormale en goedgunstige voordelen, voordelen van alle aard), beroepskosten (intresten), aftrekbare bestedingen (onderhoudsgelden), afzonderlijke aanslagen (aanslag geheime commissielonen) en procedure (fraude, kennisgeving van taxatie, hertaxatie, bijzondere aanslagtermijn en nieuwe grieven).

BEROEPSINKOMSTEN
{Artikel 26 W.I.B.1992}
Abnormale of goedgunstige voordelen - afstand van schuldvordering tussen onder voorbehoud van terugkeer naar een betere toestand - moeder-dochter relatie - specifieke economische omstandigheden

Een Nederlandse moedervennootschap staat aan haar Belgische dochtervennootschap een afstand van schuldvordering toe ten belope van ongeveer 8 miljoen euro, dit onder voorbehoud van een terugkeer naar betere toestand. De Belgische vennootschap neemt de afstand op onder de uitzonderlijke opbrengsten. Op deze winst werd in de vierde bewerking ter bepaling van de belastbare winst een aftrek van definitief belaste inkomsten toegepast. De resterende belastbare winst werd herleid tot nihil gelet op de compensatie met overgedragen verliezen. De fiscus beschouwt de afstand van schuldvordering als een goedgunstig voordeel omdat beide vennootschappen zich bevinden in een band van wederzijdse afhankelijkheid, zodat de aftrek van de definitief belaste inkomsten en de verliescompensatie worden geweigerd (artikel 79 juncto 207 W.I.B.1992). De discussie betreft uiteraard de kwalificatie van de afstand van schuldvordering als abnormaal of goedgunstig voordeel. Volgens de fiscus is een afstand van schuldvordering per definitie abnormaal nu onafhankelijke marktspelers elkaar nooit een dergelijk voordeel zouden verlenen. Dit is volgens de Leuvense rechtbank niet juist. Blijkens de voorbereidende werkzaamheden van de wet is een voordeel niet abnormaal wanneer het op economische gronden kan worden gerechtvaardigd. Ten aanzien van het goedgunstig karakter gelden dezelfde regels, vermits goedgunstige voordelen eenvoudig te beschouwen zijn als een bijzondere categorie van abnormale voordelen. De wet verhindert de Belgische vennootschap niet ter verantwoording van het verkregen voordeel omstandigheden zoals haar financiële moeilijkheden, het groepsbelang en het belang van de moedervennootschap aan te voeren. In casu kon de Belgische vennootschap deze verantwoordingen volgens de Leuvense rechtbank ook effectief geven (Rb. Leuven, 6 februari 2004 ).

{Artikel 32 W.I.B.1992}
Beroepsinkomen - voordelen van alle aard - rekening-courant na erfenis van weduwe van bedrijfsleider

Een bedrijfsleider heeft tijdens het leven gelden ontleend van zijn vennootschap, hetgeen blijkt uit de debet rekening-courant. Na het overlijden van de bedrijfsleider blijft de weduwe verder genieten van deze rekening-courant. Volgens de Rechtbank kan de weduwe niet belast worden op de fictieve interesten nu deze voordelen haar niet werden toegekend als bezoldigingen van haar mandaat als bestuurster. De rechtbank past op die wijze op rigoureuze wijze de cassatierechtspraak anno 1992 toe (Cass. 16 januari 1992, R.W. 1991-92, 1265) waarin wordt gesteld dat het voordeel slechts belastbaar is wanneer het rechtstreeks of onrechtstreeks zijn oorsprong vindt in de uitoefening van de opdracht of taak als bestuurder of vereffenaar of van gelijksoortige functie (Rb. Antwerpen, 27 februari 2004).

BEROEPSKOSTEN
{Artikel 46 W.I.B.1964 – Artikel 54 W.I.B.1992}
Intresten betaald aan een Zwitserse vennootschap – fiscus moet bewijs leveren dat deze vennootschap ofwel een holding is ofwel onderworpen is aan fiscaal gunstiger regime

Een Belgische vennootschap leent een bepaalde som van een Zwitserse vennootschap tegen een interestvoet van 15%. De fiscus meent dat de betaalde interesten aan de Zwitserse vennootschap op grond van artikel 46 W.I.B.1964 niet in aftrek komen omdat de interestvoet abnormaal hoog is rekening houdend met het rentetarief in Zwitserland en het rentetarief van de NBB. Bovendien blijft de belastingplichtige volgens de fiscus in gebreke het positief bewijs te leveren van het werkelijk en oprecht karakter van de verrichting. Ook het normaal karakter van de intrest wordt niet geleverd, evenmin als het feit dat de Zwitserse vennootschap onderworpen is aan een normaal belastingstelsel. De rechter in eerste aanleg geeft de fiscus gelijk. Het Antwerpse hof is een andere mening toegedaan. Voor de toepassing van artikel 46 W.I.B.1964 is vereist dat ofwel de Zwitserse firma een holdingvennootschap is die in het land waar zij is gevestigd onderworpen is aan een belastingregime dat afwijkt van het gemeen recht ofwel dat de Zwitserse firma een onderneming is die krachtens de bepalingen van de wetgeving van Zwitserland ter zake van zulke inkomsten aan een aanzienlijk gunstiger belastingregime is onderworpen dan die waaraan de inkomsten in België zijn onderworpen. Het is niet omdat een vennootschap in haar benaming ‘Holding’ heeft opgenomen, dat zij ook effectief een holding is. Bovendien levert de fiscus in casu niet het bewijs dat de Zwitserse firma onderworpen is aan de aanzienlijk gunstiger belastingregime. Zwitserland komt evenmin voor op de lijst van de fiscale vluchtlanden. Het is dan ook volgens het Antwerpse Hof niet bewezen dat in casu aan de voorwaarden van artikel 46 W.I.B.1992 voldaan is (Antwerpen, 2 maart 2004).

AFTREKBARE BESTEDINGEN
{Artikel 104 eerste lid W.I.B.1992}
Onderhoudsgelden - ruime interpretatie - verplichting in natura

Een echtpaar gaat uit elkaar bij onderlinge toestemming (E.O.T.). De familierechtelijke overeenkomst bepaalt dat met betrekking tot het onderhoud en de opvoeding van de twee kinderen de betreffende belastingplichtige een maandelijkse onderhoudsbijdrage verschuldigd is dewelke hij in natura mag nakomen. De belastingplichtige brengt voor elk aanslagjaar een bedrag aan ‘kosten van omgangsrecht’ fiscaal in rekening. Om deze kosten in aftrek te kunnen brengen, dient aan de voorwaarden van artikel 104 eerste lid 1° W.IB.1992 voldaan te zijn. Eén van die voorwaarden is dat de betaling gebeurt op grond van een wettelijke verplichting, onder meer artikel 203 Burgerlijk Wetboek. Volgens verweerder vloeien de kosten hoofzakelijk voort de uitoefening van het bezoekrecht en niet uit een hem opgelegde verplichting. De belastingplichtige, hierin gevolgd door de rechtbank, pleit dan weer voor een ruim burgerrechtelijk begrip van de door artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek opgelegde onderhoudsverplichting, die ook het levensonderhoud, de opvoeding en een passende opleiding omvat, en dus ook de kosten van omgangsrecht. Bij de begroting van een onderhoudsbijdrage ten behoeve van kinderen, moet rekening worden gehouden met het feit dat de onderhoudsplichtige ouder gedurende bepaalde periodes zijn onderhoudsplicht in natura vervult. Ook de fiscale wet gaat uit van het gemeenrechtelijke concept van de ouderlijke onderhoudsverplichting. Het burgerlijk recht kent onmiskenbaar een contributieve waarde toe aan de rechtstreekse uitgaven, dit zijn de uitgaven die de ouders voor het betrokken kind maken tijdens de periodes dat het bij hen verblijft in het kader van hun omgangsrecht, waar het bij de vaststelling van het respectieve aandeel van de ouders in de kosten van onderhoud, opvoeding en opleiding die rechtstreekse uitgaven verrekent. De Leuvense rechtbank bevestigt op dit punt het standpunt van de belastingplichtige (Rb. Leuven, 9 januari 2004).

AFZONDERLIJKE AANSLAGEN
{Artikel 219 W.I.B.1992}
Aanslag geheime commissielonen – combinatie in artikel 57 W.I.B.1992

Een afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting (geheime commissielonen) kan worden gevestigd op bedrijfsuitgaven als vermeld in artikel 57 W.I.B.1992 die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave. In de boekhouding van een Belgische vennootschap vindt de administratie facturen van een Luxemburgse vennootschap terug. Hieromtrent ondervraagd, antwoordt de vennootschap dat de vergoedingen betrekking hadden op diensten verricht als aankoopvereniging. Navraag bij de leveranciers van de vennootschap leert dat de bij hen geplaatste bestellingen of aankopen allerminst gebeuren via een aankoopvereniging. De Belgische vennootschap wijzigt haar standpunt en verklaart dat de vergoedingen zgn. ‘management fees’ betreffen. De rechtbank stelt vast dat deze vergoedingen bedoeld zijn in artikel 57 W.I.B.1992 zodat de verplichting geldt individuele fiches en een samenvattende opgave op te maken. Vermits de Belgische vennootschap niet aantoont dat het niet gaat om een vergoeding in de zin van artikel 57 W.I.B.1992, verklaart de rechtbank de vordering van de Belgische vennootschap tot nietigverklaring van de bestreden aanslag ongegrond (Rb. Hasselt, 24 december 2003).


PROCEDURE
{Artikel 333 W.I.B.1992}
Fraude – kennisgeving – bewijs fraude door extrapolatie naar andere jaren

De fiscus neemt op 14 februari 1995 telbanden van de kassa van een belastingplichtige in beslag. Volgens haar tonen de telbanden aan dat de belastingplichtige te weinig omzet heeft aangegeven. In een schrijven d.d. 16 mei 1997 heropent de controleur de onderzoekstermijn naar de inkomsten van de inkomstenjaren 1992 en 1993. Als motivatie voor de uitbreiding van de onderzoekstermijn, verwijst de controleur naar voormelde inbeslagname. De Hasselse rechtbank oordeelt dat de belastingdienst geen in 1995 gesitueerde en aan dat specifiek jaar verbonden aanwijzingen van fraude zonder meer kunnen geëxtrapoleerd worden naar vroegere jaren. Aangezien artikel 333 derde lid W.I.B.1992 wordt geschonden, en de aanslagen voor de aanslagjaren 1993 en 1994 vernietigd (Rb. Hasselt, 3 december 2003).

{Artikel 346 lid 5 W.I.B.1992}
Kennisgeving van taxatie – niet toepassing leidt tot nietigheid aanslag
De verplichting van artikel 346, laatste lid W.I.B. 1992, om de belastingplichtige op de hoogte te brengen van de door hem gemaakte opmerkingen waarmee de belastingdienst bij het vestigen van de aanslag geen rekening heeft gehouden, en ook van de motieven die naar het oordeel van de belastingdienst die beslissing rechtvaardigen, vormt een door de wetgever gewilde en bijzonder uitgewerkte substantiële regel van de wijzigingsprocedure.
Zelfs indien de belastingplichtige er geen belang in ziet om de schending van deze regel op te werpen, is de rechtbank verplicht het ambtshalve te doen, zulks in elk stadium van de gerechtelijke procedure. De vastgestelde afwezigheid leidt tot de nietigheid van de desondanks toch gevestigde aanslag (Rb. Antwerpen, 16 februari 2004).

{Artikel 355 W.I.B.1992}
Hertaxatie – schending gezag van gewijsde

Een indiciaire afrekening wordt wegens het arbitraire karakter ervan door het Hof van beroep te Antwerpen vernietigd. De samenstelling van de aangroei van een rekening-courant werd immers niet voldoende toegelicht, zo werd in het arrest gesteld. Op grond van artikel 355 W.I.B. 1992 gaat de taxatieambtenaar echter tot hertaxatie over. Daarbij weerhoudt de taxatieambtenaar niet langer het forfaitair berekenende levensonderhoud, maar wel nog de aangroei van de rekening courant. De belastingplichtige stelt volgens de Rechtbank van Antwerpen terecht dat het gezag van gewijsde van het eerdere arrest geschonden is. Het gezag van gewijsde verhindert immers niet alleen dat eenzelfde vordering opnieuw wordt ingesteld, maar vermijdt tevens dat een – in een kader van een eerdere procedure – reeds beslecht feitelijk aspect of rechtspunt andermaal zou dienen behandeld te worden (Rb. Antwerpen, 4 februari 2004).

{Artikel 358 §1 1° W.I.B.1992}
Bijzondere aanslagtermijn – geen combinatie mogelijk tussen artikel 344 § 1 W.I.B.1992 en artikel 358 § 1 1° W.I.B.1992.

Een vennootschap gaat ten belope van 10 % over tot inkoop van eigen aandelen. De taxatieambtenaar meent deze inkoop op grond van artikel 344, §1° W.I.B. 1992 te kunnen herkwalificeren, en vordert de niet-betaalde roerende voorheffing op grond van artikel 269, 2° W.I.B. 1992. De verschuldigde voorheffing wordt gevestigd bij toepassing van artikel 358, §1, 1° W.I.B. 1992, hetgeen volgens de Antwerpse rechter niet mogelijk is. Immers, de toepassing van voormeld artikel 358, §1, 1° W.I.B. 1992 vereist immers dat de bepalingen van het W.I.B.1992 of de ter uitvoering ervan genomen besluiten overtreden zijn én de toepassing van artikel 344, §1 W.I.B.1992 impliceert nu juist dat geen wettelijke bepaling overtreden werd. In tegenstelling tot belastingontduiking, waar de belastingplichtige zich onttrekt aan de verschuldigde belasting door overtreding van een wettelijke bepaling, wordt er bij belastingontwijking geen enkele bepaling overtreden (Rb. Antwerpen, 13 februari 2004).

{Artikel 807 Ger.W.}
Gerechtelijke procedure – nieuwe grieven

Een belastingplichtige is het niet eens met een directoriale beslissing en vat de rechtbank. In het verzoekschrift argumenteert hij over de grond van de zaak (over afschrijvingen en over belastbaarheid van een bepaalde inbreng). In zijn latere conclusie vordert de belastingplichtige voor het eerst om de opgelegde belastingverhoging van 10 % kwijt te schelden, gelet op zijn goede trouw. Volgens de administratie betreft dit een nieuwe vordering die berust op een feit of akte die niet voorkomt in de inleidende vordering. Zodoende zou deze vordering ontoelaatbaar zijn bij toepassing van artikel 807 Ger. Wb. De rechter is het daar niet mee eens. De oorzaak van de inleidende vordering is de bestreden aanslag, zijnde het rechtsfeit of de rechtshandeling die aan de vordering ten grondslag ligt. Ingeval de bestreden aanslag werd de belastingverhoging van 10 % toegepast zodat de vordering tot kwijtschelding van deze belastingverhoging ontegensprekelijk mede berust op een in de gedinginleidende akte aangevoerde oorzaak, namelijk de bestreden aanslag. Zo doende is de vordering m.b.t de belastingverhoging wel toelaatbaar (Rb. Antwerpen, 25 februari 2004).


Leo DE BROECK en Jo ROSELETH, advocaten bij DE BROECK VAN LAERE VAN CAMP COOPMAN






28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....lire la suite
 
27-02-17 Fiscale cijfers voor 2017
In de eerste maanden van het jaar publiceert de fiscus traditioneel de nieuwe fiscale cijfers als die geïndexeerd of op een andere manier aangepast moeten worden.....lire la suite
 
24-02-17 Bijzondere liquidatiereserve krijgt ruimer toepassingsgebied (voor verleden)
Vennootschappen die voor aanslagjaar 2012 geen reserves konden “vastklikken” met het oog op een latere belastingvrije uitkering, krijgen nu een tweede kans. ....lire la suite
 
16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lire la suite
 
site web par webalive