nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Heffing op pensioensparen eenmalig vervroegd
 
De regering gaat, in een eenmalige operatie, een deel van de belasting op pensioensparen en op individuele levensverzekeringen vervroegd innen. Alleen stortingen van vóór 1993 zijn getroffen. Voor de belastingbetaler zou de operatie geen nadeel opleveren.

De uitkeringen van een individuele levensverzekering of van een pensioenspaarrekening zijn normaal gezien belastbaar in de personenbelasting. In de praktijk wordt de belasting echter al geïnd op het moment dat de begunstigde of spaarder 60 jaar wordt. Dat gebeurt in de vorm van de taks op het langetermijnsparen. Men spreekt ook wel van de anticipatieve heffing, omdat de taks “vooruitloopt op” de aanslag in de personenbelasting. Bij de effectieve uitkering is er dan geen personenbelasting meer verschuldigd omdat de anticipatieve heffing al ingehouden is. Personenbelasting is alleen nog verschuldigd als er geen anticipatieve heffing ingehouden is bijvoorbeeld omdat de begunstigde vóór zijn 60e verjaardag alles vervroegd opgenomen heeft.

Taks lange termijnsparen vervangt personenbelasting

De taks op het lange termijnsparen wordt niet geregeld in het Wetboek van de inkomstenbelastingen maar in het Wetboek diverse rechten en taksen (artikel 184). Het tarief bedraagt 16,5% voor het deel van het kapitaal dat opgebouwd is met stortingen die vóór 1993 gebeurd zijn, en 10% voor het overblijvende deel. Dat komt overeen met de tarieven in de personenbelasting.

In haar zoektocht naar extra middelen voor het begrotingsjaar 2012 heeft de regering nu beslist tot een eenmalige operatie. Een deel van de taks op het lange termijnsparen die in de toekomst verschuldigd zou zijn, wordt nu onmiddellijk geïnd. Het gaat dus niet om een extra belasting maar om de vervroegde inning van een bestaande belasting. Omdat die bestaande belasting ook al neerkomt op de vervroegde inning van een andere belasting (namelijk de personenbelasting), gaat het dus eigenlijk om de vervroeging van een vervroeging.

6,5% vervroegd geïnd, 10% later

De vervroegde inning heeft alleen betrekking op het deel dat is opgebouwd met stortingen van vóór 1993. Het tarief bedraagt 6,5% van de afkoopwaarde of de spaartegoeden. De overblijvende 10% wordt dan geïnd op het normale moment: als de begunstigde 60 wordt. Dat betekent ook dat er op dat ogenblik voor de taks op het lange termijnsparen geen onderscheid meer hoeft te worden gemaakt tussen stortingen van vóór en van na 1 januari 1993.

De begunstigde van de verzekering of de spaarder voelt van de hele operatie in principe niets. Het is de verzekeraar of de bank die de heffing afhoudt. Dat moest gebeurd zijn op 1 oktober voor levensverzekeringen en moet gebeuren tegen 1 december voor pensioenspaarrekeningen.

Geen nadeel voor spaarder, zegt regering

Volgens de regering is de maatregel ook niet in het nadeel van de belastingplichtige. Dat komt, simpel gezegd, omdat er, door de vervroegde inning, op het einde geen belasting meer te betalen is op de extra aangroei vanaf nu. Wat men wint door de lagere belasting, kan zelfs meer zijn dan wat men verliest aan rendement op het bedrag dat nu al afgehouden wordt.

Stel: de reserves bedragen op dit moment 100, en er is nog vijf jaar te gaan tot het normale moment van inhouding van de taks op het lange termijnsparen. Het jaarlijkse rendement is 4%.

Onder het oude systeem zou het eindkapitaal dan 121,7 bedragen. Na afhouding van 16,5% blijft daar nog 101,6 van over.

Door de vervroegde inning wordt van de 100 onmiddellijk 6,5 afgenomen. De overblijvende 93,5 groeit tijdens de resterende vijf jaar aan tot 113,8. Daar wordt 10% op ingehouden, zodat de belastingplichtige 102,4 uitgekeerd krijgt. Hij houdt dus (iets) meer over dan in het vorige geval.

Voor pensioenspaarrekeningen is moeilijker te zeggen of de vervroegde inning een voordeel of een nadeel is voor de spaarder. Dat komt omdat er fiscaal gewerkt wordt met een vaste (fictieve) kapitalisatierentevoet van 6,25%. Zolang de feitelijke rendementen lager liggen dan de fictieve (en dat is momenteel het geval), doet de spaarder in elk geval zijn voordeel met de vervroegde inning. Want die voorkomt dat er later ook nog eens belasting ingehouden wordt op een fictief rendement.

(Bronnen: Programmawet van 22 juni 2012, twee Koninklijke Besluiten van 27 september 2012, Staatsblad van 28 juni en 28 september 2012)



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....read more
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....read more
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....read more
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....read more
 
website by webalive