nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Strengere onderkapitalisatieregel legt beperkingen op aan financiering binnen groep
 
Een vennootschap die leningen aangaat bij een ander groepslid, kan de interest op die leningen niet meer aftrekken in de mate dat de geleende bedragen vijf maal hoger zijn dan het eigen vermogen. Op het laatste moment is wel een versoepeling ingevoerd voor vennootschappen die zich bezighouden met het thesauriebeheer binnen een groep. De nieuwe “thin cap”-regeling is van toepassing vanaf 1 juli 2012.

Er bestond al enige tijd een maatregel die gericht was tegen ondergekapitaliseerde vennootschappen. Dat zijn vennootschappen die vooral gefinancierd worden door vreemd kapitaal (leningen) en niet door eigen vermogen (zgn. thin cap, de afkorting van thin capitalisation of onderkapitalisatie). Het probleem in de ogen van de wetgever is dat de interest die betaald wordt op al die leningen, de belastbare basis van de betrokken vennootschap volledig kan uithollen. De verhouding van 7 op 1 (schuldenlast zeven maal hoger dan eigen vermogen) bakende daarbij de “gevarenzone” af. In de mate dat die verhouding overschreden werd, verloor de vennootschap het recht op aftrek van de interest die ze betaalde. Interest die betrekking had op het gedeelte van de leningen boven 7:1, was dus niet aftrekbaar.

Tot nu toe had die maatregel echter een zeer beperkte impact omdat hij alleen van toepassing was op leningen bij een persoon of een entiteit in een belastingparadijs. Maar daar komt nu verandering in.

Niet meer alleen interestbetalingen aan belastingparadijs

Begin 2012, in het kader van de belastingmaatregelen van de nieuwe regering, is die regeling op twee punten verstrengd. Ten eerste is de verhouding van 7:1 verstrakt tot 5:1. Bovendien is de aftrekbeperking nu ook van toepassing op alle leningen binnen een groep. Het begrip “groep” wordt gedefinieerd als in artikel 11 van het Wetboek Vennootschappen.(moedervennootschappen die “controle” uitoefenen over dochters, d.w.z. een beslissende invloed hebben op het beleid bv. omdat zij de meerderheid van de aandelen bezitten; of vennootschappen die een consortium vormen, d.w.z. onder centrale leiding staan).

Die verstrengde regeling is al enkele maanden geleden in het Staatsblad verschenen (programmawet van 29 maart 2012) maar was tot nu toe nog niet effectief in werking getreden. De inwerkingtreding werd namelijk op het laatste nippertje uitgesteld omdat er een probleem vastgesteld was met vennootschappen die aan “cash pooling” doen binnen een multinationale groep. Aangezien die vennootschappen juist als taak hebben om kapitaal te verzamelen bij groepsleden en het dan door te lenen aan andere groepsleden, zouden zij keihard getroffen worden door de nieuwe maatregel en misschien wegtrekken uit België.

Versoepeling voor cash pooling
Daarom heeft het Parlement nu een wijziging van de nog maar enkele maanden oude wet goedgekeurd. Vennootschappen die belast zijn met het dagelijks gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een groep, mogen rekening houden met hun netto-interestpositie. Om te bepalen of de 5:1-verhouding overschreden is en dus de aftrekbeperking van toepassing is, moet weliswaar nog altijd alleen naar de schulden gekeken worden (zonder aftrek van vorderingen). Maar het bedrag aan interest dat daarna effectief in verworpen uitgaven terechtkomt, mag op netto-basis berekend worden. Dat wil zeggen dat de ontvangen interest afgetrokken mag worden van de betaalde interest.

Samengevat: of de aftrekbeperking van toepassing is, wordt bij “cash pooling” op dezelfde manier bepaald als bij andere vennootschappen, maar het bedrag waarop de aftrekbeperking toegepast wordt, is kleiner.

Voorbeeld

Stel: de vennootschap heeft een eigen vermogen van 1000. Haar schuld bij andere groepsvennootschappen in het kader van thesauriebeheer bedraagt 6000. Ze heeft ook vorderingen ten belope van 3000 t.a.v. andere groepsvennootschappen. Ze betaalt 600 interest aan andere groepsvennootschappen en ontvangt zelf 300 interest van andere groepsleden in het kader van datzelfde thesauriebeheer.
De 5:1-verhouding is in elk geval overschreden (6000 > 5 × 1000), dus een deel van de interest is niet aftrekbaar. Van de interest die ze betaalt aan andere vennootschappen binnen dezelfde groep, zou in normale gevallen 1000/6000 (de mate van overschrijding van de 5:1-verhouding) niet aftrekbaar zijn, d.w.z. 100 (600 × 1000/6000). Als het om “cash pooling” gaat, mag echter uitgegaan worden van de netto-interestpositie: 600-300 = 300. Niet-aftrekbaar is dan: 300 × 1000/6000 = 50.

Er zijn nog andere uitzonderingen. Zo tellen leningen bij een bank niet mee. Die mag men gewoon buiten beschouwing laten als men wil nagaan of de 5:1-verhouding overschreden is. En leasing- en factoringvennootschappen vallen helemaal buiten de regeling.

Ook indirecte financiering telt mee

Aan de andere kant is het niet mogelijk aan de maatregel te ontsnappen door een onafhankelijke derde in te schakelen. Want als die derde op zijn beurt gefinancierd wordt door een groepslid, of als een groepslid zich garant stelt voor de lening, wordt de lening toch beschouwd als intragroepsfinanciering en is de aftrekbeperking dus van toepassing.

De maatregel is van toepassing sinds 1 juli 2012. Hij is ondertussen ook verschenen in het Staatsblad.

(Bron: Programmawet van 22 juni 2012, Staatsblad van 28 juni 2012)



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
website door webalive