nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Advocaten   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Auteursrechten werknemer: fiscus wil opdeling vergoeding
 
Bijna vier jaar na de invoering van een specifiek fiscaal regime voor auteursrechten is daarover een eerste (korte) circulaire gepubliceerd. Daarin benadrukt de fiscus opnieuw dat een werknemer die auteursrechtelijk beschermde werken voortbrengt, alleen in aanmerking komt voor het “nieuwe” regime als zijn arbeidscontract specifiek voorziet in een vergoeding voor de overdracht van auteursrechten.

In het geval van een overeenkomst die een clausule bevat met betrekking tot de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten, en indien daarvoor uitdrukkelijk een specifieke vergoeding is voorzien, die verschillend is van de bezoldiging als werknemer (hetgeen betekent dat de auteursrechten of naburige rechten niet gratis zijn overgedragen), is die vergoeding op het principiële vlak belastbaar op basis van artikel 17, § 1, 5° WIB 1992. Dat deelt de fiscus mee in een nieuwe circulaire. Dat wil zeggen dat de vergoeding belastbaar is als een roerend inkomen (overdracht van auteursrechten) en niet als een beroepsinkomen.

Specifieke vergoeding

Met die passage sluit de fiscus aan bij een ruling die over het onderwerp al gepubliceerd is. Die ruling betrof een geval waarin sprake was van één algemene vergoeding, zonder uitdrukkelijke opsplitsing in een vergoeding voor arbeidsprestaties en een vergoeding voor de overdracht van auteursrechten. In dergelijk geval vond de Rulingcommissie dat de auteursrechten verondersteld moeten worden gratis overgedragen te zijn. De hele vergoeding moet dan belast worden als een beroepsinkomen (ruling nr. 900.053 van 10 november 2009; zie ons artikel “Rulingcommissie is streng voor auteursrechten”).

De (impliciete) verwijzing naar de ruling is strikt genomen eigenaardig, zeker in een circulaire die zegt geen antwoorden te willen geven in specifieke gevallen maar alleen de principes te behandelen. De taak van de Rulingcommissie is om absolute zekerheid te bieden in een specifiek geval. Zij geeft aan in welk gevallen er geen enkele twijfel mogelijk is. Het komt daarom vaak voor dat de Rulingcommissie strenger is dan wat de letterlijke wettekst voorschrijft en bijkomende voorwaarden oplegt. Blijkbaar is dat ook gebeurd in de vermelde ruling. Maar er is geen dwingende reden om die beslissing - in een specifiek geval - tot een algemeen principe te verheffen. De wettekst zelf (artikel 17, §1, 5° WIB 1992) legt in elk geval niet de bijkomende voorwaarde op dat de vergoeding in het arbeidscontract uitdrukkelijk opgesplitst moet zijn.

 Werknemer

Die ruling had overigens betrekking op een zelfstandige (freelancer). De circulaire daarentegen geeft het antwoord weer op een vraag van een acteur die in dienstverband werkt voor nasynchronisatiebedrijven. Impliciet aanvaardt de fiscus dus dat het specifieke regime voor auteursrechten ook van toepassing is op werknemers. De wet sluit dat inderdaad niet uit.

Verder merkt de fiscus in de circulaire op dat het niet aan de fiscus toekomt om te bepalen of een werk al dan niet valt onder het toepassingsgebied van de auteursrechtenwet (Wet van 30 juni 1994). Dat is belangrijk omdat het specifieke fiscale regime voor auteursrechten alleen betrekking heeft op auteursrechten in de zin van die wet. Maar de toepassing van die wet is een strikte bevoegdheid van de FOD Economie, merkt de circulaire op. In de praktijk zal die regel wellicht geen problemen opleveren omdat de auteursrechtenwet bijzonder ruim geformuleerd is en ook de rechtspraak en de Rulingcommissie hem zo interpreteren.

 Zo nodig verbeterende fiches

Als de inkomsten verkeerdelijk vermeld zijn op een loonfiche voor beroepsinkomsten (281.10) en niet op een fiche voor auteursrechten (281.45), moet dat rechtgezet worden volgens de circulaire.

Dat betekent concreet dat de originele fiche 281.10 verbeterd moet worden. De verkrijger van het inkomen moet daarvan een dubbel krijgen met de vermelding “verbetering van het origineel”. Daarnaast kan een nieuwe fiche 281.45 opgemaakt worden, waarvan de verkrijger een dubbel krijgt zonder speciale vermelding. Het opmaken van fiches 281.45 is echter sinds aanslagjaar 2010 niet meer verplicht maar facultatief. Een alternatief is dat de originele fiche geannuleerd wordt en dat een volledig nieuwe fiche 281.10 (met een nieuw volgnummer) opgemaakt wordt, al dan niet samen met een fiche 281.45 (voor de algemene regels: zie “Bericht aan de werkgevers...”, p. 72 -

In beide gevallen moet echter "in principe" ook een aangifte in de roerende voorheffing ingediend worden (273S) en alsnog roerende voorheffing betaald, aldus de circulaire.

Bron: Circulaire nr. Ci.RH.231/605.842 (AAFisc 21/2012) van 21 mei 2012



03-10-18 Melden aan UBO-register pas tegen 31 maart 2019
Alle vennootschappen – ook de kleine – moeten nu hun grote aandeelhouders (minstens 25%) melden aan het zogenaamde UBO-register. UBO staat voor “ultimate beneficial owner”, dus de uiteindelijk begunstigde(n) achter een vennootschap.....lees meer
 
03-10-18 Fiscale stimulans voor ombouw van winkel tot woning
De Vlaamse regering wil de leegstand van winkels in stadscentra bestrijden door vijf jaar lang een vrijstelling van onroerende voorheffing toe te staan als een winkelpand omgebouwd wordt tot een woning.....lees meer
 
24-09-18 Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector
De bestaande vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid wordt vanaf dit jaar uitgebreid tot de bouwsector. De voorwaarden zijn soepeler dan in de bestaande maatregel maar het vrijstellingspercentage ligt ook lager. ....lees meer
 
24-09-18 5 nieuwigheden over de maatschap in het kader van vermogensplanning
De maatschap zonder rechtspersoonlijkheid met een burgerrechtelijk doel (voorheen de burgerlijke vennootschap) wordt sinds jaar en dag gebruikt in het kader van vermogensplanning.....lees meer
 
website door webalive