nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Fiscus tracht “misbruiken” aan te pakken met nieuw artikel 344, §1
 
Programmawet (1) van 29 maart 2012 (B.S. 6 april 2012, Ed 3) - In zijn strijd tegen vruchtgebruikconstructies, tussengeschoven vennootschappen en andere vermeende misbruiken, krijgt de fiscus een nieuw, machtig wapen in handen: een volledig herschreven algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992). Door de vele strenge rechtspraak van de laatste jaren was zelfs de fiscus al beginnen te twijfelen aan de bruikbaarheid van de oude versie van dat artikel. Een grondige facelift zou die bepaling nu wél algemeen inzetbaar moeten maken. Hoever de impact precies reikt, is echter nog onduidelijk.

Een zogenaamde algemene antimisbruikbepaling staat al sinds 1993 in het wetboek van inkomstenbelastingen (artikel 344, §1 WIB 1992). Op die manier kan de fiscus belastingplichtigen aanpakken die strikt genomen geen fraude plegen (geen belastingontduiking) maar wel achterpoortjes benutten om minder belastingen te betalen. Tot nu toe hield die bepaling in dat de fiscus de “kwalificatie” (m.n. de juridische benaming) die een belastingplichtige geeft aan een bepaalde verrichting, mag negeren, en er een andere, meer gebruikelijke kwalificatie aan mag geven (“herkwalificeren”), althans als de fiscus vermoedt dat de oorspronkelijke kwalificatie gekozen is met de bedoeling om belastingen te ontwijken.

Sinds 1993 mag fiscus “herkwalificeren”

Zo zou de fiscus een inkoop van eigen aandelen (vóór 2012 nog onderworpen aan een voorheffing van 10%) kunnen “herkwalificeren” in een dividenduitkering, met het argument dat de belastingplichtige wou ontsnappen aan de hogere roerende voorheffing op een dividenduitkering en daarom zijn verrichting voorgesteld heeft als een inkoop van eigen aandelen. De fiscus zal de “inkoopbonus” dan belasten als een (echt) dividend.

Of neem het geval van een volle eigenaar die het vruchtgebruik van een gebouw vestigt ten voordele van zijn vennootschap, en zichzelf de blote eigendom voorbehoudt. De fiscus zou dan kunnen argumenteren dat de bedrijfsleider bewust niet gekozen heeft voor een verhuur van het gebouw aan zijn vennootschap omdat de huur die een vennootschap aan haar bedrijfsleider betaalt, (deels) als een bedrijfsleidersbezoldiging belast wordt. De fiscus zou de vestiging van het vruchtgebruik bijgevolg kunnen “herkwalificeren” in een verhuur, en de verkoopprijs alsnog nog belasten als een beroepsinkomen (bedrijfsleidersbezoldiging).

De belastingplichtige kon tot nu toe alleen aan de toepassing van artikel 344, §1 WIB 1992 ontsnappen door aan te tonen dat hij valabele bedrijfseconomische motieven heeft (“rechtmatige financiële of economische behoeften” zegt de wet) om voor de betwiste kwalificatie te kiezen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat hij via zijn vennootschap/vruchtgebruiker gemakkelijker financiering krijgt.

Moeilijk toepasbaar want gelijksoortige gevolgen vereist

In de praktijk bleek de oude versie van artikel 344, §1 WIB echter moeilijk, zelfs niet, toepasbaar. Dat lag vooral aan het Hof van Cassatie. Dat heeft bij herhaling gezegd dat de fiscus alleen maar kan “herkwalificeren” op voorwaarde dat de nieuwe kwalificatie die de fiscus in de plaats wil stellen van de oorspronkelijk door de belastingplichtige gekozen kwalificatie, “gelijksoortige rechtsgevolgen” heeft als die laatste. Al gauw bleek dat het bijna niet voorkomt dat twee verschillende juridische kwalificaties min of meer dezelfde rechtsgevolgen hebben.

Een inkoop van eigen aandelen heeft bijvoorbeeld als gevolg dat de verhoudingen tussen de aandeelhouders wijzigen (toch bij een niet-proportionele inkoop) of gewoon dat het aantal aandelen vermindert. Die gevolgen zijn er niet bij een (echte) dividenduitkering. En de rechten en plichten van een vruchtgebruiker en een huurder verschillen zodanig dat ook daar bezwaarlijk sprake kan zijn van “gelijksoortige” rechtsgevolgen, temeer daar het ene een zakelijk en het andere een persoonlijk recht is.

Al die praktische moeilijkheden voor de fiscus zouden nu, zo wordt gehoopt, van de baan moeten zijn dankzij een volledig nieuwe formulering voor artikel 344, §1 WIB 1992, zoals ingevoerd door de Programmawet (1) van 29 maart 2012 en in de regel van toepassing vanaf aanslagjaar 2013 (zie nog voor verdere nuancering onderaan deze tekst).

Fiscaal misbruik : doel van wet miskennen

Het grote verschil met vroeger is dat er niet langer sprake is van een “kwalificatie”, die de fiscus eventueel moet vervangen door een andere kwalificatie met gelijkaardige rechtsgevolgen. Het voornaamste praktische bezwaar bij de toepassing van de oude versie van het artikel valt dus weg.

Voortaan volstaat het dat de fiscus aantoont dat er “fiscaal misbruik” in het spel is. Van misbruik is er sprake als de belastingplichtige een belastingvoordeel nastreeft dat in tegenstrijd is met het doel van de wet, en waarbij zijn keuze “in wezen” ingegeven is door fiscale motieven.

De minister van Financiën weigert voorlopig uitdrukkelijk om concreet te worden, maar een voorbeeld zou kunnen zijn: de bedrijfsleider A verhuurt zijn gebouw niet rechtstreeks aan zijn vennootschap B, maar verhuurt het gebouw aan zijn broer C die het doorverhuurt aan deze vennootschap B (transacties die waarschijnlijk ook onder de huidige libellering van 344 WIB in het vizier kunnen worden genomen). De Minister blijft het antwoord schuldig op de vraag of men van misbruik kan spreken wanneer een man met een dame huwt omdat zij belangrijke fiscale overdraagbare verliezen zou hebben...

Er is niets veranderd aan het feit dat de initiële bewijslast bij de fiscus ligt. Die moet kunnen aantonen (eventueel op basis van vermoedens) dat er “fiscaal misbruik” in het spel is (zeg maar als iets onwerkelijk is, of met de [Europese] woorden die eerder in de voorbereidende werkzaamheden werden gebruikt: volstrekt kunstmatige constructies), en voortaan in principe ook dat de bedoeling van de wet miskend is. Maar wie kan zeggen wat de exacte bedoeling is van een fiscaal wetsartikel ?

Tegenbewijs: er zijn (ook) niet-fiscale motieven

En ook aan het feit dat de belastingplichtige de kans krijgt een tegenbewijs te leveren, is niets veranderd. Nieuw is wel dat het tegenbewijs niet meer bestaat in het aantonen van “rechtmatige financiële of economische behoeften”. Voortaan moet de belastingplichtige aantonen dat zijn keuze voor een bepaalde rechtshandeling verantwoord is door “andere motieven dan het ontwijken van belastingen”. Dat komt neer op een versoepeling van de bewijslast van de belastingplichtige, want het betekent dat voortaan ook met persoonlijke of familiale motieven rekening gehouden wordt. In ons vruchtgebruikvoorbeeld zou de bedrijfsleider dus wellicht kunnen argumenteren dat zijn persoonlijke financiële situatie meebracht dat hij onmiddellijk geld nodig had, en daarom koos voor een verkoop (van het vruchtgebruik) in plaats van een verhuur op lange termijn.

De niet-fiscale motieven hoeven zelfs niet doorslaggevend te zijn, maar moeten het niveau van het verwaarloosbare overschrijden. Een constructie die hoofdzakelijk door fiscale motieven is ingegeven, is dus in principe perfect toegelaten, op voorwaarde dat er minstens nog één ander valabel motief is. De enige beperking is dat niet eender welk “ander motief” aanvaardbaar is als tegenbewijs. Evidente, te algemene of niet zwaarwegende motieven komen niet in aanmerking. Een voorbeeld is een (kleine) besparing op administratiekosten door een fusie.

Als het tegenbewijs mislukt, moet de fiscus belasten alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden. Die formulering is nieuw, maar het resultaat zal vermoedelijk hetzelfde zijn als onder het oude artikel 344, §1, al is het momenteel volkomen onduidelijk voor welk alternatief de fiscus dan moet kiezen: de zwaarst belaste, of mag het ook wat minder zijn? En wat als er diverse partijen zijn betrokken: moeten zij allemaal simultaan de niet-tegenstelbaarheid ondergaan, of kan de fiscus zich beperken tot niet-tegenstelbaarheid bij één partij? En eens men de niet-tegenstelbaarheid inroept, bijvoorbeeld inzake inkomstenbelastingen, moet de collega van successie- en registratierechten dan automatisch volgen, of is dat van geen belang? (Te) veel onbeantwoorde vragen...

Een laatste grote nieuwigheid is dat het de bedoeling is om de antimisbruikbepaling voortaan ook effectief toe te passen in de registratie- en successierechten, dit voor handelingen gesteld vanaf de eerste dag van de tweede maand na publicatie in het staatsblad.

In de inkomstenbelastingen is de herschreven antimisbruikbepaling van toepassing vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die zijn gesteld tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op de datum van bekendmaking van de wet in het staatsblad en is verbonden aan het aanslagjaar 2012. Inkortingen van het boekjaar waartoe beslist is vanaf 28 november 2011, beletten de toepassing niet.

Wij zijn benieuwd of de lokale controle- en taxatieambtenaren dit erg onduidelijke (en onsympathieke) wapen vaak zullen durven gebruiken tegen hun klanten, de belastingplichtigen.



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lire la suite
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....lire la suite
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....lire la suite
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....lire la suite
 
site web par webalive