nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
(Fiscale) meldplicht en aangifteplicht voor roerende inkomsten
 
De tariefverhogingen zijn uiteindelijk niet eens de spectaculairste wijzigingen aan het fiscaal regime van de roerende inkomsten. Veel ingrijpender zijn de nieuwe mededelings- en aangifteplicht. Om een correcte heffing van de nieuwe bijkomende heffing van 4% te waarborgen, moet de schuldenaar van de roerende inkomsten alles melden aan een centraal aanspreekpunt in de schoot van de fiscus. Bovendien verdwijnt het principe van de bevrijdende roerende voorheffing grotendeels. Het is echter nog wachten op praktische richtlijnen om de nieuwe regeling concreet te kunnen toepassen. En ook aan de kersverse wettekst wordt nog gesleuteld.

Sinds 1 januari 2012 is niet alleen het gewone tarief van de roerende voorheffing opgetrokken van 15% tot 21% (zie ons artikel “Roerende voorheffing gaat omhoog”). Er is ook een “bijkomende heffing” (een soort surplus-taks) van 4% ingevoerd op hoge inkomsten, namelijk een roerend inkomen boven 20.020 euro (zie ons artikel “Bijkomende heffing op roerende inkosten”). De heffing is alleen van toepassing op inkomsten die normaal gezien aan een tarief van 21% onderworpen zijn (gewone interesten, VVPR-dividenden, inkoopboni).

Die bijkomende heffing wordt op twee manieren geïnd.

Bijkomende heffing: inhouding aan de bron

Een eerste mogelijkheid is dat de begunstigde van het inkomen laat weten aan de bank (of een andere schuldenaar van het inkomen) dat hij kiest voor inhouding aan de bron. De bijkomende heffing van 4% wordt dan ingehouden op het volledige inkomen dat in principe aan de heffing onderworpen is, dus ook op het vrijgestelde deel van het inkomen beneden de 20.020 euro. Wat op die manier te veel betaald wordt, krijgt de belastingplichtige terug bij de eindafrekening op het moment dat de aanslag in de personenbelasting gevestigd wordt.

... ofwel mededeling aan centraal aanspreekpunt

Als de begunstigde er niets voor voelt om op die manier een “gratis lening” aan de Staat toe te staan, dan is de schuldenaar van de roerende voorheffing verplicht om mededeling te doen van alle interesten en dividenden die hij uitkeert. Ook van interesten en dividenden die niet onderworpen zijn aan de bijkomende heffing, want die inkomsten kunnen meetellen om te bepalen of het grensbedrag van 20.020 euro bereikt is. De mededeling gebeurt aan een “centraal aanspreekpunt” dat deel uitmaakt van het ministerie van Financiën.

Als blijkt dat een belastingplichtige voor meer dan 20.020 euro interesten en dividenden heeft ontvangen in de loop van een jaar, brengt het aanspreekpunt de fiscus automatisch op de hoogte. De fiscus zal dan (het juiste bedrag van) de bijkomende heffing aanrekenen bij het vestigen van de aanslag in de personenbelasting. Is het grensbedrag niet overschreden, dan worden de gegevens niet automatisch doorgespeeld omdat de bijkomende heffing dan normaal gezien niet van toepassing is. Maar de fiscus mag in dergelijk geval toch nog altijd informatie opvragen bij het meldpunt.

De keuze voor mededeling van alle gegevens aan het aanspreekpunt ofwel inhouding aan de bron geldt per product. Voor de ene belegging kan men dus opteren voor de eerste en voor een andere voor de tweede mogelijkheid. Allemaal nogal complex, zo lijkt het.

Gegevens afgeschermd van fiscus

Er zouden overigens nog waarborgen ingebouwd worden om te vermijden dat de fiscus “misbruik” maakt van de meegedeelde informatie. Zo zou er uitdrukkelijk in de wet komen dat de fiscus, als hij zelf informatie opvraagt bij het aanspreekpunt, die info alleen mag gebruiken om het juiste bedrag van de bijkomende heffing te berekenen. En dus niet om bijvoorbeeld een aanslag te vestigen op basis van tekenen en indiciën. In de praktijk zal de fiscus alleen iets mogen opvragen bij het aanspreekpunt als de belastingplichtige om teruggave vraagt van eventueel te veel ingehouden heffing, en de fiscus wil controleren of die vraag terecht is.

Bovendien komt er uitdrukkelijk in de wet te staan dat de automatische uitwisseling van gegevens binnen Financiën niet geldt voor het centraal aanspreekpunt. Het aanspreekpunt zal strikt afgescheiden zijn van de rest van Financiën. Die bijkomende maatregelen zijn opgenomen in het ontwerp van programmawet dat net ingediend is in het Parlement. Maar dat is voorlopig nog niet goedgekeurd.

Spaarboekje ontsnapt (deels) aan mededelingsplicht

Alle interesten en dividenden moeten meegedeeld worden. Dat betekent dat de mededelingsplicht niet geldt voor andere roerende inkomsten (bv. auteursrechten, royalty's) maar ook niet voor interesten en dividenden die fiscaal niet als roerende inkomsten beschouwd worden. Zij tellen niet mee om te bepalen of de grens van 20.020 euro overschreden is, dus heeft mededeling geen zin. Tot die categorie behoort het vrijgestelde deel van de rente op een spaarboekje (d.w.z. tot 1830 euro) en het inkomen uit een (goede) tak 21-verzekering.

Afgezien daarvan is er dus alleen een uitzondering op de mededelingsplicht voor interesten en dividenden waarop de bijkomende heffing aan de bron ingehouden is. Voor de volgende inkomsten kan men niet ontsnappen aan de mededelingsplicht omdat ze niet onderworpen zijn aan de bijkomende heffing en die heffing dus ook niet aan de bron ingehouden kan worden: gewone dividenden (roerende voorheffing van 25%), liquidatieboni, Leterme-staatsbons en niet-vrijgestelde inkomsten van een spaarboekje. Er zijn echter geen nieuwe maatregelen genomen om te controleren of het maximumbedrag voor de vrijstelling van een spaarboekje niet ontweken is door een spaarboekje te openen bij meer dan één bank.

Ook voor bedrijven

Noteer dat de schuldenaar van de roerende inkomsten niet noodzakelijk een financiële instelling hoeft te zijn. Ook ondernemingen die dividenden uitkeren, zijn dus ook onderworpen aan de mededelingsplicht. Zelfs ook particulieren.

Hoe de mededeling concreet moet gebeuren, is echter nog niet bekend. De fiscus heeft daarom al laten weten dat er voorlopig geen mededelingen moeten gebeuren. En zelfs dat eventueel al ingehouden bijkomende heffingen nog niet doorgestort moeten worden aan de Staat.

In de wet mag dan al staan dat de fiscus de informatie die meegedeeld is, niet voor iets anders mag gebruiken, dat belet niet dat hij op die manier toch een beter zicht krijgt op de roerende inkomsten van alle burgers. En dat beeld wordt nog gecompleteerd door een tweede nieuwe maatregel, die een echte (maar domme) omwenteling inhoudt: de afschaffing - of toch grotendeels ¬- van het bevrijdende karakter van de roerende voorheffing.

Geen bevrijdende roerende voorheffing meer

De zogenaamde bevrijdende roerende voorheffing hield in dat men niet verplicht was een roerend inkomen te vermelden in de aangifte personenbelasting als er al de juiste roerende voorheffing op ingehouden was. Dat principe wordt vanaf aanslagjaar 2013 (inkomsten van 2012) om onbegrijpelijke redenen drastisch ingeperkt. Het zal alleen nog maar opgaan voor roerende inkomsten die onderworpen zijn aan het tarief van 21% EN waarvoor de bijkomende heffing van 4% aan de bron ingehouden is.

Alle andere roerende inkomsten moeten voortaan vermeld worden in de aangifte personenbelasting. Op papier dus niet alleen interesten en dividenden. De enige uitzondering is opnieuw de categorie die fiscaal niet als een roerend inkomen beschouwd wordt (vrijgestelde schijf van spaarboekje enz.).

Veel is echter nog onduidelijk, en er worden nog wetswijzigingen verwacht. Zo is er in theorie aanvullende gemeentebelasting verschuldigd op de aangegeven roerende inkomsten. Maar de minister heeft al laten verstaan dat dat niet de bedoeling was.

(Bron: Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen, Staatsblad van 30 december 2011)



12-06-17 Heffing op tankkaarten noopt tot heel wat rekenwerk
Vennootschappen die ook de brandstofkosten voor het privégebruik van een bedrijfswagen ten laste nemen, moeten nu 40% i.p.v. 17% van het voordeel van alle aard opnemen in verworpen uitgaven.....read more
 
07-06-17 UN NOUVEAU DÉVELOPPEMENT POUR LES SCI FRANÇAISES
Dans un arrêt du 29 septembre 2016, la Cour de Cassation belge est revenue sur sa décision de 2004 concernant la fiscalité des SCI translucides.....read more
 
24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....read more
 
website by webalive