nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
GEHEIME COMMISSIELONEN : LOST DE VERSOEPELING VAN HET ADMINISTRATIEF STANDPUNT OF DE INLASSING VAN EEN AFKOELINGSPERIODE ALLE PROBLEMEN OP ?
 
Het controversiële administratieve standpunt van 27 juli vorig jaar.

Een tijdje geleden kon je in fiscale actualiteit al lezen dat ingevolge een interne instructie d.d. 27 juli 2011 de fiscale controlediensten artikel 219 WIB 92 strikt moeten toepassen wanneer zij een voordeel van alle aard ontdekken dat niet is gerapporteerd op individuele fiches of samenvattende opgaven en de genieter deze voordelen niet tijdig in zijn aangifte in de personenbelasting heeft vermeld; de in het verleden gedoogde praktijk die erin bestond dat na controle het voordeel alsnog met personenbelasting werd belast of geboekt werd op het debet van de rekening-courant, heeft daarmee volledig afgedaan wat op heel wat kritiek stuitte (B. COOPMAN en K. BOLLEN, “Wat is houdbaarheidsdatum van verstrengd standpunt fiscus over geheime commissielonen?”, Fisc. Act. 2011, nr. 35, 1).

Versoepeling of alleen een overgangsregime?

Met een circulaire (nr. CiRH.421/605.074) dd. 16.12.2011, een addendum aan circulaire nr. CiRH.421/605.074 dd 01.12.2010, is op het eerste gezicht het administratief standpunt versoepeld.

In dit addendum lezen we dat “uitsluitend zal kunnen worden afgezien van de toepassing van de afzonderlijke aanslag op de voordelen van alle aard die worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen inzake de forfaitaire raming zoals bedoeld in artikel 18 KB WIB 92 (alsmede voor de voordelen die voortkomen uit de terbeschikkingstelling van een GSM), die aan het licht komen naar aanleiding van een vóór 1 juli 2012 aangevatte controle en die niet (of onvoldoende) zijn verantwoord overeenkomstig de ter zake geldende bepalingen, en dit onder de enige en uitsluitende voorwaarde dat deze voordelen effectief ten name van de genieters binnen de wettelijke termijnen kunnen worden belast. Voor de voordelen van alle aard die niet op de wijze zoals vermeld in het vorige lid aan het licht komen en voor de andere voordelen van alle aard, die niet of onvoldoende zijn verantwoord overeenkomstig de terzake geldende bepalingen, blijft de afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in art. 219, WIB 92 van toepassing, tenzij deze voordelen op een spontane wijze worden aangegeven bij de PB controle van de genieter en ten laatste op 30 juni 2012.”

Dit addendum voert met andere woorden een overgangsperiode in tot 30 juni 2012. Voor controles aangevat nà die datum zal blijkbaar normaliter geen regularisatie meer mogelijk zijn. Eenmaal de overgangsperiode verstreken moeten de bepalingen inzake de afzonderlijke aanslag zoals bedoeld in artikel 219 WIB 92 worden nageleefd bij gebrek aan het opstellen van de betrokken fiche binnen de vereiste termijn.

De fiscus heeft het na de overgangsperiode zeker niet begrepen op moedwillige profiteurs van de regularisatiemogelijkheid : “De houding waarbij opzettelijk geen fiches en samenvattende opgaven worden gemaakt zoals door de wet opgelegd en de fiscale controle wordt afgewacht om alsdan het bedrag dat op de voorgeschreven wijze had moeten worden vermeld op de rekening courant van de genieter van het voordeel in te schrijven kan niet worden aanvaard”.

Het addendum vervolgt dan evenwel dat, inzonderheid met het oog op het vermijden van een toename van de administratieve en gerechtelijke geschillen, in de toekomst wel nog rekening zal worden gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige die iets uit het oog zou hebben verloren of een fout zou hebben begaan, met het uitzonderlijke karakter van de niet-aangifte, met het relatieve belang van de fout van de belastingplichtige, met name in vergelijking met dat van de andere fiscale verplichtingen waaraan hij wel heeft voldaan, enz.

Daarnaast wordt een nieuwe administratieve soepelheid in de Com IB 92 op artikel 219 opgenomen. Meer bepaald zal de fiscus mogen afzien van de aanslag geheime commissielonen wanneer er een redelijk verschil in interpretatie mogelijk is van de bepalingen met betrekking tot de voordelen met een sociaal of cultureel karakter zoals bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 11° en 25°, WIB 92, en uiteraard op voorwaarde dat deze bedragen ten name van de genieters binnen de wettelijke termijnen worden belast. De grens tussen een vrijgesteld sociaal voordeel en een belastbaar inkomen is inderdaad soms moeilijk te trekken.

Ontsnappen vanaf juli 2012 alleen de belastingplichtigen “te goeder trouw” nog de dans ?

Het valt te verhopen dat de meeste controlediensten dit addendum met de nodige welwillendheid zullen ten uitvoer brengen en in veel gevallen de goede trouw van de belastingplichtige zullen willen aanvaarden.

De dossiers waar overijverige ambtenaren dit addendum al te letterlijk zullen willen toepassen zullen echter een probleem blijven. In geval van een “verdoken meeromzet” of van de uitbetaling van ordinaire “zwarte lonen” of de inboeking van valse facturen kan een belastingambtenaar uiteraard strikt gezien niets verweten worden als hij voor die gevallen de goede trouw niet wil aannemen. De vraag is dan of de overgangsperiode tot juli 2012 voor die dossiers voldoende is om een aantal bezwaren te counteren.

Met dit addendum zijn een aantal andere procedurele klippen nog niet genomen

Dat de bijzondere aanslag op de geheime commissielonen geheel of deels als een strafsanctie in de zin van artikel 6 E.V.R.M. moet worden beschouwd, zoals we in ons eerder artikel in Fiscale Actualiteit hebben aangetoond, is niet vrijblijvend.

Zwijgrecht en cautieplicht

Uit artikel 6, § 1 E.V.R.M. en artikel 14, 3°, g van het Verdrag inzake de Burgerrechten en Politieke rechten volgt een zwijgrecht dat weliswaar niet absoluut is maar niettemin bestaat. Om na te gaan of naar aanleiding van een fiscaal onderzoek het zwijgrecht daadwerkelijk is geschonden, moet worden nagegaan of er naar aanleiding van het fiscaal onderzoek dwangmiddelen zijn gebruikt om zelfbeschuldigingen uit te lokken en of er achteraf tijdens het strafproces bewijsmiddelen à charge werden gebruikt die onder dwang zijn verkregen (B. COOPMAN en S. VANCOLEN, “Mensenrechten en indirecte belastingen”, in L. MAES e.a. (eds.), Fiscaal Praktijkboek indirecte belastingen 2009 -2010, Mechelen, Kluwer, 2009, 44).

De fiscale administratie is verplicht om de belastingplichtige loyaal en tijdig op dit zwijgrecht te wijzen van zodra de dreiging van de bijzondere aanslag op de geheime commissielonen imminent is (de cautieverplichting). In de circulaire of het addendum is daar niets over terug te vinden.

Over de strafmaat moet enige rechterlijke bewegingsruimte bestaan

Tot de waarborgen van artikel 6 E.V.R.M. behoort de zekerheid een beroep te kunnen doen op een onafhankelijke en onpartijdige rechter. De belastingplichtige heeft het recht op een rechter met volle rechtsmacht die over de mogelijkheid beschikt de aanslag geheime commissielonen in voorkomend geval te matigen (EHRM, Belilos t. Zwitserland, EHCR 1988, Serie A, Vol. 132.) of zelfs kwijt te schelden (Cass. 15 oktober 2010, www.cass.be; Rb. Namen 24 februari 2010, F.J.F. 2010, 286), of die de aanslag kan vernietigen bij schending van een mensenrechtelijke waarborg.

De rechter moet minstens over dezelfde appreciatiebevoegdheid kunnen beschikken als de administratieve overheid die de sanctie oplegt. Het Hof van Beroep te Brussel oordeelde dat als de gewestelijke directeur in verband met bepaalde bedragen de bevoegdheid had genomen om de bijzondere aanslag op de geheime commissielonen niet toe te passen, zij bijgevolg ook over de bevoegdheid beschikt om de bijzondere aanslag, die de overige bedragen treft, met dezelfde motivering op te heffen (Brussel 19 januari 2011, rolnr. 1998/FR/83, www.fiscalnet.be).

Met arrest van 4 oktober 2011 oordeelde ook het Hof van Beroep te Gent (rolnr. 2010/AR/900, te verschijnen in T.F.R.) volle rechtsmacht te hebben over het strafgedeelte van de aanslag geheime commissielonen.

Gelet op deze gerechtelijke waarborgen riskeert de belastingadministratie dus nog steeds dat belastingplichtigen de gerechtelijke weg zullen willen bewandelen als er, na juli 2012, van de zijde van de fiscus te weinig vergevingsgezindheid aan de dag wordt gelegd.

Schending van het vertrouwensbeginsel is niet van de baan

We schreven al dat een al te strikte toepassing van artikel 219 WIB 92 zonder overgangsperiode niet strookt met het vertrouwensbeginsel (B. COOPMAN en K. BOLLEN, “Wat is houdbaarheidsdatum van verstrengd standpunt fiscus over geheime commissielonen?”, Fisc. Act. 2011, nr. 35, 1). Dat in het addendum thans in een overgangsperiode is voorzien, lost dit probleem slechts gedeeltelijk op. De overgangsperiode wordt immers gekoppeld aan de datum van de controle. Een controle van nà juli 2012 kan echter perfect betrekking hebben op een belastbaar tijdperk verbonden aan de jaren 2005 of 2006 bijvoorbeeld, toen van deze stringente voorschriften en van de onmogelijkheid om nog te regulariseren i.g.v. controle, nog geen sprake was. Dat de fiches toentertijd niet zijn opgesteld en dat daarvoor automatisch een sanctie van 309 % zou worden opgelegd, was dus niet voorzienbaar.

Schending van de artikelen 10-11 GW

Bovendien blijft de vraag overeind of de administratieve richtlijnen niet botsen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Een persoon die niet “te goeder trouw” is geweest die voor de correctionele rechtbank wordt gedagvaard, geniet immers, ook na het addendum, méér rechtsbescherming dan de persoon die volgens de fiscus niet te goeder trouw is en die voor de fiscale rechtbank moet opkomen tegen de beslissing waarbij hem de aanslag op de geheime commissielonen wordt opgelegd. Zo heeft een verdachte voor de correctionele rechtbank immers de mogelijkheid een minnelijke schikking aan te gaan, heeft hij recht op het voordeel van de individualisering van zijn straf, in de vorm van een eventueel uitstel ervan, etc. Een al te rigide uitvoering van artikel 219 WIB 92 zoals gepromoot door de administratieve voorschriften, schendt dan ook het gelijkheidsbeginsel van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet in samenhang gelezen met artikel 6 E.V.R.M. Overeenkomstig het artikel 159 G.W. dienen deze administratieve richtlijnen als ongrondwettig buiten toepassing te worden gelaten.

Ook het legaliteitsbeginsel is miskend.

Als de aanslag op de geheime commissielonen (gedeeltelijk) een strafsanctie is, geldt het legaliteitsbeginsel, gegrondvest in artikel 7 E.V.R.M. en artikel 14 van de Grondwet. Een persoon kan niet worden “veroordeeld” wegens een handelen of nalaten dat geen strafbaar feit naar nationaal of internationaal recht uitmaakt op het moment dat de persoon datgene doet waarop die wet betrekking heeft. De “straf” moet worden ingevoerd krachtens de wet.
De in het verleden toegestane maar nu, althans na juli 2012, geweigerde mildering via een debitering op de rekening-courant strookt met de vereiste dat over de strafmaat enige administratieve en rechterlijke bewegingsruimte moet bestaan. Dat een en ander met terugwerkende kracht zou worden toegepast vanaf juli 2012 stoot niet alleen tegen de borst, maar is ook onwettig in die zin dat altijd de mildste strafwet moet worden toegepast. De debitering op de rekening-courant moet derhalve voor verlopen aanslagjaren blijven gelden. De administratieve instructies moeten, voor zover ze daarmee in strijd zijn, overeenkomstig artikel 159 G.W. buiten toepassing worden gelaten.
Bovendien bestaan er nog altijd geen echt heldere richtlijnen omtrent de rapporteringsverplichting op fiches (J. VAN DYCK, “Individuele loonfiches. Dringend nood aan heldere richtlijnen”, Trends 20 oktober 2011, 67). Gezien het feit dat de bijzondere aanslag bijzonder hoog uitvalt, zou men nochtans verwachten dat de belastingadministratie er alles aan doet om heldere en duidelijke richtlijnen op te stellen. Tot zolang dit niet wordt bijgestuurd, zijn ook voor de komende jaren de administratieve instructies krachteloos want in strijd met het artikel 7 E.V.R.M.
Moedige ambtenaren?
Kortom, met het addendum dd. 16 december 2011 zal, zoals de minister van financiën schrijft te verhopen, het aantal gerechtelijke geschillen alleen maar afnemen als de belastingadministratie heel ruimdenkend wil omspringen met de notie “goede trouw”.

BART COOPMAN



18-09-17 Aanslag geheime commissielonen: Grondwettelijk Hof perkt ontsnappingsroute in
In principe volstaat het nu om de verkrijger van een “geheim commissieloon” tijdig te identificeren om aan de aanslag geheime commissielonen te ontsnappen. ....lees meer
 
08-09-17 Nieuwe Omzettingstabellen vruchtgebruik gepubliceerd
Men weet dat onze wetgever in 2014 eindelijk werk heeft gemaakt van de wijze waarop het erfelijke vruchtgebruik van de langstlevende echtgenote gewaardeerd moet worden, indien de omzetting wordt gevraagd en de partijen (echtgenoot-vruchtgebruiker versus kinderen-blote eigenaars) daarover geen akkoord kunnen vinden.....lees meer
 
01-09-17 Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:....lees meer
 
08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....lees meer
 
website door webalive