nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Links   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Bedrijfsauto : Fiscus pakt bedrijfsauto's aan via BTW-regeling voordelen van alle aard
 
Sinds 1 januari 2011 is er een nieuwe BTW-regeling van kracht voor “bedrijfsmiddelen” - en in het bijzonder auto's - die deels privé gebruikt worden. BTW-aftrek wordt voortaan alleen nog maar toegestaan in de mate dat het bedrijfsmiddel beroepsmatig gebruikt wordt. Bij auto's die hoofdzakelijk privé gebruikt worden, betekent dat een aanzienlijke meerkost voor de bedrijven. Opvallend is dat de oude regeling gedeeltelijk verder blijft bestaan. En er zijn nog wel meer verrassingen...

Tot vorig jaar maakte het voor de BTW-aftrek niet uit of een auto van het bedrijf ook privé gebruikt wordt (dat slaat dan doorgaans op de privékilometers die een werknemer of bedrijfsleider rijdt met de auto van de onderneming). De BTW die betaald werd bij aankoop, kon voor de helft gerecupereerd worden op basis van de algemene aftrekbeperking voor autokosten (artikel 45, §2 BTW-wetboek), ongeacht de mate van privégebruik. Dezelfde aftrekbeperking tot 50% was van toepassing op de BTW die betaald werd op de kosten voor het gebruik van de auto (onderhoud enz.).

Voor het privégebruik van het “bedrijfsmiddel” moest pas in een later stadium afgerekend worden. Op het ter beschikking stellen van de auto aan bijvoorbeeld een werknemer, moest namelijk btw aangerekend worden (artikel 19, §1 BTW-wetboek). De werkgever nam die BTW voor zijn rekening en dat betekende dus een extra kost voor hem. Maar de BTW werd op een voordelige manier berekend, op basis van de forfaits die inzake directe belastingen gebruikt worden om een voordeel van alle aard te belasten.

Aftrek volgens beroepsgebruik

Sinds 1 januari 2011 is heel die regeling veranderd. Dat gebeurde mee op initiatief van de Europese Commissie, die de oude regeling blijkbaar te voordelig vond.

Het principe is nu dat al dadelijk van bij de aankoop rekening gehouden wordt met het privégebruik (nieuw artikel 45, §1quinquies BTW-wetboek). De aftrek wordt beperkt in functie van de verhouding tussen beroeps- en privégebruik. Als een auto slechts voor 30% beroepsmatig gebruikt wordt (70% privégebruik), dan is maar 30% van de BTW aftrekbaar. Hetzelfde geldt voor de BTW die daarna betaald moet worden op de variabele kosten (brandstof, onderhoud enz.). Vroeger was in zo'n geval nog 50% aftrekbaar.

... maar maximaal 50%

Opvallend is wel dat de specifieke aftrekbeperking van 50% voor personenwagens (artikel 45, §2) van toepassing blijft, maar dan als een plafond voor de aftrek. Zoals gezegd: bij 30% beroepsgebruik is slechts 30% van de btw recupereerbaar, op basis van de nieuwe aftrekbeperking in functie van het percentage beroepsgebruik. Maar bij 70% beroepsgebruik wordt niet ineens 70% van de BTW aftrekbaar. Nee, in dat geval speelt de oude aftrekbeperking nog, zegt de fiscus, en is dus slechts 50% van de BTW aftrekbaar. Anders gezegd: men kan nooit méér aftrek krijgen dan vroeger, maar wel minder, namelijk als het beroepsgebruik lager ligt dan 50%.

Woon-werkverkeer geldt overigens niet als beroepsgebruik.

Geen BTW meer op voordeel van alle aard

Er is wel een “compensatie” voor de verstrengde aftrekbeperking. Als al dadelijk bij de aankoop rekening gehouden wordt met het privégebruik door de BTW-aftrek te beperken, is het niet meer nodig om achteraf dat privégebruik nog eens met BTW te belasten. Op het voordeel van alle aard dat bestaat in de terbeschikkingstelling van een auto, wordt dus geen BTW meer aangerekend (geen toepassing van artikel 19, §1 BTW-wetboek).

Tot zover blijft het nog relatief eenvoudig. Maar in de praktijk is het niet zo simpel.

Vier scenario's

Om te beginnen moet er een onderscheid gemaakt worden tussen vier scenario's. De auto kan geleased zijn of aangekocht worden. En in dat laatste geval zijn er nog drie mogelijkheden:
- de auto is aangekocht vóór 1 januari 2011
- de auto is na die datum aangekocht maar er is bij aankoop nog geen privégebruik
- de auto is na die datum aangekocht en hij wordt vanaf het begin “gemengd” (zowel privé als beroepsmatig) gebruikt.

De nieuwe, strengere aftrekbeperking voor gemengd gebruikte auto's is in elk van die vier gevallen van toepassing, maar alleen op kosten die vanaf 1 januari 2011 gemaakt zijn. Er is enkel een uitzondering voor een leasinggever of verhuurder. Een werkgever die zijn werknemer een vergoeding laat betalen, valt in die laatste categorie.

Het verschil zit 'm dus vooral in de BTW op het voordeel van alle aard. In het eerste en laatste scenario is er geen BTW meer te betalen op het voordeel. En in het tweede en derde scenario is dat alleen nog het geval als de auto voor minder dan de helft beroepsmatig gebruikt wordt.

Hierna gaan we in meer detail op elk geval in.

Leasing (geen) geval apart

Leasing valt strikt genomen niet onder de nieuwe regeling omdat die alleen van toepassing is op “bedrijfsmiddelen”. En een geleasede auto is geen “bedrijfsmiddel” in hoofde van diegene die leaset.

Toch past de fiscus dezelfde regels toe op leasingauto's. Dat wil zeggen dat de werkgever maximaal 50% van de BTW mag aftrekken, en minder als het percentage beroepsgebruik lager ligt dan 50%. Anderzijds is geen BTW meer verschuldigd op het zogenaamde voordeel van alle aard.

Dat betreft de situatie bij de leasingnemer. Voor de leasinggever (de leasingmaatschappij) wordt het in leasing geven van de auto beschouwd als een 100% beroepsmatig gebruik, ook al gebruikt de werknemer of bedrijfsleider (van de leasingnemer) de auto hoofdzakelijk privé. Naargelang het geval is dan alleen de algemene aftrekbeperking van 50% van toepassing of (als het gaat om een “specifieke verhuuractiviteit”) helemaal geen aftrekbeperking.

Vergoeding door werknemer

Een bijzonder geval is de situatie waarbij de werknemer een vergoeding betaalt aan de werkgever voor het gebruik van de auto. Net als leasing wordt dat beschouwd als een “verhuur”. Alleen is het niet de leasingmaatschappij maar de werkgever die “verhuurt”. De werkgever heeft dan recht op 50% aftrek (“verhuur” wordt, net als leasing, geacht volledig beroepsmatig te zijn). Hij krijgt dus niet te maken met de verstrengde nieuwe regeling.

Artikel 19, §1 van het BTW-wetboek is niet van toepassing in een dergelijke situatie, maar in principe moet er wel BTW aangerekend worden op de verhuurdienst, in theorie op de “normale waarde”, niet op de effectief betaalde vergoeding (speciale regeling voor “verbonden partijen”). De beslissing gaat niet verder in op dat punt, maar suggereert dat de “normale waarde” nog volgens de oude (voordelige) berekening van het voordeel van alle aard vastgesteld mag worden.

Auto van vóór 2011 of bij aankoop nog geen privégebruik

Als de auto aangekocht is vóór 1 januari 2011, is de nieuwe aftrekregeling slechts van toepassing op kosten die gemaakt zijn vanaf die datum (brandstof, onderhoud enz.). Maar bij de aankoop is de aftrekbeperking in functie van het beroepsgebruik nog niet toegepast (simpelweg omdat de nieuwe wetgeving nog niet in werking getreden was). Daarom moet er nog wél vijf jaar lang BTW aangerekend worden op de terbeschikkingstelling van de auto voor privégebruik, ook na 1 januari 2011.

Het vaststellen van de maatstaf van heffing - dus de waarde van het voordeel van alle aard waarop de BTW berekend wordt - gebeurt echter volledig anders dan vroeger. Per jaar wordt 1/5 van de nieuwprijs van de auto belast, maar dat bedrag wordt nog eens beperkt in verhouding tot het deel van het privégebruik boven 50%.

Bij een privégebruik van minder dan 50% hoeft er dus geen BTW meer aangerekend te worden op een voordeel van alle aard. Vóór 2011 was dat nog wel het geval.

Voorbeeld: we veronderstellen dat de auto 50.000 euro kost en dat 73% van de afgelegde kilometers privégebruik betreffen. De maatstaf van heffing is dan: (50.000 x (73% - 50%)) / 5 = 2.300 euro. De verschuldigde btw is dus: 2.300 x 21% = 483 euro.

Hierboven is opgemerkt dat de situatie waarin de werknemer een vergoeding betaalt voor het gebruik van de auto, niet onder de nieuwe regeling valt. Maar als vanaf een bepaald moment de werknemer geen vergoeding meer hoeft te betalen, wordt de nieuwe regeling wel van toepassing. Er is dan geen sprake meer van “verhuur” en er is voortaan wél “privégebruik”. Vanaf dat jaar moet er daarom BTW aangerekend worden op het voordeel van alle aard volgens de hiervóór genoemde formule. En de aftrek van de variabele kosten (onderhoud enz.) wordt beperkt in functie van het beroepsgebruik.

Als de auto in het begin nog niet gemengd (maar uitsluitend beroepsmatig) gebruikt wordt, is de nieuwe regeling ook niet van toepassing en gelden dezelfde principes als bij een aankoop vóór 2011: aftrekbeperking tot 50% bij aankoop. Als er later toch privégebruik optreedt, wordt vanaf dat moment BTW aangerekend op het voordeel van alle aard, volgens de nieuwe formule, maar alleen als het aandeel van de privékilometers boven de 50% uitkomt. En voor de variabele kosten is vanaf dat moment de nieuwe aftrekbeperking volgens beroepsgebruik van toepassing.

Aankoop in 2011 en van bij het begin gemengd gebruik

De nieuwe regeling zoals hierboven beschreven is onverkort van toepassing als de auto aangekocht wordt na 31 december 2010. Aftrekbeperking volgens het beroepsgebruik dus, en geen BTW op een voordeel van alle aard.

Het grote probleem is dat het percentage van het beroepsgebruik vastgesteld moet worden “onder toezicht van” de fiscus. Die verlangt bovendien “bewijskrachtige stukken” over het juiste aantal beroepskilometers. Concrete richtlijnen daarvoor zijn er (nog) niet. Gaat iedereen dus nauwgezet per verplaatsing de bestemming en het aantal kilometers moeten vermelden?

Als het percentage beroepsgebruik later verandert, moet de aftrek die bij de aankoop toegepast is, herzien worden. Dat moet gebeuren ten laatste in de BTW-aangifte die ingediend moet worden op 20 april van het volgende jaar.

Voorbeeld: stel dat er 10.000 euro BTW betaald is op een auto waarvan het beroepsgebruik aanvankelijk 27% bedraagt. In een later jaar stijgt het echter tot 40%. De herziening bedraagt dan: ((10.000 x 40%) - (10.000 x 27%)) / 5 = 260 euro in het voordeel van de BTW-plichtige.

Bron: Beslissing nr. E.T. 119.650 van 20 oktober 2011




28-04-17 "DEFINITIEF" STANDPUNT VAN VLABEL OVER DE MAATSCHAP
Op 26 april jl. heeft Vlabel een “definitief” standpunt (nr. 15004) ingenomen over maatschappen die geldbeleggingen en/of een effectenportefeuille aanhouden en waarvan de deelbewijzen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor een Nederlandse notaris worden geschonken. Hieronder treft u de visie van Vlabel.....lire la suite
 
07-04-17 Tax shelter film: Corsan-gedupeerden kunnen rekenen op begrip van fiscus
Wie het tax shelter-voordeel aan zijn neus voorbij ziet gaan omdat de productiemaatschappij niet aan zijn verplichtingen voldoet en dus niet aan de nodige attesten geraakt, zal in de meeste gevallen de fiscale schade kunnen beperken.....lire la suite
 
06-04-17 Betalingen aan belastingparadijzen: ruimere aangifteplicht voor betalingen vanaf 14 juli 2016
Samen met de aangifte vennootschapsbelasting moet ook aangifte gedaan worden van alle betalingen die men tijdens het belastbaar tijdperk gedaan heeft aan een “belastingparadijs” (als de drempel van 100.000 euro aan dergelijke betalingen overschreden wordt). ....lire la suite
 
05-04-17 Fiscale cijfers voor 2017 (II)
Omdat verschillende geïndexeerde bedragen dit jaar pas laat gepubliceerd zijn, volgt hieronder een aanvulling op ons eerste overzicht van de fiscale cijfers voor 2017 (zie ons artikel “Fiscale cijfers voor 2017”). ....lire la suite
 
site web par webalive