nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
Opheffing bankgeheim ook bij indiciair tekort
 
De kersverse regeling die het bankgeheim grotendeels uitholt, wordt nu al bijgeschaafd. Een wetsontwerp in die zin is net ingediend in de Kamer. Inhoudelijk verandert er niets, maar de regering wil vermijden dat er verwarring ontstaat over de bedoeling om het bankgeheim ook op te heffen als de fiscus zich voorneemt een aanslag te vestigen op basis van tekenen en indiciën, zonder dat er aanwijzingen van fraude zijn.

Sinds 1 juli 2011 heeft de fiscus het veel gemakkelijker als hij via de bank van een belastingplichtige informatie wil krijgen over diens financiële situatie of zijn financiële verrichtingen. Tot nu toe kon de bank weigeren op die vraag in te gaan, maar voortaan vormt het zogenaamde bankgeheim geen hinderpaal meer voor de fiscus in twee gevallen: 1) als de fiscus over één of meer aanwijzingen van belastingontduiking beschikt, of 2) als hij zich voorneemt een aanslag te vestigen op basis van tekenen en indiciën.

Kennisgeving aan belastingplichtige

Toch moet de fiscus nog altijd rekening houden met enkele beperkingen. Zo moet hij de belastingplichtige eerst de kans geven mee te werken, en is er toestemming nodig van de directeur die aan het hoofd staat van de dienst die het onderzoek verricht. De fiscus kan ook niet achter de rug van de belastingplichtige naar de bank stappen en hopen dat die niets merkt. Want op het moment dat de bank aangesproken wordt, is de fiscus verplicht de belastingplichtige op de hoogte te brengen van die stap. Zo kan de belastingplichtige controleren of de fiscus wel alle voorwaarden en formaliteiten vooraf nageleefd heeft.

Met die regel was er tot nu toe wel één probleem. In de wet staat namelijk dat de fiscus, als hij de belastingplichtige op de hoogte brengt van het bankonderzoek, ook de “aanwijzing of de aanwijzingen van belastingontduiking die een vraag om inlichtingen bij een financiële instelling rechtvaardigen” moet meedelen (artikel 333/1 WIB 1992).

... met aanwijzingen van belastingontduiking

Maar wat dan als de fiscus inlichtingen vraagt aan een bank omdat hij voornemens is om een aanslag op basis van tekenen en indiciën te vestigen? Moet hij ook in dat geval de belastingplichtige op de hoogte brengen van de “aanwijzingen van belastingontduiking” waarover de administratie beschikt? Als men de wet letterlijk leest, lijkt het daar wel op.

In de praktijk zou het erop neerkomen dat het bankgeheim niet uitgeschakeld kan worden als de fiscus alleen maar voornemens is een aanslag te vestigen op basis van tekenen en indiciën. Want als hij voor de rest niet over aanwijzingen van belastingontduiking beschikt, kan hij de wettelijke formaliteit van een kennisgeving aan de belastingplichtige niet naleven (zie Fiscoloog nr. 1241, p. 5 en nr. 1247, p. 5-6).

... of (voortaan) voornemen tot indiciaire taxatie
Dat was niet de bedoeling, zo blijkt nu. Haastwerk bij het opstellen van de oorspronkelijke teksten heeft blijkbaar voor enkele inconsequenties gezorgd. De wetgever wou opheffing van het bankgeheim wel degelijk ook mogelijk maken als er géén aanwijzingen van belastingontduiking zijn en de fiscus “alleen maar” van plan is een indiciaire aanslag te vestigen. Voor alle duidelijkheid zal daarom in de wet gezet worden dat de kennisgeving aan de belastingplichtige melding moet maken van de aanwijzingen van fraude ofwel “van de gegevens op grond waarvan zij meent dat het gevoerde onderzoek tot een eventuele toepassing van artikel 341 leidt”. Met die laatste toevoeging is discussie uitgesloten - afgezien dan van een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel (omdat opheffing van het bankgeheim voor sommigen al mogelijk is zonder aanwijzingen van fraude en voor anderen niet).

Noteer dus dat het niet zal volstaan dat de fiscus zonder meer meldt dat hij een indiciaire taxatie overweegt. Hij moet ook preciseren op basis van welke gegevens hij dat denkt te kunnen doen.

Het wetsontwerp dat die correctie moet aanbrengen, is op 16 september 2011 ingediend in de Kamer.

Ontvanger niet gebonden door bankgeheim

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om nog een paar andere losse eindjes weg te werken. Zo wordt “bpost” uitdrukkelijk op dezelfde voet gesteld als banken uit de pure privésector (aanpassing artikel 327 WIB 1992). Bovendien is de ontvanger niet gebonden door het bankgeheim. Dat is niet nieuw, maar om dat principe ook in de praktijk veilig te stellen, wordt verduidelijkt dat de ontvanger, als hij inlichtingen wil van een bank, niet verplicht is alle formaliteiten te vervullen die we hierboven beschreven hebben (aanpassing artikel 319bis WIB 1992).

Geen kennisgeving als vraag uit buitenland komt

Tot slot is de fiscus niet verplicht om een kennisgeving aan de belastingplichtige te sturen als de vraag tot opheffing van het bankgeheim afkomstig is van een buitenlandse belastingadministratie. Dat zal nu ook expliciet in de wet gezet worden (artikel 333/1 WIB 1992). Sommigen zien daarin een discriminatie, omdat het bankgeheim voor een buitenlander dus “gemakkelijker” (met minder formaliteiten) opgeheven kan worden. Maar de regering vindt dat het aan de buitenlandse fiscus is om te bepalen of het nodig is een kennisgeving te sturen, op basis van de eigen wetgeving, en spreekt dus tegen dat er sprake is van discriminatie.

En centraal aanspreekpunt?

Op één punt wordt de regeling overigens niet bijgeschaafd. Het “centraal aanspreekpunt” (nog op te richten centraal register van alle bankrekeningen bij de Nationale Bank) kan nog altijd alleen maar geraadpleegd worden als er aanwijzingen van fraude zijn. Van tekenen en indiciën zal in die context ook na de geplande wetswijziging nog steeds geen sprake zijn.

Op één na treden alle aanpassingen in werking op 1 juli 2011, met terugwerkende kracht dus. Alleen de verplichting om ook bij het voornemen tot een indiciaire aanslag een kennisgeving te sturen, treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie van de wet.

Voor vorige bijdragen over de opheffing van het bankgeheim: zie onze artikels “Bankgeheim dan toch versoepeld”, “Bankgeheim opgeheven met terugwerkende kracht” en “Wet over opheffing bankgeheim gepubliceerd”.

Bron: Parl. Stukken, Kamer, 2010-2011, doc. nr. 53-1737/1 (“wetsontwerp houdende fiscale en diverse bepalingen”)




28-04-17 "DEFINITIEF" STANDPUNT VAN VLABEL OVER DE MAATSCHAP
Op 26 april jl. heeft Vlabel een “definitief” standpunt (nr. 15004) ingenomen over maatschappen die geldbeleggingen en/of een effectenportefeuille aanhouden en waarvan de deelbewijzen onder voorbehoud van vruchtgebruik voor een Nederlandse notaris worden geschonken. Hieronder treft u de visie van Vlabel.....read more
 
07-04-17 Tax shelter film: Corsan-gedupeerden kunnen rekenen op begrip van fiscus
Wie het tax shelter-voordeel aan zijn neus voorbij ziet gaan omdat de productiemaatschappij niet aan zijn verplichtingen voldoet en dus niet aan de nodige attesten geraakt, zal in de meeste gevallen de fiscale schade kunnen beperken.....read more
 
06-04-17 Betalingen aan belastingparadijzen: ruimere aangifteplicht voor betalingen vanaf 14 juli 2016
Samen met de aangifte vennootschapsbelasting moet ook aangifte gedaan worden van alle betalingen die men tijdens het belastbaar tijdperk gedaan heeft aan een “belastingparadijs” (als de drempel van 100.000 euro aan dergelijke betalingen overschreden wordt). ....read more
 
05-04-17 Fiscale cijfers voor 2017 (II)
Omdat verschillende geďndexeerde bedragen dit jaar pas laat gepubliceerd zijn, volgt hieronder een aanvulling op ons eerste overzicht van de fiscale cijfers voor 2017 (zie ons artikel “Fiscale cijfers voor 2017”). ....read more
 
website by webalive