nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
De verruimde minnelijke schikking:
de deus ex machina voor fiscale strafdossiers?
 
Om te beletten dat zaken van fiscale fraude verjaren of door procedurefouten op niets uitlopen, bestaat voortaan ook voor financiële misdrijven de mogelijkheid van een minnelijke schikking. Dat houdt in dat het openbaar ministerie aan de dader een verval van strafvordering voorstelt in ruil voor het betalen van zijn belastingschuld én een geldsom erbovenop. Nog vóór de regeling in het Staatsblad verschenen was, bleek al dat een herstelwet nodig was. Nu ook de herstelwet gepubliceerd is (wet van 11 juli 2011, 1 augustus 2011), bespreken we de regeling zoals ze er uiteindelijk uit gaat zien, met alle praktische gevolgen en de nog onopgeloste vragen.

1. In het Staatsblad van 6 mei 2011 is de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen gepubliceerd. Naast verschillende wijzigingen in fiscale wetteksten (zie Fisc. Act. 2011, 20/7 voor een overzicht) bevat die wet ook de zogenaamde verruimde minnelijke schikking.

Concreet wordt artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering gewijzigd, waardoor het toepassingsgebied van de minnelijke schikking in strafzaken (ook gekend als het VSBG: verval van de strafvordering door het betalen van een geldsom) gevoelig uitgebreid wordt, zowel procedureel als materieel.

Bedoeling is dat aanzienlijk meer vermogensrechtelijke inbreuken (financiële misdrijven, fiscale en sociale fraude,...) het voorwerp kunnen uitmaken van een minnelijke schikking om op die manier de werkdruk van de rechtbanken en hoven te verminderen.

I. Minnelijke schikking ook voor correctionaliseerbare misdrijven

2. Een minnelijke schikking is volgens de nieuwe regeling mogelijk voor overtredingen, wanbedrijven en misdaden die vatbaar zijn voor correctionalisering (zie art. 1 en 2 wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden). De toevoeging van die laatste categorie misdrijven (de materiële uitbreiding van de minnelijke schikking) is een conditio sine qua non om het doel van de wetswijziging te bereiken: correctionaliseerbare misdaden zoals (gemeenrechtelijke) valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en criminele organisatie worden immers vaak ten laste gelegd in geval van fiscale fraude.

3. De wet van 14 april 2011 bepaalde dat een voorstel tot minnelijke schikking alleen mogelijk zou zijn als het openbaar ministerie vond dat enkel een geldboete en eventueel een bijzondere verbeurdverklaring noodzakelijk was (paragraaf 1, eerste lid van het nieuw artikel 216bis Sv.). Als het openbaar ministerie vond dat ook een andere straf (bv. een gevangenisstraf of een beroepsverbod) moest worden opgelegd, dan kon het een minnelijke schikking niet toestaan.

Maar daarbij was men artikel 80 van het Strafwetboek uit het oog verloren: na correctionalisatie van een misdaad door aanneming van verzachtende omstandigheden moet steeds minstens een gevangenisstraf van één maand door de strafrechter worden opgelegd als hij de schuld van de beklaagde bewezen acht. Dit betekent dat het Openbaar Ministerie voor een gecorrectionaliseerde misdaad steeds minstens één maand gevangenisstraf moet vorderen (1).

Dat hield in dat de genoemde misdaden buiten het toepassingsgebied van de wet zouden blijven en bijgevolg het merendeel van de dossiers waarin de wet juist beoogde een "deal" te verkrijgen, buiten schot zou blijven.

Daarom werd op 24 maart 2011 in de Senaat een wetsontwerp tot wijziging van het artikel 216bis het Wetboek van strafvordering ingediend, nog vóór de eerste wet was afgekondigd en bekrachtigd.

Verschillende parketten wilden om die reden, in afwachting van het in werking treden van een herstelwet, de nieuwe regeling nog niet toepassen.

4. Op 1 augustus 2011 is uiteindelijk de herstelwet in het Staatsblad gepubliceerd (wet van 11 juli 2011), zodat daadwerkelijk gebruik zal kunnen worden gemaakt van de nieuwe bepalingen.

Een voorstel tot minnelijke schikking is nu mogelijk wanneer het openbaar ministerie van oordeel is dat het feit niet van aard schijnt te zijn dat het gestraft moet worden met meer dan twee jaar correctionele gevangenisstraf en eventueel een bijzondere verbeurdverklaring.

Het gaat hier niet om de straf voorzien in de wettekst, maar om de straf die in concreto zou moeten worden opgelegd; de parketmagistraat wordt dus geacht te anticiperen op een hypothetische strafvervolging.

Er is ook aan toegevoegd dat het feit geen zware aantasting van de lichamelijke integriteit (2) mag inhouden doch dit is uiteraard op fiscaal vlak niet relevant (3).

Het oorspronkelijke wetsontwerp stelde voorop dat de minnelijke schikking enkel zou kunnen worden toegepast wanneer het parket van mening was slechts een geldboete te moeten vorderen. Van zodra een gevangenisstraf aan de orde was, kon de minnelijke schikking niet. De toelichting bij de herstelwet stelt dat deze bedoeling ongewijzigd is, doch aangezien de procureur des Konings in het geval van een correctionaliseerbare misdaad minstens één maand gevangenisstraf moet vorderen, houdt deze rechtzetting een zekere tegenstrijdigheid in.

Weliswaar blijft het uiteraard juist dat in geval de procureur des Konings werkelijk de mening is toegedaan dat een gevangenisstraf noodzakelijk is, hij deze voor de vonnisgerechten kan vorderen. De verdachte heeft immers geen recht op een minnelijke schikking, zelfs al valt hij onder de voorwaarden; de keuze voor een minnelijke schikking ligt steeds bij het parket.

II. Minnelijke schikking ook mogelijk bij gerechtelijk onderzoek en hangende strafzaken

5. Net als voorheen houdt minnelijke schikking in dat de strafvordering kan vervallen als de verdachte op voorstel van de procureur des Konings een door die laatste bepaalde geldsom betaalt, het slachtoffer vergoedt en eventueel de voor verbeurdverklaring vatbare goederen afgeeft. De verdachte heeft geen recht op een minnelijke schikking: de beslissing ligt steeds bij het openbaar ministerie. De verdachte kan wel steeds vragen aan het openbaar ministerie om een voorstel te doen (de wet vertrekt zelfs van die veronderstelling).

6. De belangrijkste wijziging door de wet van 14 april bestaat erin dat het recht van de procureur des Konings om een minnelijke schikking voor te stellen, ook nog kan worden uitgeoefend wanneer de onderzoeksrechter al met een onderzoek is gelast of zelfs wanneer de zaak reeds bij de rechtbank of het hof aanhangig is gemaakt (art. 216bis § 2 1e lid Sv.; de procedurele uitbreiding). Tot zolang er nog geen vonnis of arrest van de feitenrechter is dat in kracht van gewijsde is getreden, blijft de mogelijkheid bestaan om een minnelijke schikking te sluiten. Zelfs zolang de cassatieprocedure hangende is, kan nog een voorstel tot minnelijke schikking worden gedaan. In de vroegere regeling was een minnelijke schikking enkel mogelijk tot zolang er geen gerechtelijk onderzoek was (dus alleen in de fase van een opsporingsonderzoek) of de zaak niet aanhangig was gemaakt voor het vonnisgerecht.

Vooral het eerste was problematisch: dikwijls moet de procureur des Konings al vroeg in het opsporingsonderzoek dwangmaatregelen (zoals een huiszoeking of een aanhoudingsbevel) vorderen, wat noodzakelijk gepaard gaat met een vordering tot het instellen van een gerechtelijk onderzoek. Daardoor was een minnelijke schikking in heel wat zaken al van bij de aanvang van het onderzoek uitgesloten, wat de beleidsruimte van het parket ernstig beperkte. De nieuwe wet haalt die angel uit de vorige regeling.

III. Bedrag van te betalen geldsom naar het oordeel van het parket

7. Volgens de nieuwe wet mag het bedrag van de geldsom niet meer bedragen dan het maximum dat de strafwet bepaalt (al dan niet verhoogd met opdeciemen). Voor fiscale fraudedossiers impliceert dat dat het maximumbedrag van de geldsom €125.000 (niet te verhogen met opdeciemen) bedraagt (art. 449 e.v. WIB 92 en art. 73 e.v. Wbtw).

De regels m.b.t. de samenloop gelden niet bij het bepalen van het bedrag van de minnelijke schikking. Het openbaar ministerie zou derhalve kunnen vragen dat verschillende bedragen worden betaald wegens verschillende feiten en op die manier verschillende maximumbedragen cumuleren. Voor eenzelfde feit, dat desgevallend onder verschillende strafrechtelijke kwalificaties zou kunnen vallen, kan echter maar één bedrag worden gevraagd.

In een akkoord met de fiscus zijn overigens veel hogere bedragen als boete mogelijk. Dat is eigenlijk een anomalie omdat de fiscus dan het dreigement met strafvervolging niet meer als stok achter de deur kan houden: de fraudeur zou er in die zin zelfs belang bij hebben om zijn zaak strafrechtelijk i.p.v. met de fiscus te regelen. Er wordt dan ook gedacht aan een verhoging van het bedrag van €125.000 (4).

Het minimum van €10 (te verhogen met opdeciemen) wordt in de nieuwe regeling afgeschaft. De wet stelt nu in algemene termen dat het bedrag in verhouding moet staan tot de zwaarte van het misdrijf, wat een wel zeer ruime marge laat aan het openbaar ministerie.

Het is te verhopen dat de minister van Justitie in samenwerking met het college van procureurs-generaal spoedig duidelijke richtlijnen uitvaardigt (met concrete schalen voor verschillende misdrijven naargelang bijvoorbeeld de kwalificatie, omvang of ernst van het misdrijf) om al te ongelijke toepassingen te vermijden.

8. Volgens de nieuwe wet bepaalt de procureur des Konings op welke wijze en binnen welke termijn de betaling geschiedt en omschrijft hij de precieze feiten in tijd en ruimte waarvoor hij de betaling voorstelt. Op die manier moet voor alle partijen duidelijk zijn voor welke precieze feiten het verval van de strafvordering intreedt door de betaling van de geldsom.

Het Hof van Cassatie heeft in het verleden reeds geoordeeld (5) dat de betaling van een door het openbaar ministerie aangeboden minnelijke schikking voor één misdrijf de strafvordering niet doet vervallen voor andere misdrijven die tegelijkertijd zijn vastgesteld en waarvoor geen minnelijke schikking werd voorgesteld. De strafvordering kan bijgevolg gewoon worden verdergezet wordt voor de feiten die niet in de minnelijke schikking omschreven worden. Theoretisch gezien is het mogelijk dat bv. alleen voor de fiscale fraude een minnelijke schikking wordt afgesloten, terwijl de strafzaak verder loopt voor witwassen of misbruik van vennootschapsgoederen, evenwel lijkt dit in de praktijk moeilijk werkbaar en zal de verdachte weinig geneigd zijn op een dergelijk voorstel in te gaan.

De procureur zou onzes inziens ook een precieze kwalificatie (of desgevallend verschillende kwalificaties) van de feiten moeten geven, zodat het voor de verdachte en desgevallend ook de rechter duidelijk is om welk misdrijf het gaat en hen toe te laten na te gaan of het maximum van de geldsom (zijnde de maximumgeldboete die op het misdrijf staat) niet wordt overschreden. Voor fiscale fraude zal dit doorgaans €125000 zijn, doch als de feiten ook als witwashandelingen kunnen worden gekwalificeerd (bv. niet-aangegeven omzet die op een buitenlandse rekening wordt geplaatst) stijgt dit tot €550000.

9. De termijn die de procureur aan de verdachte geeft om te betalen, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden. De procureur kan die termijn verlengen (in de vroegere regeling tot hoogstens zes maanden voor een wanbedrijf, maar nu is er geen maximum meer) wanneer bijzondere omstandigheden het wettigen, of verkorten als de verdachte daarmee instemt. De wet bepaalt uitdrukkelijk dat het voorstel en de beslissing tot verlenging de verjaring van de strafvordering stuiten (6).

IV. Nieuwe procedure met sleutelrol voor het slachtoffer

10. De wet van 14 april 2011 heeft ook een heel procedureel kader uitgeschreven met diverse stappen die de procureur des Konings moet volgen.

Als er al een gerechtelijk onderzoek is geopend, laat de procureur zich het strafdossier overmaken door de onderzoeksrechter, die een advies kan geven over de stand van het onderzoek.

De nieuwe regeling schrijft voor dat als de procureur des Konings vindt dat toepassing gemaakt kan worden van de minnelijke schikking, hij de verdachte, het slachtoffer en hun advocaten inzage verleent in het strafdossier. Dat kan overigens voor de procureur een reden zijn om geen minnelijke schikking voor te stellen, namelijk als hij vreest dat de verdachte misbruik zal maken van die inzage (Parl. St. Senaat 2010-11, nr. 893/3, 12).

De procureur des Konings brengt vervolgens de verdachte en het slachtoffer en hun advocaten samen om zijn voornemen tot minnelijke schikking toe te lichten. Hij bepaalt dan op welke feiten de minnelijke schikking betrekking zal hebben, het bedrag van de geldsom, de kosten, en de goederen die afgestaan moeten worden.

Hij bepaalt een termijn waarbinnen de verdachte en het slachtoffer tot een akkoord kunnen komen over de omvang van de schade en de regeling van de schadevergoeding. Als de partijen uiteindelijk tot een akkoord komen, melden zij dat aan de procureur des Konings, die het akkoord akteert in een proces-verbaal.

11. De nieuwe wet plaatst het slachtoffer in een centrale rol; het slachtoffer beschikt ook over een beperkt vetorecht.

12. Wanneer er geen akkoord tussen de verdachte en het slachtoffer tot stand komt kan onzes inziens (7) nog steeds een minnelijke schikking worden voorgesteld, zoals ook voorheen het geval was, indien de dader zijn burgerlijke aansprakelijkheid erkent en het niet-betwiste gedeelte van de schade aan het slachtoffer vergoedt. Aan deze bepaling werd immers door de Wet van 14 april 2011 niets gewijzigd; zij werd zelfs uitdrukkelijk ongewijzigd gelaten (8). Van een algemeen vetorecht voor het slachtoffer, zoals de Toelichting bij het wetsontwerp wil doen uitschijnen, is er dus geen sprake.

De fiscale en sociale administraties beschikken wel over een heus vetorecht (cf. infra).

V. Blijft de verplichte verbeurdverklaring verplicht?

13. De wet bepaalt dat de procureur des Konings de verdachte van het misdrijf waarop de verbeurdverklaring staat of kan staan, verzoekt binnen een door hem bepaalde termijn afstand te doen van in beslag genomen goederen of vermogensvoordelen, of indien deze niet in beslag genomen zijn, ze af te geven. Zoals gezegd bepaalt de procureur des Konings om welke goederen of vermogensvoordelen het gaat.

De wet biedt geen duidelijkheid over de vraag of de verplichte verbeurdverklaring die gepaard gaat met misdrijven zoals witwassen (zie o.m. Fisc. Act. 2003, 40/6 en 2004, 33/1), ook verplicht blijft bij een minnelijke schikking - in de zin dat van die bedragen verplicht afstand moet worden gedaan - of dat daarentegen, zoals het geval is bij de opschorting (9), de verbeurdverklaring in zijn geheel facultatief wordt en de procureur des Konings de keuze heeft om de verdachte al dan niet te vragen van die bedragen afstand te doen.

VI. Fiscus heeft vetorecht en de belastingen moeten integraal worden betaald

14. Specifiek voor fiscale (of sociale) misdrijven, waarop de wetswijziging in het bijzonder is gericht, is een minnelijke schikking pas mogelijk nadat de dader van het misdrijf de door hem verschuldigde belastingen (of sociale bijdragen), inclusief de intresten, heeft betaald, en de fiscale (of de sociale) administratie met de minnelijke schikking heeft ingestemd. In het kader van de minnelijke schikking is niet vereist dat de fiscale administratie nog op een andere manier wordt vergoed (voor bv. invorderingsinspanningen (10)); wel is uiteraard vereist dat, als er nog andere burgerlijke partijen (bv. de vennootschap in het kader van misbruik van vennootschapsgoederen) zijn, ook hun schade werd vergoed of minstens de dader zijn burgerlijke aansprakelijkheid heeft erkend.

Het is spijtig dat die bepaling niet verder wordt uitgelegd; zij roept immers diverse vragen op. Moet er voor het bepalen van de door de dader verschuldigde belasting rekening worden gehouden met een mogelijke hoofdelijke gehoudenheid ingevolge artikel 458 van het WIB 92 en artikel 73sexies van het Wbtw? Is een minnelijke schikking mogelijk voor een mededader als die een deel ("zijn deel") van de verschuldigde belastingen betaalt, maar de overige mededaders dat niet doen?

Tijdens de parlementaire voorbereiding is opgemerkt dat het zeker wel mogelijk is dat één dader de volledige schadevergoeding betaalt in het kader van een minnelijke schikking. Hij kan achteraf proberen die te verhalen op zijn mededaders, maar loopt wel het risico dat dat mislukt als die uiteindelijk niet veroordeeld worden (verjaring, vrijspraak ...). Specifiek voor fiscale zaken zegt de minister van Justitie er wel bij dat de procureur ernaar zal streven de kwalificatie zodanig uit te zuiveren dat de betrokkene alleen zijn eigen belastingschuld zal moeten voldoen (Parl. St. Senaat 2010-11, nr. 893/3, 11, 13-14 en 20).

Het lijkt op het eerste gezicht niet mogelijk om een minnelijke schikking te sluiten waarbij de fiscale (of de sociale) administratie garanties worden verstrekt (bv. een wettelijke hypotheek en afbetalingsplan); enkel een onmiddellijke en integrale betaling van de belasting lijkt te kunnen volstaan. Dat zal het aantal gevallen waarin toepassing kan worden gemaakt van de minnelijke schikking aanzienlijk beperken.

Het zou de bedoeling zijn dat een minnelijke schikking uitgesloten is bij ernstige of internationaal georganiseerde fraude (Parl. St. Senaat 2010-11, nr. 893/3, 17).

VII. Geen una via

15. De minnelijke schikking maakt geen einde aan andere hangende burgerlijke of fiscale procedures en verhindert evenmin dat die nog zouden worden ingesteld. Dat er een einde komt aan de strafrechtelijke procedure, belet dus niet dat er m.b.t. dezelfde zaak nog een geding komt voor de fiscale rechter.

Zeker wat fiscale procedures betreft, is dat een gemiste kans. Want gelet op de voorwaarde dat de belastingen betaald moeten zijn en de fiscus een vetorecht heeft, kon deze wet een uitgelezen allereerste toepassing zijn van het zoveel geprezen una via-beginsel. Dat houdt juist in dat één zaak niet langs twee sporen tegelijk afgehandeld wordt: als een zaak strafrechtelijk beklonken is, komt er in dat model dus automatisch ook fiscaalrechtelijk een einde aan.

16. De wet bepaalt bovendien nog steeds net zoals vroeger dat de aanvaarde minnelijke schikking geldt als een onweerlegbaar vermoeden van fout.

Dat wil ook zeggen dat niets belet dat de fiscus, ondanks het feit dat de dader reeds een geldsom heeft betaald, alsnog fiscale boetes kan vorderen van de dader voor de fiscale rechtbank (11).

VIII. Mededelingen bij onderhandelingen niet toelaatbaar als bewijs

17. De nieuwe wet bepaalt dat indien er na onderhandelingen uiteindelijk geen akkoord op tafel komt, de documenten die werden opgemaakt en de mededelingen die werden gedaan tijdens het overleg, niet ten laste van de dader kunnen worden aangewend in enige procedure en dat ze niet toelaatbaar zijn als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.

Dat mag dan al vanzelfsprekend lijken, maar gelet op de recente cassatierechtspraak die in heel wat gevallen het gebruik toelaat van belastende verklaringen die zijn afgelegd tijdens een verhoor zonder bijstand van een advocaat (12), is een dergelijke uitdrukkelijk wettelijk bepaalde ontoelaatbaarheid geen overbodige luxe.

IX. Kan de (straf)rechter enkel akte nemen van de minnelijke schikking?

18. Wanneer een minnelijke schikking is uitgevoerd in een zaak die al bij het vonnisgerecht aanhangig is gemaakt (en over de strafvordering nog geen in kracht van gewijsde getreden uitspraak is tussengekomen, want anders is geen minnelijke schikking mogelijk), schrijft de wet voor dat de parketmagistraat het vonnisgerecht officieel inlicht.

De wet bepaalde aanvankelijk dat de bevoegde rechter in dat geval op vordering van het parket het verval van de strafvordering vaststelt ten aanzien van de dader die het voorstel aanvaard en nageleefd heeft.

De herstelwet van 11 juli 2011 voegt daaraan toe dat de rechter ook moet nagaan of voldaan is aan de formele toepassingsvoorwaarden (met name of de feiten vallen binnen het materiële toepassingsgebied) en of het slachtoffer en de fiscale of sociale administratie zijn vergoed.

19. Dat lijkt in te houden dat de bevoegde rechter vrij weinig controlemogelijkheden heeft en enkel akte kan nemen van een uitgevoerde minnelijke schikking.

Nochtans kan de rechter nagaan of de strafvordering nog niet vervallen was op het ogenblik van de aanvaarding en de uitvoering van de minnelijke schikking (bijvoorbeeld door verjaring) (13). Dat doet dan evenwel de nodige vragen rijzen over de rechtsgeldigheid van de tussengekomen minnelijke schikking: een strafvordering waarover "geschikt" kon worden, was er dan immers niet meer. De vraag kan in dat geval worden gesteld of de geldsom niet kan worden teruggevorderd, de minnelijke schikking nog wel kan gelden als een onweerlegbaar vermoeden van fout, de mededelingen bij de onderhandelingen nog toelaatbaar zijn als bewijs,...

X. Besluit

20. De verruimde minnelijke schikking biedt heel wat nieuwe mogelijkheden om strafzaken die voorheen enkel voor de rechtbank konden worden beslecht, op een proceseconomische wijze af te handelen waarbij zowel de verdachte, het slachtoffer als de gerechtelijke overheden zijn gebaat.

De toekomst zal uitwijzen of de wet zichzelf niet in de voet schiet door al te stringente voorwaarden (onmiddellijke en integrale betaling van de belasting) en door onvoldoende ver te gaan in de gevolgen van de minnelijke schikking (geen una via).

De eerste ervaringen leren in elk geval al dat niet alle parketmagistraten geneigd zijn de minnelijke schikking toe te passen.

Bart Coopman  en Koen Hens
De Broeck Van Laere & Partners advocaten


(1) In de praktijk wordt in het kader van fiscale fraude dikwijls gevangenisstraf gevorderd. Deze wordt ook vaak door de rechter uitgesproken, doch doorgaans voor een korte termijn en met uitstel (geen effectieve gevangenisstraf).
(2) De wet geeft geen definitie van wat een zware aantasting van de lichamelijke integriteit precies inhoudt. Het wordt aan de magistratuur overgelaten om dat begrip in te vullen (Parl. St.Kamer 2010-2011, 1344/7, 7).
(3) De herstelwet heeft nog een andere rechtzetting gedaan; doordat art. 216ter Sv., dat de strafbemiddeling regelt, verwijst naar art. 216bis Sv. voor het procedurele toepassingsgebied, was aanvankelijk ook de strafbemiddeling ongewild uitgebreid tot de fase van het gerechtelijk onderzoek en de procedure ten gronde. Dat is nu niet meer het geval.
(4) Carl Devlies, aftredens staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, zou het op €687.500 willen brengen. Zie www.carldevlies.be. Zie ook Parl. St. Senaat 2010-11, nr. 893/3, 10-11 en Kamer nr. 1344/3, 14.
(5) Cass. 3 december 2002, AR P020191N, www.cass.be.
(6) Een stuiting door een voorstel tot minnelijke schikking of een beslissing tot verlenging houdt in dat de lopende verjaringstermijn onderbroken wordt, waardoor een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen (die gelijk is aan de oorspronkelijke termijn) vanaf de dag waarop de verjaring gestuit werd. Deze stuiting moet plaatsvinden binnen de oorspronkelijke verjaringstermijn. Als bijgevolg nog een beslissing tot verlenging plaatsvindt na het voorstel en deze binnen de oorspronkelijke verjaringstermijn gebeurt, dan zal het deze zijn die het laatst de verjaring stuit. Enkel de laatste nuttige stuitingsdaad (die kan worden gesteld tot op de laatste dag van de orospronkelijke termijn) zal uiteindelijk de verjaringstermijn bepalen. De verjaring treedt dus in - behoudens schorsing - wanneer sedert de laatste stuitingsdaad, verricht binnen de oorspronkelijke verjaringstermijn, een termijn is verlopen gelijk aan of langer dan de verjaringstermijn (R. VERSTRAETEN, Handboek Strafvordering, Maklu, Antwerpen-Apeldoorn, 2005, 135) De bepaling van art. 216bis, § 1, tweede lid Sv., in fine vormt trouwens de eerste en vooralsnog enige afwijking op art. 22 V.T. Sv. dat stelt dat de verjaring van de strafvordering slechts gestuit wordt door daden van onderzoek of van vervolging (noch het voorstel, noch de verlenging zijn een daad van onderzoek of van vervolging) verricht binnen de oorspronkelijke verjaringstermijn.
(7) Zie ook http://www.eubelius.com/nl/spotlight/verruiming_van_de_minnelijke
_schikking_in_strafzaken

(8) Parl. St. Kamer, 2010-11, nr. 1208/001,34.
(9) Art. 6 2e lid wet van 29 juni 1964 (betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie) zoals gewijzigd door art. 15 wet van 19 december 2002 (tot uitbreiding van de mogelijkheden tot inbeslagneming en verbeurdverklaring in strafzaken).
(10) De Belgische Staat kan zich geen burgerlijke partij stellen om inzake directe belastingen voormelde belasting als schade te vorderen. Een burgerlijke partijstelling van de fiscale administratie inzake directe belastingen is enkel mogelijk voor een geleden nadeel waarvoor de fiscale bepalingen zelf geen eigen mogelijkheid tot herstel bieden. Zo kan de noodzaak om bij de procureur des Konings klacht of aangifte te doen met het oog op het leveren van dit bewijs, het verder verloop van de zaak te volgen en de einduitspraak over de strafvordering af te wachen alvorens de belasting of aanvullende belasting te kunnen vestigen en invorderen, op zich de Staat, Administratie der Directe Belastingen, nadeel opleveren (Cass. 9 december 1997, F.J.F. nr. 98/3).
(11) Zie echter B. Coopman en K. Hens, "Samenloop van straf en boete in fiscalibus niet meer mogelijk ingevolge recente rechtspraak Europees Hof?", TFR 2010, afl. 382, 511-513, noot onder EHRM 16 september 2009.
(12) Cass. 23 november 2010, Juristenkrant 2010 (waargave T. Decaignyà, afl. 219, 1; Cass. 7 december 2010, www.cass.be. Dit arrest bevestigde misschien wel de Salduz-leer, doch wanneer de rechter de verklaringen niet als doorslaggevend bewijs gebruikt, er kennelijk geen misbruik of dwang is gebruikt en de beklaagde zich op het ogenblik van het verhoor en tijdens het onderzoek niet in een kwetsbare positie bevond, of aan de kwetsbare positie van de beklaagde op een daadwerkelijke en passende wijze is geremedieerd, blijft het eerlijke karakter van het proces volgens het Hof gevrijwaard. Het staat de rechter ook aan de hand van de concrete gegevens van de zaak na te gaan of de afwezigheid van bijstand van een advocaat bij een verhoor door de politie of de onderzoeksrechter het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de verdachte en latere beklaagde of beschuldigde onherstelbaar heeft aangetast. De criteria die het Hof van Cassatie huldigt om het gebruik van belastende verklaringen afgelegd zonder bijstand alsnog toe te laten, lijken onzes inziens niet door het EHRM te zullen worden geduld. Het Europees Hof heeft steeds te kennen gegeven dat het feit dat een veroordeling niet louter en alleen gebaseerd is op belastende verklaringen afgelegd zonder bijstand, er niet toe leidt dat het recht op een eerlijk proces werd geëerbiedigd. Dergelijke verklaringen kunnen niet worden gebruikt, zelfs al baseert men zich ook op ander bewijsmateriaal. De vereiste voor het gebruik dat de beklaagde zich op het ogenblik van het verhoor en tijdens het onderzoek niet in een kwetsbare positie bevond, lijkt evenmin door de Europese mazen te kunnen glippen; de hele Salduzdoctrine vertrekt juist vanuit de premisse dat een verdachte tijdens een politieverhoor in een kwetsbare positie verkeert.
(13) In dat geval zal hij het verval van de strafvordering uiteraard ook moeten vaststellen, maar op basis van een andere rechtsgrond.



24-05-17 Fiscale regularisatie: samenwerkingsakkoord op regeringsniveau over ‘onsplitsbare bedragen’
Op 23 mei 2017 is er – uiteindelijk en gelukkig maar - een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
23-05-17 Fiscus kan nog gemakkelijker rekeningen controleren
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) bij de Nationale Bank houdt de gegevens bij van alle bankrekeningen in het land.....read more
 
22-05-17 BTW-administratie krijgt meer armslag om fraude aan te pakken
Ambtenaren van de BTW krijgen nu meer mogelijkheden om beslag te leggen in gevallen waarin zij vrezen dat de verschuldigde BTW niet betaald zal worden.....read more
 
21-05-17 Aangifte personenbelasting moet binnen tegen 29 juni, 13 juli of 26 oktober 2017
In de loop van mei verstuurt de fiscus de formulieren voor de aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2017. De uiterste indieningsdata zijn: ....read more
 
website by webalive