nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Links   Algemene voorwaarden  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Rulingcommissie herhaalt : instemmen met een deficitaire vereffening kwalificeert niet noodzakelijk als een ontvangen abnormale of goedgunstige schuldkwijtschelding.
 
Een deficitaire vereffening van een vennootschap heeft niet noodzakelijk fiscaal ongunstige gevolgen. De situatie waarbij eerst een gedeeltelijke expliciete kwijtschelding van schuld wordt verleend, tot beloop van de beschikbare fiscale verliezen die dus volledig worden aangewend, wordt niet gelijkgesteld met een kwijtschelding van schulden. Dat blijkt opnieuw uit een beslissing van de Dienst Voorafgaande Beslissingen (Rulingcommissie) (Beslissing nr. 900.481 van 21 december 2010).

1. FEITEN
 
De feiten worden in de voorafgaande beslissing uitgelegd als volgt.

Enkele jaren geleden richt een consortium van enkele institutionele beleggers samen met een aantal buitenlandse individuen een Belgische vennootschap op. Deze Belgische vennootschap, een investeringsvehikel, heeft als belangrijkste actief een participatie in een buitenlandse vennootschap. De resultaten van deze laatste vennootschap zijn bepalend voor de eigen vermogenspositie van de Belgische vennootschap.

Na allerlei negatieve ontwikkelingen en verwikkelingen wordt de buitenlandse vennootschap onder concordaat geplaatst.

Ook de Belgische vennootschap heeft onder meer als gevolg van waardeverminderingen op de participatie in de buitenlandse vennootschap een negatief eigen vermogen en zal de openstaande schulden tegenover haar aandeelhouders, die haar heel wat geld hadden geleend en voorgeschoten, niet meer kunnen betalen.

De aandeelhouders willen hun samenwerking stoppen, want het project is mislukt en hun gemeenschappelijk belang is helemaal verdwenen. Zij vinden het geen optie om de Belgische vennootschap te laten failliet verklaren, want dat zou zeer negatief afstralen op hun eigen reputatie.

Reden waarom zij er de voorkeur aan geven de Belgische vennootschap op een gewone (deficitaire) wijze te vereffenen, waarbij ze op voorhand weten en aanvaarden dat ze hun schuldvorderingen wellicht niet meer zullen kunnen recupereren.

2. VOORWERP VAN DE RULINGAANVRAAG
 
De betrokkenen willen zekerheid omtrent de fiscale gevolgen van deze deficitaire vereffening en vragen de Rulingcommissie bevestiging te krijgen dat:

• de kwijtschelding van de (aandeelhouders) schuld inclusief interesten - en eventuele positieve omrekeningsverschillen voor wat betreft de in vreemde valuta uitgedrukte schulden - door de institutionele beleggers, voor een bedrag hoogstens gelijk aan de fiscaal overdraagbare verliezen, in het kader van een in het vooruitzicht gestelde (deficitaire) vereffening van de Belgische vennootschap niet dient te worden beschouwd als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 79 en 207, 2de lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 92) zodat de fiscaal overdraagbare verliezen in hoofde van Belgische vennootschap kunnen worden aangewend om het boekhoudkundig resultaat van deze verrichting te compenseren

• de niet kwijtgescholden (aandeelhouders)schuld inclusief niet-betaalde interesten, die naar aanleiding van de deficitaire vereffening en in overeenstemming met de boekhoudrechtelijke voorschriften ter zake in de vereffeningsstaat van de Belgische vennootschap zullen geboekt blijven, geen belastbare materie doen ontstaan in hoofde van de te vereffenen Belgische vennootschap.

3. DE DEFICITAIRE VEREFFENING
 
De vereffening van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid houdt in dat de lopende zaken worden afgehandeld, dat de activa worden bijeengebracht en te gelde gemaakt, dat de schulden worden betaald en dat het eventuele batige saldo onder de vennoten wordt verdeeld.

Maar niet alle vereffeningen kennen een batige afloop. Wanneer het bedrag van de schulden hoger is dan het bedrag van de te gelde gemaakte activa, is de vereffening deficitair. Men neemt aan dat een deficitaire vereffening niet automatisch het faillissement impliceert indien de schuldeisers vertrouwen hebben in de afloop van de vereffening en genoegen nemen met de gedeeltelijke betaling die hen door de vereffenaars wordt voorgesteld (E. DE BIE en L. DE LEENHEER, “Vereffening van vennootschappen na de wet van 13 april 1995, ced.samsom, 1995; K. GEENS, e.a., "Overzicht van rechtspraak : vennootschappen 1992-1998", TPR 2000, 493; B. VAN BRUYSTEGEM, “De vereffening van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid”, in Vennootschap en belastingen Deel I, nr. 6 - 2340 (afl. 75, januari 2008)).

4. FISCALE GEVOLGEN VAN DE DEFICITAIRE VEREFFENING: STANDPUNT VAN DE RULINGDIENST
 
4.1 Algemeen

De Rulingdienst was tot voor kort deficitaire vereffeningen weinig genegen. Vaak werd gesuggereerd om de beoogde vereffening pas door te voeren nadat alle schuldeisers hun schulden ten aanzien van de vennootschap expliciet hadden kwijtgescholden. In een dergelijk geval besliste de Dienst doorgaans dan wel dat de kwijtschelding geen verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uitmaakte in hoofde van de te vereffenen vennootschap zodat die vennootschap haar fiscaal overdraagbare verliezen kon aanwenden om de uitzonderlijke opbrengst die uit de kwijtschelding volgde, te compenseren.

Wanneer de schulden hoger waren dan de fiscale verliezen, is een dergelijke kwijtschelding van de schulden vaak geen optie omdat dat meestal aanleiding zou geven tot een aanzienlijke belastingschuld en eventueel een faillissement onafwendbaar zou maken.

Omtrent deze laatste situatie heeft de Rulingsdienst zich nu nogmaals uitgesproken zodat we stilaan van een vaste gedragslijn met betrekking tot deze materie kunnen spreken (voor zover al een precedentswaarde aan rulings kan worden gekleefd - zie voor deze discussie onder meer Fisc.Act. 2005, 34/1, 2007, 8/8 en 25/14 en 2008, 9/9).

4.2 Abnormaal en/of goedgunstig voordeel

De Rulingcommissie gaat in voorliggende casus ook uit van de artikelen 79 en 207, tweede alinea WIB 1992. Deze artikelen houden inzonderheid in dat de beroepsverliezen niet kunnen worden afgetrokken van het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die een binnenlandse vennootschap, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan zij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.

In het kader van de vraag naar de toepasselijkheid van de artikelen 79 en 207, tweede alinea WIB 1992 op de niet-betaling van de schulden en de niet-aanrekening van interesten, herneemt de Rulingcommissie de klassieke definities van de begrippen "voordeel", "abnormaal" en "goedgunstig". Aan de grondslag van het begrip "voordeel" ligt enerzijds een verrijking van de verkrijger en anderzijds, wat de verstrekker van het voordeel betreft, geen effectieve vergoeding evenwaardig aan het verstrekte voordeel. Als "abnormaal" moet worden beschouwd, hetgeen in strijd is met de normale gang van zaken, met de gevestigde regels of gebruiken. Als "goedgunstig" wordt beschouwd, hetgeen ten kosteloze titel, zonder verplichting en enige tegenprestatie gebeurt.

Zij besluit dat voor de beoordeling van de abnormaliteit of normaliteit van de toegestane voordelen of hun goedgunstig karakter moet worden gesteund op de economische omstandigheden van het ogenblik, op de respectieve situatie van de partijen en op de feitelijke elementen van de zaak.

4.3 Kwijtschelding van schuld door een verbonden onderneming: niet altijd abnormaal

In bepaalde specifieke omstandigheden - zo bevestigt de Rulingcommissie - is het voor verbonden ondernemingen bedrijfseconomisch aanvaardbaar om hulp te bieden aan ondernemingen van de groep in moeilijkheden, inzonderheid de hulp die wordt verleend om het eigen commercieel en financieel aanzien hoog te houden. Hiermee bevestigt de Rulingcommissie eerdere standpunten in dit verband (Beslissing nr. 300.148, 6 november 2003; Beslissing nr. 500.025, 16 juni 2005; Beslissing nr. 500.299, 9 februari 2006). In eerdere beslissingen werd in het bijzonder aanvaard dat (buitenlandse) vennootschappen afstand doen van hun schuldvordering op een verbonden vennootschap in vereffening, teneinde laatstgenoemde vennootschap te behoeden voor een faillissement (Beslissing nr. 500.202, 24 november 2005; Beslissing nr. 500.144, 8 december 2005; Beslissing nr. 500.169, 26 januari 2006; Beslissing nr.600.328, 3 oktober 2006; Beslissing nr. 700.124, 15 mei 2007; Beslissing nr. 700.443, 15 januari 2008)

Daaraan knoopt de Rulingcommissie dan in casu de vaststelling dat de deficitaire vereffening tot doel heeft een faillissement te voorkomen omdat dit een zeer negatieve impact zou hebben op hun imago van institutionele belegger. Rekening houdend met de voormelde elementen neemt de Rulingcommissie aan dat de kwijtschelding van schuldvordering ten belope van de fiscaal overdraagbare verliezen van de Belgische vennootschap door de institutionele aandeelhouders ten voordele van voormelde vennootschap geen aanleiding zal geven tot het verkrijgen van enig abnormaal of goedgunstig voordeel in de zin van de artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92.

De Rulingcommissie verwijst verder naar een advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, waarin bepaald wordt dat wanneer na het sluiten van de vereffening niet alle schulden kunnen worden terugbetaald bij gebreke van voldoende activa, deze niet-betaalde schulden in de vereffeningsstaat van de vennootschap moeten geboekt blijven (Advies 170/1, Bull.CBN nr. 34 van maart 1995, 34). Wat ook in casu zal leiden tot een negatief eigen vermogen.

De deficitaire vereffening moet worden onderscheiden van de situatie waarbij de schulden bij het sluiten van de vereffening worden kwijtgescholden of waarvan de schuldeiser uitdrukkelijk afstand doet, omdat de debiteur zich in dergelijk scenario verrijkt ten belope van het bedrag dat wordt kwijtgescholden of waarvan afstand wordt gedaan.

Wanneer een vereffening deficitair wordt afgesloten zonder dat er sprake is van een expliciete of impliciete kwijtschelding, heeft dit tot gevolg dat er geen aangroei is van het eigen vermogen van de vennootschap. De instemming van de schuldeisers met de sluiting van de vereffening wil niet zeggen dat aan de te vereffenen vennootschap een kwijtschelding van schuld is toegestaan. Dergelijke instemming heeft niet noodzakelijk tot gevolg dat het eigen vermogen van de te vereffenen vennootschap is toegenomen.

4.4 Voorbehoud voor fraude

In de beslissing van 21 december 2010 wijst de Rulingcommissie er wel op dat het niet uitgesloten is dat in bepaalde gevallen de sluiting van een deficitaire vereffening waarbij de niet betaalde schulden in de vereffeningsstaat van de vennootschap geboekt blijven, toch belastbare materie doet ontstaan ten name van de vereffende vennootschap. De Rulingcommissie verwijst daarbij naar een arrest van het Hof van Cassatie, waarin omtrent de gevolgen van de sluiting van een deficitaire vereffening voorbehoud wordt gemaakt voor het geval van fraude (Cass. 22 maart 1962, Pas. 1962, I, 807).Voor de beoordeling hiervan moet worden gesteund op de economische omstandigheden van het ogenblik, op de respectieve situatie van de partijen en op de feitelijke elementen van de zaak.

In casu - zo stelt de commissie - kan gesteld worden dat er ingevolge de deficitaire vereffening, voorafgegaan door een kwijtschelding van de schuldvordering ten belope van het bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen, geen belastbare materie dient te worden weerhouden ten name van de Belgische vennootschap.

Op basis van deze overwegingen en vaststellingen komt de Rulingcommissie tot de volgende beslissing:

• de in de voormelde aanvraag beschreven definitieve kwijtschelding van de schuldvordering (inclusief niet-betaalde interesten en eventuele positieve omrekeningsverschillen) door de aandeelhouders ten voordele van de Belgische vennootschap ten belope van maximaal de fiscaal overdraagbare verliezen op het ogenblik van de vereffening maken geen verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel uit in de zin van de artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 ten name van de Belgische vennootschap;

• ingevolge de deficitaire vereffening, voorafgegaan door een kwijtschelding van de schuldvordering ten belope van het bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen, dient geen belastbare materie te worden weerhouden ten name van de Belgische vennootschap.

Er wordt door de Rulingcommissie nog opgemerkt dat haar beslissing geen akkoord inhoudt over het bedrag zelf van de vorige verliezen ten name van de Belgische vennootschap. Deze beslissing is bovendien slechts geldig indien de Belgische vennootschap vereffend wordt en de vereffening effectief gesloten wordt.

5. BESLUIT
 
De Rulingcommissie bouwt in de besproken voorafgaande beslissing van 21 december 2010 identiek dezelfde redenering op als in eerdere beslissingen van 28 juli 2009 (nr. 800.412 besproken in Fisc.Act. 2009, 30/1) en 29 september 2010 (nr. 900.237 besproken in Fisc.Act. 2010,33/6). In deze laatste ruling heeft de aanvrager moeten bevestigen dat de Belgische fiscale verliezen niet overgebracht kunnen worden om als fiscaal verlies verrekend te worden met de fiscale winsten van de buitenlandse moedervennootschap (R. WILLEMS, 'Deficitaire vereffening is geen kwijtschelding van schuld - maar geen uitvoer van overblijvend verlies', Fisc.Act. 2009 , 33/6).

J. ROSELETH
Advocaat-vennoot DE BROECK VAN LAERE & PARTNERS

J. PEETERS
Advocaat DE BROECK VAN LAERE & PARTNERS



16-02-17 Panama en Guatemala zijn nu officieel belastingparadijs
Dat Panama volgens de Belgische fiscale wetgeving nu formeel doorgaat als een belastingparadijs, is geen gevolg van het schandaal rond de “Panama papers” van april 2016.....lees meer
 
15-02-17 Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf 1 maart
De wet over de fiscaliteit van de deeleconomie is al meer dan een half jaar geleden gepubliceerd, maar treedt pas op 1 maart 2017 effectief in werking. Het probleem is de erkenning van de elektronische platforms.....lees meer
 
26-01-17 Vangnetbepaling vangt minder
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt.....lees meer
 
25-01-17 Oplossing voor discussie over verzekeringsgift
Een wetswijziging moet een einde maken aan een felle polemiek die eind 2015 losgebarsten is rond de “verzekeringsgift”. ....lees meer
 
website door webalive