nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Avocats   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Fiscaal co-ouderschap nu ook voor onroerende voorheffing
 
Volgens het Grondwettelijk Hof is het discriminerend om de vermindering van de onroerende voorheffing voor kinderen ten laste alleen toe te kennen aan de ouder bij wie de kinderen gedomicilieerd zijn. Als de huisvesting van de kinderen gelijkmatig verdeeld is over beide ouders, heeft ook de andere ouder recht op minstens een deel van de vermindering.

Na een scheiding rijst, als er kinderen zijn, ook de vraag welke ouder nog recht heeft op de fiscale voordelen voor kinderen ten laste. Als de kinderen bij beide ouders even lang verblijven, zou het onlogisch zijn om het fiscale voordeel slechts aan één ouder toe te kennen. De wetgever heeft daarmee tot op zekere hoogte rekening gehouden, want het is mogelijk om dat fiscale voordeel gewoon te verdelen onder beide ouders. Voorwaarde is dat de huisvesting van de kinderen gelijkmatig verdeeld is over beide ouders - co-ouderschap met andere woorden - en dat die situatie bekrachtigd of bevolen is door de rechter. Het fiscale voordeel in kwestie is de “toeslag op de belastingvrije som” die men krijgt voor een kind dat ten laste is. Die toeslag kan dus verdeeld worden onder beide ouders. Gemeenzaam wordt dat het “fiscale co-ouderschap” genoemd.

Vermindering onroerende voorheffing voor kinderen ten laste
 
Er zijn echter nog andere fiscale voordelen voor ouders die kinderen ten laste hebben. Zo krijgt men een korting op de onroerende voorheffing volgens het aantal kinderen. Die korting hangt af van de gemeentelijke opcentiemen, maar voor een gezin met drie kinderen in een gemiddeld huis in een gemiddelde Vlaamse gemeente kan de vermindering toch al gauw oplopen tot 200 euro per jaar. In Brussel bedraagt de korting gewoon 10% van de onroerende voorheffing per kind.

Dat voordeel wordt echter slechts aan één ouder toegekend. Normaal gezien is dat de ouder op wiens adres de kinderen officieel gedomicilieerd zijn. Dat ze daar eventueel maar de helft van de tijd verblijven, doet niet ter zake. Het “fiscale co-ouderschap” wordt dus niet doorgetrokken naar de onroerende voorheffing.

Een belastingplichtige vond dat discriminerend en legde zijn situatie voor aan het Grondwettelijk Hof. Zijn kinderen waren gedomicilieerd op het adres van zijn ex-vrouw maar woonden de helft van de tijd bij hem. De fiscus weigerde hem de korting op de onroerende voorheffing.

Beide ouders dragen bij in kosten
 
Het Grondwettelijk Hof heeft de man nu gelijk gegeven. De vermindering van de onroerende voorheffing is bedoeld om de belastingplichtigen te helpen de kost te dragen van de huisvesting van de kinderen. Wie kinderen heeft, heeft immers een groter huis nodig. Voor een groter huis is doorgaans meer onroerende voorheffing te betalen, en de korting op de onroerende voorheffing moet die meerkost draaglijker maken. Omdat in dit geval beide ouders een huis nodig hebben dat groot genoeg is voor hun kinderen, hebben beide ouders recht op de korting, vindt het Grondwettelijk Hof. Op zijn minst gedeeltelijk toch, voegt het Hof eraan toe.

Ondermeer die laatste nuancering maakt het voorlopig niet altijd gemakkelijk om de draagwijdte van het arrest in de praktijk in te schatten. Maar wie in de geschetste situatie verkeert, onderneemt best zo snel mogelijk actie.

Vermindering alsnog vragen
 
Een bezwaarschrift kan ingediend worden tot drie maanden na ontvangst van het aanslagbiljet in de onroerende voorheffing. Als die termijn al voorbij is, is er in principe niets verloren. Want op basis van een arrest van het Grondwettelijk Hof kan men altijd nog een verzoek tot ambtshalve ontheffing indienen. En daarvoor heeft men vijf jaar de tijd vanaf 1 januari van het aanslagjaar. In principe moet het arrest bovendien verondersteld worden ook voor het verleden te gelden. Dus tot eind 2011 kan men nog een vermindering voor kinderen ten laste vragen voor de aanslag in de onroerende voorheffing van 2007.

Voor de volledigheid vermelden we nog dat de zaak voor het Grondwettelijk Hof betrekking had op het Waals Gewest. De wettekst die daar van toepassing is, is niet helemaal dezelfde als in het Vlaams Gewest (onroerende voorheffing is een bevoegdheid van de gewesten). Maar de tekst komt wel op hetzelfde neer. Dus is er weinig twijfel dat de uitspraak van het Grondwettelijk Hof ook gevolgen heeft voor Vlaanderen en voor Brussel.

Bron: Grondwettelijk Hof, arrest 63/2011 van 5 mei 2011



17-10-17 Tax on securities and trading accounts
On 29 September, the federal government adopted a bill of law that introduces a tax on securities and trading accounts.....lire la suite
 
14-10-17 Fiscus versoepelt recht op aftrek btw
In een Circulaire van 12 oktober 2017 kondigt de fiscus aan zich voor de BTW-aftrek te schikken naar het “substance-over-form”-principe, zoals ingesteld door het Europees Hof. ....lire la suite
 
13-10-17 Fiscale visitatie omvat geen algemeen huiszoekingsrecht...
… zo blijkt uit een recent arrest van het Grondwettelijk Hof, uitgesproken op 12 oktober 2017 (nr. 116/2017). ....lire la suite
 
09-10-17 Kaaimantaks: achterpoortjes gaan dicht
Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting maakte o.m. ook een “versterking” van de kaaimantaks deel uit van het zomerakkoord van de regering. ....lire la suite
 
site web par webalive