nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
  Nieuwe BTW regels voor facturatie en verhuring van vervoermiddelen
 
Bankgeheim opgeheven met terugwerkende kracht
 
Officieel wordt het bankgeheim in België opgeheven op 1 juli 2011. Dat wil nochtans niet zeggen dat zwarte inkomsten van vóór die datum “veilig” zijn voor de fiscus. De formele datum van inwerkingtreding duidt alleen het moment aan waarop de fiscus mag beginnen met bankonderzoeken. Maar hij mag daarbij ook gegevens uit het verleden opvragen.

Het wetsontwerp houdende diverse bepalingen, dat ondertussen goedgekeurd is in Kamer en Senaat, is vooral van belang omdat het grotendeels een einde maakt aan het fiscale bankgeheim in België (zie ons artikel “Bankgeheim dan toch versoepeld”).

Er komt namelijk uitdrukkelijk in de wet te staan dat de fiscus alle inlichtingen die hij nodig acht om de juiste belastingheffing te verzekeren, ook mag vragen aan een bank of een andere financiële instelling. De fiscus mag dat doen in twee omstandigheden: 1) als hij over één of meer aanwijzingen van belastingontduiking beschikt, of 2) als hij zich voorneemt een aanslag op basis van tekenen en indiciën te vestigen (d.w.z. als de fiscus een hogere graad van gegoedheid vaststelt dan mogelijk zou zijn op basis van de aangegeven inkomsten).

Fiscus kan gegevens van laatste zeven jaar opvragen
 
Formeel treden die bepalingen in werking op 1 juli 2011. Maar er staat niets over een overgangsperiode in de wet, “wat inhoudt dat ze ook van toepassing zullen zijn op de lopende dossiers, zolang de definitieve heffing niet vast ligt”. Dat is tijdens de parlementaire bespreking opgemerkt (verslag Commissie Financiën, Parl. St. Kamer, doc. 53-1208/012, 34). Er is nog een amendement ingediend dat ertoe strekte wel een overgangsperiode in te voeren en in de wet te zetten dat de fiscus geen gegevens van vóór 1 januari 2011 mag opvragen. Maar dat amendement is niet aangenomen.

Het praktische gevolg is dat, als er aanwijzingen van fraude zijn, de fiscus de gegevens van de laatste zeven jaar kan opvragen. De aanslagtermijn bij fraude bedraagt immers zeven jaar (artikel 354 WIB 1992). Op basis daarvan kan de fiscus teruggaan in de tijd tot inkomstenjaar 2004.

De officiële datum van inwerkingtreding zal overigens wellicht niet de effectieve datum van inwerkingtreding zijn. Tijdens een studiedag van Financiën over de fiscale regularisatie op 31 maart 2011 (zie www.regu.be) is erop gewezen dat er tijd nodig is om het centrale aanspreekpunt bij de Nationale Bank op poten te zetten en de informaticasystemen van de banken aan te passen. Om de organisatie van dat centrale aanspreekpunt te regelen, komt er bovendien nog een koninklijk besluit. Dat alles zou voor een vertraging van enkele maanden kunnen zorgen. Hoe dan ook moet de fiscus eerst een vraag om inlichtingen naar de belastingplichtige sturen, die vervolgens één maand krijgt om te reageren.

Ontwerp is nu definitief
 
Het ontwerp is ondertussen als definitief te beschouwen. De Senaat heeft immers op 31 maart beslist niet te amenderen (een wijziging aan de regeling over de minnelijke schikking is gebeurd met een apart wetsvoorstel - zie ons artikel “Minnelijke schikking gered”). Een nieuwe behandeling in de Kamer is dus niet nodig en het ontwerp wordt nu overgezonden aan de Koning voor ondertekening en publicatie in het Staatsblad.

Tijdens de bespreking in de Kamer zijn ook enkele andere toelichtingen gegeven bij de nieuwe regeling over het bankgeheim.

Leasingcontracten
 
Financiële instellingen moeten voor elke cliënt niet alleen rekeningnummers maar ook “contracten” meedelen aan het centrale register bij de Nationale Bank. Onder “contracten” moeten blijkbaar vooral leasingcontracten worden verstaan. Verzekeringsmaatschappijen vallen niet onder de financiële instellingen waarop de regeling van toepassing is. Bijgevolg is het niet de bedoeling dat ook alle verzekeringscontracten in het centrale register opgenomen worden. Dat zou trouwens haast onbegonnen werk zijn (verslag Commissie Financiën, Parl. St. Kamer, doc. 53-1208/012, 34).

Er is echter weinig bijkomende verduidelijking gekomen over het vage begrip “aanwijzingen van belastingontduiking”. Er is alleen nog aan toegevoegd dat een dergelijke aanwijzing “een materieel, concreet en verifieerbaar element is dat het voor de controleur mogelijk maakt een gegrond vermoeden van fraude te hebben, wat niet hetzelfde is als een bewijs. Fraude moet dus niet bewezen zijn. Het gaat om materiële en verifieerbare elementen waarop de belastingadministratie redelijkerwijs een vermoeden van fraude kan baseren” (verslag Commissie Financiën, Parl. St. Kamer, doc. 53-1208/012, 33).

Richtlijn
 
Ondertussen is op 11 maart 2011 ook de nieuwe Europese Richtlijn gepubliceerd over de uitwisseling van fiscale gegevens binnen de Europese Unie (Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG). Daarin staat uitdrukkelijk dat ook bankgegevens uitgewisseld moeten worden. Een eventueel bankgeheim kan dus nooit ingeroepen worden tegenover een andere EU-lidstaat. De richtlijn moet tegen 1 januari 2013 omgezet zijn in nationaal recht. In principe kunnen op basis van die richtlijn (vanaf 2013) ook gegevens uit het verleden opgevraagd worden. Er is wel een uitzondering m.b.t. bankgegevens: een lidstaat kan weigeren zulke informatie door te geven als die betrekking heeft op belastingtijdvakken vóór 1 januari 2011.



02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lees meer
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lees meer
 
25-11-19 Vereffende vennootschap: fiscus kan nieuwe aanslag vestigen op naam van vereffenaar
Als de fiscus een aanslag vestigt op naam van een vereffende vennootschap, is die aanslag eigenlijk ongeldig. Tot nu toe had de fiscus weinig mogelijkheden om dat recht te zetten. Maar de wet is nu aangepast om de fiscus de kans te bieden alsnog een geldige aanslag te vestigen.....lees meer
 
12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
website door webalive