nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
ambtshalve aanslag op verboden automatisch ontspanningstoestel geen "strafsanctie"?
 
Ondanks haar “ ontradend” karakter vormt de aanslag van ambtswege op een automatisch ontspanningstoestel waarvan de exploitatie verboden is geen strafsanctie volgens het Hof van Beroep te Gent (Hof van Beroep te Gent, 11 januari 2011, nr. 2009/AR/2762). De belastingplichtige doet dus tevergeefs een beroep op artikel 6 EVRM.

Verboden automatisch ontspanningstoestel leidt tot aanslag van ambtswege.
 
Op 1 december 1996 vindt een administratieve controle plaats in het Lunapark “Miami”. De controleurs van dienst checken de automatische ontspanningstoestellen op hun fiscale attesten en ze stellen vast dat er twee toestellen zijn waarmee een extra gokspel gespeeld kan worden als men bij een eerste spelbeurt een puntenaantal van 100 bijeenspeelt. Dit maakt de toestellen in plaats van een toegelaten behendigheidstoestel tot een verboden gokspel.

Het feit dat onduidelijk is of op de betrokken toestellen al dan niet al een belasting betaald was, belet niet dat er even later een aanslag van ambtswege wordt gevestigd in toepassing van artikel 92 WIGB: “Het opstellen van een in artikel 91 bedoeld toestel opgesteld in de bij artikel 76, § 1, omschreven plaatsen, geeft aanleiding tot een aanslag van ambtswege van 5.000 EUR ten name van de eigenaar van het toestel of, indien de eigenaar niet gekend is, ten name van de persoon die toestemming verleende om het toestel in de gezegde plaatsen op te stellen. De eigenaar alsmede de persoon die toestemde in de opstelling van het toestel zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de aldus gevestigde belasting en van de bijhorigheden.  De ambtshalve gevestigde belasting is onmiddellijk te betalen. Zij kan worden gevestigd in een termijn van drie jaar vanaf 1 januari van het aanslagjaar waarvoor zij verschuldigd is.” (eigen nadruk).

In de loop van de procedure voor het Hof had de belastingplichtige aangevoerd dat deze ambtshalve aanslag een strafsanctie was in de zin van artikel 6 EVRM, in een poging om op die manier een vernietiging of vermindering ervan te kunnen bekomen.

Het Hof van Beroep kan daar niet mee instemmen en haalt hiervoor verschillende redenen aan, waaronder een aantal internrechtelijke zoals dat er alléén in artikel 92 WIGB wordt voorzien in een belasting op het goktoestel waarmee het Hof lijkt aan te geven dat veeleer van een sanctie sprake is als die bovenop een belasting wordt opgelegd; het Hof merkt ook op dat er een afzonderlijk hoofdstuk VI “Sancties en strafbepalingen” bestaat terwijl artikel 92 WIGB ressorteert onder het hoofdstuk “Automatische kansspelen waarvan de exploitatie verboden is”. Ten slotte wijst het Hof op het onderscheid tussen een gerepertorieerd toestel dat belast wordt volgens de daar gebruikte tarieven en een verboden toestel dat niet in het repertorium is opgenomen en zo buiten het toepassingsgebied van de gewone belasting valt. Volgens de Raadsheren van het Hof kan niet aanvaard worden dat de wetgever gerepertorieerde toestellen belast, terwijl ze verboden toestellen onbelast zou laten (en alleen zou “sanctioneren”).
 
De conclusie van de Raadsheren van het Hof luidt hoe dan ook dat de aanslag van ambtswege een belasting vestigt op verboden toestellen, en geen sanctie is. Het weliswaar niet tegengesproken ontradend karakter impliceert volgens het Hof niet noodzakelijk dat er kan gesproken worden van een sanctie : het Hof refereert ter zake naar een arrest van het Grondwettelijk Hof van 1 september 2008 dat deze zienswijze bevestigt (GWH, 124/2008 dd. 1.09.2008, cijfer B.9.4, http://www.const-court.be: “De bevoegde wetgever kan fiscale maatregelen nemen die een weerslag zouden kunnen hebben op het gedrag van de belastingplichtigen. De enkele vaststelling dat de aanslag van ambtswege bedoeld in artikel 92 van het WIGB een ontradende doelstelling nastreeft, heeft niet tot gevolg dat die aanslag moet worden beschouwd als een administratieve sanctie.”).

Een dunne lijn tussen ontraden en bestraffen of een slappe koord?
 
Het Hof van Beroep poogt niet te ontkennen dat de aanslag ontradend wenst te werken ten aanzien van verboden automatische ontspanningstoestellen. Dat is echter volgens het Hof niet voldoende om de aanslag als een strafsanctie aan te merken.

Het moet toegegeven worden : in verhouding met de hoogst mogelijke jaarlijkse belasting op dergelijke toestellen van 3.570 euro is de ambtshalve aanslag van 5.000 euro verhoudingsgewijs niet bijzonder hoog. Dat zal bij het oordeel van het Hof allicht hebben meegespeeld.

Een vraag die kan rijzen is of het in absolute zin geringe bedrag van de ambtshalve aanslag op de verboden ontspanningstoestellen doorslaggevend is voor de kwalificatie als strafsanctie.

Er is alleszins een dunne lijn tussen een ontrading en een bestraffing. Hoewel er geen volkomen analogie is doet dit denken aan het vraagstuk van de aanslag op de geheime commissielonen die maar liefst 309% bedraagt. Voor zover de aanslag op de geheime commissielonen de verliescompensatie van de Schatkist niet overschrijdt is zij volgens onze Belgische rechtscolleges niet als strafsanctie aan te merken (B. COOPMAN en D. SENDEN, “Bijzondere aanslag op de geheime commissielonen: pure verliescompensatie voor de Schatkist of gedeeltelijke strafsanctie?”, Accountancy & Fiscaliteit 2010, nr. 44, 4-5).

Een zwart-wit-verhaal is dit niet.
In grensoverschrijdende context is eerder door de Hoge Raad der Nederlanden en het Franse Hof van Cassatie geoordeeld dat een extra belasting van 100% van de verschuldigde som wel een strafsanctie uitmaakt in de zin van artikel 6 EVRM (Cass. Fr., 29 april 1997, J.D.F., 1997, 342; H.R. Ned., 19 juni 1985, B.N.B., 1986/29; N.J., 1986, 104.).

Krachtens de rechtspraak van het EHRM is een kwalificatie als strafsanctie mogelijk als een fiscale bepaling een algemene draagwijdte heeft met zowel een preventief als repressief doel (EHRM (grote kamer), 23 november 2006, Jussila t. Finland; zie ook V. SEPULCHRE, Droits de l'homme et libertés fondamentales en droit fiscal, Brussel, Larcier, 2005, 265-274).

In het arrest JANOSEVIC (EHRM, 21 mei 2003, Janosevic t. Suède) was het EHRM de mening toegedaan dat de fiscale sancties die kunnen oplopen tot 20 % of 40 % van een niet betaalde belasting wel degelijk strafsancties zijn in de zin van artikel 6 EVRM: " 69.  Le caractère pénal de l'infraction est également attesté par la gravité de la sanction encourue et de celle réellement infligée. Les majorations d'impôt en Suède sont proportionnelles au montant de l'impôt auquel on s'est soustrait en fournissant des informations incorrectes ou inadéquates. Les majorations, normalement fixées à 20 ou 40 % de l'impôt non payé, selon le type d'impôt, ne connaissent pas de plafond et peuvent atteindre des sommes considérables. De fait, en l'espèce, les majorations décidées par l'administration fiscale étaient très élevées, puisqu'elles se montaient en tout à 161 261 SEK. (...) " (zie ook het arrest Västberga Taxi Aktiebolag et Vulic t. Sweden van 21 mei 2003). 

Merk op dat onze aanslag op de verboden toestellen (5.000 eur) in dit opzicht niet veel minder procenten hoger is (ca. 40 %) dan een aanslag op toegelaten toestellen.

Het arrest J.B. t. Zwitserland van het EHRM dd. 3 mei 2001 ging over boetes van 1.000 CHF of 2.000 CHF. De absolute hoogte van een sanctie is dus ook niet alleen zaligmakend voor de beslissing of ze een strafkarakter heeft of niet.

Hoe men moet uitmaken of een administratieve sanctie inzake belastingen een strafsanctie is in de zin van art. 6 E.V.R.M., preciseerde het Hof van Cassatie vooral in haar arrest van 25 mei 1999 Cass. 25 mei 1999 (Act. Fisc. 1999, afl. 22, 4; Arr. Cass. 1999, 719). Men moet nagaan of de sanctie zonder onderscheid geldt voor elke belastingplichtige en niet slechts voor een bepaalde groep met een particulier statuut; of de maatregel een bepaald gedrag voorschrijft en op de naleving ervan een sanctie stelt; of het niet enkel om vergoeding van de schade, maar essentieel ertoe strekt te straffen om de herhaling van gelijkaardige handelingen te voorkomen en of de sanctie stoelt op een norm met een algemeen karakter, waarvan het oogmerk tegelijkertijd preventief en repressief is of zeer zwaar, gelet op het bedrag ervan. Blijkt na de afweging van al deze elementen dat de strafrechtelijke aspecten de doorslag geven, dan moet de administratieve sanctie inzake belastingen beschouwd worden als een strafsanctie in de zin van de vermelde verdragsbepaling.

Het is duidelijk geen uitgemaakte zaak waar de grens tussen strafsanctie en ontradende belasting dan precies ligt.

Het Hof van Beroep heeft haar inspiratie, benevens een verwijzing naar de structuur van het wetboek, die op zichzelf uiteraard nooit kunnen volstaan om een internationaalrechtelijke kwalificatie te staven, wat gehaald uit een arrest van het Grondwettelijk Hof (124/2008) dat impliceert dat ontraden niet noodzakelijk bestraffen is. Het is nochtans niet het Grondwettelijk Hof die de natuurlijke rechter is over dergelijke aangelegenheden. Die eer valt onzes inziens veeleer te beurt aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De justitiabele blijft wat op zijn honger zitten als het Hof van Beroep de toetsing niet expliciet doorvoert op grond van de internationaalrechtelijke criteria die te vinden zijn in de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De vraag waar de exacte grens ligt tussen ontraden en bestraffen is naar ons gevoel nog niet definitief beslecht.

Bart COOPMAN                                                     Désirée SENDEN
Advocaat-vennoot                                                 Advocaat



21-03-17 Nu ook tax shelter voor podiumkunsten
De succesvolle “tax shelter” voor audiovisuele werken wordt opengesteld voor theater, opera en andere podiumkunsten. ....read more
 
20-03-17 Kwartaalaangevers hoeven geen voorschotten meer te betalen
De formaliteiten voor BTW-plichtigen worden verder vereenvoudigd. ....read more
 
17-03-17 Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. ....read more
 
28-02-17 Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van Beroep
Wie gratis een woning mag gebruiken van zijn werkgever of vennootschap, wordt voor dat gebruik belast op een zogenaamd voordeel van alle aard. ....read more
 
website by webalive