nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
  Nouvelles règles TVA en matière de facturation et location de moyens de transport
 
Bankgeheim binnenkort versoepeld
 
Het ziet ernaar uit dat er dan toch op korte termijn een wijziging komt van artikel 318 WIB 1992, dat het fiscale bankgeheim regelt. De regering dient binnenkort een wetsontwerp in die zin in bij het parlement. Maar het valt nog af te wachten welke versie uiteindelijk goedgekeurd wordt.

De fiscus mag bij een bank geen inlichtingen inzamelen met het oog op het belasten van de cliënten van die bank. Dat staat in het welbekende artikel 318 WIB 1992.

Maar de regering is van plan om daar aan toe te voegen: “Het eerste lid belet niet dat de administratie in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen, de inlichtingen over hun cliënten inzamelt die door een buitenlandse Staat worden gevraagd hetzij in het geval bedoeld in artikel 338, § 5 (d.w.z. door een andere EU-lidstaat), hetzij overeenkomstig de bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen in een van toepassing zijnde overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting of andere internationale overeenkomst in het kader waarvan de wederkerigheid is gewaarborgd”.

Vraag van buitenlandse fiscus
 
Het bankgeheim zou dus opgeheven worden na een vraag van een buitenlandse belastingadministratie maar nog altijd blijven bestaan voor gevallen waarin de Belgische fiscus de fiscale positie van een Belgische belastingplichtige onderzoekt (zie ons artikel “Wat houdt het bankgeheim nog in?”).

Eind vorig jaar is dat al goedgekeurd op de ministerraad en vervolgens voorgelegd aan de Raad van State. Maar die vond die materie niet “hoogdringend” en weigerde daarom een advies uit te brengen binnen de termijn die de regering gevraagd had. De regering besloot daarop om die bepaling uit het wetsontwerp houdende diverse bepalingen te halen. Die wet is ondertussen gepubliceerd zonder de geplande versoepeling van het bankgeheim - en trouwens zonder belangwekkende fiscale bepalingen in het algemeen (wet van 29 december, Staatsblad van 31 december 2010). De bepaling over het bankgeheim werd “opgespaard” voor de volgende grote fiscale verzamelwet. En die zit er nu aan te komen.

Uitwisseling bankinfo: aanpassing verdragen loopt vertraging op
 
De hele zaak is dringend geworden omdat de OESO nauwlettend toekijkt op de uitwisseling van bankgegevens. Landen die dat niet doen, worden gebrandmerkt als belastingparadijzen, en zo een stempel wil België absoluut vermijden. Op basis van de huidige tekst van artikel 318 zou België geen bankgegevens kunnen uitwisselen met andere landen (tenzij een dubbelbelastingverdrag expliciet een afwijking bevat, maar dat is tot nu toe alleen het geval voor het verdrag met de VS). België heeft over de uitwisseling van bankgegevens weliswaar al met een hele reeks landen afspraken gemaakt - bijvoorbeeld in de vorm van een protocol bij het bestaande dubbelbelastingverdrag met dat land (zie ons artikel “Uitwisseling bankgegevens: al akkoorden met 37 landen”). Maar het probleem is dat de wetten waarmee die protocollen bekrachtigd moeten worden, nog altijd niet goedgekeurd zijn in het parlement.

Het belangrijkste concrete gevolg van de vertraging is dat de protocollen over de uitwisseling van bankgegevens hoogstwaarschijnlijk niet in werking zullen kunnen treden op de geplande datum, namelijk 1 januari 2011.

De vertraging is overigens geen gevolg van het feit dat de huidige regering een regering van lopende zaken is. De vertraging is opgelopen doordat de Raad van State onverwachts geoordeeld heeft dat een en ander ook een gewest- en gemeenschapsmaterie is, en daarom vond de (federale) regering het veiliger om eerst de gewesten en gemeenschappen te raadplegen. Ondertussen is dat gebeurd, zodat in principe niets een spoedige indiening van de eerste wetsontwerpen in het parlement in de weg staat.

Aanpassing artikel 318 als “plan B”
 
Maar de regering wil geen enkel risico meer lopen, en daarom blijft de aanpassing van artikel 318 WIB 1992 op de agenda staan. Dankzij die aanpassing zal een buitenlandse belastingadministratie de Belgische fiscus kunnen vragen om bij een Belgische bank inlichtingen in te zamelen over een buitenlandse belastingplichtige, op basis van het algemene artikel over uitwisseling van inlichtingen dat in de meeste verdragen opgenomen is. In principe zou de OESO daarmee ook tevreden moeten zijn, zodat de goedkeuring van de protocollen minder dringend wordt en België niet het risico loopt opnieuw op de grijze of zwarte lijst van de OESO terecht te komen.

Welk land op die lijst(en) terechtkomt, zal bepaald worden na een grootschalig onderzoek van de betreffende wetgeving van alle landen en van de effectiviteit van de uitwisseling van inlichtingen in de praktijk. De eerste fase van dat onderzoek is ondertussen al afgerond voor 18 landen en heel binnenkort is België aan de beurt. De regering wil dus zeker een goede beurt maken door alvast een aanpassing van artikel 318 goed te keuren.

Hoe die aanpassing er zal uitzien, is echter nog niet zeker. Er zijn namelijk ook wetsvoorstellen ingediend door individuele parlementsleden, en die gaan soms verder dan het ontwerp van de regering. Zo wordt voorgesteld het bankgeheim ook op te heffen van zodra de fiscus “aanwijzingen” heeft dat bepaalde inkomsten niet zijn aangegeven. Dat is overigens een aanbeveling van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraudedossiers van 2009. Normaal gezien zou alleen het ontwerp van de regering een kans maken, maar in de huidige situatie, met een regering van lopende zaken, heeft het parlement veel meer armslag, wat betekent dat niet helemaal uitgesloten kan worden dat één van de verdergaande wetsvoorstellen het uiteindelijk haalt.



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lire la suite
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lire la suite
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lire la suite
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lire la suite
 
site web par webalive