nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
  VAT news - VAT invoicing and long term hire
 
BTW-aftrek voor auto's: beperkt tot 50%... of minder
 
Sinds 1 januari is er inzake BTW een strengere aftrekbeperking voor bedrijfsgoederen die ook deels privé gebruikt worden. Ook voor roerende goederen kan BTW-aftrek alleen nog maar in functie van het beroepsgebruik. De vraag hoe die nieuwe aftrekbeperking gecombineerd moet worden met de bestaande aftrekbeperking voor auto's, is nu gedeeltelijk beantwoord door de fiscus. Het komt er op neer dat in sommige gevallen de nieuwe regeling buiten werking blijft.

De BTW op autokosten is niet volledig aftrekbaar. Daarvoor geldt vanouds een aftrekbeperking van 50% (artikel 45, §2 BTW-Wetboek).

Maar sinds 1 januari 2011 moet een BTW-plichtige die een auto koopt voor zijn zaak, rekening houden met een bijkomende beperking. Vanaf die datum is de nieuwe regeling van toepassing die de aftrek bij aankoop beperkt in functie van het beroepsmatige gebruik (artikel 45 §1quinquies BTW-Wetboek; zie ons artikel “Wat is er veranderd op fiscaal gebied op 1 januari 2011?”). Als een bedrijfsgoed bijvoorbeeld voor 40% beroepsmatig gebruikt wordt en voor 60% privé, dan is slechts 40% van de BTW die bij aankoop van dat goed betaald is, aftrekbaar. De BTW-plichtige kan dus niet meer alle BTW recupereren. Die nieuwe regeling geldt voor alle bedrijfsmiddelen, dus ook voor auto's die voor het bedrijf gebruikt worden.

Aanvankelijk was het helemaal niet duidelijk hoe die nieuwe, algemene aftrekbeperking gecombineerd moest worden met de bestaande, specifieke aftrekbeperking voor auto's. Maar ondertussen zijn toch al enkele twijfels weggenomen.

Twee aftrekbeperkingen niet tegelijk toepassen
 
Het belangrijkste punt is dat beide regelingen niet samen toegepast moeten worden. Dat is alvast goed nieuws, want anders hadden we in een situatie kunnen terechtkomen waar in ons voorbeeld nog maar 20% van de BTW aftrekbaar zou zijn (40% volgens algemene regel wegens privégebruik, specifiek voor auto's nog eens beperkt tot de helft). Dat zou absurd zijn, want de specifieke aftrekbeperking van 50% is indertijd juist ingevoerd om rekening te houden met het feit dat auto's van een bedrijf vaak ook privé gebruikt worden. Het nieuwe standpunt van de fiscus houdt rekening met dat argument.

De specifieke aftrekbeperking voor auto's blijft het uitgangspunt. De aftrek kan nooit hoger zijn dan volgens die specifieke aftrekbeperking toegelaten was (en is), namelijk 50%.

Vervolgens moet een onderscheid gemaakt worden al naargelang het beroepsgebruik meer of minder dan de helft bedraagt.

Als het beroepsgebruik meer dan 50% bedraagt, volstaat het om de specifieke aftrekbeperking voor auto's toe te passen. De situatie is dan voor iedereen gelijk, ongeacht het percentage beroepsgebruik: 50% van de BTW kan gerecupereerd worden. Eigenlijk blijft de nieuwe regeling dan buiten werking.

Als het beroepsgebruik minder dan 50% bedraagt, moet men de aftrek beperken volgens de nieuwe regeling, dus in functie van het beroepsgebruik. De specifieke aftrekbeperking voor auto's vindt dan geen toepassing. In ons voorbeeld (40% beroep, 60% privé) mag dus 40% van de bij aankoop betaalde BTW afgetrokken worden.

Enkele cijfervoorbeelden samengevat in tabelvorm:

Percentage beroepsgebruik             Aftrek beperkt tot...
20%                                              20%
40%                                              40%
50%                                              50%
60%                                              50%
80%                                              50%

Geen verandering bij minstens 50% beroepsgebruik
 
Conclusie: qua BTW-aftrek verandert er niets voor wie de auto van zijn bedrijf hoofdzakelijk beroepsmatig gebruikt of in gelijke delen privé en beroepsmatig.

Wie de auto hoofdzakelijk privé gebruikt (of laat gebruiken), ziet zich sinds 1 januari 2011 wel geconfronteerd met een strengere aftrekbeperking. Vóór 2011 had die persoon in alle gevallen 50% van de betaalde BTW mogen aftrekken, vanaf 2011 zal dat minder zijn, afhankelijk van het juiste percentage beroepsgebruik.

De fiscus heeft dat standpunt net bekendgemaakt in een circulaire. Het standpunt is gebaseerd op de uitleg die staatssecretaris Clerfayt gegeven heeft in het parlement.

Daarmee zijn echter nog niet alle problemen opgelost. De circulaire zegt er bijvoorbeeld niet bij hoe het percentage beroepsgebruik bepaald moet worden, vooral in omstandigheden waar het verschil tussen privé- en beroepskilometers niet exact bijgehouden wordt.

Geen voordeel van alle aard meer
 
De circulaire gaat ook niet in op de keerzijde van de nieuwe regeling. Tegenover de aftrekbeperking in het begin, bij de aankoop, staat namelijk dat er nadien geen BTW meer aangerekend moet worden op de “dienst” die bestaat in het ter beschikking stellen van de auto voor privégebruik, het zogenaamde voordeel van alle aard. Onder de nieuwe regeling zou er dus in principe geen sprake meer mogen zijn (althans inzake BTW) van het betalen van BTW op een voordeel van alle aard dat bestaat in het privégebruik van een bedrijfswagen.

Maar volgens de uitleg van de staatssecretaris in het parlement, moet dat genuanceerd worden. Als het beroepsgebruik “50% of meer” bedraagt, is er nog wél sprake van voordelen van alle aard, waarop dus BTW aangerekend moet worden. Dat lijkt logisch, want zoals hoger al uitgelegd, komt het er eigenlijk op neer dat in die situatie het nieuwe systeem buiten werking blijft.

... bij beroepsgebruik van minder dan 50%
 
Alleen bij een beroepsgebruik van “minder dan 50%” wordt het nieuwe systeem consequent toegepast en is er voor de BTW dus geen sprake meer van voordelen van alle aard. Dat is natuurlijk een belangrijk pluspunt, maar de vraag blijft hoe dat concreet uitgewerkt zal worden in de praktijk. Het lijkt voor de hand te liggen dat de fiscus een regeling zal uitwerken die voorkomt dat er door een minieme variatie in het beroepsgebruik van 50 naar 49,5% een “alles of niets”-situatie zal ontstaan.

De volgende circulaire is dan ook al aangekondigd.

(Bron: Circulaire AFZ 01/2011 van 25 januari 2011)



13-05-19 Nieuwe aangifte brengt extra voordelen maar ook extra complexiteit
De aangifte voor de personenbelasting voor aanslagjaar 2019 (inkomsten van 2018) is gepubliceerd en kan al online ingevuld worden. De uiterste indieningsdatum is 11 juli voor wie elektronisch indient via Tax-on-web, 24 oktober 2019 voor wie een mandataris inschakelt. Wie nog werkt met een papieren aangifte, krijgt slechts tijd tot 28 juni.....read more
 
29-04-19 “Jobsdeal” brengt fiscale stimulans voor binnenscheepvaart
De gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid wordt met ingang van 1 januari 2019 uitgebreid tot werkgevers die het stelsel van de “systeemvaart” toepassen in de binnenscheepvaart.....read more
 
29-04-19 Fiscale stimulans voor bouwsector verruimd
Vorig jaar is de vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector. Dankzij een aanpassing van het indexeringsmechanisme kan die maatregel nu toegepast worden op de doelgroep waarvoor hij eigenlijk bedoeld is.....read more
 
29-04-19 Ontwerpers van videogames krijgen ook hun “tax shelter”
Het speciale fiscale gunstregime voor de audiovisuele sector en de podiumkunsten wordt uitgebreid tot de “games-industrie”. Vennootschappen die kapitaal ter beschikking stellen aan een producent van videospelletjes, kunnen een interessante belastingvrijstelling krijgen. De maatregel moet wel eerst nog groen licht krijgen van Europa.....read more
 
website by webalive