nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
 
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd.
Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.


Een tandarts laat een nieuwbouw optrekken met op het gelijkvloers een tandartspraktijk, en drie appartementen op de eerste en tweede verdieping. Daarna verkoopt hij het vruchtgebruik van het complex aan zijn BVBA.
De blote eigendom behoudt hij zelf.

Alle kosten met betrekking tot de aankoop (o.m. afschrijvingen, interest, verzekering) worden door de BVBA in aftrek gebracht. Maar daar is de fiscus het niet mee eens. Er is geen discussie over de kosten die betrekking hebben op de praktijkruimte. Het pijnpunt is het kostenplaatje voor de appartementen.

Tandarts-BVBA koopt vruchtgebruik en trekt kosten af

De laatste tijd doet de rechtspraak vaak moeilijk over de aftrek van kosten met betrekking tot een appartement dat gratis ter beschikking wordt gesteld aan de bedrijfsleider. Volgens de fiscus (en vaak de rechtspraak) is er dan, wegens het privégebruik, geen sprake van een beroepskost en moet de aftrek dus verworpen worden. Maar deze zaak is anders. De drie appartementen worden namelijk verhuurd aan derden. Daarmee lijkt de centrale aftrekvoorwaarde uit artikel 49 WIB 1992 vervuld: de kost moet gemaakt zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. In dit geval is de kost dus gemaakt om huurinkomsten te behalen.

In eerste aanleg had de belastingplichtige nog gelijk gekregen op basis van dat argument. Maar het Hof van Beroep van Gent volgde de fiscus. Het argument van de fiscus was dat het verkrijgen van belastbare inkomsten niet volstaat. Die inkomsten moeten voldoende hoog zijn om effectief belastbaar te zijn.
De fiscus vond met andere woorden dat er sprake moet zijn van een winstgevende activiteit.

Verlies mag, maar winst moet doel zijn

Principieel was het hof van beroep het daarmee niet eens. Het feit dat er met verlies gewerkt wordt, belet op zich niet dat de kosten aftrekbaar zijn.
Toch trad het hof uiteindelijk de fiscus bij. Ook al wordt er misschien geen winst gemaakt, de bedoeling moet wel zijn om (ooit) winst te maken, aldus het hof. En in dit geval was die bedoeling er niet volgens het hof. De huur is gewoon niet hoog genoeg in verhouding tot de kosten. Over een periode van 20 jaar
(de duur van het vruchtgebruik) kan de aankoop onmogelijk uitmonden in een rendabele investering. Dat leidde het hof af uit de berekeningen van de fiscus.

Volgens het hof lijdt het dan ook geen twijfel dat de aankoop van het vruchtgebruik alleen bedoeld was om de winsten van de rendabele tandartspraktijk af te romen. Het doel van de kosten was dan ook niet het verkrijgen van belastbare inkomsten (zoals artikel 49 WIB 1992 vereist) maar alleen het fors verlagen van de belastbare grondslag in de vennootschapsbelasting, en het afwentelen op de vennootschap van kosten die de tandarts in zijn persoonlijke naam niet in aftrek had kunnen brengen (zoals de BTW, en de afschrijving op de grond, die immers begrepen zit in de prijs van het vruchtgebruik).

Cassatie bevestigt negatief arrest Hof van Beroep

Bij dat arrest konden toch wel vragen gesteld worden. Zo leek het in tegenspraak met de zogenaamde “midzomerarresten” die het Hof van Cassatie in 2015 geveld had. Toen had het Hof van Cassatie niet alleen geoordeeld dat een band met het maatschappelijk doel niet vereist is voor de aftrek van kosten, maar ook dat kosten van een verlieslatende operatie en kosten die gemaakt worden om belastingen te besparen, toch aftrekbaar kunnen zijn
(zie ons artikel “Toch aftrek voor kosten zonder verband met statutair doel”).
Het verwondert dan ook niet dat de tandarts het daarbij niet liet en zijn zaak tot voor het Hof van Cassatie bracht.

Maar zonder succes, zo blijkt nu. Het Hof van Cassatie overloopt de argumenten op die het hof van beroep aanhaalde, en stelt simpelweg dat het hof van beroep daaruit kon afleiden dat de kosten niet aftrekbaar zijn.
Met name oordeelde het hof van beroep – zoals het Hof van Cassatie het samenvat – dat een belastingplichtige als doel moet hebben winst te maken om kosten te mogen aftrekken, dat een winstoogmerk dus relevant is, dat uit de cijfers blijkt dat het doel om winst te maken in dit geval nooit bestaan kan hebben en dat enig rendement uitgesloten was, dat de BVBA een volledige externe financiering nodig had om het vruchtgebruik te kunnen kopen, dat de constructie enkel opgezet is in het persoonlijke belang van de zaakvoerder en dat die de kosten zelf niet in aftrek had kunnen brengen, en dat “het derhalve vaststaat dat de BVBA tegen haar persoonlijke belangen heeft gehandeld, uitsluitend in het voordeel van deze van haar zaakvoerder”.

Daaruit mocht het hof van beroep concluderen dat de kosten met betrekking tot het vruchtgebruik van de appartementen niet werden gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden maar uitsluitend om de persoonlijke belangen van de zaakvoerder te dienen, en dus niet aftrekbaar zijn, aldus het Hof van Cassatie.

Voorzichtigheid blijft geboden

Principiële conclusies kan men uit dit arrest niet echt trekken, vermits het Hof van Cassatie er niet bij zegt welke van de opgesomde vaststellingen doorslaggevend zijn. Bovendien had het hof van beroep zelf de zaak niet als een principiële kwestie opgevat. Maar de trend van de negatieve rechtspraak van de laatste tijd wordt in elk geval bevestigd. Eind vorig jaar had het Hof van Cassatie ook al enigszins verrassend de aftrek verworpen van de kosten van een appartement aan de kust, waarbij het belangrijkste argument van de fiscus eveneens het gebrek aan winstgevendheid was (zie ons artikel “Cassatie weigert aftrek kosten voor appartement aan zee”). Eens te meer blijkt dus dat de zogenaamde “midzomerrarresten” van 2015 geen vrijbrief zijn voor een ongelimiteerde kostenaftrek.

Bron: arrest van het Hof van Cassatie van 21 juni 2019 (F.18.0130.N),



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lees meer
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lees meer
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lees meer
 
website door webalive