nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
 
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.

Er bestaat een speciaal belastingregime voor sommige achterstallige bezoldigingen en pensioenen, alsook voor opzegvergoedingen, vergoedingen tot herstel van een tijdelijke derving van beroepsinkomsten, compensatievergoedingen voor een stopzetting of een vermindering van de activiteit (bijv. in de landbouw), en winst of baten uit een stopgezette beroepsactiviteit (bijv. erelonen van een beoefenaar van een vrij beroep die zijn activiteit ingebracht heeft in een vennootschap). Zij worden niet bij de andere inkomsten opgeteld om het belastingtarief te bepalen, maar worden afzonderlijk belast.

Om ongewenst effect van progressiviteit te vermijden

Dat heeft te maken met de progressiviteit van de tarieven in de personenbelasting. Een hoog inkomen komt in een hogere tariefschijf terecht. Wie het inkomen van twee jaar in één keer in één jaar uitbetaald krijgt, betaalt daardoor meer belasting dan iemand die hetzelfde bedrag netjes gespreid over twee jaar uitbetaald krijgt. Om dat effect te vermijden, worden achterstallen afzonderlijk belast, zodat ze de belastingfactuur niet verzwaren in het jaar waarin ze betaald worden.

Het tarief dat voor de afzonderlijke belasting gehanteerd wordt, was tot voor kort “de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad” (artikel 171, 5° WIB 1992).

Hof van Cassatie maakte einde aan soepele interpretatie in 2013

Het begrip “normale beroepswerkzaamheid” werd vroeger door de fiscus altijd soepel ingevuld. Ook een jaar waarin de belastingplichtige werkloos of gepensioneerd was (heel het jaar of voor een paar maanden), telde in de ogen van de fiscus mee als een normale beroepsactiviteit. Voor de belastingplichtige was dat een goede zaak. Want in een dergelijk jaar is de verschuldigde belasting normaal gezien niet zo hoog als in een jaar met een “echte” werkzaamheid. Dat bracht dus met zich mee dat ook de eventuele achterstallen relatief laag belast werden.

Dat veranderde met een arrest van het Hof van Cassatie van 14 maart 2013. Het Hof nam de wettekst veel letterlijker dan de fiscus. Een jaar waarin de belastingplichtige (ook) pensioenen of werkloosheidsuitkeringen ontvangt, is geen jaar met een “normale beroepswerkzaamheid” volgens het Hof van Cassatie. Om het belastingtarief te bepalen, moet men dus verder terug gaan in de tijd en kijken naar het laatste jaar waarin de belastingplichtige 12 maanden lang beroepsactief was.

De fiscus liet kort daarop weten dat hij het standpunt van het Hof van Cassatie zou volgen.

“Twaalf maanden belastbare beroeps¬inkomsten”

Omdat die nieuwe zienswijze eigenlijk nadelig was voor de belastingplichtige, wordt de wet nu aangepast. Dat gebeurt simpelweg door de woorden “normale beroepswerkzaamheid” te vervangen door “twaalf maanden belastbare beroeps¬inkomsten”. Een pensioen of een werkloosheidsuitkering is ook een beroepsinkomen en telt dus wel degelijk mee. We hoeven dus niet langer terug te gaan naar het recentste jaar met een effectieve activiteit (en dus een hoog tarief).

Daarmee wordt het oude standpunt van de fiscus officieel ingeschreven in de wet. De wetswijziging is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 (inkomstenjaar 2018).

Bron: Wet van 7 april 2019, Staatsblad van 3 mei 2019.



05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lire la suite
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lire la suite
 
02-10-19 Aanslagbiljet kan voortaan via eBox
De fiscus zet een nieuwe stap in de digitalisering van zijn communicatie met de belastingplichtige. Zoomit, waarmee ook aanslagbiljetten elektronisch verzonden werden, wordt vervangen door de eBox. Elke burger en elke vennootschap heeft die in principe nu al ter beschikking. De eBox moet wel eerst geactiveerd worden.....lire la suite
 
18-09-19 Starters krijgen sneller BTW terug
Vanaf volgend jaar gaat de fiscus sneller terugbetalen aan startende ondernemingen die een BTW-tegoed hebben. Starters zullen geen zes maanden meer hoeven te wachten, maar hoogstens drie maanden. Eventuele liquiditeitsproblemen van starters worden zo gemilderd.....lire la suite
 
site web par webalive