nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
Ontwerpers van videogames krijgen ook hun “tax shelter”
 
Het speciale fiscale gunstregime voor de audiovisuele sector en de podiumkunsten wordt uitgebreid tot de “games-industrie”. Vennootschappen die kapitaal ter beschikking stellen aan een producent van videospelletjes, kunnen een interessante belastingvrijstelling krijgen. De maatregel moet wel eerst nog groen licht krijgen van Europa.

Het mechanisme is hetzelfde als voor de bestaande “tax shelter” voor film en voor podiumkunsten (zie o.m. ons artikel “Nu ook tax shelter voor podiumkunsten”). Een (gewone) vennootschap die geld ter beschikking stelt van een “productievennootschap” voor een bepaald project, heeft recht op een belastingvrijstelling (vrijgestelde winst) ten belope van 356% van het bedrag van de investering (421% vanaf 2020, om rekening te houden met het dalende tarief van de vennootschapsbelasting). De investeerder mag daarnaast ook interest vragen voor de periode tot aan het moment waarop het belastingvoordeel definitief wordt. En hij kan zich zelfs indekken tegen het risico dat het project mislukt, door een waarborg te bedingen ten belope van het eventueel verloren gegane belastingvoordeel. Anderzijds verwerft hij geen rechten in het ontwikkelde videospel, zodat hij ook geen extra opbrengst krijgt bij een onverwacht groot succes. De investeerder doet het dus alleen voor het belastingvoordeel. De producent krijgt extra kapitaal ter beschikking maar blijft voor de rest in principe het volledige risico van het project dragen.

In een eerste fase wordt een voorlopige vrijstelling toegekend (te boeken op een afzonderlijke passiefrekening), die vervolgens definitief wordt als het project voltooid is en er een zogenaamd “tax shelter attest” uitgereikt wordt.
Zo niet, is er alsnog belasting verschuldigd op het deel van de winst dat voorlopig vrijgesteld was.

Complexe berekening

De berekening van het eigenlijke belastingvoordeel is echter een uiterst complexe zaak, want er zijn veel voorwaarden en allerlei bijkomende kwantitatieve begrenzingen. Zo moet de hogergenoemde vrijstelling van 356 of 421% naar beneden herzien worden als de vrijgestelde winst niet minstens 172% bedraagt (203% vanaf 2020) van de zogenaamde “fiscale waarde” van het project. Die “fiscale waarde” hangt dan weer af van de kosten die gemaakt worden voor de ontwikkeling van de videogame (70% van de in aanmerking komende kosten is de “fiscale waarde”). Daarbij tellen bepaalde kosten niet mee (bijv. administratie). Bovendien moet het gaan om kosten die in Europa (EER) gemaakt worden. En er moet ook nog eens voldoende geld in België besteed worden. Daarnaast zijn er ook nog aparte plafonds voor het totale bedrag dat voor één project opgehaald wordt (bij alle investeerders samen),
en een relatief én een absoluut maximum per investeerder.
De maximale vrijstelling beloopt momenteel 850.000 euro (1.000.000 euro vanaf 2020). Daarnaast kan de investerende vennootschap maximaal 50% van haar winst vrijstellen. Die maxima gelden voor de drie “tax shelters”
(film, podiumkunsten, games) samen.

Twee jaar om spel te ontwikkelen

Het videospel moet klaar zijn 24 maanden na de ondertekening van de raamovereenkomst tussen de investeerder en de productievennootschap. Daarna is er nog twee jaar tijd om het “tax shelter attest” aan te vragen en de definitieve belastingvrijstelling te berekenen.

Het nieuwe regime is voorlopig nog niet in werking getreden. Europa moet eerst nog het licht op groen zetten. Problemen worden niet verwacht, want er zijn nog EU-lidstaten die fiscale stimulansen bieden voor ontwerpers van games, en België gaat ervan uit dat videogames tot de culturele sector gerekend kunnen worden en dus speciale bescherming verdienen. Maar het betekent wel dat de effectieve inwerkingtreding van het gunstregime nog verschillende maanden op zich zal laten wachten. Bovendien zijn ook samenwerkingsakkoorden met de gewesten en gemeenschappen nodig. Zij zullen immers mee instaan voor de nodige erkenningen, net zoals voor film en toneel.

Bron: Wet van 29 maart 2019 tot uitbreiding van de taxshelter naar de gaming-industrie, Staatsblad van 16 april 2019



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geďdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geďdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive