nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
Fiscale stimulans voor bouwsector verruimd
 
Vorig jaar is de vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid uitgebreid tot de bouwsector. Dankzij een aanpassing van het indexeringsmechanisme kan die maatregel nu toegepast worden op de doelgroep waarvoor hij eigenlijk bedoeld is.

Sinds 1 januari 2018 kunnen ook werkgevers in de bouwsector de klassieke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid toepassen (zie ons artikel “Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector”).
Zij hoeven dus een deel van de bedrijfsvoorheffing die ze inhouden op het loon van hun werknemers, niet door te storten aan de Schatkist. De vrijstelling beliep oorspronkelijk 3% van het brutoloon maar bedraagt momenteel 6% (sinds 1 januari 2019). Volgend jaar wordt de vrijstelling verder opgetrokken tot 18% van het brutoloon. Specifiek voor de bouwsector wordt het begrip “ploegenarbeid” ruimer omschreven: het hoeft niet om opeenvolgende ploegen te gaan, het volstaat dat een groep werknemers samenwerkt.

De belangrijkste voorwaarde voor het stelsel was tot nu toe dat alle leden van de ploeg een bruto-uurloon ontvangen, vóór inhouding van de persoonlijke socialezekerheidsbijdrage, van minstens 13,75 euro. Het was immers niet de bedoeling om sociale dumping te belonen. Maar de wetgever was uit het oog verloren dat dit minimum in de praktijk zou oplopen tot 17,73 euro door het gewone mechanisme van indexering. Daardoor zouden alleen de best betaalde werknemers in aanmerking komen voor de maatregel.

Indexering minimumloon bijgesteld

Daarom wordt een speciaal indexeringsmechanisme in het leven geroepen specifiek voor die loongrens. Het bedrag van 13,75 euro wordt nog wel geïndexeerd maar komt na indexatie nu uit op “slechts” 13,99 euro voor kalenderjaar 2019.

Een tweede aanpassing houdt in dat het niet altijd meer vereist is dat alle leden van de groep minimaal 13,75 euro per uur verdienen. Studenten en leerlingen in een alternerende opleiding worden uitgezonderd. Dus als zij een lager loon zouden krijgen, gaat het fiscale voordeel niet meer verloren voor de rest van de ploeg.

Belangrijk is dat de aanpassingen met terugwerkende kracht van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018. De wet is definitief goedgekeurd in de Kamer en verschijnt binnenkort in het Staatsblad.

Bron: Wet houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955 (artikel 5, 6° tot 8°),



19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lire la suite
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lire la suite
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lire la suite
 
29-05-19 Fiscus haalt het misbruikwapen boven tegen vastgeklikte reserves
Stilaan zien we in de rechtspraak de eerste toepassingen van de vernieuwde algemene rechtsmisbruikbepaling. In veel gevallen lijkt de fiscus voorlopig gelijk te krijgen. De nieuwe versie van artikel 344, §1 blijkt dus een krachtiger wapen in handen van de fiscus dan de oude versie. De fiscus roept die bepaling o.m. in tegen vennootschappen die gebruik maakten van de mogelijkheid om reserves “vast te klikken” in kapitaal met het oog op een latere belastingvrije uitkering, maar die in de ogen van de fiscus die regeling toepasten in situaties waarvoor ze niet bedoeld was.....lire la suite
 
site web par webalive