nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Toch geen 100% aftrek voor opendeurdagen?
 
Kosten voor catering zijn niet volledig aftrekbaar, kosten voor reclame wel. Maar wat dan met catering die bedoeld is om reclame te maken, zoals op een opendeurdag of een vergelijkbaar evenement? Als reclame maken de hoofdzaak is, dan kunnen we een 100% aftrek van de cateringkosten toestaan, liet de minister twee jaar geleden weten. Maar het Hof van Cassatie blijkt daar nu anders over te denken.

Sommige categorieën van beroepskosten zijn niet volledig aftrekbaar.
De bekendste voorbeelden zijn restaurantkosten (slechts voor 69% aftrekbaar), kosten voor relatiegeschenken en “receptiekosten” (slechts voor 50% aftrekbaar).

Receptiekosten: 50% niet aftrekbaar

Dat is op het eerste gezicht slecht nieuws voor een onderneming die bijvoorbeeld een opendeurdag of een ander evenement organiseert waarop het publiek kennis kan maken met de nieuwe modellen die de onderneming verkoopt. Als op dat evenement ook drank en versnaperingen geserveerd worden, zouden die dus niet volledig aftrekbaar zijn (“receptiekosten”).
Maar het evenement is in de eerste plaats bedoeld om reclame te maken voor diezelfde nieuwe modellen. Kan men dan niet zeggen dat het eigenlijk om reclamekosten gaat? Fiscaal is het grote voordeel van die redenering natuurlijk dat voor reclamekosten geen wettelijke aftrekbeperking geldt. Die zijn wel 100% aftrekbaar.

De fiscus was op dat punt echter onverbiddelijk. Receptiekosten blijven receptiekosten, vond die. Je kan er niet zomaar reclamekosten van maken omdat ze een publicitair doel hebben.

Minister: kijken naar doel van de kosten

Maar vorig jaar toonde de minister zich inschikkelijker. Hij vond dat in de eerste plaats gekeken moet worden naar het doel van de kosten en niet naar de aard ervan. Dus kosten voor catering op een evenement die hoofdzakelijk tot doel hebben de verkoop te bevorderen, mogen beschouwd worden als publiciteitskosten en zijn volledig aftrekbaar (Parl. Vraag van J. Klaps, 14 maart 2018, , p. 10).

De discussie leek daarmee gesloten. Maar nu wordt het debat heropend door het Hof van Cassatie.

De zaak betreft een autodealer die een traiteur inschakelde voor een reeks evenementen waarop nieuwe modellen werden voorgesteld en uitzonderlijke promoties golden. De dealer beschouwde de traiteurskosten als publiciteitskosten omdat de catering uitsluitend in functie van een publicitair evenement werd gemaakt.

Fiscus: receptiekost blijft receptiekost

Maar daar had de fiscus geen oren naar, en dat gold ook voor het Hof van Beroep van Brussel. Een receptiekost blijft een receptiekost en kan niet geherkwalificeerd worden in een integraal aftrekbare publiciteitskost, oordeelde het Hof. De regel dat de bijzaak (catering) de hoofdzaak (publiciteit) volgt, is niet van toepassing, want de wet is duidelijk: receptiekosten zijn maar voor de helft aftrekbaar (artikel 53, 8° WIB 1992).

De belastingplichtige gaf niet op en legde de zaak voor aan het Hof van Cassatie. Maar ook daar haalt hij geen gelijk. De redenering van het Hof van Beroep klopt als een bus, vindt Cassatie.

Discrepantie met BTW

Inzake BTW woedde ooit dezelfde discussie (zij het dat we daar spreken van kosten van “spijzen en dranken” en “kosten van onthaal” in plaats van “receptiekosten” en dat er voor die kosten helemaal geen BTW-aftrek toegestaan wordt). Maar aan die discussie is al enkele jaren geleden een einde gemaakt door het Hof van Cassatie. Uitgerekend dat Hof heeft geoordeeld dat de BTW op kosten van onthaal toch volledig aftrekbaar is als die kosten een publicitair doel hebben. Exact de omgekeerde conclusie dus als inzake inkomstenbelastingen.

Toen de minister zich een jaar geleden, zoals gezegd, soepel opstelde inzake inkomstenbelastingen, wou hij vooral een einde maken aan de discrepantie tussen BTW en inkomstenbelastingen. Maar het Hof van Cassatie houdt die discrepantie nu in stand.

Het klassieke argument voor het onderscheid tussen BTW en inkomstenbelastingen – zoals in de zaak van de autodealer nog eens herhaald door het Hof van Beroep – is dat het de bedoeling van de wetgever geweest is om de aftrek van receptiekosten te beperken tot 50%, terwijl het inzake BTW alleen de bedoeling was om geen aftrek toe te staan voor kosten die geen louter professioneel karakter hebben. Wat dan impliceert dat “kosten van onthaal” die wel een duidelijk professioneel karakter hebben, toch aftrekbaar zijn, ondanks de wettekst.

De minister vond dat haarkloverij, maar het Hof van Cassatie ziet dat nu blijkbaar anders. De vraag is hoe het nu verder moet. Het geschil waarover Cassatie zich uitgesproken heeft, ontstond lang voor de positieve stellingname van de minister. De betrokken controleur kon daar toen dus nog geen rekening mee houden. Zou hij dat nu wel doen? Of zou hij stellen dat het standpunt van de minister achterhaald is door de nieuwste rechtspraak van Cassatie?
De belastingplichtige kan in elk geval de beginselen van behoorlijk bestuur inroepen in gevallen waarin de fiscus zou weigeren het standpunt van de minister te volgen.

Bron: arrest van het Hof van Cassatie van 22 februari 2019, nr. F.17.0123.N.



17-02-20 Goed nieuws voor dieselhybrides
Hybride auto’s met een dieselmotor worden fiscaal niet gelijk gesteld met gewone dieselmodellen. Daardoor valt het aftrekpercentage algauw enkele percenten hoger uit.....lire la suite
 
13-02-20 Bordje met “privé” houdt fiscus niet tegen
In een privéwoning mag de fiscus alleen binnen met een machtiging van de politierechter. Die machtiging moet gemotiveerd zijn. Maar volgens het Hof van Cassatie hoeft die motivering nu ook weer niet zo ver te gaan dat er aanwijzingen moeten zijn van beroepsmatige activiteiten in de pure privévertrekken. Dat de maatschappelijke zetel gevestigd is op het adres van een privéwoning, volstaat als motivatie. De fiscus heeft dan meteen de toelating om niet alleen in de kantoorruimte maar ook in de woonkamer en de andere privévertrekken rond te snuffelen. Met een bordje “privé” op de deur hoeft hij dan geen rekening te houden.....lire la suite
 
10-02-20 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt opnieuw ongelijk
In een tweede arrest over het herschreven artikel 344, §1 van het WIB 1992 komt het Hof van Beroep tot dezelfde conclusie als in zijn eerste arrest: de fiscus kan de algemene antimisbruikbepaling niet toepassen. Meer bepaald verschilt het Hof van mening met de fiscus over de inwerkingtreding van de nieuwe bepaling in de situatie waarin het misbruik bestaat uit een samenhangend geheel van handelingen.....lire la suite
 
10-02-20 Nieuwe regels voor BTW-herzieningen, niet alleen bij onroerende verhuur
Sinds 1 januari 2019 kan men ervoor kiezen om onroerende verhuur aan BTW te onderwerpen. Dat bracht tevens grote wijzigingen aan de BTW-herzieningsregels met zich mee. Maar op het uitvoeringsbesluit was het wachten tot midden 2019. En de uitvoerige circulaire over de nieuwe regels is pas nu verschenen. De fiscus heeft maar liefst 27 blz. nodig om de regeling uit de doeken te doen. We geven een overzicht van de belangrijkste nieuwigheden.....lire la suite