nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Belasting op bedrijfswagen gaat (iets) omlaag i.p.v. omhoog
 
Eigenlijk was het de bedoeling dat de berekening van het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een auto elk jaar iets strenger wordt. Daarmee moest normaal gezien de gestage daling van de CO2-uitstoot van het wagenpark gecompenseerd worden. Met de mogelijkheid van een stijging van de gemiddelde uitstoot hield blijkbaar niemand rekening. Maar vorig jaar is er toch een stijging geweest. Dat vertaalt zich logischerwijze in een lager voordeel van alle aard voor een gegeven uitstootwaarde.

Sinds 1 januari 2012 wordt het voordeel van alle aard voor het gebruik van een firmawagen berekend aan de hand van de catalogusprijs en de CO2-uitstoot. Voor de factor CO2 wordt uitgegaan van een zogenaamde referentie-uitstoot. Hoe verder men boven die referentiewaarde zit, hoe meer belasting men betaalt. Vanuit het perspectief van de overheid betekent dit dat de belastinginkomsten zakken naarmate er meer auto’s komen met een lagere CO2-uitstoot. Om dat effect tegen te gaan, wordt de formule voor de berekening van het voordeel elk jaar aangepast aan de evolutie van de gemiddelde uitstoot van het wagenpark (er wordt gekeken naar de nieuw verkochte auto’s in een bepaalde referentieperiode, met name oktober van het ene jaar tot september van het volgende jaar).

Automatische koppeling aan evolutie uitstoot

Concreet bedroeg de referentie-uitstoot voor een auto met dieselmotor oorspronkelijk 95 gram CO2 per kilometer. Voor die uitstoot geldt een “basispercentage” van 5,5% (van de catalogusprijs). Voor elke gram uitstoot boven de referentiewaarde wordt er 0,1% opgeteld bij het basispercentage. Voor elke gram beneden de referentiewaarde gaat er 0,1% af. Voor auto’s met een benzinemotor was de referentiewaarde oorspronkelijk 115 gram per kilometer.

Naarmate de gemiddelde uitstoot van het wagenpark afneemt, komt ook die referentiewaarde lager te liggen. Beide zijn immers gekoppeld. Een lagere referentie-uitstoot betekent een hoger voordeel van alle aard en dus een hogere belasting (bij een gegeven uitstoot).

Maar dat mechanisme werkt in twee richtingen. Een hogere referentie-uitstoot betekent een lager voordeel van alle aard en dus een lagere belasting.

“Referentie-uitstoot” hoger, belasting lager

Vorig jaar bedroeg de referentiewaarde 86 gram CO2 per km voor dieselauto’s en 105 gram voor benzineauto’s. Voor inkomstenjaar 2019 zijn die waarden voor het eerst sinds 2012 gestegen: tot 88 gram voor auto’s met een dieselmotor en 107 gram voor auto’s met een benzinemotor. Die verhoging is een gevolg van de populariteit van SUV’s (die zwaarder en minder aërodynamisch zijn dan een vergelijkbare gewone auto) maar ook van de ontmoediging van diesel.

Voorbeeld
De formule is: 6/7 × cataloguswaarde × CO2-percentage. Voor een auto met dieselmotor die 40.000 euro kost en een uitstoot heeft van 98 gram per km, bedroeg het voordeel van alle aard in 2018 dus 6/7 × 40.000 × 6,7% = 2297 euro (5,5 + (98 – 86) × 0,1 = 6,7%). Gerekend aan het hoogste marginaal tarief (50%) betekende dat een jaarlijkse belasting van 1148,5 euro.

De toename van de referentiewaarde met 2 gram CO2 voor 2019, betekent dat voor dezelfde auto nu een belastbaar voordeel berekend wordt van 6/7 × 40.000 × 6,5% = 2229 euro (5,5 + (98 – 88) × 0,1 = 6,5%). De gebruiker van de auto zal dus 34 euro minder belasting betalen (ca. 36,5 met aanvullende gemeentebelasting).

Sowieso meestal geen effectieve belastingverhoging

Merk wel op dat ook zonder stijging van de referentie-uitstoot de belasting voor de meeste gebruikers van een bedrijfswagen lichtjes gedaald zou zijn. Want de berekening houdt ook rekening met de leeftijd van de auto.
Als de belastingplichtige nog met dezelfde auto rijdt, is die auto intussen ook een jaar ouder geworden en profiteert hij/zij dus van de “leeftijdskorting”. Die bedraagt 13 tot 24 maanden na de eerste inschrijving 6% (de “belastbare” waarde is dus 94% van de waarde tijdens het eerste jaar).

In ons voorbeeld zou het voordeel dan uitkomen op 2095 euro voor een twee jaar oude auto. T.o. 2018 zou dan 101 euro belasting uitgespaard worden. Tenzij men toe is aan een nieuw model en niet op de uitstoot let…

Bron: Koninklijk Besluit van 19 december 2018, Staatsblad van 27 december 2018



19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
29-05-19 Fiscus haalt het misbruikwapen boven tegen vastgeklikte reserves
Stilaan zien we in de rechtspraak de eerste toepassingen van de vernieuwde algemene rechtsmisbruikbepaling. In veel gevallen lijkt de fiscus voorlopig gelijk te krijgen. De nieuwe versie van artikel 344, §1 blijkt dus een krachtiger wapen in handen van de fiscus dan de oude versie. De fiscus roept die bepaling o.m. in tegen vennootschappen die gebruik maakten van de mogelijkheid om reserves “vast te klikken” in kapitaal met het oog op een latere belastingvrije uitkering, maar die in de ogen van de fiscus die regeling toepasten in situaties waarvoor ze niet bedoeld was.....lees meer
 
website door webalive