nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
Onroerende verhuur met BTW vanaf 1 januari 2019
 
In het Staatsblad is de wet verschenen die de mogelijkheid invoert om verhuur van onroerende goederen te onderwerpen aan BTW. De wetswijziging was midden 2017 al aangekondigd maar de effectieve invoering ervan verliep niet zonder hindernissen. Vanaf begin volgend jaar is het eindelijk zover.

De verhuurder kan er dus binnenkort voor kiezen om de verhuur van een gebouw (of een deel ervan) te onderwerpen aan BTW. Hij moet dan BTW aanrekenen aan de huurder (21%) maar het grote voordeel is dat hij de BTW kan aftrekken die hij zelf betaald heeft op de kosten met betrekking tot het gebouw. De regering hoopt op die manier de investeringen in nieuw vastgoed aan te zwengelen (zie ons artikel “Onroerende verhuur kan binnenkort aan btw onderworpen worden”).

Vrijstelling van BTW blijft wel de basisregel voor onroerende huur. Er verandert dus niets voor bijvoorbeeld een particulier die zijn woning huurt. Onderwerping aan BTW is een optioneel stelsel dat alleen in specifieke omstandigheden van toepassing is. Zo moet het gebouw professioneel gebruikt worden en moet de huurder akkoord gaan.

Alleen nieuwe gebouwen: gebouwd vanaf 1 oktober 2018

En alleen nieuwe gebouwen komen in aanmerking. De scharnierdatum is 1 oktober 2018. Het optiestelsel is alleen van toepassing op gebouwen waarvoor nog geen BTW opeisbaar geworden is op die datum, m.a.w. waarvoor nog geen factuur uitgereikt is of nog niets betaald is op die datum. Facturen voor de architect, voorstudies of sloop- en saneringswerken tellen echter niet mee.
Dat voor die werken of opdrachten al betaald is vóór 1 oktober 2018, belet dus niet dat verhuur van de nieuwbouw achteraf aan BTW onderworpen wordt.

Een grondige renovatie wordt gelijk gesteld met nieuwbouw.

Van de gelegenheid is ook gebruik gemaakt om nog twee andere dingen te regelen. Zo krijgt de verhuur van (professionele) opslagruimte een eigen statuut. Onderwerping aan BTW wordt mogelijk als het gebouw voor minstens 50% gebruikt wordt voor opslag, en ook voor bestaande bergruimte. Daarnaast wordt onderwerping aan BTW verplicht voor kortdurende verhuur (tot zes maanden). Daar is dus geen sprake van een optiestelsel. Er wordt wel een uitzondering gemaakt voor woningen en voor verhuur aan VZW’s.

Bron: Wet van 14 oktober 2018, Staatsblad van 25 oktober 2018



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....read more
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....read more
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....read more
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....read more
 
website by webalive