nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Elk gewest krijgt zijn eigen aangifte in de personenbelasting
 
De nieuwe aangifte in de personenbelasting moet ingediend worden tegen 29 juni of 12 juli. De opvallendste nieuwigheid is dat er nu drie aangiften zijn:
een voor elk gewest. Zo kan het formulier korter en overzichtelijker gehouden worden. De fiscus laat zich ook van zijn klantvriendelijke kant zien door meer codes op voorhand in te vullen en meer belastingplichtigen een vooraf ingevulde aangifte te bezorgen. Onvermijdelijk zijn er ook weer codes bijgekomen voor nieuwe gunstregimes, zoals dat voor de deeleconomie.


Wie zijn/haar aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2018 nog indient op papier, krijgt daarvoor de tijd tot 29 juni 2018. Elektronisch indienen via Tax-on-web kan officieel tot 12 juli 2018. Voor wie een mandataris alles laat afhandelen, loopt de indieningstermijn tot 25 oktober 2018.

Deeleconomie

De inhoudelijke nieuwigheden betreffen vooral het stelsel van de deeleconomie. Dat is de facto van toepassing sinds 1 maart 2017
(zie ons artikel “Nieuw regime voor deeleconomie is van toepassing vanaf
1 maart” en “Fiscaal regime voor deeleconomie nu officieel van start”).
Het stelsel houdt in dat inkomsten van particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms, slechts belast worden aan 10% effectief. Wie in dat geval verkeert, moet wel deel 2 van de aangifte aanvragen of oproepen.
Onder de “diverse inkomsten” (Vak XVI) zijn, onder rubriek B.1, vier nieuwe codes opgenomen voor “winst of baten uit diensten verleend in het kader van de deeleconomie”.

Nieuw is ook een specifieke gunstmaatregel voor alleenstaande ouders met een bescheiden inkomen (hoogstens 19.000 euro) maar die wel werken
(ze moeten een beroepsinkomen van minstens 3.200 euro hebben).
Zij kunnen een bijkomende verhoging van het belastingvrije minimum krijgen ten belope van 15.000 euro en een hogere aftrek voor kinderopvang
(75% in plaats van 45%). In Vak II onder rubriek A.5 moeten de betrokkenen aanvinken dat ze aan de voorwaarden voldoen.

Geen volledig jaar rijksinwoner

Vlak daaronder in hetzelfde Vak II is er ook een nieuwe code voor belastingplichtigen die pas in de loop van het jaar rijksinwoner zijn geworden. Zij moeten invullen hoeveel maanden ze het fiscale statuut van inwoner hadden in 2017. De fiscus heeft die informatie nodig omdat sommige belastingvoordelen voortaan proportioneel bepekt worden in verhouding tot het deel van het jaar dat men rijksinwoner is. De rubriek moet alleen ingevuld worden door wie “na 15 januari” 2017 rijksinwoner geworden is.
Dat komt omdat een maand die vóór de 15e begonnen is, voor een volledige maand meetelt. Wie tussen 1 en 14 januari rijksinwoner geworden is, wordt dus verondersteld het volledige jaar rijksinwoner geweest te zijn.
Op hem/haar wordt de nieuwe beperking bijgevolg niet toegepast.

Enkele andere inhoudelijke nieuwigheden vinden ook hun weerslag in de aangifte maar leiden niet tot nieuwe codes. Zo bijvoorbeeld de verhoging van het tarief van de roerende voorheffing van 27% tot 30% (Vak VII) of het schrappen van de verwijzing naar een “derde begunstigde” in de context van de aangifteplicht voor juridische constructies (Vak XIV)
(zie ons artikel “Kaaimantaks: achterpoortjes gaan dicht”).

Alleen fiscale voordelen van eigen gewest

De opvallendste nieuwigheid is echter dat het aangifteformulier
(de “voorbereiding van de aangifte”) gewestspecifiek wordt. Het formulier voor elk gewest bevat voortaan alleen de fiscale voordelen die in dat gewest van toepassing zijn. Daardoor vallen Vak IX (interesten en kapitaalaflossingen),
Vak X (belastingverminderingen) en Vak XI een stuk korter uit dan voorheen. Dat laatste vak wordt bijvoorbeeld in Vlaanderen niet meer verzwaard met een overbodige vermelding van de Waalse “coup de pouce”-leningen maar blijft beperkt tot de Vlaamse winwinlening (en omgekeerd).

Ook elders zijn overbodige codes geschrapt. Zo was het eigenlijk onnodig om aparte codes te hebben voor aandelenopties (Vak IV) of voor gescheiden belastingplichtigen (Vak II).

De toelichting bij de aangifte wordt niet meer opgestuurd maar moet online geraadpleegd worden 

De fiscus heeft ook de belangrijkste vragen en antwoorden over de aangifte gebundeld op zijn website

Daar zijn tevens de slides van de persconferentie over de nieuwe aangifte te vinden



04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lees meer
 
19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
website door webalive