nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
Aanslag geheime commissielonen: Grondwettelijk Hof perkt ontsnappingsroute in
 
In principe volstaat het nu om de verkrijger van een “geheim commissieloon” tijdig te identificeren om aan de aanslag geheime commissielonen te ontsnappen. Maar volgens het Grondwettelijk Hof mag die ontsnappingsroute niet toegepast worden als de fiscus niet meer in staat is de verkrijger te belasten.

De aanslag geheime commissielonen – die o.m. opgelegd wordt als een vennootschap geen fiscale fiches opgemaakt heeft voor lonen, commissies enz. die ze uitbetaalt of voordelen die ze toekent – werd eind 2014 aanzienlijk versoepeld. Niet alleen daalde het tarief van 300% tot 100% maar er kwam ook een nieuwe ontsnappingsroute. De aanslag geheime commissielonen wordt sindsdien niet meer toegepast als de verkrijger van de commissies of voordelen “ondubbelzinnig geïdentificeerd” wordt binnen een termijn van twee jaar en zes maanden, te rekenen vanaf 1 januari van het betreffende aanslagjaar (artikel 219, 7e lid van het WIB 92). Dat is op zich niet meer dan logisch, want de aanslag geheime commissielonen “nieuwe stijl” heeft officieel alleen nog maar een vergoedend karakter: de aanslag compenseert de inkomsten die de fiscus misloopt doordat hij de verkrijger niet kan belasten. Als hij die laatste wel kan belasten ¬– dankzij de juiste informatie – is een aanslag in hoofde van de vennootschap dus overbodig.

Hangende geschillen

Opvallend was dat alle versoepelingen met terugwerkende kracht in werking traden, in de zin dat ze ook onmiddellijk van toepassing waren op hangende geschillen. En in die context had de nieuwe regeling een onverwacht effect. Er waren gevallen waarin de fiscus al van in het begin op de hoogte was van de identiteit van de verkrijger maar om een of andere reden niets gedaan had met die informatie. Als dan op 29 december 2014 de nieuwe wetgeving verscheen in het Staatsblad, en het geschil nog altijd niet afgesloten was, kon de vennootschap de nieuwe ontsnappingsroute inroepen om definitief te ontkomen aan de aanslag geheime commissielonen. De verkrijger was immers binnen de wettelijke termijn “ondubbelzinnig geïdentificeerd” (door wie en op welke manier, heeft geen belang). Volgens de filosofie achter de nieuwe regeling was dat ook juist de bedoeling: dankzij de identificatie kan de verkrijger belast worden zoals het hoort. Maar in het geval van hangende geschillen bleek dat laatste vaak niet mogelijk omdat de aanslagtermijn al voorbij was.

Voorbeeld: een vennootschap maakt geen fiche op voor een voordeel van alle aard dat ze toekent in 2010 (bv. het gratis gebruik van een woning). De fiscus weet wie de begunstigde is. De “identificatietermijn” van twee jaar en zes maanden is dan (achteraf bekeken) gerespecteerd. Maar als de administratie eind 2014 de begunstigde nog wil belasten, kan zij alleen maar vaststellen dat dat niet meer gaat omdat de aanslagtermijn voor aanslagjaar 2011 al verstreken is op 31 december 2013.

Grondwettelijk Hof kijkt naar bedoeling wetgever

Maar de fiscus zag met lede ogen aan dat op die manier zowel de vennootschap als de verkrijger aan belasting ontsnapte. Daarom liet hij een prejudiciële vraag stellen aan het Grondwettelijk Hof.

En dat Hof ziet inderdaad een probleem.

In het licht van de bedoeling van de wetgever – namelijk het verlies voor de Schatkist compenseren dat erin bestaat dat de verkrijger niet belast wordt op zijn commissies of voordelen – is het niet redelijk verantwoord dat noch de belastingplichtige die het “geheime commissieloon” uitbetaalt, noch de verkrijger ervan wordt belast.

In een dergelijk geval mag de ontsnappingsroute van artikel 219, 7e lid van het WIB 92 niet toegepast worden, besluit het Grondwettelijk Hof. Een grondwetsconforme interpretatie van die bepaling impliceert dat die de toepassing van een aanslag geheime commissielonen niet verhindert indien de verkrijger tijdig werd geïdentificeerd maar de fiscus de verkrijger niet meer kan belasten omdat alle aanslagtermijnen verstreken zijn.

Conclusie veralgemenen?

Een interessant aspect van deze zaak is dat het duidelijk ging om een hangend geschil, maar dat het Hof zijn antwoord in algemene termen formuleert. De vraag is dus of ook voor nieuwe gevallen de ontsnappingsroute soms buiten werking gesteld kan worden. Er zijn situaties denkbaar waarin de “identificatietermijn” van twee jaar en zes maanden pas afloopt na het verstrijken van de gewone aanslagtermijn. Als dan om een of andere reden ook de buitengewone aanslagtermijn van artikel 358 niet meer toegepast kan worden, is het niet ondenkbaar dat de fiscus dit arrest inroept in zaken waar nochtans geen sprake is van een hangend geschil.

Bron: arrest 92/2017 van het Grondwettelijk Hof, 13 juli 2017



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive