nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
Voordeel gratis woning niet meer met 3,8 vermenigvuldigd: het is nu officieel
 
Bedrijfsleiders die een woning ter beschikking gesteld krijgen van hun vennootschap, betalen nu fors minder belasting op dat voordeel van alle aard. Zoals de Minister al had laten weten, legt de fiscus zich neer bij de rechtspraak die het discriminerend vindt dat het belastbare voordeel met 3,8 vermenigvuldigd moet worden wanneer het onroerend goed ter beschikking gesteld wordt door een vennootschap. Dat scheelt een serieuze slok op de borrel. Dus zeker verder lezen...

Wat de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning betreft, wordt het voordeel van alle aard (VAA) zoals geweten forfaitair geraamd volgens de regels uiteengezet in artikel 18, § 3, 2, KB/WIB 92.

“Het voordeel wordt forfaitair vastgesteld op 100/60 of 100/90 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed naargelang het een gebouwd of een ongebouwd onroerend goed betreft”.

Wanneer de woning evenwel door een rechtspersoon wordt ter beschikking gesteld (bijv. door uw managementvennootschap), dan wordt het 'kostenplaatje' al snel heel wat duurder, zeker sinds de (bijna) verdubbeling in de Di Rupo-periode (van maal 2 naar maal 3,8).

“In afwijking hiervan wordt, voor gebouwde onroerende goederen of gedeelten daarvan die ter beschikking worden gesteld door rechtspersonen, het voordeel als volgt vastgesteld:

a. indien het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed kleiner is dan of gelijk is aan 745 euro: 100/60 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed, vermenigvuldigd met 1,25

b. indien het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed groter is dan 745 euro: 100/60 van het kadastrale inkomen van het onroerend goed of het gedeelte van het onroerend goed, vermenigvuldigd met 3,8”.

Wellicht omwille van die plotse en onvoorziene verdubbeling van de VAA woning, trok een aantal bewoners van company villa's naar de rechter, stellende dat het onderscheid dat gemaakt wordt tussen een woning ter beschikking gesteld door een natuurlijk persoon enerzijds, en door een rechtspersoon/vennootschap anderzijds, ongrondwettelijk is.

Goed twee jaar geleden vond het Hof van beroep te Gent (arrest 24 mei 2016 - zie ons eerder artikel “Hoge belasting op gratis ter beschikking gestelde woning is ongrondwettelijk”), daarin wat later gevolgd door de Antwerpse collega's (arrest 24 januari 2017 - zie ons eerder artikel “Hoge belasting op gebruik gratis woning is ongrondwettelijk, zegt nu ook Antwerps Hof van beroep”), de regeling in het KK/WIB 92 inderdaad ongrondwettelijk. Nogmaals hierover bevraagd, bevestigde het Gentse hof (arrest 20 februari 2018) nogmaals het ongrondwettelijke karakter van de regeling.

In de Circulaire 2018/C/57 van 15 mei 2018 toont de fiscus zich - althans partieel - een waardig verliezer: “In afwachting van die reglementaire wijziging is er beslist om de voormelde rechtspraak te volgen. In het geval dat een rechtspersoon een woning ter beschikking stelt aan een werknemer of een bedrijfsleider zal het belastbaar voordeel bijgevolg worden geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van die woning, in voorkomend geval verhoogd met 2/3 wanneer het een gemeubileerde woning is.”

Hoe met deze circulaire omgaan?

Vanzelfsprekend kan men zich op deze circulaire beroepen voor de aangifteperiode die thans lopende is (Aanslagjaar 2018, Inkomstenjaar 2017). En er kan om eerlijk te zijn geen enkele goede reden worden bedacht om dit niet te doen, toch? Tenzij dat men daardoor onder de minimumbezoldigingsgrens zou vallen, die recht geeft op het lagere tarief vennootschapsbelasting.

Opgelet: de tolerantie komt er “in afwachting van die reglementaire wijziging”. Hoewel dit wat tegennatuurlijk lijkt, doet men er dus best aan om zo spoedig mogelijk zijn aangifte in te dienen, men weet immers maar nooit hoe snel de reactiesnelheid van de Koning zal zijn.

Is de aanslag reeds gevestigd (bijv. voor Aanslagjaar 2017) en de bezwaartermijn is nog niet verstreken (t.w. binnen de zes maanden, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de verzending van het aanslagbiljet), dan moet men als de bliksem alsnog in bezwaar gaan. Want, wordt er in de circulaire gesteld, “(kan) voor wat betreft de behandeling van bezwaarschriften en de rechtsprocedures die daaruit zijn voortgevloeid, (...) akkoord worden gegaan dat bij de berekening van een voordeel van alle aard voor de terbeschikkingstelling van een onroerend goed of een gedeelte daarvan toepassing wordt gemaakt van artikel 18, § 3, 2, eerste lid, KB/WIB 92, ongeacht de persoon die het onroerend goed ter beschikking stelt”. Onmiddellijk ook goed nieuws voor wie al in betwisting was. Case closed.

Is de bezwaartermijn al verstreken, dan zou men nog altijd kunnen teruggrijpen naar de ambtshalve ontheffing, waarvoor men maar liefst vijf jaar tijd heeft (i.p.v. de zes maanden bezwaartermijn). Maar hier toont de fiscus zich van zijn minder goede verliezerskant, want dit feestje zal niet doorgaan, zo lezen wij verder in de circulaire: “Vragen tot ontheffing van ambtswege van aanslagen die na het verstrijken van de bezwaartermijn voorzien in art. 371, WIB 92 worden ingediend en de daaruit voortgevloeide gerechtelijke procedures, moeten daarentegen afgewezen worden om reden dat niet voldaan is aan de voorwaarden voorzien in art. 376, § 1 en § 2, WIB 92. Art. 376, § 2, WIB 92 bepaalt immers dat een wijziging in de jurisprudentie niet als nieuw gegeven wordt beschouwd (Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, 07.02.2018, 17/2259/A)”.

Moeten wij ons hierbij neerleggen, of toch maar voor de vijf jaar gaan?

Het staat vast dat jurisprudentie van het Grondwettelijk Hof niet valt onder de uitsluiting van artikel 376, §2 WIB 92, waarnaar de circulaire verwijst. M.a.w., een nieuw arrest van het Grondwettelijk Hof kan wel degelijk een “nieuw gegeven” uitmaken, die de termijn van vijf jaar opent.

Maar het Grondwettelijk Hof kan geen grondwettelijkheidstoets doorvoeren op koninklijke besluiten, enkel op wetten. Koninklijke besluiten (zoals het KB/WIB 92) kunnen derhalve enkel door de rechtbanken/hoven worden getoetst. Eruit voortvloeiende vonnissen/arresten die (on)grondwettelijkheidsuitspraken doen, kunnen in eenzelfde gedachtegang worden gelijk gesteld met  arresten van het Grondwettelijk Hof, die dus wél een “nieuw gegeven” kunnen uitmaken. Het is waar dat de Antwerpse rechter in een vonnis van 7 februari 2018 het standpunt van de fiscus volgt, maar één zwaluw maakt de lente niet, en zal vermoedelijk de fiscale die hards niet weerhouden toch hun kans te wagen.

Bron: Circulaire 2018/C/57 van 15 mei 2018 en Parl. Vr. nr. 25.058 van Van Velthoven, 25 april 2018



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive