nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Uber-taxirit valt volledig onder regime voor deeleconomie
 
Bij de invoering van het nieuwe belastingregime voor de deeleconomie – voor particulieren die diensten aanbieden aan andere particulieren via elektronische platforms – was uitgelegd dat inkomsten uit verhuur van kamers via Airbnb slechts gedeeltelijk onder het nieuwe stelsel vallen. De verhuur van de kamer of het appartement op zich komt immers niet in aanmerking en volgt zijn eigen belastingregime. Alleen als er ook bijkomende diensten aangeboden worden, zoals een ontbijt of het schoonmaken van de kamers, is er sprake van inkomsten uit de deeleconomie. In een dergelijk geval moet de vergoeding opgesplitst worden en wordt 20% belast onder het nieuwe stelsel voor de deeleconomie (zie ons artikel “Deeleconomie krijgt eigen fiscaal regime”).

Het leek logisch om dezelfde redenering toe te passen op een transportdienst met de eigen auto. Enerzijds lijkt er sprake van verhuur van een roerend goed (de auto) en anderzijds van een dienst die bestaat in het besturen van de auto. Ook in dergelijk geval leek het dus voor de hand te liggen om de vergoeding uit te splitsen.

Geen opsplitsing

Maar de minister van Financiën is het daarmee niet eens. De inkomsten uit vervoersdiensten met de eigen auto, waarbij men zelf rijdt, zijn volgens hem integraal belastbaar onder het stelsel voor de deeleconomie. De vergoeding mag niet opgesplitst worden.

Bij occasionele prestaties is dat voordelig, gezien het lage belastingtarief van slechts 10% effectief. Maar wie regelmatig taxi speelt voor Uber of een ander platform, wordt dan sneller geconfronteerd met de drempel van 5.000 euro. Boven die drempel worden inkomsten uit de deeleconomie vermoed beroepsinkomsten te zijn. Als de vergoeding uitgesplitst had mogen worden, zou slechts 20% van de vergoedingen meetellen voor de berekening van de drempel en zou die dus slechts overschreden worden wanneer het totaal van de vergoedingen 25.000 euro zou bereiken.

Intussen heeft de administratie ook bevestigd dat het stelsel nog niet effectief toegepast kan worden. Dat kan pas als de platformen erkend zijn. Dat zou binnenkort gebeuren.

Bron: Parl. Vr. nr. 1130 van Griet Smaers, 20 juli 2016, Bull. Vr. & Antw. Kamer 2016-17, nr. 103, p. 250



19-06-19 Onroerende verhuur met BTW: fiscus geeft nuttige verduidelijkingen
Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om – optioneel – een gebouw te verhuren mét BTW. Dat betekent dus dat de BTW op de kosten voor dat gebouw aftrekbaar wordt. Er zijn echter allerlei voorwaarden en speciale regimes, wat de nieuwe optieregeling behoorlijk ingewikkeld maakt. De fiscus poogt nu enige klaarheid te scheppen met een “FAQ”, een lijst met antwoorden op vaak gestelde vragen.....lees meer
 
19-06-19 Afzonderlijke belasting van vergoedingen na stopzetting: geen “normale beroepswerkzaamheid” meer nodig
Inzake afzonderlijke belasting van bepaalde achterstallen, opzeg- en compensatievergoedingen enz. keren we terug naar het gunstige regime van vóór 2013. De enge interpretatie door het Hof van Cassatie van het begrip “normale beroepswerkzaamheid” wordt naar de prullenmand verwezen door dat begrip uit de wet te schrappen. De oude interpretatie van de fiscus wordt in de wet ingeschreven.....lees meer
 
14-06-19 Effectieve prestaties door managementvennootschap zijn niet vereist
Met de aftrek van vergoedingen die betaald worden aan een managementvennootschap, is er principieel geen enkel probleem, oordeelt het Hof van Cassatie. De fiscus gebruikt vaak het argument dat de vennootschap zelf geen effectieve managementprestaties levert. Dat doen de natuurlijke personen achter de vennootschap. Maar dat argument doet niet ter zake, aldus het Hof van Cassatie. ....lees meer
 
29-05-19 Fiscus haalt het misbruikwapen boven tegen vastgeklikte reserves
Stilaan zien we in de rechtspraak de eerste toepassingen van de vernieuwde algemene rechtsmisbruikbepaling. In veel gevallen lijkt de fiscus voorlopig gelijk te krijgen. De nieuwe versie van artikel 344, §1 blijkt dus een krachtiger wapen in handen van de fiscus dan de oude versie. De fiscus roept die bepaling o.m. in tegen vennootschappen die gebruik maakten van de mogelijkheid om reserves “vast te klikken” in kapitaal met het oog op een latere belastingvrije uitkering, maar die in de ogen van de fiscus die regeling toepasten in situaties waarvoor ze niet bedoeld was.....lees meer
 
website door webalive