nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs   Conditions générales  
Bijzondere liquidatiereserve krijgt ruimer toepassingsgebied (voor verleden)
 
Vennootschappen die voor aanslagjaar 2012 geen reserves konden “vastklikken” met het oog op een latere belastingvrije uitkering, krijgen nu een tweede kans. Het gaat meer bepaald om kleine vennootschappen met een gebroken boekjaar en een afsluitdatum in de laatste maanden van 2012. Omdat de latere regeling van de bijzondere liquidatiereserve slechts terugging tot aanslagjaar 2013, vielen die vennootschappen met aanslagjaar 2012 tussen twee stoelen. Het Grondwettelijk Hof vindt dat discriminerend.

Toen het belastingtarief voor liquidatieboni opgetrokken werd van 10 tot 25% in 2013, bood de regering een soort ontsnappingsroute. Vennootschappen konden reserves “vastklikken” in het kapitaal. In ruil voor een onmiddellijk te betalen roerende voorheffing van 10% konden de betrokken bedragen later vrij van belasting of aan een gunsttarief uitgekeerd worden. Men noemde dat ook het stelsel van de “interne liquidatie”.

Er was wel een deadline. Voor de maatregel kwamen alleen belaste reserves in aanmerking die “bestonden” en goedgekeurd waren op 31 maart 2013. De jaarrekening voor het betrokken belastbaar tijdperk moest met andere woorden ten laatste op die datum goedgekeurd zijn.

Voor vennootschappen die per kalenderjaar boekhouden, ging het dus om aanslagjaar 2012. De reserves die bestonden bij de afsluiting van boekjaar 2011 (jaarrekening goedgekeurd ten laatste midden 2012), waren in hun geval de recentste die voldeden aan de voorwaarden.

Interne liquidatie opgevolgd door liquidatiereserve

Enige tijd later werd de maatregel permanent gemaakt onder een iets andere vorm. Via het aanleggen van een “liquidatiereserve” kon hetzelfde fiscale effect bereikt worden als met de “interne liquidatie”. Een liquidatiereserve aanleggen kon met de winsten van aanslagjaar 2015 of later. Daarmee bleef er wel nog een “gat” van – voor de meeste vennootschappen – twee aanslagjaren.

Korte tijd daarna werd dat gat opgevuld met de zogenaamde “bijzondere liquidatiereserve”. Retroactief kon men nu ook met de winsten van aanslagjaar 2013 en 2014 een liquidatiereserve aanleggen.

Maar niet voor elke vennootschap was het “gat” daarmee volledig opgevuld. Neem een vennootschap met een boekjaar dat afsloot op 30 november 2012 (of een andere datum in het laatste kwartaal van 2012) en een algemene vergadering zes maanden later, eind mei 2013. De goedkeuring van de jaarrekening viel dan na de uiterste datum van 31 maart 2013. Het gevolg was dat de vennootschap voor aanslagjaar 2012 geen gebruik kon maken van de “interne liquidatie” terwijl het nog te vroeg was voor een “bijzondere liquidatiereserve”, want die was formeel pas vanaf aanslagjaar 2013 van toepassing.

Sommige vennootschappen vielen uit de boot

Een vennootschap die in dat geval verkeerde, voelde zich gediscrimineerd. Een vennootschap die afsloot op 31 december, kon voor datzelfde aanslagjaar 2012 wel de “interne liquidatie” toepassen.

De zaak werd voorgelegd aan het Grondwettelijk Hof, en dat Hof geeft de vennootschap gelijk. De bedoeling van de wetgever toen hij de “bijzondere liquidatiereserve” invoerde, bestond er immers in om de regeling van de “interne liquidatie” en die van de (gewone) liquidatiereserve op elkaar te laten aansluiten. In het licht van die doelstelling vindt het Hof het niet gerechtvaardigd om de facto een onderscheid te maken tussen vennootschappen met een gebroken boekjaar en vennootschappen die boekhouden per kalenderjaar.

De regeling van de bijzondere liquidatiereserve is dus nietig, zo besluit het Hof, in zoverre ze niet van toepassing is op vennootschappen waarvan de belaste reserves van aanslagjaar 2012 niet in aanmerking kwamen voor de “interne liquidatie” omdat hun algemene vergadering te laat viel.

En het Hof zegt er dadelijk bij wat dat betekent in de praktijk: de fiscus of de rechter moeten de regeling van de bijzondere liquidatiereserve ook toestaan aan de op die manier benadeelde vennootschappen.

Voorlopig is nog niet bekend hoe de fiscus dat concreet gaat aanpakken. In afwachting kunnen de betrokken vennootschappen het best bezwaar indienen. Een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof opent immers een nieuwe bezwaartermijn.

Merk wel op dat het regime van de (bijzondere) liquidatiereserve alleen van toepassing was op kleine vennootschappen. Ook de uitbreiding van dat regime tot aanslagjaar 2012 voor bepaalde vennootschappen, blijft dus beperkt tot kleine vennootschappen.

Bron: Grondwettelijk Hof, arrest nr. 20/2017 van 16 februari 2017



20-08-19 De hervorming van de vennootschapsbelasting op het aangifteformulier
De meeste vennootschappen zullen de eerste keer te maken hebben met de hervorming van de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2019. Dat is ook duidelijk te merken op het nieuwe aangifteformulier, dat een reeks ingrijpende wijzigingen ondergaan heeft als gevolg van de hervorming. We geven hieronder een overzicht. Volgens de normale regels moet de aangifte ingediend worden tegen 26 september.....lire la suite
 
31-07-19 Cassatie weigert aftrek voor vruchtgebruik appartement
Het Hof van Cassatie bevestigt dat kosten voor het vruchtgebruik van een appartement niet aftrekbaar zijn voor een (dokters)vennootschap als het duidelijk is dat die investering nooit kan renderen. Dan is niet voldaan aan de voorwaarde dat de kost gemaakt moet zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden. De appartementen werden nochtans verhuurd. Maar dat er belastbare (huur)inkomsten zijn, volstaat blijkbaar niet.....lire la suite
 
23-07-19 De nieuwe aangifte in de vennootschapsbelasting: complicaties bij wijziging afsluitdatum
De aangifte in de vennootschapsbelasting ziet er dit jaar behoorlijk ingewikkeld uit. Vooral de vakken voor de “Uiteenzetting van de winst” zijn nogal uitgedijd. Er zijn er nu acht in plaats van drie. Dat is mee het gevolg van een “antimisbruikbepaling” die deel uitmaakt van de regels over de inwerkingtreding van de hervorming van de vennootschapsbelasting. De gewone toelichting bij de aangifte volstaat daardoor zelfs niet meer: de fiscus zag zich verplicht speciaal een lijvige circulaire te wijden aan het onderwerp.....lire la suite
 
04-07-19 Fiscus mag privéwoning betreden, maar krijgt geen vrijbrief van Grondwettelijk Hof
De controles van de fiscus ter plaatse, de zogenaamde fiscale visitaties, blijven controverse oproepen. Concreet rees de vraag of de bestaande procedure die de fiscus moet volgen om toegang te krijgen tot de privéwoning van de belastingplichtige, voldoende waarborgen biedt ter bescherming van fundamentele rechten zoals de privacy. Het Grondwettelijk Hof ziet geen echte problemen maar eist wel betekenisvolle waarborgen.....lire la suite
 
site web par webalive