nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs  
Vangnetbepaling vangt minder
 
Er blijft een zogenaamde vangnetbepaling bestaan die moet verzekeren dat betalingen aan het buitenland toch belast worden ook al is er geen specifieke regel die ze aan belasting onderwerpt. Maar die bepaling wordt nu veel redelijker ingevuld. Het toepassingsgebied wordt ingeperkt tot diensten tussen afhankelijke partijen. Eigenlijk wordt de wet aangepast aan de praktijk.

België kon tot voor kort eender welk inkomen belasten dat vanuit België uitgekeerd werd naar het buitenland, als dat inkomen in het buitenland niet effectief belast werd. Bedoeling was om inkomsten te belasten die normaal gezien bij de buitenlandse genieter van het inkomen belast zouden worden maar toch aan belasting ontsnappen omdat de genieter in een belastingparadijs resideert. Daarnaast wou België ook een ‘vangnet’ in gevallen waarin België officieel wel bevoegd is om een internationale transactie te belasten (op basis van een dubbelbelastingverdrag) maar effectieve belasting onmogelijk is wegens een of andere discrepantie tussen de Belgische fiscale regels en die van het verdrag of het andere land.

Daarvoor diende de zogenaamde vangnetbepaling (ook wel catch-all bepaling genoemd) van artikel 228, §3 van het WIB 1992.

Onwerkbaar ruime bepaling wordt werkbaar

Die bepaling was echter zo ruim geformuleerd dat ze onwerkbaar bleek. Letterlijk elke betaling viel eronder. Dat zou bijvoorbeeld betekenen dat iemand die overnacht in een land waarmee België geen dubbelbelastingverdrag heeft, op zijn hotelrekening voorheffing zou moeten inhouden en doorstorten (of aan de Belgische fiscus bewijzen dat er op dat inkomen wel degelijk belasting betaald is).

Om de vangnetbepaling werkbaar te maken, wordt ze nu op drie punten ingeperkt.

Vooreerst is de bepaling alleen nog maar van toepassing op diensten. Betalingen voor een goederenlevering ontsnappen er dus aan.

Ten tweede speelt de bepaling niet meer tussen particulieren. Voor de buitenlandse partner moet het inkomen een winst of een baat zijn (naar Belgische normen), en de Belgische klant moet de dienst afnemen in het kader van zijn beroepsactiviteit.

Ten derde is de vangnetbepaling voortaan alleen van toepassing tussen afhankelijke partijen. De regering wil daarmee de bepaling toespitsen op situaties waarin verbonden vennootschappen op kunstmatige wijze winsten versluizen naar een laag belast land. Het begrip “afhankelijkheid” wordt wel heel ruim ingevuld. Twee ondernemingen die op zich niets met mekaar te maken hebben maar wel dezelfde exclusieve leverancier of afnemer hebben, worden ook beschouwd als afhankelijk.

Ook online diensten

Los van de wetswijziging benadrukt de regering dat de vangnetbepaling wel degelijk ook van toepassing is op diensten die niet in België maar in het buitenland gepresteerd worden. Ook diensten via het internet ontsnappen er dus niet aan. Daarover bestond tot nu toe enige onzekerheid, ook al liet de ruime formulering van de wet in principe geen twijfel.

In de praktijk verandert er wel niet zoveel. De bepaling is immers nooit toegepast in al haar (vroegere) gestrengheid. Op één punt is er wel een verstrenging. De fiscus hanteerde tot nu toe een drempel. Onder de 38.000 euro per genieter en per jaar was het niet nodig om bedrijfsvoorheffing in te houden. Die beperking valt nu weg.

De vangnetbepaling “nieuwe stijl” treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 juli 2016.

Bron: Wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, Staatsblad van 20 december 2016 (artikel 61)



12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....read more
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....read more
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....read more
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....read more
 
website by webalive