nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Jobs   General conditions  
Op uitkering door Liechtensteinse stichting moet toch erfbelasting betaald worden
 
Volgens de Vlaamse Belastingdienst is er wel degelijk erfbelasting (successierechten) verschuldigd op het geld dat een Liechtensteinse Stiftung uitkeert aan de nabestaanden van de oprichter. Dat blijkt uit een recente ruling.

De Belastingdienst (Vlabel) geeft weliswaar toe dat het uitgekeerde geld geen deel uitmaakt van de nalatenschap. De overledene had het immers overgedragen aan de stichting in Liechtenstein, en die stichting is juridisch een andere persoon dan de oprichter. Op die basis kan er dus geen erfbelasting verschuldigd zijn.

Maar Vlabel roept een andere wettelijke bepaling in: die over het zogenaamde derdenbeding. Dat wetsartikel treedt in werking als de overledene (tijdens zijn leven) een contract afgesloten heeft dat een beding bevat ten voordele van iemand anders, waardoor die andere persoon geld krijgt bij het overlijden van de erflater. Dat wordt dan fictief beschouwd als een legaat (artikel 2.7.1.0.6 Vlaamse Codex Fiscaliteit, artikel 8 Wetboek Successierechten). Vlabel redeneert dat de oprichting van een stichting, met expliciete aanduiding van de kinderen en kleinkinderen als begunstigden, neerkomt op een dergelijk “contract”.


Vlabel ziet in “instructies” “contract”


Dat standpunt is verrassend omdat de federale rulingcommissie al andere geluiden had laten horen. Zeker als het gaat om een discretionaire stichting of trust – wat wil zeggen dat de beheerders een grote vrijheid hebben om te beslissen over de uitkering van het vermogen – kan men niet zeggen dat de uitkeringen bij het overlijden afhangen van een “contract” dat indertijd door de oprichter is afgesloten.

Maar in dit geval werd in het huishoudelijk reglement van de stichting verwezen naar de “instructies” van de vader over de begunstigden. Vlabel concludeert dat er dus eigenlijk een “letter of wishes” was met bindende richtlijnen, en vindt dat een doorslaggevend argument om tot belastbaarheid te besluiten.

Het is voorlopig nog niet duidelijk of we dit standpunt mogen veralgemenen, dan wel of het een gevolg is van de specifieke situatie in dit geval.

Bron: Voorafgaande beslissing nr. 16015 van 27 juni 2016



03-10-18 Melden aan UBO-register pas tegen 31 maart 2019
Alle vennootschappen – ook de kleine – moeten nu hun grote aandeelhouders (minstens 25%) melden aan het zogenaamde UBO-register. UBO staat voor “ultimate beneficial owner”, dus de uiteindelijk begunstigde(n) achter een vennootschap.....read more
 
03-10-18 Fiscale stimulans voor ombouw van winkel tot woning
De Vlaamse regering wil de leegstand van winkels in stadscentra bestrijden door vijf jaar lang een vrijstelling van onroerende voorheffing toe te staan als een winkelpand omgebouwd wordt tot een woning.....read more
 
24-09-18 Nieuwe gunstmaatregel voor bouwsector
De bestaande vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid wordt vanaf dit jaar uitgebreid tot de bouwsector. De voorwaarden zijn soepeler dan in de bestaande maatregel maar het vrijstellingspercentage ligt ook lager. ....read more
 
24-09-18 5 nieuwigheden over de maatschap in het kader van vermogensplanning
De maatschap zonder rechtspersoonlijkheid met een burgerrechtelijk doel (voorheen de burgerlijke vennootschap) wordt sinds jaar en dag gebruikt in het kader van vermogensplanning.....read more
 
website by webalive