nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
About Us   Practice Areas   Lawyers   Co-ordinates   News   Links   General conditions  
VLABEL heft erfbelastingen op geschonken levensverzekeringen
 
Met zijn standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015 dat dd. 29 oktober 2015 op zijn website werd gepubliceerd, zorgt de Vlaamse Belastingdienst wederom voor opschudding.

Het standpunt luidt letterlijk:

Indien een verzekeringnemer een bestaande polis tijdens zijn leven schenkt aan de begunstigde, schenkt hij zijn rechten als verzekeringnemer. Als deze schenking ter registratie wordt aangeboden en fiscaal gelokaliseerd is in het Vlaamse Gewest, wordt op deze schenking de schenkbelasting geheven (tarief roerend). De belastbare grondslag van de schenkbelasting wordt begroot op de waarde van de vordering die de verzekeringsnemer heeft tegenover de verzekeringsmaatschappij, nl. de afkoopwaarde van de polis op datum van de schenking.

Indien er nadien sommen, renten of waarden worden uitgekeerd ingevolge het door de oorspronkelijke verzekeringnemer in het voordeel van de begunstigde gemaakte beding, vallen deze onder de toepassing van artikel 2.7.1.0.6, §1 VCF. Het voorwerp van deze uitkering is immers niet hetzelfde als het voorwerp dat met de schenkbelasting is belast. Daarom kan er geen toepassing worden gemaakt van artikel 2.7.1.0.6, §2, laatste lid, 1° VCF.”


Waarover gaat dit ?

Een vaak voorkomende verzekeringsconstructie is deze waarbij een vader A als verzekeringsnemer tevens verzekerde is en het verzekerd kapitaal bij zijn overlijden toekomt aan zijn dochter als begunstigde B.

Aangezien dergelijke AAB-polis een beding ten behoeve van een derde uitmaakt, wordt de uitkering aan de begunstigde dochter bij het overlijden van haar vader in Vlaanderen door de belastingadministratie belast o.g.v. art. 2.7.1.0.6 VCF ('oud' art. 8 W.Succ.). De vader heeft immers een contract gesloten met de verzekeringsmaatschappij, die er zich toe verbindt bij zijn dood een som uit te keren aan zijn dochter. Aangezien die dochter in het contract niet tussenkomt, is zij een “derde”. Welnu, artikel 2.7.1.0.6 VCF (oud artikel 8 W. Succ.) voorziet dat dergelijke bedingen die de overledene heeft gesloten ten gunste van een “derde” aan de erfbelasting onderworpen moeten worden.

Om voorgaande erfbelasting te vermijden, schonken sommige verzekeringsnemers al hun rechten aan de begunstigde. De mogelijkheid tot overdracht van rechten is voorzien in de artikelen 183 en 184 van de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Dit gebeurt aan de hand van een bijlage (avenant) aan de polis en een notariële akte. Deze overdracht van rechten kan inderdaad gebeuren bij wijze van schenking en wordt dan “verzekeringsgift” genoemd.

Van zonnige dagen in 2013...

Volgens een ruime meerderheid in de rechtsleer kon men op die manier een beding ten behoeve van een derde omvormen in een beding ten behoeve van zichzelf. Aangezien de dochter B nu in de rechten van vader A is getreden, nam men aan dat zij nu voor zichzelf  heeft bedongen. Nu zij immers over de rechten van de verzekeringnemer beschikt (met name het recht op afkoop en het recht een begunstigde aan te duiden), en zij deze rechten niet uitoefent, is het inderdaad haar eigen beslissing de polis te laten bestaan en tot uitkering te laten komen bij de dood van vader A. Zij bedingt dus voor zichzelf.

Dergelijke BAB-polis valt dan niet meer onder het toepassingsgebied van de fictiebepaling in art. 2.7.1.0.6 VCF ('oud' art. 8 W.Succ.) en is bijgevolg niet meer belastbaar. Althans zo sprak de meerderheid van de rechtsleer.

Ook de Dienst Patrimoniumdocumentatie van de federale belastingadministratie liet zich in april 2013 gunstig uit over deze verrichting. De federale belastingadministratie schreef toen :

“De Administratie gaat van het standpunt uit dat door een overdracht van de rechten van verzekeringnemer aan de begunstigde het initieel beding ten gunste van een derde is omgezet in een beding ten behoeve van zichzelf. Wanneer op de dag van het overlijden het beding (en tevens het contract) uitwerking krijgt en de uitkering zal dienen te gebeuren, kan gelet op de gedane overdracht (schenking) artikel 8 W. Succ. bijgevolg niet worden toegepast.”


Ongeacht de vraag of deze schenking onderworpen werd aan het schenkingsrecht (nu : “schenkbelasting”), de dochter in ons voorbeeld wordt geacht voor zichzelf te hebben bedongen, zodat de uitkering aan de erfbelasting ontsnapte.

Wel zou er nog erfbelasting kunnen geheven worden op de waarde van de gedane schenking, indien bij de schenking geen schenkbelasting was betaald, en indien de schenker binnen de drie jaar na de schenking zou overlijden (artikel 2.7.1.0.5 VCF - oud artikel 7 W. Succ.). Wie dus nog meer zekerheid zocht, ging over tot het doen van een geregistreerde schenking : daarbij werd de akte aan de fiscus aangeboden en werd de schenkbelasting betaald.

Dit zou de begunstigde steviger in zijn schoenen kunnen plaatsen ten aanzien van de belastingadministratie en leiden tot onbelastbaarheid van de uitkering :

enerzijds omdat artikel 2.7.1.0.5 VCF (oud artikel 7 W. Succ.) buitenspel was gezet bij een overlijden snel na de schenking en

anderzijds omdat artikel 2.7.1.0.6, § 2, laatste lid, 1° VCF ('oud' artikel 8, lid 6, 1° W.Succ.) in een uitzondering voorziet : “Dit artikel is niet van toepassing op de sommen, renten of waarden die verkregen zijn ingevolge een beding dat aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen”. Aangezien, zo nam men aan, de schenkbelasting was betaald, werd deze uitzondering - en ten overvloede ! - eveneens van toepassing.

De Vlaming heeft tot op vandaag zonder enig probleem veelvuldig gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.

... over donkere wolken in 2014...

Ter gelegenheid van enkele seminaries over vermogensplanning in het voorjaar van 2014 werd gesuggereerd vanuit de federale belastingadministratie dat de gunstige administratieve beslissing van april 2013 niet meer overeind bleef en dat de Administratie daarop terugkwam.
Toen dacht men blijkbaar wel aan een of andere vorm van mildering : ofwel zou de erfbelasting enkel betrekking hebben op het verschil tussen de belaste afkoopwaarde ten tijde van de schenking en de latere uitkering, ofwel zou het betaalde schenkingsrecht kunnen afgetrokken worden van het te betalen successierecht.

... naar een storm in 2015...?

De huidige beslissing laat van de eerdere - informeel - aangekondigde mildering niets meer blijken. Het voornemen is nu blijkbaar om schenkbelasting te heffen op de waarde van de polis ten tijde van de schenking (de afkoopwaarde) en de latere uitkering eveneens volledig aan de erfbelasting te onderwerpen.

Deze beslissing kan absoluut niet worden bijgetreden. Zij leidt er immers toe dat de overgang van één en hetzelfde vermogensbestanddeel twee maal belast wordt. Nochtans is het een algemene regel dat belaste schenkingen later niet meer aan de erfbelasting onderworpen worden.
We hernemen ons voorbeeld waarbij een vader voor een Belgische notaris zijn rechten als verzekeringsnemer wegschenkt aan zijn dochter. Ten gevolge van de registratie is schenkbelasting aan 3% (in rechte lijn en 7% in andere gevallen) verschuldigd.

VLABEL gaat er in zijn nieuwe standpunt van uit dat de belastbare grondslag van de schenkbelasting begroot wordt op de afkoopwaarde van de verzekeringspolis op datum van de schenking. Daar valt in de meeste gevallen ook wel mee in te stemmen.

Stellen we in ons voorbeeld dat de afkoopwaarde van de polis op de dag van de schenking gelijk is aan 1.000, dan wordt een schenkbelasting geheven van 30. Maar bij de uitkering van de polis op datum van overlijden van de oorspronkelijke verzekeringsnemer houdt VLABEL zich vast aan een sterk juridisch standpunt.  Vlabel stelt dat de genoemde uitzondering van artikel 2.7.1.0.6, § 2, laatste lid, 1° VCF niet van toepassing kan zijn nu het voorwerp van de schenking (de rechten op de polis) niet gelijk is aan de uitkering bij overlijden. Stel dus dat de uitkering bij overlijden 1.030 bedraagt, dan wordt die integraal aan de erfbelasting onderworpen, waarbij op geen enkele manier rekening gehouden wordt met het feit dat er op de overdracht van 1.000 reeds belasting betaald werd.

VLABEL legt in zijn standpunt de focus op het voorwerp dat onderhevig was aan de schenkbelasting en stelt dat dit niet hetzelfde is als het voorwerp van de uitkering bij overlijden. Volgens de letter van de wet zijn de sommen die verkregen zijn ingevolge een beding dat aan schenkingsbelasting werd onderworpen, niet onderhevig aan erfbelasting. Bij een verzekeringsgift zijn de rechten van de verzekeringsnemer het voorwerp dat onderhevig is aan de schenkbelasting. Een duidelijk verschil volgens VLABEL.

Kritiek

Dit standpunt in zeer onlogisch en inconsequent.

Vooreerst wordt met geen woord meer gerept over de basisregel bij de verzekeringsgift, met name dat de begiftigde geacht wordt voor zichzelf te hebben bedongen : de belastbare AAB-polis werd omgevormd in een onbelastbare BAB-polis. De gunstige beslissing van 2013 bevestigde dat ook expliciet. Dat is de ware kern van het vraagstuk! Welnu, aan die benadering, die centraal staat, wordt in het nieuwe standpunt zelfs geen enkel woord meer gewijd!

Zoals gesteld: ook bij een schenking die niet geregistreerd werd, nam men aan dat dat er geen belastbare materie meer bestond ten gevolge van enig derdenbeding. Alleen een overlijden binnen de drie jaar na de schenking kon nog roet in het eten gooien!

VLABEL gooit nu zonder meer het standpunt dat AAB een BAB geworden is over boord om toch erfbelasting te kunnen heffen bij de uitkering. Er wordt geen verdere uitleg gegeven. Qua rechtszekerheid en vertrouwen kan dat tellen...

De discussie wordt nu - bewust of niet - beperkt tot de vraag of de betaling van het schenkingsrecht op de afkoopwaarde voorkomt dat de latere uitkering ook nog belast wordt met erfbelasting.

Het nieuwe standpunt leidt ertoe dat de overdracht van het kapitaal in de polis aan de begunstigde twee maal wordt belast en is derhalve strijdig met ieder beginsel dienaangaande. Het kan nooit de bedoeling zijn dat vermogensoverdrachten twee maal worden getroffen ; het betalen van de schenkbelasting heeft altijd een bevrijdende werking ten aanzien van de latere successie. De met schenkbelasting belaste afkoopwaarde is vervat in de latere uitkering !

Het is enkel door een zeer letterlijke lezing van de wet, wars van de economische werkelijkheid, dat VLABEL nu besluit dat eenzelfde vermogensoverdracht twee maal belast mag worden.

Wat nu?

Dit standpunt zal bij menig Vlaming uiteraard niet in goede aarde vallen.

Zoals het standpunt nu geformuleerd is, zal het ook toegepast worden op verzekeringsgiften uit het verleden met het fiat van de federale belastingadministratie

Enige verduidelijking zou niet misplaatst zijn.

Daarnaast wordt het ook wel tijd dat er inzake verzekeringen wat eenduidigheid komt ; de oorlog tussen de Rulingdienst en de centrale administratie daarover, de uiteenlopende federale en Vlaamse standpunten en de bij VLABEL zeer snel en voortdurend wijzigende inzichten over de materie plaatsen de rechtsonderhorigen en hun adviseurs in een staat van permanente rechtsonzekerheid !

Het zou al een verbetering zijn indien zoals gesuggereerd een tolerantie wordt ingevoerd, waarbij de erfbelasting enkel wordt geheven op de aangroei van het kapitaal tussen de schenking en het overlijden, of anders gezegd: op het verschil tussen de uitkering bij overlijden en de reeds belaste afkoopwaarde bij de schenking. Maar zelfs die benadering kan moeilijk juridisch onderbouwd worden; indien een schenking van goederen aan de schenkbelasting werd onderworpen, blijft hun latere meerwaarde buiten schot voor de erfbelasting. Waarom zou dit voor een verzekeringskapitaal anders moeten zijn.

Laten we hopen dat VLABEL zich over enkele fundamenten opnieuw bezint en dit standpunt intrekt.

Personen die reeds betrokken zijn geweest bij een verzekeringsgift - als schenker of als begiftigde - doen er goed aan hun adviseurs te raadplegen : er kan dan worden overwogen de polis af te kopen, de begunstiging te wijzen of andere stappen te zetten.

Laten we hopen dat de storm snel overwaait!

Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Dirk De Groot en Aurélie Veirman

Bron : Standpunt nr. 15133 dd. 12.10.2015



08-08-17 Régularisation fiscale: formulaires pour "montants non-scindés" publiés au moniteur belge (M.B. 31/07/2017)
Le 23 mai 2017, le Gouvernement fédéral et le Gouvernement flamand ont conclu un accord de coopération sur les « montants non-scindés » relatifs au capitaux fiscalement prescrit.....read more
 
07-08-17 Oldtimer pas vanaf 30 jaar
Samen met de ‘vergroening’ van de verkeersbelasting voor lichte vrachtwagens heeft de Vlaamse regering ook het fiscale statuut van oldtimers aangepast.....read more
 
06-08-17 Vier maanden extra voor fiscale bemiddeling
De fiscale bemiddelingsdienst biedt een extra mogelijkheid om een geschil met de fiscus in der minne te regelen.....read more
 
01-08-17 Fiscale regularisatie: formulieren voor ‘onsplitsbare bedragen’ in Staatsblad verschenen (BS 31/7/2017)
Op 23 mei 2017 werd zoals wij al eerder meedeelden een samenwerkingsakkoord afgesloten tussen de Federale en de Vlaamse regering omtrent de zogenaamde ‘onsplitsbare bedragen’ m.b.t. verjaard oorsprongskapitaal. ....read more
 
website by webalive