nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Lawyers   Coördinaten   Nieuws   Jobs  
Verhuur van opslagruimte: 10%-regel niet te eng interpreteren?
 
Als het de bedoeling is een opslagruimte te verhuren met BTW, stelt de fiscus traditioneel strenge eisen. Zo is er de beruchte 10%-regel als het gebouw ook nog andere ruimtes bevat. Maar de rulingcommissie maakt nu toch een opening ...

“Onroerende verhuur”, dus de verhuur van gebouwen, is vrijgesteld van BTW. Voor BTW-plichtige ondernemingen is dat geen goede zaak, want dan kunnen ze de BTW die ze zelf betaald hebben, ook niet aftrekken. Maar er zijn verschillende uitzonderingen op dat principe. Zo is de “terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen” niet vrijgesteld van BTW.

Traditioneel interpreteert de fiscus die uitzondering zo eng mogelijk. Eigenlijk vindt de fiscus zelfs dat de uitzondering alleen van toepassing is als het verhuurde gebouw volledig als opslagruimte ingericht is. Anders is de BTW-vrijstelling toch van toepassing. De fiscus is alleen een beetje tolerant - staat dus een uitzondering op de uitzondering toe - onder twee strikte voorwaarden: 1) het deel van het gebouw dat niet als opslagruimte dient (bijv. een kantoortje), wordt uitsluitend gebruikt voor het beheer of de bewaking van de opgeslagen goederen, 2) dat deel van het gebouw mag niet meer dan 10% van de totale oppervlakte beslaan.

Volume i.p.v. oppervlakte

In een recente ruling demonstreert de rulingcommissie dat het toch mogelijk is de zaken wat soepeler op te vatten. De opslagruimte in kwestie besloeg minder dan 10% van de oppervlakte van het gebouw, dus op papier was niet voldaan aan de voorwaarde die de fiscus stelt. Maar de opslagruimte had een veel hoger plafond dan het bijhorende kantoor, en het gebouw was erop berekend om die hoogte te benutten. In die omstandigheden was de rulingcommissie bereid om de traditionele voorwaarden van de fiscus pragmatisch in te vullen. De oplossing bestond erin om 10% van het volume van het gebouw als drempel te hanteren, in plaats van 10% van de oppervlakte. Dankzij de hoge plafonds voldeed de opslagruimte gemakkelijk aan de vereiste dat ze minstens 90% van het volume van het gebouw moest omvatten. En de aanvrager van de ruling kreeg dus wat hij wou: de bevestiging dat de verhuur van het gebouw onder het BTW-stelsel mag gebeuren.

Het 10%-criterium dat de fiscus oplegt, staat overigens niet in de wet en het verwondert dan ook niet dat de rechtspraak het er vaak moeilijk mee heeft. Zo is er rechtspraak die niet te veel belang hecht aan de voorwaarde dat de opslagruimte een afzonderlijk gebouw moet vormen. Het volstaat dat de bergruimte duidelijk is afgescheiden van de rest van het gebouw en dat er een afzonderlijk huurcontract is. Voorts is de rechtspraak doorgaans geneigd om zich niet vast te pinnen op een vast percentage. In de BTW wordt vaak uitgegaan van het principe “bijzaak volgt hoofdzaak”. Dus als het duidelijk is dat opslag van goederen de hoofdzaak is, maakt het eigenlijk niet meer uit of het kantoor voor de magazijnier en de kleedruimte voor de bewaker nu 10%, 20% of zelfs meer van de totale oppervlakte beslaat.

Rulingcommissie zoekt inspiratie bij soepele rechtspraak

Daarentegen lijkt er wel een probleem als er naast de bergruimte bijvoorbeeld een winkel ingericht is - zelfs een kleine - voor de verkoop van de opgeslagen goederen, of als de maatschappelijke zetel gevestigd wordt op hetzelfde adres als de opslagruimte.

Hoewel de fiscus bij monde van de minister vroeger al te kennen gegeven heeft dat de soepele rechtspraak hem niet op andere gedachten gebracht heeft en hij blijft vasthouden aan zijn strenge standpunt, verwijst de rulingcommissie wel uitdrukkelijk naar de rechtspraak. Blijkbaar wordt hier dus toch een opening gemaakt in de richting van een versoepeling van het administratieve standpunt...

Bron: Voorafgaande beslissing nr. 2015.035 van 3 maart 2015

 



02-12-19 Fiscus scoort overwinning in discussie over visitaties
De vraag hoe ver de fiscus mag gaan bij een controle ter plaatse, leidt al jaren tot verhitte debatten. De laatste jaren spitst de discussie zich meer en meer toe op digitale gegevens. Mag de fiscus zomaar alle data op de computer van de belastingplichtige bekijken? Of zelfs kopiëren? Het Hof van Beroep te Brussel heeft daar blijkbaar weinig moeite mee. En opmerkelijk genoeg gebeurt dat in een zaak waarin de rechtbank van eerste aanleg de fiscus nog teruggefloten had.....lees meer
 
25-11-19 Forfaitaire voordelen van alle aard: en de werkelijkheid?
Dat er een wettelijk forfait bestaat om een voordeel in natura te waarderen, wil nog niet zeggen dat dit forfait dwingend van toepassing is. Als een belastingplichtige in ruil voor het voordeel een vergoeding betaalt die overeenstemt met de werkelijke waarde van het voordeel, dan is er geen sprake meer van een belastbaar voordeel, en blijft er dus ook niets meer over om te belasten. Ook al ligt de vergoeding lager dan het wettelijke forfait. Zo oordeelt het Hof van Beroep te Antwerpen. Als die conclusie veralgemeend zou kunnen worden, opent dit arrest veel mogelijkheden…....lees meer
 
25-11-19 Vereffende vennootschap: fiscus kan nieuwe aanslag vestigen op naam van vereffenaar
Als de fiscus een aanslag vestigt op naam van een vereffende vennootschap, is die aanslag eigenlijk ongeldig. Tot nu toe had de fiscus weinig mogelijkheden om dat recht te zetten. Maar de wet is nu aangepast om de fiscus de kans te bieden alsnog een geldige aanslag te vestigen.....lees meer
 
12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lees meer
 
website door webalive