nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Présentation   Domaines d'activités   Lawyers   Coordonnées   Nouvelles   Jobs  
Franse vakantiewoning niet meer belast op reële huurwaarde
 
Sinds de uitspraak van het Europese Hof van Justitie weten we dat er een probleem is met de Belgische regels voor het belasten van buitenlandse vakantiewoningen. Maar wat er dan in de plaats moest komen, zei het Hof niet. Het Antwerpse Hof van Beroep geeft nu een interessant antwoord.

De eigenaar van een Belgische vakantiewoning wordt belast op het kadastraal inkomen verhoogd met 40%. Dat is de algemene regel voor elk gebouw dat niet de eigen woning is en dat niet verhuurd wordt aan iemand die het voor zijn beroep gebruikt. Voor een tweede verblijf in het buitenland geldt echter een ander principe.  Buitenlandse woningen worden belast op de werkelijke huurinkomsten als ze verhuurd worden, of, als ze niet verhuurd worden, op de geschatte huurinkomsten (de “huurwaarde”).

Het kadastraal inkomen is een forfaitaire waarde die geacht wordt de reële huurwaarde in de jaren 1970 te weerspiegelen en die, ondanks indexering, meestal nog weinig te maken heeft met de werkelijke huurwaarde vandaag de dag. In de meeste gevallen maakt het dus een groot verschil of men belast wordt op het kadastraal inkomen (zelfs verhoogd met 40%) of op de werkelijke huurinkomsten of huurwaarde.

Hogere belasting voor buitenlandse woning schendt Europese regels

Een belastingplichtige met een Franse vakantiewoning zag daarin een schending van de Europese regels. De fiscus raamde de huurwaarde op 16.000 euro, terwijl naar Belgische maatstaven het kadastraal inkomen misschien maar 1000 euro zou zijn. Door de veel hogere belasting worden mensen ontmoedigd om zich een tweede verblijf in een ander land van de EU aan te schaffen, vond hij. Hij legde zijn zaak voor aan het Europese Hof van Justitie, en dat Hof gaf hem gelijk (arrest van 11 september 2014).

Maar voor de praktijk konden we eigenlijk nog niet zoveel aanvangen met die uitspraak. Om te beginnen moet eerst bekeken worden in elk geval apart of er effectief sprake is van een hogere belasting, vindt het Hof van Justitie. Bovendien zegt het Hof niet welk belastingregime er dan wel toegepast moet worden. Zomaar de regels voor Belgische tweede verblijven toepassen, is strikt genomen niet mogelijk omdat de Belgische administratie nu eenmaal geen kadastraal inkomen toekent aan buitenlandse woningen.

Frankrijk kent ook soort kadastraal inkomen

Toch toonde de fiscus onmiddellijk enige inschikkelijkheid tegenover de belastingplichtige die zijn zaak tot voor het Hof van Justitie gebracht had. De fiscus gaf niet alleen toe dat het criterium van de reële huurwaarde effectief tot een te hoge belasting zou leiden in vergelijking tot Belgische woningen, maar stelde zelfs een alternatief voor.

Voor Frankrijk is dat redelijk eenvoudig, omdat daar (in tegenstelling tot de meeste andere landen) iets bestaat dat vergelijkbaar is met het Belgische kadastraal inkomen. Het gaat dan om de “valeur locative”. Ook dat is een forfaitaire huurwaarde die verondersteld wordt de toestand in de jaren 1970 te weerspiegelen. Het enige verschil is dat de “valeur locative” een brutohuurwaarde weerspiegelt, terwijl het Belgische kadastraal inkomen een nettobedrag vertegenwoordigt. Maar geen nood, zei de fiscus, dan trekken we er gewoon een kostenforfait van 40% van af. Dat wordt standaard toegepast voor Belgische gebouwen die wel op de werkelijke huurinkomsten belast worden. En daarna vermenigvuldigen we met 1,4 volgens de gewone regel voor Belgische tweede verblijven.

Uiteindelijk moest het Hof van Beroep van Antwerpen de knoop doorhakken. De belastingplichtige verdedigde namelijk een andere - en voor hem nog voordeligere - oplossing. Hij vond dat hij belast moest worden op de Franse “valeur locative” min de vastgoedbelastingen die al in Frankrijk betaald zijn (“taxe foncière” en “taxe d'habitation”). Hij had die methode gevonden in een interne instructie van de fiscus van enkele jaren terug. Daarin suggereert de administratie zelf dat een dergelijke berekeningswijze aanvaardbaar is, al was het maar ter wille van de eenvoud.

Discussie beslecht dankzij interne instructie

In de ogen van het Antwerpse Hof was daarmee de kous af. De fiscus moet maar zijn eigen interne instructie volgen. Op basis van de beginselen van behoorlijk bestuur kan de fiscus eigenlijk niet anders - althans voor Frankrijk.

Tot slot nog even voor alle duidelijkheid: in de meeste gevallen wordt er niet effectief Belgische belasting geheven op de “inkomsten” uit een buitenlandse vakantiewoning. Het land waar de woning gelegen is, mag dat inkomen belasten, en in België is het inkomen vrijgesteld. Maar het buitenlandse “inkomen” telt wel mee om het belastingtarief te berekenen op de andere inkomsten (“progressievoorbehoud”). Omdat de tarieven progressief zijn, en er dus een hoger tarief toegepast wordt naarmate het inkomen toeneemt, zal het meetellen van een op zich onbelast buitenlands inkomen leiden tot een hogere belasting op de andere inkomsten.

Bron: arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 2 juni 2015




12-11-19 Valse hybrides: eindelijk duidelijkheid (min of meer)
Zogenaamde “valse” hybride auto’s worden vanaf volgend jaar fiscaal behandeld als een overeenstemmend model zonder hybride technologie. Bijna twee jaar na de aankondiging van de maatregel weten we nu wat een “overeenstemmend” model is. Althans in theorie. In de praktijk zal het wachten zijn op de lijst die de fiscus binnenkort publiceert.....lire la suite
 
12-11-19 Nieuwe antimisbruikbepaling: fiscus krijgt dan toch ongelijk
Met de oude versie van de algemene antimisbruikbepaling (artikel 344, §1 WIB 1992) leek de fiscus in de rechtspraak vaak bot te vangen. Daarom werd die bepaling in 2012 herschreven. Bedoeling was om het toepassingsgebied te verruimen, zodat de fiscus er vaker gebruik van zou kunnen maken. Afgaand op de eerste vonnissen in eerste aanleg, leek die ambitie waargemaakt te worden. Maar nu voor het eerst een hof van beroep zich uitspreekt, blijkt de fiscus minder reden tot juichen te hebben.....lire la suite
 
05-11-19 Kostenaftrek voor flat aan zee: discussie gesloten?
Onlangs heeft het Hof van Cassatie een negatief oordeel geveld over een vruchtgebruikconstructie en over de aftrek van kosten voor vastgoed dat in een vennootschap zit. Dat arrest heeft ruime weerklank gevonden in de media. Op het eerste gezicht wordt het moeilijker voor vennootschappen om nog kosten af te trekken voor woningen die ter beschikking staan van de bedrijfsleider voor privégebruik of die verhuurd worden aan derden. Het Hof van Cassatie brengt in elk geval een interessante nuance aan bij zijn fameuze “midzomerarresten” van 2015. Maar de discussie is daarmee nog lang niet gesloten.....lire la suite
 
02-10-19 Regeling aanslag geheime commissielonen bevat discriminatie
Een vennootschap die (bijv. aan haar bedrijfsleider) een voordeel verstrekt waarvoor ze geen fiches opmaakt, kan aan de aanslag geheime commissielonen ontsnappen als de genieter van het voordeel ondubbelzinnig geïdentificeerd wordt binnen 2,5 jaar. Maar wat als de genieter kort na het verstrijken van die termijn alsnog geïdentificeerd wordt en de fiscus hem toch nog kan belasten? Volgens het Grondwettelijk Hof zou het al dan niet respecteren van die termijn geen verschil mogen maken. Het is niet de bedoeling dat de afzonderlijke aanslag tot dubbele belasting leidt.....lire la suite
 
site web par webalive