nlfren
PRINT
SITEMAP | DISCLAIMER
Voorstelling   Vakgebieden   Advocaten   Coördinaten   Nieuws   Jobs   Algemene voorwaarden  
Het weerlegbaar vermoeden van verzekeringsplicht in het sociaal statuut der zelfstandigen voor vennootschapsmandatarissen
 
Overeenkomstig artikel 3, §1, eerste lid van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, is een zelfstandige een natuurlijk persoon die in België een beroepsactiviteit uitoefent, zonder gebonden te zijn aan een arbeidsovereenkomst of een statuut. Aldus, bestaat er geen vorm van ondergeschiktheid en dient de zelfstandige onderscheiden te worden van werknemers of ambtenaren. Om die reden heeft hij een eigen sociaal statuut en is hij onderworpen aan een specifieke regeling inzake de sociale zekerheid.

Iedere persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent, die inkomsten kan opleveren zoals bedoeld in artikel 23, §1, 1° of 2° of in artikel 30, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt tot bewijs van het tegendeel vermoed zich te bevinden in de voorwaarden tot onderwerping aan de verzekeringsplicht tot het sociaal statuut van zelfstandigen.

In het bijzonder gelden er voor vennootschapsmandatarissen, zijnde o.a. bestuurders of afgevaardigd bestuurder van een NV, zaakvoerder van een BVBA, zaakvoerder van een vennootschap onder firma, van een coöperatieve vennootschap enz., twee specifieke vermoedens die de onderwerping aan desbetreffend verzekeringsstatuut der zelfstandigen tot gevolg hebben.

1. Het onweerlegbaar karakter van vermoedens

Tot voor kort voorzag voornoemd artikel 3, §1 KB 27 juli 1967 voor vennootschapsmandatarissen in twee onweerlegbare vermoedens van onderwerping aan de verzekeringsplicht tot het sociaal statuut der zelfstandigen:

Een eerste onweerlegbaar vermoeden betrof het uitoefenen van een mandaat in een vereniging of een vennootschap, naar rechte of in feite, die zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt. Of het mandaat bezoldigd was of niet, had geen belang. Personen die benoemd werden tot mandataris in een aan de Belgische vennootschapsbelasting of belasting der niet-inwoners onderworpen vennootschap of vereniging, werden tevens op onweerlegbare wijze vermoed in België een zelfstandige beroepsbezigheid uit te oefenen.

2. Een verschuiving in de rechtspraak

Bovenstaande onweerlegbare vermoedens werden in de rechtspraak niet zonder slag of stoot toegepast. Het kwam zelfs zo ver, dat het Grondwettelijk Hof in zijn arrest van 3 november 2004 oordeelde dat het desbetreffend artikel strijdig was met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Sindsdien is het voor de vennootschapsmandataris die verondersteld wordt zelfstandige te zijn, mogelijk het vermoeden te weerleggen door onder andere de kosteloosheid van zijn mandaat in rechte en in feite te bewijzen. Volgens het Hof van Cassatie moet men hiervoor kunnen aantonen dat de statuten of een beslissing van het bevoegde vennootschapsorgaan verbieden om het mandaat te bezoldigen.

Beide in de Belgische wetgeving geïncorporeerde onweerlegbare  vermoedens moesten in overeenstemming worden gebracht met het geldend Europees en nationaal recht.

3. Een wettelijk ingevoerde weerlegbaarheid van vermoedens

Via de wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid (BS 6 juni 2014) werd bovenstaande regeling grondig door elkaar geschud. De onweerlegbare vermoedens werden met ingang van 6 juni 2014 opgeheven en vervangen door weerlegbare vermoedens:

Principieel blijft iedere persoon die in België een beroepsbezigheid uitoefent, die inkomsten kan opleveren als bedoeld in artikel 23, §1, 1° of 2°, of in artikel 30, 2° WIB92 onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen.

Vernieuwend vanaf 1 juli 2014 is de invoering van een vermoeden, tot bewijs van het tegendeel, dat personen die aangesteld zijn tot mandataris in een vereniging of vennootschap naar rechte of in feite en die zich met een exploitatie of met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt of die, zonder aangesteld te zijn, een mandaat uitoefenen in een dergelijke vereniging of vennootschap, geacht worden een zelfstandige beroepsbezigheid uit te oefenen. Personen die benoemd worden tot mandataris in een aan de Belgische vennootschapsbelasting of belasting der niet-inwoners onderworpen vennootschap of vereniging, kunnen vanaf heden dit vermoeden van uitoefening van hun zelfstandige beroepsactiviteit in België weerleggen.

Indien de vennootschapsmandatarissen er in slagen de voorwaarden tot onderwerping aan het sociaal zekerheidsstatuut der zelfstandigen te weerleggen, zijn deze niet verzekeringsplichtig onder het desbetreffend statuut.

4. Bewijs van de kosteloosheid

Via het KB van 27 mei 2014, dat uitvoering geeft aan de Wet van 25 april 2014, wordt de manier vastgelegd waarop het vermoeden tot uitoefenen van een zelfstandige beroepsbezigheid als vennootschapsmandataris, kan weerlegd worden:

4.1. Juridische kosteloosheid

Sinds 1 juli 2014 beschikken de vennootschapsmandatarissen over het recht de kosteloosheid van hun mandaat aan te tonen. Dit via een statutaire bepaling of, bij gebrek daaraan, door een beslissing van het orgaan dat bevoegd is om de vergoeding van de mandatarissen vast te stellen.

De statutaire bepaling of beslissing, kan ten vroegste uitwerking hebben vanaf de twaalfde maand voorafgaand aan de maand waarin de statutaire bepaling of de beslissing is gepubliceerd in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, ofwel aan de maand waarin de statutaire bepaling of de beslissing is meegedeeld aan de sociale verzekeringskas waarbij de mandataris is aangesloten of, bij gebrek aan aansluiting, aan het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ).

4.2. Feitelijke kosteloosheid

Het bewijs van kosteloosheid van het mandaat kan evenwel niet aanvaard worden wanneer er uit het mandaat bedrijfsbezoldigingen voortvloeien, noch wanneer de vereniging, desgevallend de vennootschap waarin de mandataris een mandaat uitoefent, bijdragen of premies stort voor de opbouw van een aanvullend pensioen van de mandataris.

Indien dergelijke bedrijfsbezoldigingen, pensioenbijdragen of -premies worden betaald, wordt het mandaat niet als kosteloos aangemerkt vanaf het jaar waarop de inkomsten, de bijdragen of premies betrekking hebben.

Indien u een mandaat heeft in een vennootschap, wordt u vermoed een beroepsactiviteit uit te oefenen die zelfstandige beroepsinkomsten kan opleveren. Om aan de verzekeringsplicht in het sociaal statuut van zelfstandig te ontsnappen, moet u dit vermoeden weerleggen. Daarvoor moet u zowel de juridische als de feitelijke kosteloosheid van uw mandaat bewijzen, door aan te tonen dat uw mandaat onmogelijk inkomsten kan opleveren rekening houdend met de statuten en/of de beslissing van het bevoegd orgaan. Tegelijk mag die juridische kosteloosheid niet door de feiten tegengesproken worden.

Bron: Wet 25 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid. KB 27 mei 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut deze zelfstandigen.



12-12-17 RENTEVOET VOOR NALATIGHEIDS- EN MORATORIUMINTERESTEN GAAT DRASTISCH OMLAAG
Wie achterstallige belastingen moet betalen, zal vanaf volgend jaar geen onrealistisch hoge rentevoet van 7% meer aangerekend krijgen. ....lees meer
 
11-12-17 AFTREK AUTOKOSTEN WORDT VERDER BEPERKT
De hervorming van de vennootschapsbelasting omvat tevens een grondige hervorming van de aftrek van autokosten, ook voor zelfstandigen.....lees meer
 
07-12-17 24 DECEMBER 2017 – DEADLINE BETALING DECEMBERVOORSCHOT BTW
Sinds 1 april 2017, en zoals gepubliceerd op onze website, dienen btw-kwartaalaangevers niet langer voorschotten te betalen. ....lees meer
 
20-11-17 Conforme factuur is geen voorwaarde voor BTW-aftrek
De fiscus vond ooit dat fouten op de factuur een voldoende reden zijn om de BTW-aftrek te verwerpen.....lees meer
 
website door webalive